Een Zwerver onderweg naar huis

 

 
"We shall not cease from exploration
And the end of all our exploring
Will be to arrive where we started
And know the place for the first time"
T.S. Elliot

 

Tijd voor wat anders

Toen wij in 2003 de trossen los gooiden, wisten we niet dat onze wereldomzwervingen zo lang zouden duren. Ons plan stond met een korreltje zout in de sterren geschreven: via Patagonie de Pacific in en via Zuid-Afrika terug. We kregen het label "vertrekkers voor onbepaalde tijd" maar hadden er zelf vijf jaar voor uitgetrokken. Inmiddels is onze status opgekrikt tot "vertrekkers met onbeperkte tijd" en zijn wij volgende maand 15 jaar onderweg. Onderweg naar waar? En hoe lang gaat dat nog duren? Vragen die onze familie niet meer stelt omdat ze er ontwijkende antwoorden op krijgen. Vragen waar je eindeloos over kunt filosoferen. Zijn we niet allemaal onderweg? En is onderweg zijn niet een reis zonder einde?

Wat begon als een wereldreis is ons leven geworden. Een heerlijk leven in de kantlijn van de maatschappij, waar niets hoeft en alles kan. Waar het elke dag zaterdag is. Een paar jaartjes meer of minder doen er dan niet meer toe. We hebben immers een zee van tijd. En toch...... Bijzondere dingen worden gewoon. We betrappen ons erop dat we ons steeds minder verwonderen en af en toe zelfs oordelen. En als je realistisch bent, mag je veronderstellen dat we na 15 jaar toch wel over de helft en daarmee op de terugweg zijn. Maar dat waren we 5 jaar geleden ook al. We schrokken toen zo van die gedachte dat we ons "rondje wereld" uitbreidden met een "rondje Noord Amerika" en een kleine omweg naar Alaska. Uitstel dus. Bang om onze vrijheid op te geven.

Wat is er nu dan zo anders dat teruggaan ons niet meer afschrikt? We hebben weer een plan! We verwarden nl het ontbreken van een plan of doel met de ultieme vrijheid. En het afgelopen jaar in de Carieb werden we daar zeer onrustig van. Het gevoel dat het leven aan je voorbij gaat terwijl je nog zoveel zou willen doen. We willen ons zwerversleven nog niet opgeven, laat staan onze vrijheid. En dat hoeft ook helemaal niet. Ook gaan we niet naar "huis", wat of waar dat ook mag zijn. Nog zo'n leuke voor filosofische overpeinsingen. Wat we wel gaan doen is een laatste oceaanoversteek. Terug naar Europa. Ergens waar het lekker weer is maar niet zo verstikkend heet dat je van lamlendigheid je boot niet meer af komt. Half op de boot, half op het land. Lekker zeilen, veel reizen. Stedentrips in Europa, op de motor door India, op bedevaart naar de Kailash, slapen in een yurt in Mongolie, met de camper door de USA en misschien toch nog eens die marathon lopen. Meer tijd voor familie en vrienden. Meer tijd voor theater, musea en boeken, meer tijd voor .... Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?


De Golfstroom

We worden gewaarschuwd voor de Golfstroom. Die loopt hier bij Cuba met een bocht naar het oosten. Steek vooral niet over met een oostelijke wind. Met 15 knopen wordt het voor "a small craft very uncomfortable" en met 20 knopen zelfs gevaarlijk. Wanneer moet je dan wel gaan? 15 knopen heb je toch wel nodig om een beetje leuk te zeilen en op zuidwest wind kun je wachten totdat je een ons weegt. Die stroom is volgens ons hier nog niet zo hard, max 2 knopen of zo. En sinds wanneer zijn wij trouwens "a small craft"? Wij vertrekken met een voorspelling van zuid-oost 15 knopen. Eenmaal buitengaats blijkt dit oost 20-25, precies wat je volgens onze collega- zeilers niet zou willen hebben. Het gaat fantastisch! De boot ligt een beetje zwaar op het roer en af en toe krijgen we spetters buiswater in onze nek. Maar de zon schijnt en we lopen 7 knopen. Wel moeten we zeker 30 graden corrigeren voor de stroom, maar dat werkt in ons voordeel zodat we lekker ruime wind varen. De afstand naar Key West is een kleine 100 mijl. Na iets meer dan 10 mijl buiten Havanna zitten we al in de Golfstroom en de laatste 30 mijl naar Key West zijn we er al weer uit en is ook de wind aanzienlijk afgenomen. Ook al zou het ruw zijn geweest, dan was dat nog maar voor max 10 uurtjes. Met smerig weer moet je hier niet zijn, maar dit was een boel poeha om niks.

