Zuid Brazilie

Een krabbend anker en kleffe pasta

Woensdag 21 Januari. De weerkaarten zien er goed uit en voor het eerst sinds een dikke week laat de zon zich weer voorzichtig zien. We hebben Salvador onderhand wel gezien en carnaval komt dichterbij. Hoogste tijd om verder te gaan. Mike gooit onze trossen los en enthousiast hijzen we de zeilen. Er staat een zwakke wind en de zee is nog een beetje woelig van het slechte weer de afgelopen weken. Bovendien hebben we stroom tegen. Niet echt plezierig zeilen. We rollen van links naar rechts en de giek staat gevaarlijk te klappen. De wind weet ook niet goed wat ze wil en ieder half uur moeten we het hele zooitje over de andere boeg gooien. Ik haat voordewindse koersen! Als we eenmaal de baai uit en verder op open zee zijn wordt het langzaam beter en al gauw verdwijnt de sky-line van Salvador achter de horizon. 's Middags neemt de wind toe tot een knoop of 25 en spuiten we er vandoor. De lucht betrekt, maar we houden het droog. Onze bestemming is Morro de Sao Paulo, een klein dorpje zo'n 30 mijl ten zuiden van Salvador. Van oorsprong is dit een vissersdorpje, maar tegenwoordig is het de favoriete vakantie / weekend bestemming van de locale bevolking. Al gauw komt de witte vuurtoren in zicht. De aanloop is smal maar niet echt moeilijk. Toch is het weer goed opletten. Niet te veel naar links want daar liggen rotsen. Ook niet te veel naar rechts want dan stranden we op een zandbank. Met stroom mee en de wind in de rug surfen we met 6.5 knoop naar binnen. Voor het houten steigertje van de Iate Clube, een houten droomhuis met rieten dak, verscholen achter weelderig groen, laten we ons anker vallen. Ik ga naar binnen en zet het eten op. De pasta kookt nog niet of Harry roept dat het anker niet houdt. Snel motor aan, anker ophalen en een eindje verderop het nog eens proberen. Toch wel fijn zo'n electrische ankerlier, vooral als ie werkt. Na een kwartiertje liggen we weer. Ik ga weer verder met het etenkoken, maar heb de spekjes nog niet in de pan of het is weer raak. De zon is ondertussen al onder en het is pikdonker. De wind is verder aangewakkerd en er staat een stevige stroom op de rivier. We hebben de fout gemaakt door de zalinglichten eraf te halen en lopen nu op het dek te klooien met een lullig zaklantaarntje. Batterijen leeg. Ja hoor, dat zul je altijd zien. Tot drie keer toe moeten we het anker lichten en opnieuw uitgooien. M'n maag rammelt en daar word ik sjaggerijnig van. We lopen tegen elkaar te foeteren als kleuters. Om 22.00 kunnen we dan eindelijk aan tafel: kleffe pasta met aangebrande spekjes in kaassaus. Niet goed voor je relatie.

Een nat pak

Die nacht blijven we onrustig achter ons anker wiebelen maar 'ochtends worden we beloond met het gefluit van vogels en een strak blauwe lucht. We nemen voor het eerst onze ankerplek goed in ons op en wat ik gisteren nog een K-plek vond ziet er vandaag uit als een paradijs. Prachtige witte stranden met palmbomen en rijk begroeide heuvels met daartussen af en toe een huisje. Het heeft geregend en het ruikt heerlijk tropische, net als thuis in Singapore. In ons lekke bootje (de lijm laat steeds los door de hitte) peddelen we naar de kant en verkennen het plaatsje. Er is een mooi oud fort gedateerd uit de 16e eeuw dat de vijand (lees Hollanders) buiten moest houden. De oude stadsmuren zijn goed bewaard gebleven en je komt de stad binnen door een grote poort. We klimmen naar de vuurtoren vanwaar we een prachtig uitzicht hebben. In de pilot staat dat Morro de Sao Paulo recentelijk ontdekt is door toeristen maar nog niet verpest is en nog steeds de sfeer uitademt van een vissersdorp. Nou, geen visser gezien, maar wel massa's roodverbrande badgasten. Het grote voordeel hiervan is de ruime keuze aan restaurants en we eten ons dan ook te buiten in een "comida a quilo" restaurant. Als we 's avonds aan boord van de zonsondergang genieten zien we het gele bootje van Mike binnenlopen. In de sfeervolle openlucht-bar van de Iate-club worden we hartelijk verwelkomd door de jonge beheerders Daniel en Juliana en hun lieve St Bernhard hond die net 6 jonkies heeft gekregen. De caipirinha smaakt voortreffelijk, en als ik later van de steiger in het wiebelige bootje wil stappen trekt Harry net de landvast aan en lig ik in het water.

