Een Zwerver onderweg naar huis

 

 
"We shall not cease from exploration
And the end of all our exploring
Will be to arrive where we started
And know the place for the first time"
T.S. Elliot

 

Tijd voor iets anders

Toen wij in 2003 de trossen los gooiden, wisten we niet dat onze wereldomzwervingen zo lang zouden duren. Ons plan stond met een korreltje zout in de sterren geschreven: via Patagonie de Pacific in en via Zuid-Afrika terug. We kregen het label "vertrekkers voor onbepaalde tijd" maar hadden er zelf vijf jaar voor uitgetrokken. Inmiddels is onze status opgekrikt tot "vertrekkers met onbeperkte tijd" en zijn wij volgende maand 15 jaar onderweg. Onderweg naar waar? En hoe lang gaat dat nog duren? Vragen die onze familie niet meer stelt omdat ze er ontwijkende antwoorden op krijgen. Vragen waar je eindeloos over kunt filosoferen. Zijn we niet allemaal onderweg? En is onderweg zijn niet een reis zonder einde?

Wat begon als een wereldreis is ons leven geworden. Een heerlijk leven in de kantlijn van de maatschappij, waar niets hoeft en alles kan. Waar het elke dag zaterdag is. Een paar jaartjes meer of minder doen er dan niet meer toe. We hebben immers een zee van tijd. En toch...... Bijzondere dingen worden gewoon. We betrappen ons erop dat we ons steeds minder verwonderen en af en toe zelfs oordelen. En als je realistisch bent, mag je veronderstellen dat we na 15 jaar toch wel over de helft en daarmee op de terugweg zijn. Maar dat waren we 5 jaar geleden ook al. We schrokken toen zo van die gedachte dat we ons "rondje wereld" uitbreidden met een "rondje Noord Amerika" en een kleine omweg naar Alaska. Uitstel dus. Bang om onze vrijheid op te geven.

Wat is er nu dan zo anders dat teruggaan ons niet meer afschrikt? We hebben weer een plan! We verwarden nl het ontbreken van een plan of doel met de ultieme vrijheid. En het afgelopen jaar in de Carieb werden we daar zeer onrustig van. Het gevoel dat het leven aan je voorbij gaat terwijl je nog zoveel zou willen doen. We willen ons zwerversleven nog niet opgeven, laat staan onze vrijheid. En dat hoeft ook helemaal niet. Ook gaan we niet naar "huis", wat of waar dat ook mag zijn. Nog zo'n leuke voor filosofische overpeinsingen. Wat we wel gaan doen is een laatste oceaanoversteek. Terug naar Europa. Ergens waar het lekker weer is maar niet zo verstikkend heet dat je van lamlendigheid je boot niet meer af komt. Half op de boot, half op het land. Lekker zeilen, veel reizen. Stedentrips in Europa, op de motor door India, op bedevaart naar de Kailash, slapen in een yurt in Mongolie, met de camper door de USA en misschien toch nog eens die marathon lopen. Meer tijd voor familie en vrienden. Meer tijd voor theater, musea en boeken, meer tijd voor .... Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?


De Golfstroom

We worden gewaarschuwd voor de Golfstroom. Die loopt hier bij Cuba met een bocht naar het oosten. Steek vooral niet over met een oostelijke wind. Met 15 knopen wordt het voor "a small craft very uncomfortable" en met 20 knopen zelfs gevaarlijk. Wanneer moet je dan wel gaan? 15 knopen heb je toch wel nodig om een beetje leuk te zeilen en op zuidwest wind kun je wachten totdat je een ons weegt. Die stroom is volgens ons hier nog niet zo hard, max 2 knopen of zo. En sinds wanneer zijn wij trouwens "a small craft"? Wij vertrekken met een voorspelling van zuid-oost 15 knopen. Eenmaal buitengaats blijkt dit oost 20-25, precies wat je volgens onze collega- zeilers niet zou willen hebben. Het gaat fantastisch! De boot ligt een beetje zwaar op het roer en af en toe krijgen we spetters buiswater in onze nek. Maar de zon schijnt en we lopen 7 knopen. Wel moeten we zeker 30 graden corrigeren voor de stroom, maar dat werkt in ons voordeel zodat we lekker ruime wind varen. De afstand naar Key West is een kleine 100 mijl. Na iets meer dan 10 mijl buiten Havanna zitten we al in de Golfstroom en de laatste 30 mijl naar Key West zijn we er al weer uit en is ook de wind aanzienlijk afgenomen. Ook al zou het ruw zijn geweest, dan was dat nog maar voor max 10 uurtjes. Met smerig weer moet je hier niet zijn, maar dit was een boel poeha om niks.

Portugese oorlogsschepen voor de kust van Cuba

Government shut- down

We hebben niet zulke goede ervaringen met de authoriteiten in de USA en zijn benieuwd of het er in Key West relaxter aan toe gaat dan destijds in Palmbeach. Als we de vaargeul indraaien roepen we de kustwacht op. We hadden verwacht dat die ons afgelopen nacht allang onderschept zou hebben. Maar niks hoor, in geen velden of wegen te zien. Een vriendelijke meneer geeft ons het telefoonnummer van Border Control. Daar wordt niet opgenomen. Dan maar naar het Customs House. Dat blijkt al jaren een museum te zijn. Border Control heeft zich verstopt in een achterafkamertje in het gerechtsgebouw. Daar gaat meteen het alarm af en wordt Harry's zakmes geconfisceerd. Over dat mes zou je een boek kunnen schrijven! Zonder te vragen waar we vandaan komen worden onze paspoorten gestempeld en krijgen we spontaan korting op een cruising license. We informeren waar de douane is. "Douane? Wat wil je daar dan doen? Heb je iets aan te geven dan?" "Eh, rum uit Cuba en bier uit Curacao", zegt Harry een beetje provocerend. "Don't worry, we have a gouvernment shut- down!"

Southern most

Key West, ooit het toevluchtsoord voor piraten, schatzoekers en hippies, promoot zichzelf als de meest zuidelijke stad op het vaste land van Amerika. Dagelijks trekt het 3 cruise-scheepsladingen toeristen die bij het southernmost point in de rij gaan staan om een foto te maken van de zee. De middenstand speelt er handig op in. Zo is er een southernmost restaurant, southernmost bar, southernmost souvenierwinkel met southernmost T-shirts, maar ook een southernmost tandarts, southernmost advocaat en southernmost kerk, alsof hier je laatste mogelijkheid tot redding ligt. We zijn in het land van de misleidende reklame, want een ketting van eilandjes die over een lengte van 250 km met mijlenlange bruggen aan elkaar verbonden zijn kun je eigenlijk geen vast land noemen. We rijden er met de bus overheen tot Marathon en bewonderen het later nog een keer onder zeil naar Miami. Maar eigenlijk zou je dit indrukwekkende staaltje engineering temidden van een uitgestrekt natuurgebied moeten zien vanuit de lucht.

Het is prettig vertoeven in Key West. We lopen door straten met oude bomen en prachtig gerestaureerd houten huizen met opengewerkte ballustrades. Sporadisch zien we nog een dichtgespijkerd raam of een stuk zeil op een dak, maar verder merk je weinig van de schade die orkanen Irma en Maria hebben aangericht. Als we geen zin meer hebben in al dat geslenter hoppen we op de gratis toeristenbus en stappen op een willekeurige plek ergens anders uit. Er zijn gezellige terrasjes met life-muziek, goede boekwinkels en na Cuba kunnen we niet genoeg krijgen van de goed gevulde schappen in de supermarkt. Zeer de moeite waard is het Mell Fisher Museum. Mell Fisher en zijn gezin vonden naar jarenlang onderzoek en dure expedities een Spaans galjoen vol goud, zilver, sieraden en andere kostbaarheden met een geschatte waarde van ongeveer 500 miljoen dollars. Dat spreekt natuurlijk tot de verbeelding maar nog interessanter is de wijze waarop ze te werk gingen en wat er allemaal bij komt kijken, zoals juridisch getrouwtrek met zowel de Amerikaanse als Spaanse overheid.