Portugese oorlogsschepen voor de kust van Cuba

Government shut- down

We hebben niet zulke goede ervaringen met de authoriteiten in de USA en zijn benieuwd of het er in Key West relaxter aan toe gaat dan destijds in Palmbeach. Als we de vaargeul indraaien roepen we de kustwacht op. We hadden verwacht dat die ons afgelopen nacht allang onderschept zou hebben. Maar niks hoor, in geen velden of wegen te zien. Een vriendelijke meneer geeft ons het telefoonnummer van Border Control. Daar wordt niet opgenomen. Dan maar naar het Customs House. Dat blijkt al jaren een museum te zijn. Border Control heeft zich verstopt in een achterafkamertje in het gerechtsgebouw. Daar gaat meteen het alarm af en wordt Harry's zakmes geconfisceerd. Over dat mes zou je een boek kunnen schrijven! Zonder te vragen waar we vandaan komen worden onze paspoorten gestempeld en krijgen we spontaan korting op een cruising license. We informeren waar de douane is. "Douane? Wat wil je daar dan doen? Heb je iets aan te geven dan?" "Eh, rum uit Cuba en bier uit Curacao", zegt Harry een beetje provocerend. "Don't worry, we have a gouvernment shut- down!"

Southern most

Key West, ooit het toevluchtsoord voor piraten, schatzoekers en hippies, promoot zichzelf als de meest zuidelijke stad op het vaste land van Amerika. Dagelijks trekt het 3 cruise-scheepsladingen toeristen die bij het southernmost point in de rij gaan staan om een foto te maken van de zee. De middenstand speelt er handig op in. Zo is er een southernmost restaurant, southernmost bar, southernmost souvenierwinkel met southernmost T-shirts, maar ook een southernmost tandarts, southernmost advocaat en southernmost kerk, alsof hier je laatste mogelijkheid tot redding ligt. We zijn in het land van de misleidende reklame, want een ketting van eilandjes die over een lengte van 250 km met mijlenlange bruggen aan elkaar verbonden zijn kun je eigenlijk geen vast land noemen. We rijden er met de bus overheen tot Marathon en bewonderen het later nog een keer onder zeil naar Miami. Maar eigenlijk zou je dit indrukwekkende staaltje engineering temidden van een uitgestrekt natuurgebied moeten zien vanuit de lucht.

Het is prettig vertoeven in Key West. We lopen door straten met oude bomen en prachtig gerestaureerd houten huizen met opengewerkte ballustrades. Sporadisch zien we nog een dichtgespijkerd raam of een stuk zeil op een dak, maar verder merk je weinig van de schade die orkanen Irma en Maria hebben aangericht. Als we geen zin meer hebben in al dat geslenter hoppen we op de gratis toeristenbus en stappen op een willekeurige plek ergens anders uit. Er zijn gezellige terrasjes met life-muziek, goede boekwinkels en na Cuba kunnen we niet genoeg krijgen van de goed gevulde schappen in de supermarkt. Zeer de moeite waard is het Mell Fisher Museum. Mell Fisher en zijn gezin vonden naar jarenlang onderzoek en dure expedities een Spaans galjoen vol goud, zilver, sieraden en andere kostbaarheden met een geschatte waarde van ongeveer 500 miljoen dollars. Dat spreekt natuurlijk tot de verbeelding maar nog interessanter is de wijze waarop ze te werk gingen en wat er allemaal bij komt kijken, zoals juridisch getrouwtrek met zowel de Amerikaanse als Spaanse overheid.

Als je de sfeer van het maritieme verleden wilt proeven, moet je het Disney-achtige oude centrum met z'n souvenierstandjes verlaten en een wandeling maken langs de waterkant. Hier liggen een stuk of tien prachtig gerestaureerde schooners en een replica van de "America" afgemeerd. De schippers zijn niet te beroerd voor een praatje en graag bereid de geschiedenis van de boten te vertellen. Twee keer per dag zeilen ze onder vol tuig met toeristen heel bekwaam door de ankerplek. Op de foto zie je de "America 2.0" de keflar replica van de beroemde America Cup zeiler "America" die in de brand gevlogen is tijdens onderhoudswerkzaamheden.