Snorkelen en vogelen op de Abrolhos eilanden

De 285 mijl naar de Abrolhos-eilanden leggen we in een ruk af. Als het moet kunnen we eventueel Ilheus nog wel aanlopen, maar daar zijn twee weken geleden twee zeiljachten het slachtoffer geworden van een gewapende overval. Na de goede afloop van ons avontuur in Recife hebben we geen zin om het lot te tarten. Er staat een matige windje en af en toe moeten we de motor iets bijzetten om niet door de stroom op de kust gezet te worden. De stuurautomaat en de windvaan doen het overgrote deel van het werk en terwijl Zwerver rustig met drie knoopjes voortkabbelt, liggen wij gewoon een beetje te luieren. Er is weinig scheepvaart en de wachten zijn dan ook een makkie. Na twee dagen en nachten zeilen komt de vuurtoren in zicht. Het is 23.00 uur en we varen door een nauw kanaal met aan weerszijden twee grote gevaarlijke riffen. Niet bepaald een plaats om 's nachts aan te lopen. We halen de snelheid uit het schip (voor zover dat nog kan) en varen een paar mijl terug om de tijd op open water uit te zitten. Om 5 uur 's ochtens is het al weer licht en zetten we de tocht voort om twee uur later lekker aan een moorring te liggen. De Abrolhos-groep is een beschermd natuurgebied en bestaat uit vier kale rotsige eilanden. Hier vind je de grootste concentratie koraalriffen in Brazilie en het is dan ook de beste duik / snorkelplek in heel Brazilie. In September komen hier duizenden bultrug walvissen om hun jongen ter wereld te brengen. En maar liefst drie soorten reuze schildpadden leggen hier hun eieren. Op het hoofdeiland is een militaire basis en een milieu organisatie gevestigd. Zodra we gesignaleerd zijn krijgen we bezoek van Edzol die ons de spelregels komt uitleggen van het natuurreservaat: niet speerfishen, niet dumpen, alleen onder begeleiding van de milieu organisatie (IBAMA) aan land. We brengen onze dagen door met luieren, snorkelen en birdwatching. De rotsen zitten vol met fregatvogels en hele vreemde tropiche meeuwen met een lange pluimstaart en een knalrode snavel. Sorry voor deze achterlijke omschrijving, maar wij kunnen amper een mus van een kanarie onderscheiden. We hebben een paar vogelaars in de familie en kennissenkring, die zullen het wel weten. Het water is glashelder, een goede gelegenheid om het onderwaterschip maar weer eens te schrobben. Het valt mee, hoewel de antifouling langs de waterlijn er behoorlijk afgesleten is. Er ligt nog een zeiljacht, een duitser, en overdag komen er twee duikboten met dagjestouristen. We ergeren ons blauw aan die gasten. In plaats van een moorring op te pikken, gooien ze klakkeloos hun anker in het breekbare koraal. Ik zou ze onmiddellijk een fikse boete opleggen en hun vergunning intrekken. Maar ja, tourisme brengt geld in het laadje.

"You fucked-up my paint"

Onze volgende stop is Vittoria, 165 mijl verder naar het zuiden. Vittoria is een belangrijke exporthaven voor koffie, hout en ijzererts. De grote terminals en de stinkende schoorstenen van de plaatselijke Hoogovens zijn van verre al te zien. Ondanks recordsnelheden van soms 8.5 kn komen we toch net niet voor zonsondergang aan. Met behulp van GPS en Radar omzeilen we de zandbanken en moren we langzij een grote Franse trimaran. Uitslapen is er niet bij. Om 7 uur worden we gewekt door een Frans accent: "he Sfurfur, wake-up, you fucked-up my paint". Het is Olivier die, terecht, niet blij is dat we een oude autoband tegen zijn gele romp hebben gehangen. Het is echter een aardige kerel en 's avonds gaan we gezellig samen op stap. Vanuit een touristisch oogpunt hebben we weinig te zoeken in Vittoria, maar het is een goede aanloophaven om even een pitstop te maken. De tanks en voorraadkasten worden weer gevuld en de bemanning eet zich ziek aan een kilo biefstuk. In Vittoria gaan we ons ook maar weer eens een keer melden bij de Capitania dos Portos. In Brazilie zijn ze dol op paperassen en officieel moet je je in elke haven melden bij de Policia Federal, Capitania dos Portos en soms ook nog bij het Ministerio de Saudage. Wij hebben dit sinds Cabedelo niet meer gedaan en om eventuele problemen in Rio te voorkomen brengen we nu maar even snel onze zaakjes weer op orde. De Capitanaria is een groot militair complex en we worden als eregasten door een matroos in "Peppie en Kokkie"-pakje naar de kapitein gebracht. Deze is erg behulpzaam en binnen 10 minuten staan we weer buiten met de benodigde stempels. We worden bijzonder vriendelijk en gastvrij ontvangen in Iate Clube Espirito Santo. De eerste drie dagen zijn gratis en mogen we gebruik maken van de uitstekende voorzieningen als zwembad, sauna, snookercentum. We kunnen de PC van het regatta-centrum gebruiken en een clublid draait voor ons een paar kleurenprinten uit van de weerkaarten. Ze willen er niets voor hebben. De Iate Clube is een actieve club. Er worden zeilraces gehouden die zwaar gesponsord worden door de Prefectura (overheid) en Petrobras (Braziliaanse Shell). In maart start er een race naar Rio en elke deelnemende boot ontvangt US$1000 startgeld. Het is een beetje te laat voor ons anders hadden we zeker meegedaan. De meeste boten zijn echter motorjachten met grote professionele hengelinstallaties achterop. Er wordt hier gevist op Blue Marlin. Rijke touristen, met name uit Amerika, leggen hier $300 per dag neer om op bloedige wijze zo'n prachtig beest te vangen. Trots poseren ze er mee voor de camera. Walgelijk!

Waarom hebben wij dat nu weer?