Als je de sfeer van het maritieme verleden wilt proeven, moet je het Disney-achtige oude centrum met z'n souvenierstandjes verlaten en een wandeling maken langs de waterkant. Hier liggen een stuk of tien prachtig gerestaureerde schooners en een replica van de "America" afgemeerd. De schippers zijn niet te beroerd voor een praatje en graag bereid de geschiedenis van de boten te vertellen. Twee keer per dag zeilen ze onder vol tuig met toeristen heel bekwaam door de ankerplek. Op de foto zie je de "America 2.0" de keflar replica van de beroemde America Cup zeiler "America" die in de brand gevlogen is tijdens onderhoudswerkzaamheden.

We zijn niet alleen de Golfstroom maar ook de Kreeftskeerkring overgestoken en laten daarmee voorgoed de tropen achter ons. Het is heerlijk zonnig korte-broekenweer maar op het water is een fleece-vestje toch wel lekker. Met een kalme zuidoosten bries zeilen we in een dag en een nacht naar Miami. We varen erg dicht onder de kust in heel ondiep water tussen de banken door. Overdag in gezelschap van tientallen sportvissers, 'sNachts moederziel alleen. De vaarweg is goed aangegeven maar het is een beetje eng omdat je niet weet of alle wrakken en debris na de orkanen opgeruimd zijn. Bovendien ligt ook hier een mijnenveld van krabpotten. Kloink, kloink, kloink klinkt het weer.

Vlak voor Miami houdt de wind op en gaat de motor aan. In het oosten zien we de zon opkomen en even later verschijnen aan de andere kant de wolkenkrabbers.

 

't ken net!

Zelden waren we zo slecht voorbereid op een nieuw vaargebied als nu. Onze Florida-pilot hebben we van de hand gedaan omdat het plan was via de Bahamas rechtstreeks naar New York te zeilen. Maar ach, hoe ingewikkeld kan dit nu zijn? We zien twee havenhoofden, een bebakende vaarweg en vandaar moeten we ergens op de ICW zien te komen en die staat keurig aangegeven op Navionics. Eitje. Ja, dat wel maar we zijn de haven nog niet binnen of er komt al weer een politieboot met blauwe zwaailichten op ons af. Of we kanaal 16 niet uitluisteren? Jawel, maar daar wordt hier zoveel op geouwehoerd en bovendien staat de motor aan. Maar eh.. wat doen we fout? Er liggen een drietal cruiseschepen, formaatje flatgebouw afgemeerd en vanwege aangescherpte veiligheidsmaatregelen moet je er een mijl vandaan blijven. Terug dus en via de werkhaven. Daar is een joekel van een vrachtschip aan het aan- of afmeren. We kunnen niet aan de buitenkant van hem langs vanwege een ondiepte en gaan maar op goed geluk tussen wal en schip door. Ook niet te veel naar stuurboord want daar staan kranen. We komen zo dicht langzij dat we zijn onderkant en de schroef kunnen zien. Daar zullen de loodsboten en de stuurman vast niet blij mee zijn geweest.

Het lijkt ons niet aantrekkelijk om in Miami te overnachten. En omdat we de hele dag nog voor ons hebben, besluiten we een stukje ICW binnendoor te nemen. Dat betekent bruggen. In onze herinnering hadden alle vaste bruggen een maximale doorvaarthoogte van 65ft. Ruim genoeg voor de Zwerver. Maar tot onze onaangename verrassing is er in Miami eentje met een doorvaart van 54ft. Hoe hoog zijn wij eigenlijk? 17m? En dat is.... Oh shit, achteruit!!! Mazzel, het is laagwater, we houden iets minder dan een voet over.

 

Patsers and paupers in Trump Country

Onze WA-verzekering is onlangs opgehoogd van 1,5 naar 7.5 miljoen Euro. Afgezien dat we daar niet om gevraagd hadden, leek het ons nogal overdreven. Daar denken we nu anders over. Als je hier een aanvaring veroorzaakt ben je gegarandeerd failliet. 1% van de rijkste mensen ter wereld bezit meer dan de rest. Hoeveel daarvan zouden er tussen Fort Lauderdale en Palmbeach wonen? Trump heeft er ook een optrekje. Aan de enorme vlag te zien is hij thuis.

Vrijwel de hele waterkant van Miami naar Palmbeach is volgebouwd met "estate houses". Die dulden geen Zwervers in hun voortuin. Ankerplekken zijn schaars en marinas onbetaalbaar. Toch vinden we in Hollywood een mooi plekje waar we ons anker uitgooien tussen "the other 99%". Het schiet niet erg op met al die bruggen. We moeten nog een overnachting inlassen en deze keer vinden we net voor zonsondergang een gastensteiger in een gemeente marina in Delray Beach. $60 per nacht, het goedkoopste dat je hier kunt vinden. De andere steigers hebben bloembakken en een eigen postbus. Mensen wonen hier permanent op hun boot omdat dat altijd nog goedkoper is dan een huisje kopen of huren.

 

Het is nog maar february. Er ligt ijs in de Cheasapeak en bij kaap Hateras raast de ene winterse storm na de andere in westelijke richting de Atlantische oceaan over. Te vroeg om verder noord te gaan. Net als een grote groep gepensioneerde Amerikaanse bejaarden, blijven wij een tijdje in sub-tropisch Palmbeach om te "overwinteren". Niet in een luxe villa of een "5 star community for seniors" met eigen golfbaan en wellnes centre, maar gewoon voor anker in North Palmbeach in een perfect beschutte kom op loopafstand van de supermarkt, postkantoor en Westmarine. Meer is er niet te doen. Maar vervelen is er nooit bij op een boot. Met een oceaanoversteek in het vooruitzicht moet er weer van alles nagekeken, gerepareerd of vervangen worden. Zoals oa de batterij van de epirb, een overzeiler (ja voor de lange afstanden vertrouwen we altijd nog op ouderwetse papieren kaarten), een extra (handheld) GPS, nieuwe brandblussers, extra zaklantaarns, aanvullen van de boordapotheek, aanvullen reserve-onderdelen, voorraadje slangenklemmen, ducttape, kabelbinders, batterijen, boutjes, moertjes, etc, etc. Ook schaffen we nieuwe zonnepanelen aan. Voor nog geen kwart van de prijs die de oude panelen gekost hebben, hebben we nu 2x zoveel opbrengst. Nu alleen het reddingsvlot nog. Overal te wereld konden we het vlot wegbrengen voor inspectie maar hier in de USA willen ze geen Europees merk certificeren. Zal wel weer een kwestie zijn van niet aansprakelijk gesteld willen worden.

Dat niet iedereen in Trump country rijk is, merken we als we als we de bus nemen. In dit land doen dat alleen de allerarmsten: latinos en afro-americans. Als er al andere blanken in de bus zitten, dan zijn dat vaak een beetje gestoorde en/of verlopen types. Of gehandicapten. Wasserettes vind je ook niet in "onze" wijk. Daarvoor moet ik met de bus naar een zgn "strip-mall" in de volksbuurt Riviera Beach. De "Lost Sock" ligt aan hetzelfde straatje als de "Dollar shop", de "Thriftstore" en de "Pawn shop". Hier geen fleurige bloembakken en porches op de parkeerplaats maar onkruid tussen het gescheurde asvalt, McDonaldsverpakkingen in de bosjes en gedeukte toyotas met opzichtige spoilers en sportvelgen. Een politiewagen staat zeer zichtbaar de boel in de gaten te houden. De gespiegelde glazen pui van de "Lost Sock" is vuil en gebarsten. Binnen staan een dertigtal was-en droogmachines op een vuile vloer waarvan een aantal tegels ontbreken. Tussen het stof liggen droogdoekjes en snoepwikkels. Zeker de helft van de machines is defect. In een hoek staat een frisdrankenmachine met daarboven een TV-scherm waarop een Spaanstalige soapserie te zien is. Op de machines staan kartonnen bakjes met religieuze folders die aan de hand van passages uit de bijbel voorlichting geven hoe je je kind op moet voeden, maar ook hoe verderfelijk homofilie is en aan wiens kant je moet gaan staan in het Midden Oosten conflict. Waar de overheid faalt, schiet religie toe. In dat opzicht is de USA niet meer dan een ontwikkelingsland. Er zijn uitsluitend zwarte vrouwen met jonge kinderen in de wasserette. Deze kinderen gaan niet naar de creche of kleuterschool maar vermaken zich door met de karretje de gangpaden op en neer te rennen en tegen de machines te botsen. Hun moeders staan enorme bergen wasgoed te vouwen. Ze spreken creools en keuren me geen blik waardig. Ook niet als ik op een gammele bureaustoel ga zitten waarvan de zitting een halve meter naar beneden knalt. Ik voel me opgelaten en ben blij wanneer mijn was klaar is en ik het pand weer kan verlaten.