We zijn niet alleen de Golfstroom maar ook de Kreeftskeerkring overgestoken en laten daarmee voorgoed de tropen achter ons. Het is heerlijk zonnig korte-broekenweer maar op het water is een fleece-vestje toch wel lekker. Met een kalme zuidoosten bries zeilen we in een dag en een nacht naar Miami. We varen erg dicht onder de kust in heel ondiep water tussen de banken door. Overdag in gezelschap van tientallen sportvissers, 'sNachts moederziel alleen. De vaarweg is goed aangegeven maar het is een beetje eng omdat je niet weet of alle wrakken en debris na de orkanen opgeruimd zijn. Bovendien ligt ook hier een mijnenveld van krabpotten. Kloink, kloink, kloink klinkt het weer.

Vlak voor Miami houdt de wind op en gaat de motor aan. In het oosten zien we de zon opkomen en even later verschijnen aan de andere kant de wolkenkrabbers.

 

't ken net!

Zelden waren we zo slecht voorbereid op een nieuw vaargebied als nu. Onze Florida-pilot hebben we van de hand gedaan omdat het plan was via de Bahamas rechtstreeks naar New York te zeilen. Maar ach, hoe ingewikkeld kan dit nu zijn? We zien twee havenhoofden, een bebakende vaarweg en vandaar moeten we ergens op de ICW zien te komen en die staat keurig aangegeven op Navionics. Eitje. Ja, dat wel maar we zijn de haven nog niet binnen of er komt al weer een politieboot met blauwe zwaailichten op ons af. Of we kanaal 16 niet uitluisteren? Jawel, maar daar wordt hier zoveel op geouwehoerd en bovendien staat de motor aan. Maar eh.. wat doen we fout? Er liggen een drietal cruiseschepen, formaatje flatgebouw afgemeerd en vanwege aangescherpte veiligheidsmaatregelen moet je er een mijl vandaan blijven. Terug dus en via de werkhaven. Daar is een joekel van een vrachtschip aan het aan- of afmeren. We kunnen niet aan de buitenkant van hem langs vanwege een ondiepte en gaan maar op goed geluk tussen wal en schip door. Ook niet te veel naar stuurboord want daar staan kranen. We komen zo dicht langzij dat we zijn onderkant en de schroef kunnen zien. Daar zullen de loodsboten en de stuurman vast niet blij mee zijn geweest.

Het lijkt ons niet aantrekkelijk om in Miami te overnachten. En omdat we de hele dag nog voor ons hebben, besluiten we een stukje ICW binnendoor te nemen. Dat betekent bruggen. In onze herinnering hadden alle vaste bruggen een maximale doorvaarthoogte van 65ft. Ruim genoeg voor de Zwerver. Maar tot onze onaangename verrassing is er in Miami eentje met een doorvaart van 54ft. Hoe hoog zijn wij eigenlijk? 17m? En dat is.... Oh shit, achteruit!!! Mazzel, het is laagwater, we houden iets minder dan een voet over.

 

Patsers and paupers in Trump Country

Onze WA-verzekering is onlangs opgehoogd van 1,5 naar 7.5 miljoen Euro. Afgezien dat we daar niet om gevraagd hadden, leek het ons nogal overdreven. Daar denken we nu anders over. Als je hier een aanvaring veroorzaakt ben je gegarandeerd failliet. 1% van de rijkste mensen ter wereld bezit meer dan de rest. Hoeveel daarvan zouden er tussen Fort Lauderdale en Palmbeach wonen? Trump heeft er ook een optrekje. Aan de enorme vlag te zien is hij thuis.

Vrijwel de hele waterkant van Miami naar Palmbeach is volgebouwd met "estate houses". Die dulden geen Zwervers in hun voortuin. Ankerplekken zijn schaars en marinas onbetaalbaar. Toch vinden we in Hollywood een mooi plekje waar we ons anker uitgooien tussen "the other 99%". Het schiet niet erg op met al die bruggen. We moeten nog een overnachting inlassen en deze keer vinden we net voor zonsondergang een gastensteiger in een gemeente marina in Delray Beach. $60 per nacht, het goedkoopste dat je hier kunt vinden. De andere steigers hebben bloembakken en een eigen postbus. Mensen wonen hier permanent op hun boot omdat dat altijd nog goedkoper is dan een huisje kopen of huren.