We vertrekken 's ochtends vroeg uit Vittoria op weg naar Buzios, weer 185 mijl zuidelijker. Er staat een heerlijke wind en de eerste dag en nacht maken we uitstekende voortgang. Volgens de pilot is dit het drukste gedeelte van de Braziliaanse kust. Er ligt een enorm olieveld met veel boortorens die allemaal bevoorraad moeten worden. Ook wordt er gewaarschuwd voor allerlei sleepcombinaties met de meest wilde navigatielichten. We merken er echter weinig van. Wel vliegen er veel helicopters af en aan. De volgende dag laat de wind het helaas totaal afweten. De barometer zakt behoorlijk en donkere wolken pakken zich boven ons samen. Het zicht wordt slechter en binnen een kwartier zitten we in een dikke vette mist. We zetten de radar aan en varen blind op een waypoint dat we in de GPS gezet hebben. Vanaf dat punt zouden we een witte 5 sec flash moeten zien die een rotseiland markeert waar we omheen moeten. Dan is het nog 3 mijl naar de ankerplek. Nou, mooi niks te zien natuurlijk, behalve een grote vissersboot met een piepklein rood lichtje die rakelings voor ons langs gaat. Oeps, dat is schrikken! We zagen hem aanvankelijk niet op de radar omdat het radarbeeld verstoord was door regenbuien. Die storing (clutter) kun je wegdraaien, maar je loopt dan het risico dat je dan ook andere echo's wegdraait. We hebben er allebei geen vertrouwen in en besluiten weer een stukje terug te varen om de nacht op open zee uit te zitten, veilig ver weg van riffen en rotsen. Ontzettend balen natuurlijk als je op werpafstand van de haven bent! Het wordt een vreselijke nacht. De wind begint aan te wakkeren tot 7 Bft en er breekt een hevige onweersbui los. Het ziet er spookachtig uit. Samen met de uitgaande stroom van 2 knopen worden we net iets te ver open zee opgedreven. De volgende dag moeten we ruim 15 mijl goedmaken, maar nu wel tegen de wind en stroom in! Shit! We kruisen zo hoog mogelijk aan de wind en maken amper 3 kn voortgang. Als we de motor willen bijzetten om iets meer vaart te krijgen, begint deze na 10 minuten te sputteren en houdt er vervolgens mee op. Nog meer shit! Het gevloek van de schipper is niet van de lucht. Ik wed dat het grote Jezusbeeld in Rio straks voor ons z'n armen niet meer spreidt. Maar ja, het is tenslotte een zeilboot en er staat wind, dus wat hebben we nou eigenlijk te klagen? Het begint op te klaren en het zonnetje gaat schijnen. Het wordt een heerlijke zeildag en de motorproblemen schuiven even naar de achtergrond. We zien honderden kleine witte zeiltjes voor ons in de baai. De finals voor de Braziliaanse lasercup. Het is een mooi gezicht. We kruisen tot vlak voor de Iate Clube maar moeten dan een moorring zien op te pikken. We maken voor de zekerheid ook het ankergerei maar vast klaar voor als het mis gaat. Het gaat echter voorbeeldig. Ik zeil de boot naar binnen en rol de fok in en Harry laat op het juiste moment het grootzeil zakken en weet ook nog de moorring op te pikken. En dat zonder pikhaak! Wat een teamwork. Later horen we van Mike en Iris dat het een prachtig gezicht was en heel wat mensen hebben ons op de foto gezet. Dat geeft toch wel weer een lekker gevoel. Mike is kroegbaas maar heeft ook verstand van motoren en komt de volgende dag even een kijkje nemen. Een bevestiging van wat we al vermoeden: lucht in de leiding en vuil in de filters. We dachten dat we geen filters meer hadden en hebben al stad en land afgezocht maar konden niet de goede krijgen. Dit was overigens bijna een aanleiding tot een echtscheiding, want filters en impellers stonden hoog boven aan onze reserve-onderdelenlijst. Het schip moet er mee vol liggen! En jawel hoor, nadat Harry z'n troep heeft opgeruimd komt daar het voorraadje filters te voorschijn. Voorlopig loopt de motor weer en zijn we weer even uit de brand. Maar als de boot straks in Uruguay de kant op gaat moeten de dieseltanks gereinigd worden en dat zal nog een hele klus worden want die zitten onder in de bilge.

Buzios: het Saint Tropez van Brazilie

Buzios was ooit een rustig vissersplaatsje maar nadat Brigitte Bardot er met haar Braziliaanse vriend in een pousada (guesthouse) heeft overnacht, wordt het nu overspoeld door toeristen. Er is een Brigitte's guesthouse, Brigitte's bar, Brigitte's restaurant en op de kop van de haven staat zelfs een standbeeld van "la Bardot". Het dorpje ligt in een mooie baai met tientallen eilandjes. Het water is azuurblauw en op de groene heuvels staan prachtige villa's. Je waant je hier in Italie of zo. Dit wordt dan ook wel het Saint Tropez van Brazilie genoemd. De prijzen zijn overigens ook erg Mediterranees. Zondag lopen er maar liefst twee joekels van cruise-schepen binnen. Het is gedaan met de rust en P&O zorgt voor behoorlijke horizonvervuiling. Kleine bootjes varen af en aan om de passagiers aan wal te brengen. Daar worden ze met life-muziek opgevangen door zo'n beetje de hele middenstand van Buzios die al hun prullaria proberen te slijten. En zo te zien lukt dat aardig. Kassa! Twee duizend ijsjes, twee duizend drankjes, twee duizend souveniertjes, dat is natuurlijk interessanter dan die paar armzalige cruisers met hun boot volgeladen pindakaas en erwtensoep.