Hondenweer en een overnachting van $20 per uur

Twee maanden later liggen we nog steeds in Palmbeach. De klussenlijst is een stukje korter en we zijn op excursie geweest naar de Everglades en het Nasa Kennedy Space center. Beiden zeer de moeite waard. Tijd om verder te gaan. De weergaatjes zijn nog steeds schaars en kort, dus dat wordt kusthoppen. En als er helemaal geen wind is, of juist veel te veel, dan kunnen we altijd nog een stukje binnendoor via de ICW. We vertrekken met een voorspelling van 20 knopen SW. Westelijke winden moet je hier scherp in de gaten houden, want dat is een voorbode van een koufront. Het kant zomaar ineens omslaan. Onze eerste mogelijkheid om binnen te lopen is Fort Pierce maar daar zijn we al in de namiddag en het weer is nog goed, al is de wind wel iets toegenomen. Het locale radioweerstation waarschuwt voor een wolkenband met zwaar onweer, "gale force winds possible", dat vanuit de Golf van Mexico dwars over Florida onze kant uittrekt. Vreemd, dat hebben wij niet gezien op onze gribfiles. Het is perfect zeilweer: zonnig met een frisse backstagbries. Echt genieten! Als de avond nadert zetten we een eerste rif in het grootzeil. Niet omdat dat echt nodig is, maar voor de zekerheid. Een juiste beslissing. Nog voor de eerste wachtronde begint het vanuit het niets hard te waaien, de windmeter geeft 35 knopen aan. Gelukkig op de kont. Dan begint het te onweren en te bliksemen en stort de hemel op ons neer. He?! Dit is geen regen. Dit is hagel!! Die nacht krijgen we nog 2 keer zo'n bui over ons heen, niet meer met hagel en max 30 knopen. Daarna draait de wind steeds verder door naar het westen. . Eigenlijk hebben we iets te veel zeil op en zou een 2e rif beter zijn voor de stuurautomaat, maar tussen de buien door is het nog steeds heerlijk zeilen. Hoewel we fantastische snelheid maken, lijkt het ons verstandiger om niet door te zeilen naar St Augustine, maar bij Port Canaveral naar binnen te gaan, voordat we de wind echt op de neus krijgen.

Daar komen we om 03.00 uur aan. Doorgaan kan niet want je moet hier door een sluisje en dat gaat pas om 7 uur open. Bovendien verlangen we ook wel naar een warme kooi. Er is nergens een geschikte plek om het anker uit te gooien maar we vinden een plekje aan de tanksteiger van een opslagbedrijf voor motorbootjes. Tegen 7 uur wordt er op het kajuitdak geklopt: of we ons aub willen melden op kantoor. Even later komt Harry verontwaardigd terug met een rekening van $80. Hadden we nou maar gezegd dat we kwamen tanken!

Het stuk intra coastal tussen Port Canaveral en Augustine is heel landelijk. We zien ontzettend veel vogels en ook een aantal manatees. Dwz, delen van manatees. Een kop, een vin vol zeepokken, of iets wat op een staart lijkt, maar nooit het hele beest. Manatees zijn schuw en verdwijnen onder water zodra ze ons zien. Om ze te beschermen tegen aanvaringen geldt hier een maximum snelheid van 25 mijl per uur. Dat lijkt ons nog belachelijk hard. Helaas, niet veel motorboten houden zich eraan en de waterpolitie is hier niet erg actief. Na het middaguur verdwijnt de zon achter de wolken, het wordt fris en het begint te miezeren zodat we er al vroeg mee ophouden. De volgende dag begint zonnig maar 5 minuten voor we de ankerplek in Daytona Beach bereiken, breekt er weer een wolkbreuk los met onweer, bliksem en harde windstoten op de neus. Te laat om een regenjas te grijpen. Doorweekt tot op de draad brengen we het anker uit. Het slechte weer blijft 24 uur aanhouden. We zien geen enkele reden om verder te gaan en brengen de dag al lezend door in joggingbroek op de bank. Als we uiteindelijk in St Augustine aankomen zijn we 4 dagen verder waarvan slechts 1 gezeild. Maar goed, we zijn weer een paar honderd mijl in de goede richting opgeschoten.

 

St Augustine

 

Het lijkt alsof St Augustine hetzelfde reklamebureau in de arm heeft genomen als Key West. Vervang "the southern most..." door "the oldest ..." , voeg een paar macabere piraten en griezellegendes toe en klaar is het recept voor een van de succesvolste toeristenbestemming aan de oostkust. The oldest store, the oldest jail, the oldest wooden school house, je vindt het allemaal in "The oldest continually occupied European settlement in North Amerika". Niks in Amerika is oud. Zeker niet vergeleken met Europa. En als er al iets oud is, bestaat het hooguitl 500 jr, is het niet van Amerikaanse oorsprong, maar wordt het wel maximaal commercieel uitgebuit. Woorden als "historic", "antiques", "authentic" en "museum" hebben hier dan ook een iets andere betekenis dan bij ons.

Maar als je daar doorheen kunt kijken is St Augustine een hele prettige stad met interessante bezienswaardigheden, goede restaurants en best wel een interessante geschiedenis. Een geschiedenis die parallel loopt met die van de ontdekking van de "Nieuwe Wereld" door Columbus. Van de verovering en afslachting door de Spanjaarden op de Franse Hugenoten in 1565, tot aanvallen van piraten als Francis Drake en daarna de Britten waarna de Spanjaarden in het vredesverdrag in 1763 Florida overlieten aan de Engelsen in ruil voor Cuba. Uit die tijd stamt het San Marcos fort aan de monding van de St Augustine inlet.

Kort daarna, in 1784 kwam er een 2e Spaanse periode, maar de colonie werd geplaagd door natuurrampen, indianenopstanden en immigranten van de revolutie-oorlog uit noord Amerika. Pas in 1821 kwam St Augustine, wederom door een verdrag, in Amerikaanse handen. Na de Amerikaanse burgeroorlog werd Florida een geliefd vakantieoord voor welgestelden uit het noorden. Henry Flagler, de mede-oprichter van Standard Oil (zijn partner was Rockefeller) bracht zijn wittebroodsweken door in St Augustine, en besloot de stad verder te ontwikkelen voor de "rich and famous". Hij bouwde luxe hotels in de stijl van kastelen en legde een spoorweg aan van St Augustine tot aan Key West. Het spectaculaire Ponce de Leon-resort, in een Spaans-renaissance stijl (op z'n Amerikaans!) doet nu dienst als kunst-academie.

Inmiddels is St Augustine al lang niet meer exclusief. De stad wordt jaarlijks bezocht door duizenden toeristen. Maar doordat de vaargeul naar open zee telkens aan het verzanden is, kunnen er (gelukkig) geen cruiseschepen aanlopen. Om een breder publiek te trekken dan alleen de natuur- , culinaire- en geschiedenisliefhebbers, is het toeristenpakket uitgebreid met kermisachtige attracties als "The ghost & Gravestones tour", "Pirate & treasure hunt cruise", Medieval Torture museum, "Zip-the-zoo with crocodile crossing" en natuurlijk "Ripleys believe-it-or-not". En oh ja, behalve "fun for the entire family" zijn er ook "pet friendly attractions". Dus Ficky mag ook mee.