 

Het is nog maar february. Er ligt ijs in de Cheasapeak en bij kaap Hateras raast de ene winterse storm na de andere in westelijke richting de Atlantische oceaan over. Te vroeg om verder noord te gaan. Net als een grote groep gepensioneerde Amerikaanse bejaarden, blijven wij een tijdje in sub-tropisch Palmbeach om te "overwinteren". Niet in een luxe villa of een "5 star community for seniors" met eigen golfbaan en wellnes centre, maar gewoon voor anker in North Palmbeach in een perfect beschutte kom op loopafstand van de supermarkt, postkantoor en Westmarine. Meer is er niet te doen. Maar vervelen is er nooit bij op een boot. Met een oceaanoversteek in het vooruitzicht moet er weer van alles nagekeken, gerepareerd of vervangen worden. Zoals oa de batterij van de epirb, een overzeiler (ja voor de lange afstanden vertrouwen we altijd nog op ouderwetse papieren kaarten), een extra (handheld) GPS, nieuwe brandblussers, extra zaklantaarns, aanvullen van de boordapotheek, aanvullen reserve-onderdelen, voorraadje slangenklemmen, ducttape, kabelbinders, batterijen, boutjes, moertjes, etc, etc. Ook schaffen we nieuwe zonnepanelen aan. Voor nog geen kwart van de prijs die de oude panelen gekost hebben, hebben we nu 2x zoveel opbrengst. Nu alleen het reddingsvlot nog. Overal te wereld konden we het vlot wegbrengen voor inspectie maar hier in de USA willen ze geen Europees merk certificeren. Zal wel weer een kwestie zijn van niet aansprakelijk gesteld willen worden.

Dat niet iedereen in Trump country rijk is, merken we als we als we de bus nemen. In dit land doen dat alleen de allerarmsten: latinos en afro-americans. Als er al andere blanken in de bus zitten, dan zijn dat vaak een beetje gestoorde en/of verlopen types. Of gehandicapten. Wasserettes vind je ook niet in "onze" wijk. Daarvoor moet ik met de bus naar een zgn "strip-mall" in de volksbuurt Riviera Beach. De "Lost Sock" ligt aan hetzelfde straatje als de "Dollar shop", de "Thriftstore" en de "Pawn shop". Hier geen fleurige bloembakken en porches op de parkeerplaats maar onkruid tussen het gescheurde asvalt, McDonaldsverpakkingen in de bosjes en gedeukte toyotas met opzichtige spoilers en sportvelgen. Een politiewagen staat zeer zichtbaar de boel in de gaten te houden. De gespiegelde glazen pui van de "Lost Sock" is vuil en gebarsten. Binnen staan een dertigtal was-en droogmachines op een vuile vloer waarvan een aantal tegels ontbreken. Tussen het stof liggen droogdoekjes en snoepwikkels. Zeker de helft van de machines is defect. In een hoek staat een frisdrankenmachine met daarboven een TV-scherm waarop een Spaanstalige soapserie te zien is. Op de machines staan kartonnen bakjes met religieuze folders die aan de hand van passages uit de bijbel voorlichting geven hoe je je kind op moet voeden, maar ook hoe verderfelijk homofilie is en aan wiens kant je moet gaan staan in het Midden Oosten conflict. Waar de overheid faalt, schiet religie toe. In dat opzicht is de USA niet meer dan een ontwikkelingsland. Er zijn uitsluitend zwarte vrouwen met jonge kinderen in de wasserette. Deze kinderen gaan niet naar de creche of kleuterschool maar vermaken zich door met de karretje de gangpaden op en neer te rennen en tegen de machines te botsen. Hun moeders staan enorme bergen wasgoed te vouwen. Ze spreken creools en keuren me geen blik waardig. Ook niet als ik op een gammele bureaustoel ga zitten waarvan de zitting een halve meter naar beneden knalt. Ik voel me opgelaten en ben blij wanneer mijn was klaar is en ik het pand weer kan verlaten.