We besteden onze tijd in Buzios voornamelijk in het internet-cafe. Gezeur met banken en verzekeringsmaatschappijen en de Nederlandse belasting die van een kale kip veren probeert te plukken. Ook het thuisfront is er maar weer druk mee. Als we 's avonds in de vissershaven genieten van onze dagelijkse caipirinha worden we in het duits aangesproken door Carlos von Liebich. Carlos was tot voor kort colonel van de Braziliaanse paratroepen en het gesprek gaat onmiddelijk over vliegtuigen, parachutes en relatief springen. Zijn familie is al drie generaties in Brazilie maar komt oorspronkelijk uit Giessen, waar z'n opa, Justus von Liebich een dusdanige beroemdheid is dat hij er een standbeeld heeft en er een universiteit naar hem vernoemd is. Schijnt dat de beste man iets uitgevonden heeft. De volgende dag toeren we met Carlos door de omgeving. De ene baai is nog mooier dan de andere. Persoonlijk vinden we dat er wel een beetje erg veel pousadas gebouwd worden. Je kunt nauwelijks meer bij de stranden komen en de authentieke vissersatmosfeer is zo goed als verdwenen. We nodigen Carlos uit bij ons aan boord. Hij vind het fantastisch en wordt al helemaal lyrisch tijdens het korte tochtje in de dingy. "Fantastic, so close to nature". Tja, met die lekke dingy zit je inderdaad wel erg dicht op de natuur.

Jezus is in de wolken

Vrijdag de dertiende (op het water heb je gelukkig geen zwarte katten) vertrekken we richting Rio de Janeiro, een tocht van ongeveer 75 mijl. Er staat net genoeg wind om de zeilen bol te houden en rustig glijden we langs een beeldschoon landschap. Het is zorgvuldig navigeren met al die kleine rotseilanden maar het zicht is goed en er doen zich geen problemen voor. Tegen de avond ronden we Cabo Frio, de Koude Kaap. Deze dankt zijn naam aan het arctische water dat door de Falklandstroom hier aan de oppervlakte komt. Het koude water bevat veel plankton en we passeren dan ook regelmatig een grote visserstrawler. Onder zeilers wordt Cabo Frio ook wel de Stormkaap genoemd. Het weer kan er bar en boos zijn en met zuidelijke wind ontstaan er verwarrende kruiszeeen. Wij krijgen gelukkig niets van dit alles. Wel zien we achter ons een onweersbui ontstaan. Het rommelt om ons heen en af en toe voelen we een spatje. De zonsondergang is spectaculair met woeste oranje en paarse windveren in allerlei grillige vormen. Slecht weer op komst.

Tegen de ochtend naderen we Rio. Er zijn van die plaatsen als Hongkong en New York waar je van droomt om ooit nog eens met je eigen bootje binnen te varen. Rio hoort beslist ook in dit rijtje thuis. Het wordt een onvergetelijke ervaring.Om vijf uur komt de zon op en zet de zeilen in een oranje gloed. Het vlakke water is donker en heeft een blauwe olie-achtige glans. Er scheren een paar vogels laag over het water en je hoort alleen het zachte kabbelen van het water. En af en toe een zacht geronk afkomstig van de schipper die binnen ligt te slapen en het mooiste moment van de dag aan zich voorbij laat gaan. Voor ons verschijnt een ongelooflijk prachtig berglandschap waarvan de toppen nog in de ochtendnevel zijn gehuld. Aan de voet daarvan, heel klein nog, een strand met contrasterende witte torenflats. Dat moet Copacabana zijn. De karakteristieke vorm van het beroemde suikerbrood is goed te onderscheiden. Links daarvan zie ik ook de Corcovado maar Jezus blijft verscholen in de mist. Altijd al een beetje een wazig figuur gevonden. Ik zet een potje koffie, bak eieren en zit intens te genieten van dit unieke moment. Dan steekt de schipper z'n verwarde slaperige kop door het luik: "weet je wel hoe hard we gaan? Nog geen 1 knoop!" Wroem, de motor wordt gestart en het is gedaan met de rust. Ook goedemorgen!

Het is dan nog zeker 10 mijl naar de jachthaven en ondanks dat we de motor hebben bijstaan, schieten we voor geen meter op. het wordt laag water en we hebben de getijde stroom tegen. Het kan ons niet deren. De stuurautomaat doet het werk en wij liggen heerlijk met verrekijker en camera op het voordek. Rio kruipt langzaam dichterbij, de zon verjaagd de nevel en als Jezus ons met gespreide armen verwelkomt is het plaatje kompleet. We varen vlak onder het Suikerbrood door de Guanabara-baai binnen. En dan begint het ge-etter weer. De motor begint onregelmatig te lopen. Oh nee, niet nu met al die rotsen om ons heen! Het is praktisch windstil, we hebben dus niets aan onze zeilen. Met pruttelende motor varen we even later Marina da Gloria binnen. En net als we een moorring willen oppikken, geeft hij de pijp aan Maarten. Snel de stootwillen ophangen. Met het kleine beetje vaart dat we nog hebben ontwijken we een boei en leggen we zachtjes langzij de "Brillance" van onze Engelse vrienden Mike en Iris. De havenmeester stond ons al op te wachten en had niet eens door dat we zonder motor aankwamen. Daar liggen we dan in een van de beroemdste steden van de wereld. Wie had dat ooit gedacht.