 

Gone with the wind

Er lijkt een mooi weergaatje te zijn voor de volgende 120 mijl naar Savannah. Helaas, het wordt "Gone without wind". De beloofde 15 knopen uit het zuid-oosten worden er niet meer dan 10 en behalve dat we weinig voortgang maken, liggen we ook nog eens vreselijk te rollen met klapperende zeilen. Dat wordt dus motorzeilen. Savannah ligt 15 mijl landinwaarts aan de Savannah-rivier, maar je kunt er ook komen via de Wilmington-rivier. Dat is zeker 20 mijl korter. Het nadeel is dat de Wilmingtonrivier erg ondiep is met zandbanken in de monding die ieder jaar een stukje aan de wandel gaan. Op de kaart wordt gewaarschuwd dat de betonning daarom ontbreekt en navigatie zonder locale kennis wordt afgeraden. Bovendien is het vrijdag de 13e. Maar het is rustig weer en bijna hoog water, dus wagen we het erop. Slimme zet, maar dat zeg je natuurlijk altijd wanneer iets goed afloopt. Ondanks deze short cut hebben we pas tegen het einde van de middag een geschikte ankerplek gevonden. Een hele mooie. Moederziel alleen, op een kronkelige modderkreek tussen de rietkragen, goed beschut achter Dutch island, met in de verte uitzicht op een statige planterswoning waar ieder moment Scarlet O'Hara naar buiten kan komen. Zover het oog reikt, zijn we omringd door stilte. Het enige wat je hoort is een zacht ruizende wind die veilig voelt. Iets verder is de "run-away-negro-creek. De Negerhut van oom Tom had hier dus ook kunnen staan.

Heel mooi, maar het nadeel is dat we hier wel erg ver van de bewoonde wereld afliggen en nergens aan land kunnen. Daarom verkassen we de volgende dag naar een andere ankerplek achter Hope Island. Bij de Hope-island marina mogen we voor $20! per dag onze dinghy parkeren en douchen. Het is ongeveer 20 minuten lopen naar Wallmart waar we onze boodschappen doen en ook de bus oppikken naar Savannah. We zijn positief verrast. De stad is een mix van old- en new-school. Ouderwetse charme gecombineerd met hedendaagse hippigheid. Er zijn maar liefst 22 parken en pleinen waar je je, onder de oude eiken behangen met Spaans mos, even in een andere tijd waant. Maar er is ook een bruisende uitgaanswijk met life-muziek en winkelstraten met designer-boutieks en kunstgaleries. De oude pakhuizen aan de waterkant zijn getransformeerd tot gezellige eethuizen. Alles is te voet te doen, maar er gaat ook een gratis shuttle-bus.

 

Heerlijk zeilen

Kusthoppen heeft als nadeel dat je altijd relatief veel tijd kwijt bent met het naar binnen- en buiten gaan van haveningangen. De afstand van Savannah naar onze volgende bestemming, Charleston, is op de kaart slechts een kleine 100 mijl. Maar voordat we bij open zee zijn, hebben we al 20 mijl op getijde rivieren met bruggen afgelegd, waardoor er al een halve dag verloren is gegaan en we dus niet met daglicht zullen aankomen. Daar maken we ons niet zo druk over want we weten dat Charleston ook aangelopen wordt door de grote scheepvaart. Bovendien zijn we er al eens eerder geweest. Het is grandioos zeilweer. Zonnig met een straffe bries uit het zuidwesten. Tegen de avond trekt de wind aan tot 30 knopen en zetten we een 2e rif. De wind komt nu pal van achter, eigenlijk zouden we een boom moeten zetten, maar daar hebben we met deze wind weinig trek in. We verleggen de koers ietsje naar buiten zodat we ruime wind varen. Er is veel marifoonverkeer op kanaal 16 vanwege een "distress-call" die de kustwacht in goede banen probeert te leiden. Maar wat niet erg lukt omdat meerdere kustwachten en schepen zich in de discussie mengen, behalve het schip-in-nood zelf. Hopelijk was het vals alarm. Opeens horen we een bekende stem. Het is Bas van zeiljacht Agaath die een sleper probeert te ontwijken. We zien op de AIS dat de Agaath 35 mijl voor ons ligt en bijna bij de aanloop is. We maken even een gezelligheidspraatje en zijn positief verrast over de goede radioverbinding. Even later meldt de Zahree zich ook. Die ligt al lang en breed op de ankerplek. Beide boten zijn gisteren uit St Augustine vertrokken. Als we nog 15 mijl te gaan hebben, houdt de stuurautomaat er opeens mee op. Het probleem is niet helemaal duidelijk, maar met deze snelheid betekent dat slechts 2 uur met het handje sturen. Klusje voor morgen. Als we tegen middernacht de vaargeul indraaien varen we halve wind en merken we pas goed hoe stevig het waait en hoe de golven opgestuwd worden. Gelukkig komen we al snel tussen de buitenste pieren. Maar aan het einde van de vaargeul houden de pieren op en precies op dat laatste stukje krijgen we een kleine breker over ons heen. Precies op dat stukje brugdek waar we de tablet met navionic neergelegd hadden. Grrrr! Op het laatste restje stroom zeilen we met 7,5 knoop de haven binnen. Pas als we de Ashley-rivier indraaien strijken we de zeilen en gaat de motor aan. Wat een heerlijke zeiltocht!

 

Chaos op de ankerplek

Het probleem met de stuurautomaat blijkt mee te vallen. De aandrijfketting is van het tandwiel gelopen. Toch wordt het klusje een vieze klus van een paar uur omdat we er niet zo goed bij kunnen en in een ongemakkelijke houding zitten te werken in de smalle kont van het schip. Tegen het einde van de dag is er een gezellig "Happy Hour" aan boord van de Zahree. We zien dan al dat alle boten verschillende richtingen uitdraaien en twee boten raken elkaar zelfs, waarbij de een schade oploopt. De eigenaren zijn niet aan boord. Bas en Herbert brengen fenders uit om verdere schade te voorkomen. De volgende dag komt er een koufront door. En behalve regen, krijgen we ook veel wind. De voorspelde 30 knopen worden er 40 en als de wind doordraait naar het zuidoosten, rollen de golven zo de ankerplek op en is de chaos compleet.
Boten draaien wild in tegengestelde richtingen, twee slaan er van hun anker, eentje eindigt op de kant. Even denken we dat de HR46 naast ons ook los geslagen is, zo hard komt ie onze kant uit "varen". Snel brengen we fenders uit. De eigenaar zit woest naar ons te schreeuwen: "you anchored in the wrong spot!" Yeah, you too, denken we bij onszelf. "I had to turn my engine on twice to avoid you". Good for you, zeggen we niet hardop. "Back off your boat! Back off your boat!" Wij hebben de motor dan al lang bij staan maar kunnen niet verder naar achteren, de ketting staat al strak. Het gaat gelukkig weer allemaal net goed. Onze buurman gaat met een vaartje terug en raakt de boot aan z'n andere kant. Hoeveel ketting heeft ie wel niet uitstaan?

 

Romantisch Charleston

De lente doet eindelijk wat er van haar verwacht wordt. Tuinen staan in bloei. Charleston ruikt naar jasmijn en magnolias. Het blijft een prachtige stad, ook voor de tweede keer. Zonder doel slenteren we door de schaduwrijke lanen en bewonderen de zuidelijke architectuur. De huizen zijn aan de voorkant smal en lijken daardoor wel een beetje op Amsterdamse grachtenpanden. Over de hele zijkant hebben ze een veranda en een balkon dat uitkijkt over een ruime tuin. Bijzonder is de "voordeur". Dit is een nepdeur waardoor je niet in het huis, maar op de veranda uitkomt. Aan weerszijden hangen gaslantaarntjes. Een aantal van die huizen doen dienst als studentenhuis.