Hondenweer en een overnachting van $20 per uur

Twee maanden later liggen we nog steeds in Palmbeach. De klussenlijst is een stukje korter en we zijn op excursie geweest naar de Everglades en het Nasa Kennedy Space center. Beiden zeer de moeite waard. Tijd om verder te gaan. De weergaatjes zijn nog steeds schaars en kort, dus dat wordt kusthoppen. En als er helemaal geen wind is, of juist veel te veel, dan kunnen we altijd nog een stukje binnendoor via de ICW. We vertrekken met een voorspelling van 20 knopen SW. Westelijke winden moet je hier scherp in de gaten houden, want dat is een voorbode van een koufront. Het kant zomaar ineens omslaan. Onze eerste mogelijkheid om binnen te lopen is Fort Pierce maar daar zijn we al in de namiddag en het weer is nog goed, al is de wind wel iets toegenomen. Het locale radioweerstation waarschuwt voor een wolkenband met zwaar onweer, "gale force winds possible", dat vanuit de Golf van Mexico dwars over Florida onze kant uittrekt. Vreemd, dat hebben wij niet gezien op onze gribfiles. Het is perfect zeilweer: zonnig met een frisse backstagbries. Echt genieten! Als de avond nadert zetten we een eerste rif in het grootzeil. Niet omdat dat echt nodig is, maar voor de zekerheid. Een juiste beslissing. Nog voor de eerste wachtronde begint het vanuit het niets hard te waaien, de windmeter geeft 35 knopen aan. Gelukkig op de kont. Dan begint het te onweren en te bliksemen en stort de hemel op ons neer. He?! Dit is geen regen. Dit is hagel!! Die nacht krijgen we nog 2 keer zo'n bui over ons heen, niet meer met hagel en max 30 knopen. Daarna draait de wind steeds verder door naar het westen. . Eigenlijk hebben we iets te veel zeil op en zou een 2e rif beter zijn voor de stuurautomaat, maar tussen de buien door is het nog steeds heerlijk zeilen. Hoewel we fantastische snelheid maken, lijkt het ons verstandiger om niet door te zeilen naar St Augustine, maar bij Port Canaveral naar binnen te gaan, voordat we de wind echt op de neus krijgen.

Daar komen we om 03.00 uur aan. Doorgaan kan niet want je moet hier door een sluisje en dat gaat pas om 7 uur open. Bovendien verlangen we ook wel naar een warme kooi. Er is nergens een geschikte plek om het anker uit te gooien maar we vinden een plekje aan de tanksteiger van een opslagbedrijf voor motorbootjes. Tegen 7 uur wordt er op het kajuitdak geklopt: of we ons aub willen melden op kantoor. Even later komt Harry verontwaardigd terug met een rekening van $80. Hadden we nou maar gezegd dat we kwamen tanken!

Het stuk intra coastal tussen Port Canaveral en Augustine is heel landelijk. We zien ontzettend veel vogels en ook een aantal manatees. Dwz, delen van manatees. Een kop, een vin vol zeepokken, of iets wat op een staart lijkt, maar nooit het hele beest. Manatees zijn schuw en verdwijnen onder water zodra ze ons zien. Om ze te beschermen tegen aanvaringen geldt hier een maximum snelheid van 25 mijl per uur. Dat lijkt ons nog belachelijk hard. Helaas, niet veel motorboten houden zich eraan en de waterpolitie is hier niet erg actief. Na het middaguur verdwijnt de zon achter de wolken, het wordt fris en het begint te miezeren zodat we er al vroeg mee ophouden. De volgende dag begint zonnig maar 5 minuten voor we de ankerplek in Daytona Beach bereiken, breekt er weer een wolkbreuk los met onweer, bliksem en harde windstoten op de neus. Te laat om een regenjas te grijpen. Doorweekt tot op de draad brengen we het anker uit. Het slechte weer blijft 24 uur aanhouden. We zien geen enkele reden om verder te gaan en brengen de dag al lezend door in joggingbroek op de bank. Als we uiteindelijk in St Augustine aankomen zijn we 4 dagen verder waarvan slechts 1 gezeild. Maar goed, we zijn weer een paar honderd mijl in de goede richting opgeschoten.

 

St Augustine

 

Het lijkt alsof St Augustine hetzelfde reklamebureau in de arm heeft genomen als Key West. Vervang "the southern most..." door "the oldest ..." , voeg een paar macabere piraten en griezellegendes toe en klaar is het recept voor een van de succesvolste toeristenbestemming aan de oostkust. The oldest store, the oldest jail, the oldest wooden school house, je vindt het allemaal in "The oldest continually occupied European settlement in North Amerika". Niks in Amerika is oud. Zeker niet vergeleken met Europa. En als er al iets oud is, bestaat het hooguitl 500 jr, is het niet van Amerikaanse oorsprong, maar wordt het wel maximaal commercieel uitgebuit. Woorden als "historic", "antiques", "authentic" en "museum" hebben hier dan ook een iets andere betekenis dan bij ons.