Rio de Janeiro

Marina de Gloria ligt midden in het centrum van Rio, lekker makkelijk. Dat is dan ook gelijk het enige positieve aan deze jachthaven. We betalen R$78 per nacht, ruim vijf keer zo veel als elders in Brazilie. En dan vertellen ze ons ook nog doodleuk dat volgende week tijdens carnaval de prijzen verdubbeld zullen worden! Het water in de haven is een vieze stinkende smurrie en er drijft van alles in. We sluiten de afsluiters om de rioollucht buiten te houden en spuiten de landvasten in om de kakkerlakken op de wal te houden. We zien dat sommige boten ronde plastic schijven om hun landvasten hebben zodat de ratten niet aan boord kunnen komen. Daar komt nog eens bij dat je na zonsondergang niet veilig de poort uit kunt ivm gewapende overvallen die hier heel normaal schijnen te zijn. Mike en Iris krijgen op klaarlichte dag een groot mes onder een neus gedrukt. Of ze a.u.b. even hun geld willen afgeven. Als ik 's ochtends ga joggen langs de waterkant word ik begeleid door de Policia Militar in een klein golfkarretje. We hoorden van Mark en Ruth van Thalassa II dat er aan de overkant van de baai in Niteroi een mooie jachtclub is met uitstekende fasciliteiten die bovendien stukken goedkoper en veiliger is. We besluiten dan ook om niet meer dan 5 dagen hier te blijven. Dat moet genoeg zijn om de stad te verkennen en onze zaakjes te regelen. De eerste twee dagen besteden we om de boot weer op orde te krijgen. Harry gaat op jacht naar diesel- en oliefilters en begint er lekker een smerige bende van te maken. Er komt een scheepselectricien naar onze lader/omvormer-combie kijken. Sinds onze aankomst in Brazilie doet onze accu-lader het niet meer. Eigenlijk verbaast ons dat niets. Als je hier naar het electriciteitsnet kijkt schrik je je rot. Draden waar 240V op staat worden knullig vastgeplakt en worden eindeloos doorgelust op de marina's. Bovendien hangen ze vaak in het zoute water. Ook is het telkens weer afvragen of je nu 110V of 220V hebt. De havenmeester weet het zelf ook niet en vertelt je gewoon wat je horen wilt. De electricien komt niet verder dan de conclusie dat de omvormer het wel doet, maar de oplader niet. Tja, zo snugger waren we zelf ook nog wel. Hij vertelt ons dat het ding terug moet naar de dealer. Ook leuk zeg, die zit in Nederland. Nou, dan doen we het nog maar even met ons kleine auto-opladertje. We willen er niet al te veel tijd aan verliezen en laten het er maar bij. Tijd om Rio te verkennen. Natuurlijk gaan we met de kabelbaan naar de top van het suikerbrood. We staan er 's ochtends als eerste (met nog zo'n 50 andere toeristen) en hebben een fantastisch uitzicht over de baai en de stad. Van hieruit is ook Jezus goed te zien. Wat is ie lelijk zeg! Daarna gaan we op jacht naar kaarten voor het carnaval. Valt dat even tegen. De beste plekken zijn al maanden geleden uitverkocht. De enige kaarten die nog over zijn gaan voor woekerprijzen van de hand. Teleurgesteld laten we het even bezinken en gaan naar Copacabana. Ook dat valt tegen. Het is gewoon een groot kaal zandstrand aan een drukke boulevard met dure hotels en restaurants. Hetzelfde geldt voor Ipanema, beroemd van het liedje. Misschien zijn we gewoon een beetje verwend? Het vrouwelijk schoon is werkelijk niet om aan te zien. Veel te dik en veel te grote bikinies. De travestieten zien er beter uit. Het stikt er van de prostituees en regelmatig zie je een dikke grijze Europeaan met zo'n jong huppeltrutje van een jaar of 16 aan de arm. Gedver! In de stad is niets van het naderend carnaval te merken. Geen versierde straten en winkels zoals bij ons in Nederland. Eigenlijk is Rio niet zo veel aan. Het is een beetje een dode stad zonder hart of ziel. Veel rijke mensen en dure winkels terwijl je tegelijkertijd struikelt over de verslaafden en daklozen. De tegenstelling is enorm groot.