We maken een toeristisch uitje naar Boonhall, een van de oudste en nog steeds in gebruik zijnde plantages in North Carolina. Boonhall is opgericht in 1681 als katoenplantage. Tegenwoordig worden er voornamelijk walnoten en aardbeien verbouwd die toeristen zelf kunnen plukken. In de hoogtij-dagen of, afhankelijk door wiens ogen je het bekijkt, op het dieptepunt, woonden en werkten er 300 slaven. Een aantal van de slavenhuisjes staan nog op het terrein en zijn ingericht met tentoonstellingen over het dagelijkse leven en de zwarte vrijheidsbeweging. Indrukwekkend is het overzicht van slavenschepen die Charleston aanliepen. Geen Nederlandse boot gezien. Een spectaculaire oprijlaan met een haag van eikenbomen die net als in Savannah behangen zijn met slierten Spaans mos, leidt naar het plantage huis. Helaas, het originele huis bestaat niet meer en het huidige huis dateert uit 1936. De eigenaren wonen nog op de bovenverdieping en de benedenverdieping was niet bijster interessant. Wel heel bijzonder was een deels gezongen presentatie van de Gullah cultuur, door een achterkleindochter van een slaaf.

Als we weer terug zijn in Charleston zien we een koets met een blanke koetsier en een zwarte toerist die z'n arm om een blanke dame heeft geslagen. Wie had dat 300 jaar of zelfs 50 jaar geleden kunnen denken?

Beaufort

Over de 200 mijl van Charleston naar Beaufort valt niet veel te vertellen. De eerste helft was er te weinig wind en moesten we de motor bijzetten. En toen er eindelijk wind kwam, moesten we zeil minderen omdat we niet 's nachts Beaufort wilden binnenlopen. De hele weg zwommen er een stuk of 6 dolfijnen voor ons uit. Klik hier voor video. En een piepklein zielig vogeltje kwam beschutting zoeken maar eindigde als een kamikaze piloot in de golven. Tenminste, dat denken we. Het beestje zocht een plekje uit de wind. Eerst op Harry's schouder en daarna binnen onder de tafel. We hebben anderdaags de hele boot doorzocht, maar nergens lag een dood vogeltje. We zaten te ver uit de kust, dus de kans dat ie het gered heeft is uiterst klein. In Beaufort ankeren we naast de vaargeul pal voor het dorp met uitzicht op een natuurgebied met wilde paarden. Vanaf hier willen we de Atlantische oversteek maken naar de Azoren.

 

De laatste oceaan

Donderdag 31 mei om 9.30 uur, met hoog water, gaan we anker op en varen we met de stroom mee het zeegat van Beaufort uit. Niemand die ons uitzwaait, niemand die ons een goede vaart wenst. Voor een argeloze wandelaar die z'n hond uitlaat op het strand, zijn we gewoon een van de vele bootjes die hier dagelijks langs de kust varen. Zou hij zich afvragen waar dat witte zeiltje naar toe gaat? Pas tegen het middaguur passeren we de vuurtoren van Cape Lookout en een paar uur later zijn we helemaal vrij van de banken en kunnen we een oostelijke koers zeilen. De sfeer aan boord is geladen. Alsof er ieder moment een onweersbui kan losbarsten. Mechanisch en zonder veel woorden te verspillen voeren we ieder onze taken uit. Harry zet een boom in de genua. Het grootzeil gaat door naar bakboord en de giek wordt met een bullettalie vastgezet. En opeens zitten we als kleuters te kissebissen over iets banaals als de exacte plek waar de bullettalie bevestigd moet worden. Alsof we dit voor het eerst doen! Ik haal via de SSB de laatste gribfiles binnen. De weersverwachting ziet er voor de eerste week goed uit. SW15-20 later in de week toenemend naar SW25-30. Daarna lijkt er een rustige periode aan te komen, maar dat is zo ver weg dat het koffiedikkijken is. Ik denk terug aan onze eerste Atlantische oversteek 15 jaar geleden. Toen hadden we nog geen pactormodem en vertrokken we gewoon op een vierdaagse voorspelling van de kustwacht. Daarna zag je wel. Gewoon de barometer en de lucht in de gaten houden. Ook toen was vertrekken spannend, maar dat was veel meer een verwachtingsvolle spanning. Wat ligt er aan de andere kant van de horizon? De spanning van de eerste keer, van het avontuur. Nu lijkt het alsof we gehinderd worden door ervaring. Je weet hoe het is in een echte storm. Je weet ook wat er allemaal mis kan gaan. Daar heb je niet eens een storm voor nodig. En dat is het 'm nou juist: het ging nooit echt mis. Dat gebeurde altijd bij anderen, maar nooit bij ons. Geluk? Wijsheid? Waarschijnlijk van allebei een beetje. Zaak is nu om de boel heel te houden en veilig aan te komen.

Een ander belangrijk verschil tussen deze en voorgaande oceaanoversteken is, dat er op de noord-Atlantische oceaan geen stabiele passaatwind waait. Het weer wordt bepaald door een opeenvolging van lage druk systemen die van west naar oost trekken en bij het Azorenhoog afbuigen naar het noorden. We kunnen dus van alles verwachten: zon, regen, windstiltes maar ook nog stormen, al is dat percentage in juni afgenomen tot 1-2%. Hoe graag je ook zou willen, het weer is niet iets wat je zelf in de hand hebt. Het gaat erom hoe je daar mee om gaat.

Eigenlijk hadden we vanaf Beaufort eerst een NO-koers willen varen tot aan de 38e breedtegraad en vanaf daar een grootcircelroute volgen naar de Azoren. Maar de zomer is laat en de depressies komen nog steeds diep en onder de 37e door. Op de gribfiles kunnen we ze goed aan zien komen en hun baan volgen. We besluiten daarom de eerste 1000 mijl op de 36e breedtegraad te blijven om zo aan de onderkant van de depressies mee te liften op de westenwinden. Deze route is wel iets langer en heeft als nadeel dat we niet maximaal van de Golfstroom profiteren. Maar we hoeven dan ook geen records te halen.

Het mooie weer blijft 4 dagen aanhouden en de vertrekkersspanning heeft allang plaatsgemaakt voor het oceaanritme. Onze dag begint met vers gebakken brood en filterkoffie van Starbucks. Een inspectierondje levert een vliegende vis op die niet meer beweegt maar een paar uur geleden nog door de lucht zeilde als kon hem niets overkomen. Hij is te pletter gevallen op het dek. Er zit een liedje in m'n hoofd: "I spread my wings and learned how to fly, make a wish, take a risk, make a change, take a chance, and break away". Een waarschuwing dat het ook wel eens mis kan gaan. Zonder verwachting werpen we de vislijn uit. Nog geen kwartier later hapt er een onfortuinlijke mahi-mahi in ons kunstaas. Waarschijnlijk onze laatste, want deze vis houdt net als wij van warm water. Harry snijdt er een paar mooie filets vanaf en de rest gaat met een uitje, tomaatje en worteltje in de snelkookpan voor de soep. Het visgerie gaat weer in de kast. We hebben genoeg voor een paar dagen en vissen is niet onze hobby. De oceaan heeft hier een diepe indigo blauwe kleur. Er drijven trosjes Sarragozawier voorbij, een teken dat we de stroom opgepikt hebben. Hoeveel weten we niet want ons log hebben we er jaren geleden al uitgesloopt. Ons bootje loopt nu lekker confortabel een knoop of 6. De rest van de dag brengen we dagdromend of met een boekje door. Plotseling gaat de stilte aan flarden door een harde knal. Een vliegtuig dat door z'n geluidsbarriere gaat. Eerder al vloog er een formatie militaire vliegtuigen over met propellers die 90 graden kunnen draaien zodat het toestel vertikaal kan landen of opstijgen. Ons vredige alleen-op-de-wereld-gevoel wordt verstoord door het Amerikaanse leger.

'sNachts houden we wachtrondes van 3 uur. Daar varen we al jaren wel bij. Met dit rustige weer zijn de wachten een makkie. De afnemende maan is al op de helft, maar zorgt voor een geruststellend zilverkleurig licht. Het is niet koud en de stuurautomaat doet het werk. Dit wordt onze eerste oversteek zonder de windvaan. Het originele roerblad ligt op de bodem van de Stille Oceaan, ergens tussen New Zeeland en Fiji. Twee pogingen met een zelfgemaakt roerblad hebben gefaald. De een was te zwaar, de ander miste een aantal essentiele zeewaardige eigenschappen. We slepen het laatste maaksel al 3 jaar mee met de bedoeling er ooit nog iets van te maken. Een stuurautomaat is een energievreter. Maar onze nieuwe zonnepanelen houden het stroomverbruik overdag met gemak bij. Zo goed zelfs dat we de windgenerator alleen 'snachts laten draaien. Ik kan me eerdere langere tochten herrinneren waarbij we een keuze moesten maken tussen het gebruik van de koelkast of stuurautomaat. Dan blijk je dus heel goed zonder een koud colaatje te kunnen. (geen alcohol onderweg).