Maar als je daar doorheen kunt kijken is St Augustine een hele prettige stad met interessante bezienswaardigheden, goede restaurants en best wel een interessante geschiedenis. Een geschiedenis die parallel loopt met die van de ontdekking van de "Nieuwe Wereld" door Columbus. Van de verovering en afslachting door de Spanjaarden op de Franse Hugenoten in 1565, tot aanvallen van piraten als Francis Drake en daarna de Britten waarna de Spanjaarden in het vredesverdrag in 1763 Florida overlieten aan de Engelsen in ruil voor Cuba. Uit die tijd stamt het San Marcos fort aan de monding van de St Augustine inlet.

Kort daarna, in 1784 kwam er een 2e Spaanse periode, maar de colonie werd geplaagd door natuurrampen, indianenopstanden en immigranten van de revolutie-oorlog uit noord Amerika. Pas in 1821 kwam St Augustine, wederom door een verdrag, in Amerikaanse handen. Na de Amerikaanse burgeroorlog werd Florida een geliefd vakantieoord voor welgestelden uit het noorden. Henry Flagler, de mede-oprichter van Standard Oil (zijn partner was Rockefeller) bracht zijn wittebroodsweken door in St Augustine, en besloot de stad verder te ontwikkelen voor de "rich and famous". Hij bouwde luxe hotels in de stijl van kastelen en legde een spoorweg aan van St Augustine tot aan Key West. Het spectaculaire Ponce de Leon-resort, in een Spaans-renaissance stijl (op z'n Amerikaans!) doet nu dienst als kunst-academie.

Inmiddels is St Augustine al lang niet meer exclusief. De stad wordt jaarlijks bezocht door duizenden toeristen. Maar doordat de vaargeul naar open zee telkens aan het verzanden is, kunnen er (gelukkig) geen cruiseschepen aanlopen. Om een breder publiek te trekken dan alleen de natuur- , culinaire- en geschiedenisliefhebbers, is het toeristenpakket uitgebreid met kermisachtige attracties als "The ghost & Gravestones tour", "Pirate & treasure hunt cruise", Medieval Torture museum, "Zip-the-zoo with crocodile crossing" en natuurlijk "Ripleys believe-it-or-not". En oh ja, behalve "fun for the entire family" zijn er ook "pet friendly attractions". Dus Ficky mag ook mee.

 

Gone with the wind

Er lijkt een mooi weergaatje te zijn voor de volgende 120 mijl naar Savannah. Helaas, het wordt "Gone without wind". De beloofde 15 knopen uit het zuid-oosten worden er niet meer dan 10 en behalve dat we weinig voortgang maken, liggen we ook nog eens vreselijk te rollen met klapperende zeilen. Dat wordt dus motorzeilen. Savannah ligt 15 mijl landinwaarts aan de Savannah-rivier, maar je kunt er ook komen via de Wilmington-rivier. Dat is zeker 20 mijl korter. Het nadeel is dat de Wilmingtonrivier erg ondiep is met zandbanken in de monding die ieder jaar een stukje aan de wandel gaan. Op de kaart wordt gewaarschuwd dat de betonning daarom ontbreekt en navigatie zonder locale kennis wordt afgeraden. Bovendien is het vrijdag de 13e. Maar het is rustig weer en bijna hoog water, dus wagen we het erop. Slimme zet, maar dat zeg je natuurlijk altijd wanneer iets goed afloopt. Ondanks deze short cut hebben we pas tegen het einde van de middag een geschikte ankerplek gevonden. Een hele mooie. Moederziel alleen, op een kronkelige modderkreek tussen de rietkragen, goed beschut achter Dutch island, met in de verte uitzicht op een statige planterswoning waar ieder moment Scarlet O'Hara naar buiten kan komen. Zover het oog reikt, zijn we omringd door stilte. Het enige wat je hoort is een zacht ruizende wind die veilig voelt. Iets verder is de "run-away-negro-creek. De Negerhut van oom Tom had hier dus ook kunnen staan.