Carnaval

We hebben weer eens mazzel. Als we in de jachtclub van Niteroi aankomen, ligt daar ook de Lizard uit Wiesbaden, een stalen v.d Stadt, die we een tijdje geleden in Vitoria zijn tegengekomen. Zij hebben vrienden in Rio en die weten kaarten te bemachtigen voor de grote carnavalsoptocht in het Sambodromo. Peter en Gerd lopen mee in de optocht. Dat zien wij niet zitten en we zijn al lang blij met onze zitplaats aan het begin van het stadion. Het Sambodromo is een langwerpig stadion van ongeveer 700m. Aan onze kant zijn betonnen tribunes, die zijn voor het plebs. Ze kosten nog wel altijd US80 per stuk, voor de doorsnee Braziliaan is dat bijna een maandloon! Aan de overkant zijn VIP-loges en speciale ruimten voor de jury en de pers. Er doen dit jaar 14 samba-scholen mee met ieder ongeveer 6 enorm grote praalwagens en ruim 4000 deelnemers in de meest fantastische costuums. Het is een en al glitter en glamour. Je komt ogen te kort. Iedere Samba-school krijgt 80 minuten de tijd voor z'n show. Alles is tot in de puntjes verzorgd. Kleuren zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd en iedereen kent z'n danspasjes goed uit het hoofd. De stoet wordt ingeleid door de samba koning en koninging. Vooral de koninging krijgt alle aandacht van de pers. Vaak zijn de kostuums niet meer dan een lange kralenketting om een geverfd lichaam met op het hoofd een grote imposante verentooi en natuurlijk veren in de bilnaad. Deze meiden worden duidelijk geselecteerd op hun borsten en billen. Het is werkelijk ongelooflijk hoe wulps als ze ermee draaien. En dat allemaal op van die hele hoge naaldhakken. Dit is het Rio wat we kennen van de TV. Het regent met bakken uit de lucht, maar we blijven zitten tot het einde en komen 's ochtends om 7 uur als verzopen katten terug in de jachthaven.

Sjans met een travestiet

Peter heeft kaarten geregeld voor het Grande Baile de Gay in het Scala, zoiets als de IT in Amsterdam. Gerd (60) und Helga (63) denken dat we naar een gala-bal gaan en Helga trekt haar schonste Kleid an. Als we met de taxi aankomen staat er een hele haag van mensen en TV-ploegen waar we doorheen moeten. Als Harry voorbij loopt in z'n joggingbroek en gaten T-shirt begint de meute te joelen en te klappen: "gay! gay! gay!". De schipper is ogenschijnlijk niet van z'n stuk te brengen en zwaait vrolijk als een echte celebrity terug, maar pakt toch maar voor alle zekerheid stevig mijn hand vast. Ik hoop dat hij nu eindelijk eens naar de kapper gaat. Binnen is het al lekker druk. Je weet niet wat je ziet. De "Dragon-queens" zijn fantastisch uitgedost en je moet echt drie keer kijken of het een man of een vrouw is. In de dames-toiletten staat er een overdreven wuftig z'n haar te doen. Harry vertelt dat het er in de herentoiletten nog vreemder aan toe gaat. Op de dansvloer staan verhoogde palen waarop stevig gespierde body-builders in strakke broekjes met hun kont staan te draaien om het publiek op te warmen. Helga vindt het allemaal fantastisch en is blij dat ze is meegegaan. Hoe later het wordt, des te heter het er aan toe gaat. Er gaan steeds meer kledingstukken uit. Harry staat zich een beetje te verlekkeren aan een schaars geklede blonde "dame" met hele grote blote borsten. De "dame" in questie is ook gecharmeerd van de schipper met z'n lange haar en samen poseren ze gewillig voor de camera. Als ik Harry vertel dat ze een travo is, laat hij z'n danspartner gauw los. Tijd om de kooi op te zoeken. Wederom komen we tegen daglicht thuis.

Baia de Ilha Grande, de parel van de Braziliaanse kust

We blijven nog ruim een week in Club Naval de Charitas in Niteroi (Rio) en worden ondergedompeld in het club-leven. BBQ, etentjes, bioscoop, allemaal erg gezellig, maar het benauwd wel een beetje en we willen weer verder. We nemen afscheid van onze nieuwe Braziliaanse vrienden Renato en Suzie en vertrekken samen met de Lizard richting Ilha Grande. Er staat slechts een zwak briesje en we moeten dan ook de hele weg de motor bijzetten. We schieten voor geen meter op. Het log komt niet verder dan 3 knopen. Het lijkt wel of Neptunus aan de kiel hangt en ons probeert tegen te houden. Het spookachtige Christus-beeld is nog lang te zien. De verlichting is slecht gedaan. Dat kunnen ze in Eindhoven beter. Na een rustige nacht zonder bijzonderheden komen we 's ochtends vroeg aan op onze eerste ankerplek. Sara en Yoann met hun kleine 7m bootje liggen er ook. Ze vertellen dat ze krokodillen hebben gezien op het eiland.

Het is werkelijk een klein paradijs. De baai is omringd door hoge bergen begroeid met jungle. Door het groene bladerdek komen gele en paarse bloemen. Het ruikt heerlijk fris naar Robijn-geurbeultjes en overal om ons heen horen we vogels. Jammer dat het er ook stikt van de muggen. Het heldere water is azuur blauw-groen en nodigt uit om te zwemmen. We duiken met borstel en broodplankjes onder de boot om de aangroei er maar weer eens af te halen. Het wordt hoogste tijd dat Zwerver uit het water gaat. Geen wonder dat we geen voortgang maken. De volgende ochtend gaan we vroeg op pad om het eiland te verkennen. We klimmen de heuvelkam over naar de andere kant en komen uit bij een heerlijk groot strand waar een enorme branding staat. En al dat moois hebben we helemaal voor ons alleen. Zo zijn er ruim 350 eilanden met idylische ankerplekken. Alleen al in dit gebied heb je amper genoeg aan 6 maanden!