 

Dag 5. We zitten op 65 west en laten Bermuda ongeveer 250 mijl ten zuiden van ons liggen. De barometer zakt en de zon verdwijnt achter een dikke grijze wattendeken. De gribfiles voorspellen nog steeds 25 tot 30 knopen maar de synopsis van Metearea4 geeft een gale-warning (windkracht 8) voor dit gebied. Er volgen 3 dagen met buien en harde windstoten. De zee bouwt snel op. De golven zijn 4 meter hoog en breken af en toe over het hele schip. Soms zelfs over de bimini. Onze pas gereviseerde windmeter van nog geen 3 jr oud houdt het voor gezien, dus we weten niet hoe hard het echt waait. We denken zelf een stevige windkracht 7 maar zetten voor de nacht voor de zekerheid toch maar een derde rif. Ook halen we de bimini en de spatzeilen eraf en sjorren de bijboot nog eens extra vast. We slingeren behoorlijk maar de stuurautomaat houdt ons mooi op koers. Als er zo'n indrukwekkende golf achterop loopt en ons optilt, lopen we 8.5 knopen, een knoop harder dan Zwerver's rompsnelheid. Het voelt alsof we in het voorste karretje van de achtbaan zitten. Uitgebreid koken is er even niet bij. Een blik erwtensoep opwarmen lukt nog net. We zien een vrachtschip aan de horizon en roepen hem op via de marifoon. We willen zeker weten dat hij ons ziet. "Yes, we have a physical and radar fix on you" is het geruststellende antwoord. "But you are pitching and poling and at times disappearing in the waves. Is this your profession or are you doing this for pleasure?" klik voor filmpje

Na regen komt zonneschijn. En ook de wind neemt af. Niet geleidelijk, maar abrupt naar 5 knopen. Het vervelende is dat de zee nog zeker een dag nodig heeft om tot rust te komen. We worden knettergek van het rollen en het slaan van de zeilen. Zelfs de lichtweergenua hangt er futloos bij. Normaal zet je dan even de motor aan, maar met nog zeker 1200 mijl voor de boeg is dat geen optie. We nemen een "snipperdag" en laten ons voor top en takel op de stroom meevoeren. De gps wijst 0.9 knoop aan. De baro 1032. Zodra de wind weer een beetje toeneemt naar 10 knopen, halen we alle zeilen uit de kast. Met twee voorzeilen en grootzeil persen we er 4.5 knoopjes uit. Deze periode van lichte wind gebruiken we om uit te rusten, uitgebreid te koken, natte spullen te drogen en schoonschip te maken. In het keukenkastje is een tupperware pot met daarin een kilo zout omgevallen. Dat trekt onmiddellijk vocht aan. Ook is er een pak spagetti kapot gegaan. Wat een kliederboel! We vervangen twee kapotte leuvers in het grootzeil en vetten de stuurinrichting nog eens goed in.

Er komt alweer een schip achterop. Wederom met Philipijnse bemanning. Ze zijn onderweg naar Noorwegen. Deze jongens krijgen telkens een contract van 6 maanden. Tussendoor zijn ze 3 maand thuis. De radioman vertelt dat hij op Facebook gezien heeft dat z'n vrouw bevallen is van een dochtertje.

Zondag 10 juni. We zijn over de New England Seamounts gevaren, een bergketen op een diepte van 4000 meter. Daar merk je niet zo veel van. Behalve dat we de stroom af en toe kwijtraken. Onze snelheid is teruggevallen tot 4 knoopjes. We zijn nu 10 dagen onderweg en over de helft van de afstand. Hopelijk ook in termen van dagen. Het dichtsbijzijnde land is Nova Scotia in Canada, ongeveer 800 mijl ten noorden van ons. Daar staat ook het walstation van sailmail. De verbinding met de SSB is supersnel en er zitten nauwelijks andere boten op het net. Vrijwel dagelijks krijgen we bezoek van een groepje van 8 dolfijnen. Ze blijven even een tijdje voor de boeg uit zwemmen maar houden het na een half uurtje al weer voor gezien.

Met het vissen wil het niet meer zo vlotten, al hebben we geregeld beet. In plaats van een lekkere vis zit er zeewier of plastic aan de haak. Dan horen we een harde "ping" en de lijn staat snoeistrak. We verheugen ons op een lekkere tonijn. Want waar dolfijnen zitten, zitten ook tonijnen. Speciaal daarvoor heb ik sesamolie en wasabi gekocht. Niets lekkerder dan verse sashimi. Met veel moeite halen we de lijn binnen. Tot onze teleurstelling zit er een opgebonden landvast aan vol zeepokken en een dode inktvis. Als de zee vlak is zie je pas hoeveel troep er in het water drijft. We zitten midden op de oceaan en zien iedere dag plastic flessen, bekertjes, jerrycans, piepschuim en drijfboeitjes voorbij komen. Ook zien we iedere 2 minuten wel een Portugees oorlogsschip. Dat is een indrukwekkende vloot van honderden per dag en dat al 10 dagen lang.

De baro zakt 10 punten naar 1023. Weer is er een gale-warning voorspeld. Weer denken we dat het bij een goede 7Bft gebleven is, maar de wind is wel naar het oosten gedraaid. Dit is een mooi moment om de koers naar het noorden te verleggen en alsnog naar de 38e breedtegraad te gaan zodat we aan de noordkant van het Azorenhoog en uit het gebied van de windstiltes blijven. Bij het zetten van het 1e rif en het opbinden van de zeilen, trekt Harry per ongeluk de 2e reeflijn uit de giek. Daarna, tijdens een onverwachts harde windvlaag maak ik een stuurfout en scheurt de genua. Wat een geklungel! Een paar uur later neemt de wind verder toe en gaan we daarom maar meteen door naar het 3e rif. Om de zeilen in balans te houden hijsen we de stormfok. Misschien een tikkeltje aan de voorzichtige kant, maar de stuurautomaat is er blij mee. De zee en de lucht hebben dezelfde grauwe kleur, het regent aan 1 stuk door en onze nieuwe regenjassen zijn zo lek als een mandje. De enige die het naar de zin heeft is de Zwerver. Ondanks haar conseratieve zeilvoering blijft ze tussen de 6 en 7 knopen lopen en leggen we in 2 dagen bijna 300 mijl af.

Op de papieren kaart, waarop we 2x per dag trouw kruisjes zetten om onze posite te markeren, bevinden we ons nu tussen de ijsbergen. Er staan data bij wanneer ze gesignaleerd zijn: een aantal in mei en juni 1912. 1921 moet een bijzonder koud jaar geweest zijn, want toen kwamen ze zelfs in juli nog zuidelijker dan 36 graden NB. De laatste notering is van 1930. Hoera voor global warming.

We gaan onze laatste week in. Het verse fruit is op maar we hebben nog steeds kool, wortels, uien, eieren en aardappelen. Een visje zou daar goed bij smaken..... Er zit ons een laatste depressie met een complex front op de hielen. We houden de barometer scherp in de gaten, maar die blijft hoog staan. Het systeem bereikt ons net niet maar zorgt wel voor heerlijk zeilweer. Nu missen we de genua. Het waait te hard voor de lichte halfwinder en de werkfok is eigenlijk een beetje aan de kleine kant voor deze ruime wind. Maar met een gemiddelde snelheid van 5.5 kn mogen we niet klagen. Als we 4 dagen verwijderd zijn van Flores houdt de stuurautomaat er opeens mee op. De verbindingsschakel van de aandrijfketting is gebroken en we hebben daarvan geen reserve bij ons. Dat wordt dus met het handje sturen. Overdag is dat geen probleem, maar 'snachts valt het ons zwaar, vooral ook omdat de boot zo enorm oploeft. We vinden het stiekem dan ook niet erg als de wind weg valt en we de laatste 3 dagen moeten motoren. Op de motor blijft de boot goed achter z'n roer liggen zodat we nauwelijks hoeven te sturen. Bovendien is het uitstekend slapen met het monotone geluid. Op het laatste stukje tussen Flores en Faial worden we niet alleen begeleid door een grote school dolfijnen, maar zwemt er ook nog eens een moeder potvis met jong op aaiafstand naast de boot. Al met al een zeer geslaagde overtocht!