Heel mooi, maar het nadeel is dat we hier wel erg ver van de bewoonde wereld afliggen en nergens aan land kunnen. Daarom verkassen we de volgende dag naar een andere ankerplek achter Hope Island. Bij de Hope-island marina mogen we voor $20! per dag onze dinghy parkeren en douchen. Het is ongeveer 20 minuten lopen naar Wallmart waar we onze boodschappen doen en ook de bus oppikken naar Savannah. We zijn positief verrast. De stad is een mix van old- en new-school. Ouderwetse charme gecombineerd met hedendaagse hippigheid. Er zijn maar liefst 22 parken en pleinen waar je je, onder de oude eiken behangen met Spaans mos, even in een andere tijd waant. Maar er is ook een bruisende uitgaanswijk met life-muziek en winkelstraten met designer-boutieks en kunstgaleries. De oude pakhuizen aan de waterkant zijn getransformeerd tot gezellige eethuizen. Alles is te voet te doen, maar er gaat ook een gratis shuttle-bus.

 

Heerlijk zeilen

Kusthoppen heeft als nadeel dat je altijd relatief veel tijd kwijt bent met het naar binnen- en buiten gaan van haveningangen. De afstand van Savannah naar onze volgende bestemming, Charleston, is op de kaart slechts een kleine 100 mijl. Maar voordat we bij open zee zijn, hebben we al 20 mijl op getijde rivieren met bruggen afgelegd, waardoor er al een halve dag verloren is gegaan en we dus niet met daglicht zullen aankomen. Daar maken we ons niet zo druk over want we weten dat Charleston ook aangelopen wordt door de grote scheepvaart. Bovendien zijn we er al eens eerder geweest. Het is grandioos zeilweer. Zonnig met een straffe bries uit het zuidwesten. Tegen de avond trekt de wind aan tot 30 knopen en zetten we een 2e rif. De wind komt nu pal van achter, eigenlijk zouden we een boom moeten zetten, maar daar hebben we met deze wind weinig trek in. We verleggen de koers ietsje naar buiten zodat we ruime wind varen. Er is veel marifoonverkeer op kanaal 16 vanwege een "distress-call" die de kustwacht in goede banen probeert te leiden. Maar wat niet erg lukt omdat meerdere kustwachten en schepen zich in de discussie mengen, behalve het schip-in-nood zelf. Hopelijk was het vals alarm. Opeens horen we een bekende stem. Het is Bas van zeiljacht Agaath die een sleper probeert te ontwijken. We zien op de AIS dat de Agaath 35 mijl voor ons ligt en bijna bij de aanloop is. We maken even een gezelligheidspraatje en zijn positief verrast over de goede radioverbinding. Even later meldt de Zahree zich ook. Die ligt al lang en breed op de ankerplek. Beide boten zijn gisteren uit St Augustine vertrokken. Als we nog 15 mijl te gaan hebben, houdt de stuurautomaat er opeens mee op. Het probleem is niet helemaal duidelijk, maar met deze snelheid betekent dat slechts 2 uur met het handje sturen. Klusje voor morgen. Als we tegen middernacht de vaargeul indraaien varen we halve wind en merken we pas goed hoe stevig het waait en hoe de golven opgestuwd worden. Gelukkig komen we al snel tussen de buitenste pieren. Maar aan het einde van de vaargeul houden de pieren op en precies op dat laatste stukje krijgen we een kleine breker over ons heen. Precies op dat stukje brugdek waar we de tablet met navionic neergelegd hadden. Grrrr! Op het laatste restje stroom zeilen we met 7,5 knoop de haven binnen. Pas als we de Ashley-rivier indraaien strijken we de zeilen en gaat de motor aan. Wat een heerlijke zeiltocht!