Afscheid van vrienden

We blijven ruim een week in Baia de Ilha Grande. Het wordt herfst en het weer wordt langzaam maar zeker slechter. We krijgen het ene zuidfront na het andere over ons heen. Veel regen en tegenwind. We volgen de nauwkeurig de weersvoorspellingen en liggen regelmatig verwaaid, wachtend op het juiste gaatje. Ondertussen maken we een uitstapje met de bus naar Parati, een schilderachtig klein plaatsje met mooi gerestaureerde huizen en hobbelige keienstraatjes. Onze Franse vrienden Yoann en Sara zijn in een mineurstemming. Hun bootje is te klein om verder naar het zuiden te gaan. De charmante "Peloch" is te koop, maar er heeft zich nog niemand gemeld. Bovendien is hun budget op en moeten ze naarstig op zoek naar werk. Ze keren weer om richting noorden. Caribe? Frankrijk? Ze weten het nog niet. Jammer, ze zijn zo'n eind gekomen. We hebben bewondering voor deze knappe prestatie. Ik ken maar weinig mensen van 24 jaar die zoiets ondernemen. We nemen met tegenzin afscheid.

Nadat we proviand hebben ingeslagen, varen we samen met de Lizard verder naar het zuiden, richting Santos, een tocht van 160 mijl. Santos is de belangrijkste en grootste havenstad van Brazilie op een steenworp afstand van Sao Paulo, het commerciele centrum van dit land. Als we Santos naderen wordt het steeds drukker met het scheepverkeer. Op de rede liggen tientallen grote vrachtschepen en tankers voor anker. Uitkijken dus. Het gaat echter voorspoedig, behalve dan dat we 's avonds laat binnenlopen. We hebben geen zin om buiten te wachten met al dat scheepverkeer. Bovendien is de aanloop relatief simpel en hebben we een goede detailkaart van dit gebied. We wagen het er maar op. Alleen de laatste 2 mijlen zijn even lastig. We moeten door een piepklein kanaaltje met ondiepe bochten. Het is stikkedonker en de vaargeul is niet betond. Harry staat voorop met de schijnwerper en geeft aanwijzingen en ik loods Zwerver voorzichtig naar binnen. Aan de eerste de beste dwarssteiger leggen we aan en duiken moe maar voldaan in het vooronder. Het is dan al 01.00 's nachts. Als we net goed en wel ingedommeld zijn klopt er een over-actieve bewaker op de boot. Of we ons a.u.b. even willen melden. Zijn ze nou helemaal van de pot gerukt? In koor roepen we "manana" en laten de beste man lekker op de steiger staan. De volgende ochtend moeten we de boot een klein stukje verleggen om ruimte te maken voor de "Parati", de boot van de Braziliaanse zeeheld Amir Klink, die overwinterd heeft op Antarctica. Ook zij komen 's avonds laat aan, zodat wij de enigen zijn die hun lijnen kunnen aannemen. Amir zelf is helaas niet aan boord (zit met de "Parati 2" in het pakijs) maar z'n vaste crew is niet te beroerd om al onze nieuwsgierige vragen te beantwoorden. De jongens vinden al die aandacht van twee Hollanders wel leuk en als aandenken krijgen we een sponsor T-shirt. Die dag komt ook Dominique binnenvaren. Sinds de Kaap Verden hadden we elkaar niet meer gezien dus we hebben veel bij te praten.

Sao Paulo

In Santos valt geen bal te beleven, maar we zijn hier speciaal naar toe gekomen om Carlos en Luiza in Sao Paulo op te zoeken. Tot onze eigen verrassing vinden we Sao Paulo een hele aardige stad, gezelliger dan Rio. We slenteren door het historische stadscentrum met z'n vele pleinen en kerken en bezoeken het MASP, een fantastisch museum met veel werken van zowel grote Europese als minder bekende Braziliaanse meesters. Net als in Rio is ook hier het contrast tussen arm en rijk erg groot. De pleinen liggen vol met aan alcohol en druks verslaafde daklozen en aan de rand van de stad zien we enorme favelha's (krottenwijken). In het centrum lopen 80 jarige levende reklame-borden (sandwich-men) met een treurige blik hun waren aan te prijzen. Een triest gezicht. Tegelijkertijd is Sao Paulo een van de grootste afzetmarkten voor Ferrari en vertelt Luiza's zus (die net op dieet is) dat er dit jaar met Pasen 18 duizend ton chocolade-eieren geconsumeerd worden! Carlos en Luiza wonen in een goed bewaakt luxe appartementen complex in een mooie buitenwijk met veel groen en gezellige terrassen. Vanaf het dakterras heb je een prachtig uitzicht over de stad. Er wonen maar liefst 17 miljoen mensen in deze metropool, meer dan in heel Nederland. En degenen die het kunnen betalen willen allemaal een auto rijden. Kun je je voorstellen wat voor verkeers-opstoppingen dat geeft? De metro is fantastisch: snel, goedkoop en superschoon, net als in Singapore. Dat Sao Paulo een gevaarlijke stad is heeft Carlos eerder vandaag aan den lijve ondervonden. Op weg naar z'n werk werd z'n taxi aangehouden door twee motorrijders. Met een pistool op z'n hoofd gericht moest hij laptop, geld en creditcards afgeven. Carlos blijft er zoals gewoonlijk laconiek onder en vindt dat hij nog mazzel heeft gehad: dit was slechts de eerste keer in 7 jaar. Het is erg gezellig. Tot 4 uur 's nachts kletsen we heerlijk bij onder het genot van Luiza's eigengemaakte erwtensoep. Het is bijna een jaar geleden dat we voor het laatst een warme douche hebben gehad en in een heerlijk groot bed hebben geslapen dat niet beweegt. Een ongekende luxe.