 

Verrasende Azoren

Aankomst Faial

De 21e dag. "Wakker worden, we zijn er". Ik steek m'n kop door het luik en zie witte huisjes met rode daken en kerkjes met een zwart-witte barokke gevel tegen een groene lappendeken. Wat mooi! En wat is het hier groen! Het dorpje slaapt nog, evenals de havenmeester. Binnen de beschutting van 2 grote havenpieren binden we de zeilen op en laten het anker vallen. Onder het genot van een verse kop koffie nemen we het decor nog eens goed in ons op. Nu de zon op is zijn de kleuren, vooral de groene, nog indringender.

Op de kant staat iemand te zwaaien. Het is Jan, Harry's broer die hier nog een paar daagjes met vakantie is. We krijgen een plekje toegewezen in de marina, langzij een andere boot. We kunnen ons niet meer herinneren wanneer we voor het laatst in een marina hebben gelegen, en al helemaal niet langzij een andere boot. Dat is in Amerika ondenkbaar. Er heerst een vrolijke uitgelaten sfeer. Horta is een kruispunt in de Atlantische oceaan, waar zeilers uit alle werelddelen elkaar ontmoeten. Voor velen is dit het eindpunt na een rondje Carieb, voor een enkeling het beginpunt van een langere reis. Maar er zijn ook veel boten die de Azoren aanlopen als bestemming van een zomervakantie. Het is leuk om langs de wereldberoemde kade vol muurschilderingen te slenteren en telkens weer namen van boten te ontdekken waarvan we gehoord hebben of die we onderweg ontmoet hebben. Aan de overkant hebben we uitzicht op de klassieke vulkaan Pico Alto op het buureiland Pico, die op dit moment even helemaal uit de wolken is. De warme douche en het koude pilsje op het terras zijn zalig. We worden er een beetje rozig van. In een soort trance en nog een beetje wiebelig op onze benen, lopen we achter Jan aan, die ons al bijpratend over het wel en wee in Nederland, het stadje en nog meer terrasjes laat zien.
De dagen erna combineren we "werk" met vakantievieren. De genua en de spatzeilen gaan naar de zeilmaker, de boot wordt van binnen en buiten ontzilt en er worden nieuwe verbindingsschakels voor de stuurautomaat besteld. Per scooter verkennen we de rest van het eiland. De Azoren zijn vulkanisch van oorsprong en is ontstaan toen Amerika en Europa van elkaar afgescheurd werden. Het zijn eigenlijk toppen van een onderwatergebergte die boven water uitsteken. Aan de dieptelijnen op de zeekaarten is dat heel goed te zien. De eilanden zijn continue in beweging. De meest westelijke eilanden Flores en Corvo liggen op de Amerikaanse tectonische plaat en verwijderen zich telkens een klein beetje van de rest. De eilanden in het midden en oosten daarentegen, liggen op hun eigen micro tectonische plaat ingeklemd tussen de twee continentale platen en worden telkens een beetje omhoog gedrukt. Deze micro plaat is zeer actief. De jongste vulkaan, Capelinhos op Faial, is ontstaan in 1958. Bij die uitbarsting vielen 8 doden. Na de hele weg door lieflijke groene akkers en weiden, afgezet met muurtjes en uitbundige bermen hortensias, gereden te hebben, doet Capelinhos aan als een bizar maanlandschap. Er zijn diverse wandelpaden uitgezet over de woeste vulkaantoppen waar zeldzame vogelsoorten broeden en voor de kust zijn natuurlijke poelen ontstaan waar je heerlijk beschut kunt zwemmen of van de rotsen duiken.
Na twee weken Faial zeilen we via een korte stop op Sao George naar het eiland Terceira. Sao George met z'n massieve body met daarboven tientallen vulkanische toppen, lijkt vanaf zee op een grote draak. We blijven er maar kort omdat er goede wind staat om verder te zeilen en we enigszins "haast" hebben omdat we in Terceira vrienden aan boord krijgen. Maar hier komen we nog wel terug. Goede wind is hier een relatief begrip. Volgens de weerkaarten zou het 15-20 knopen moeten waaien, maar in de windschaduw achter het eiland valt de wind vaak weg om vervolgens onaangekondigd met venijnige vlagen terug te komen. We zeilen langs ruige steile rotswanden waar watervallen vanaf komen. Daarboven bevinden zich groene heuvels met witte dorpjes en grazende koeien. Ook hier is het landschap weer gestructureerd door muurtjes van opgestapelde lavastenen en bloeiende hortensias. Eenmaal voorbij de noordelijke punt staat er weer een constante straffe bries. Het is helder weer. We kunnen zowel Faial, Pico, Graciosa als Terceira zien. De vaart zit er goed in. Ruim voor zonsondergang liggen we in de marina van Angra do Heroismo, midden in het historische stadscentrum met uitzicht op forten, kerken en een cathedraal. Op loopafstand van winkels, terrasjes, restaurants en ijssalon.

Pompen of verzuipen

Vlak voordat we de stad in willen gaan, worden we aangesproken door Henk en Marja, kersverse vertrekkers die onze boot herkennen van de website en met wie we wel eens gecorrespondeerd hebben. We blijven een tijdje staan praten en als we dan alsnog de kant op willen gaan, hoor ik Harry vloeken: "water!! Goed mis!!" We tillen de vloerluiken op en zien dat alle bilges onder gelopen zijn, ook die waar de accuus staan. Harry sluit snel de afsluiters onder het aanrecht en ontdekt meteen het euvel: de afvoer van de spoelbak ligt los en is gaan hevelen. Waarschijnlijk losgewrikt tijdens de heftige bewegingen tijdens de overstek. Dit had dus ook onderweg kunnen gebeuren! De extra "heavy duty" electrische bilgepomp, die we vorig jaar nog hebben aangeschaft en onlangs nog haddden getest, doet het niet!! Voor dit soort situaties hebben we een mobiele reserve electrische pomp met een heel lang snoer die we overal in de boot kunnen inzetten. Deze doet het gelukkig wel. Met de handpomp erbij plus hozen met een emmer, duurt het nog zeker een uur voordat alle water weg is. Wat een vieze zooi! Onder in de diepe bilgeput zit altijd een beetje diesel en olie, resten van het filterverwisselen. Twee grote "hermetisch afgesloten" plastic boxen met gereedschap, oa de boormachine en slijptol, zitten vol water. Alles stinkt en is vet. Ook wij zelf en alles wat we met onze vieze handen aanraken, zoals de kussens en het teaken brugdek. We horen onze buren klagen dat het naar diesel stinkt en voelen ons schuldig dat we deze mooie schone haven vervuilen. Tot 's avonds laat en ook de volgende ochtend nog, zijn we bezig met schoonmaken en testen of alles het nog doet. Wat een geluk dat we niet meteen van boord zijn gegaan!

Vulkanische activiteiten op Terceira

Onze vrienden Bert en Marjolein uit Nederland zijn gearriveerd met rugzakken vol boeken, tijdschriften, kaas, drop en drank. Het welkomsfeestje gaat door tot in de diepe uurtjes, maar onze nieuwe buurman klaagt niet. Buurman Bas van de Agaath is nl zojuist de Atlantische oceaan overgestoken vanuit New York en was naar eigen zeggen in diepe coma. Ja, ja, Bas, geef die oceaan maar de schuld. Als de poes van huis is..... Anderdaags gaan we met de auto op excursie. Helaas, het weer werkt niet mee waardoor we bij een aantal miradouros niet veel meer zien dan mist. Of zou het de drank van gisteren zijn? Na een bezoek aan de panadaria zijn zowel onze hoofden als het weer opgeklaard en gaan we een aantal vulkanische verschijnselen aan een nader onderzoek onderwerpen.