 

Chaos op de ankerplek

Het probleem met de stuurautomaat blijkt mee te vallen. De aandrijfketting is van het tandwiel gelopen. Toch wordt het klusje een vieze klus van een paar uur omdat we er niet zo goed bij kunnen en in een ongemakkelijke houding zitten te werken in de smalle kont van het schip. Tegen het einde van de dag is er een gezellig "Happy Hour" aan boord van de Zahree. We zien dan al dat alle boten verschillende richtingen uitdraaien en twee boten raken elkaar zelfs, waarbij de een schade oploopt. De eigenaren zijn niet aan boord. Bas en Herbert brengen fenders uit om verdere schade te voorkomen. De volgende dag komt er een koufront door. En behalve regen, krijgen we ook veel wind. De voorspelde 30 knopen worden er 40 en als de wind doordraait naar het zuidoosten, rollen de golven zo de ankerplek op en is de chaos compleet.
Boten draaien wild in tegengestelde richtingen, twee slaan er van hun anker, eentje eindigt op de kant. Even denken we dat de HR46 naast ons ook los geslagen is, zo hard komt ie onze kant uit "varen". Snel brengen we fenders uit. De eigenaar zit woest naar ons te schreeuwen: "you anchored in the wrong spot!" Yae, you too, denken we bij onszelf. "I had to turn my engine on twice to avoid you". Good for you, zeggen we niet hardop. "Back off your boat! Back off your boat!" Wij hebben de motor dan al lang bij staan maar kunnen niet verder naar achteren, de ketting staat al strak. Het gaat gelukkig weer allemaal net goed. Onze buurman gaat met een vaartje terug en raakt de boot aan z'n andere kant. Hoeveel ketting heeft ie wel niet uitstaan?

 

Romantisch Charleston

De lente doet eindelijk wat er van haar verwacht wordt. Tuinen staan in bloei. Charleston ruikt naar jasmijn en magnolias. Het blijft een prachtige stad, ook voor de tweede keer. Zonder doel slenteren we door de schaduwrijke lanen en bewonderen de zuidelijke architectuur. De huizen zijn aan de voorkant smal en lijken daardoor wel een beetje op Amsterdamse grachtenpanden. Over de hele zijkant hebben ze een veranda en een balkon dat uitkijkt over een ruime tuin. Bijzonder is de "voordeur". Dit is een nepdeur waardoor je niet in het huis, maar op de veranda uitkomt. Aan weerszijden hangen gaslantaarntjes. Een aantal van die huizen doen dienst als studentenhuis.

We maken een toeristisch uitje naar Boonhall, een van de oudste en nog steeds in gebruik zijnde plantages in North Carolina. Boonhall is opgericht in 1681 als katoenplantage. Tegenwoordig worden er voornamelijk walnoten en aardbeien verbouwd die toeristen zelf kunnen plukken. In de hoogtij-dagen of, afhankelijk door wiens ogen je het bekijkt, op het dieptepunt, woonden en werkten er 300 slaven. Een aantal van de slavenhuisjes staan nog op het terrein en zijn ingericht met tentoonstellingen over het dagelijkse leven en de zwarte vrijheidsbeweging. Indrukwekkend is het overzicht van slavenschepen die Charleston aanliepen. Geen Nederlandse boot gezien. Een spectaculaire oprijlaan met een haag van eikenbomen die net als in Savannah behangen zijn met slierten Spaans mos, leidt naar het plantage huis. Helaas, het originele huis bestaat niet meer en het huidige huis dateert uit 1936. De eigenaren wonen nog op de bovenverdieping en de benedenverdieping was niet bijster interessant. Wel heel bijzonder was een deels gezongen presentatie van de Gullah cultuur, door een achterkleindochter van een slaaf.

Als we weer terug zijn in Charleston zien we een koets met een blanke koetsier en een zwarte toerist die z'n arm om een blanke dame heeft geslagen. Wie had dat 300 jaar of zelfs 50 jaar geleden kunnen denken?

Beaufort

Over de 200 mijl van Charleston naar Beaufort valt niet veel te vertellen. De eerste helft was er te weinig wind en moesten we de motor bijzetten. En toen er eindelijk wind kwam, moesten we zeil minderen omdat we niet 's nachts Beaufort wilden binnenlopen. De hele weg zwommen er een stuk of 6 dolfijnen voor ons uit. Klik hier voor video. En een piepklein zielig vogeltje kwam beschutting zoeken maar eindigde als een kamikaze piloot in de golven. Tenminste, dat denken we. Het beeste zocht een plekje uit de wind. Eerst op Harry's schouder en daarna binnen onder de tafel. We hebben anderdaags de hele boot doorzocht, maar nergens lag een dood vogeltje. We zaten te ver uit de kust, dus de kans dat ie het gered heeft is uiterst klein. In Beaufort ankeren we naast de vaargeul pal voor het dorp met uitzicht op een natuurgebied met wilde paarden. Vanaf hier willen we de Atlantische oversteek maken naar de Azoren.