We beginnen bij lavagrot Algar do Carvao, wat letterlijk "kolenmijn" betekent. Dit is geen traditionele grot met stalagtieten en -mieten maar een vulkaanpijp. Wat is nu weer een vulkaanpijp? Dat is in feite de mond van een uitgedoofde vulkaan, de holte die ontstaan is nadat de vulkaan uitgespuwd was. Via een stijle trap van 220 treden daal je 100m de diepte in. Nog niet zo lang geleden kon je er alleen maar komen door in de nauwe holte met touwen ab-te-seilen. Beneden heb je een mooi zicht op de opening naar buiten. Op de bodem ga je via een zijgang naar een perfecte koepelvormige holte met allerlei gekleurd gesteente. Nog verder naar beneden is een ondergronds kratermeer. Heel bijzonder.

En daarna weer 220 trappen omhoog.....

In de directe omgeving van deze lavagrot ligt een fumarollenveld, een gebied waar stinkend hete zwaveldampen uit de grond opstijgen. Er tussendoor zijn wandelpaden en uitkijkplatforms aangelegd die je maar beter niet kunt verlaten. Onze volgende grot is eigenlijk geen grot maar een 700m lange lavatunnel die ontstaan is onder een lavastroom. Dat idee is eerlijk gezegd interessanter dan de tunnel zelf. Er staan her en der wel bordjes die tekst en uitleg geven over lavasoorten en vloeirichtingen enzo, maar dat boeit niet zo. Om onze toch al pijnlijke hoofden te beschermen, krijgen we een helmpje en dat leidt af. Het eerste stuk van de tunnel is relatief breed en hoog genoeg om rechtop te lopen. Hier lopen we over zgn touwlava. Daarna wordt het avontuurlijker. We gaan een zijtunnel in die steeds nauwer en lager wordt. Ook is er geen mooi pad meer. Omdat we op moet letten waar we onze voeten neerzetten tussen de scherpe lavastenen, knallen we met enige regelmaat met ons hoofd tegen het plafond. Plok, plok...

Bokkesprongen op Sao George

Van Terceira zeilen we, nu met Bert en Marjolein, terug naar Sao George. Een mooie dag maar met matige wind zodat de helft van de tijd de motor bij moet. Onze buurman in marina Velas wijst ons op een plek waar je volgens hem mooi kunt snorkelen. Alleen.... je moet dan wel over een muur en 3m hoge rotsblokken klauteren. Rotsblokken die net iets te ver van elkaar liggen met diepe spleten ertussen. En dat met snorkel en vinnen in je hand. Maar als we goed en wel (een enkeling met lichte schrammen) in het frisse water liggen, en ook al gekleurde vissen hebben gezien, komt iemand ons vertellen dat het hier verboden is te zwemmen. Eruit dus maar weer. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. De dames zijn verstanding, doen het rustig aan op handen en voeten en accepteren een handje van omstanders. Maar Bert is even vergeten dat ie geen 18 meer is en springt als een dolgedraaide klipgeit van de ene op de andere rots, waarbij hij z'n evenwicht steeds verder verliest en uiteindelijk net niet te pletter slaat maar als een dronkeman verdwaasd tegen de muur belandt. Tjezus!! "Saskia zou me nu de huid vol gescholden hebben", is het enige wat ie geschrokken uit brengt. Daarna hebben we hem de hele middag en avond niet meer gehoord, en wie Bert kent, weet dat dat heel uitzonderlijk is. We eten in alle rust aan boord, hoewel rust een betrekkelijk begrip is. Na zonsondergang is het een hels lawaai in de marina, veroorzaakt door honderden vogels (Shearwaters) die een slaapplekje zoeken in de steile rotswand.

De mist in op Faial

In de marina van Horta is het een drukte van jewelste en de havenmeester is gestressed. Hij verwacht over een paar dagen een regatta en wil daarom alle jachten langs de marinakade kwijt. Wij kunnen nog wel een plekje krijgen bij het onrustige service-dok langzij een andere boot, maar moeten iedere dag de boot verhalen omdat er altijd wel weer iemand is die wil vertrekken. Niet zo handig als je de hele dag van boord wilt. Het is niet alleen druk met jachten maar ook met geemigreerde Azoreanen uit de USA en Canada en vakantiegangers uit Spanje en Portugal. We huren voor een belachelijke prijs een van de laatste auto's en maken een mooie rondrit over het eiland met als hoogtepunt zwemmen in de lavapoelen bij de nieuwe vulkaan Capelhino. De Caldeira zit helaas weer eens in de mist. Tegen het einde van de middag staat er nog een wandeling langs de walvisfabriek op het programma, met mooie vergezichten over Horta en de zee, waarbij het ons blauw en groen voor de ogen wordt. 's Avonds heerlijke zeebaars gegeten in het restaurant van wereldzeiler Madruga.

De weg kwijt op Pico

We laten de boot achter in Horta en nemen de ferry naar Pico. Het eerste wat we doen als we na enige moeite een auto hebben gescoord, is de weg kwijtraken. Niet 1 keer, niet 2 keer maar eigenlijk de hele tijd. Toch wel bijzonder, want je zou toch denken dat met zo'n markant herkenningspunt als een vulkaan, je altijd weet waar je je bevindt. Het mag de pret niet drukken, want zo krijgen we nog meer van dit prachtige eiland te zien. Ook hier zijn de bermen weer afgezet met hortensias. Het lijkt wel of ze nog hoger en uitbundiger zijn dan op de andere eilanden.
Als we na enige kronkelige omwegen en oponthoud door koeien bij onze bestemming aankomen, vertelt de receptioniste met een stralende glimlach dat de eerstvolgende rondleiding door de Gruta dos Torres volgende week vrijdag is! We vragen waarom we niet bij de middagtour kunnen aansluiten. Helmpjes! Ze hebben niet genoeg helmpjes! We doen het bijna in de broek van het lachen en zoeken maar weer een panaderia op. 's Middags gaat het tourtje verder langs de andere kant van het eiland. Eerst via een spectaculaire kustweg naar Zona de Adegas, een mozaiek van kleine wijngaarden dat tot Unesco Wereld Erfgoed verklaard is. De wijnstokken staan niet rechtop, maar liggen met soms maar 3 of 4 wijnstokken tegelijk op de grond, beschermd door stapeltjes lavastenen. Het ziet er gek uit. Een beetje armoeiig ook wel. Ik zou het niet als wijnranken herkend hebben, en heb ook geen druif gezien. Daarna dwars over de bergen naar het havenstadje Lajes. Het walvismuseum waar we voor kwamen is 's maandags gesloten. Stond wel in de reisgids, maar wie leest dat nou? Als je uit Amerika komt ben je niet meer gewend dat er ook dagen zijn waarop iets gesloten is. Het terras is geopend en de locale witte wijn smaakt voortreffelijk. Goed gezelschap en uitzicht op een haventje met bootjes. Wat wil je nog meer?
We gunnen onze gasten een rustdag op Faial en zeilen dan weer richting Terceira met wederom een korte stop op Sao George. De meisjes gaan zwemmen. Deze keer in de Piscina Natural, lavapoelen met gemakkelijke trapjes en een badmeester die een oogje in het zeil houdt. Bert houdt het wijzelijk voor gezien en helpt Harry met het niets doen. De mannen missen wel wat, want het is hartstikke mooi. Nog spectaculairder zijn de lavapoelen in Boiscuitos, aan de noordkust van Terceira, waar de golven met bruut geweld op de rotsen slaan en de poelen voor onnozelige toeristen als ons, met een rood-wit lint zijn afgezet. Voor de mannen hebben we een aangepast programma: een wandeling naar het fort, het Columbus monument en een bezoek aan de kathedraal van Angra waar een zeer merkwaardige kruisweg met machinegeweren is te zien. En toen waren de 10 vakantiedagen opeens voorbij. Bert en Marjolein, het was weer ouderwets gezellig! Tot gauw in Amsterdam!

Het laatste eiland