Ouderwets Hollands hondeweer

We hadden graag nog een dag langer willen blijven maar de weersberichten zien er goed uit, dus die kans willen we niet laten liggen. Wederom varen we samen met de Lizard uit. De Braziliaanse Pelleboer heeft het echter helemaal mis en in plaats van voor het lapje met een oosten briesje, moeten we ons een hele dag en nacht door zwakke zuidenwind motoren. Dan neemt opeens de wind toe tot 20 a 25 knopen en minderen we precies op tijd het zeil. De wind neemt verder toe tot 30 knopen, pal op de neus. Stampend en slagen makend, en natuurlijk met tegenstroom, ploetert Zwerver met 4 knoopjes voort terwijl de regen met bakken uit de lucht valt. We krijgen regelmatig buiswater over ons heen en het begint kil te worden. Voor het eerst gaan de zeilpakken aan. Het schiet voor geen meter op en we halen het weer niet voor het donker. De havenaanloop naar Paranagua is niet iets wat je 's nachts moet doen en zeker niet met dit weer. Ruim 8 mijl uit de kust begint een smalle vaargeul die tussen twee grote zandbanken doorloopt. Aan weerszijden staan enorme brekers die met geweld kapot slaan. De rook komt er van af. We besluiten dan ook maar om buiten te wachten. Er liggen zo'n 50 grote schepen voor anker. Niet echt een ideale plek om rustig bij te gaan liggen. We rollen de genua weg en laten het gereefde grootzeil staan en zetten de motor zachtjes bij om niet te verleieren. De boot ligt opeens heerlijk stil. Om de beurt houdt een van ons wacht en gaat de ander slapen. De volgende ochtend is de wind afgenomen tot 20 knopen en schijnt het zonnetje. Met de getijde-stroom mee gaan we onder vol zeil door de vaargeul. Er staan nog steeds gevaarlijke brekers en we worden regelmatig opzij gezet. Onze zenuwen staan gespannen, maar we maken prima voortgang. Na een uur zijn we er door heen en komen we in het rustige vaarwater van de baai. Oeps, dat hebben we gelukkig weer gehad. Dan is het nog twee uur varen naar de Iate Clube. Een heerlijke zeiltocht langs zandplaten en mangrove bossen. We zien de prachtigste vogels en af en toe springt er een grote vis uit het water. Ook zijn er dolfijnen in de rivier. Als we bij de ankerplek aankomen ligt de Lizard er al. Hoe hebben die dat nu geflikt? Die hebben een stevige klapgijp gehad, bemanning ziek en verder alles maar gemotord.

En dan gaat opeens alles mis

We minderen vaart en als we de genua willen inrollen floept opeens de schoot uit de rail en valt de lijn in het water. Het touw gaat onder de boot door en blijft ergens hangen. De schroef? De motor staat in de vrij en zachtje zetten we hem in z'n vooruit. Oef, gelukkig doet ie het nog. Dat valt weer mee. We zoeken een geschikte ankerplek achter de Lizard en als we stil liggen laat Harry het anker vallen. De ketting blijft echter haken en Harry haalt hem van de ankerlier. Hij vergeet echter rekening te houden met de sterke stroom op de rivier en voordat ik naar voren kan rennen om hem te helpen verdwijnt het anker plus 40 meter ketting in het water. Shit, shit, shit! Normaal hebben we er altijd een triplijntje met een ankerballetje aan, maar uitgerekend deze keer niet. Snel de exacte positie bepalen. Shit, het rode lampje van de GPS knippert, de GPS kan even tijdelijk geen sateliet vinden. Zul je altijd zien. Dan maar snel een peiling nemen. Ondertussen zijn we zeker al wel 100 meter naar achter gezet door de stroming. En het ergste is nog dat Peter alles gefilmd heeft. "Great shots!". We varen langzij de Lizard en pikken Gerd en Peter op die met ons meevaren naar de jachthaven die een halve mijl verderop ligt. Er is nog net een plekje vrij voor een ander zeiljacht en ik stuur de boot er op af. Nu vergeet ook ik rekening te houden met de stroom. De drie mannen staan voorop het dek te ouwehoeren en nog voordat ze de stootkussens hebben opgehangen worden we opeens genadeloos tegen de steiger met twee betonnen palen gezet. Twee lelijke diepe krassen in de romp. Ik baal als een stekker, draai de boot en de tweede keer gaat het volgens het boekje. Stom, stom, stom. Te weining slaap en het hoofd nog bij het anker. We laten de boel de boel en gaan eerst even lekker uitgebreid eten op het terras van de jachthaven. Even afkoelen.

Paranagua

Met behulp van Peter's gebrekkige Portugees hebben we binnen een half uur een regeling getroffen met de Bombeiros, de brandweer, die voor ons gaat duiken naar het anker. De man gaat zeer vakkundig te werk, maar na een halve dag is het anker nog steeds niet boven water. Harry probeert het zelf nog eens vanuit de dingy met een groot sleepnet wat we van een visser konden lenen. Levert ook niets op. De volgende dag komt de brandweerman (Harry blijft hem hardnekkig Bombonniere noemen) weer terug en gaat onvermoeid verder. Net als we de moed hebben opgegeven meldt Helga vrolijk door de marifoon dat ze beet hebben. Wat een geluk! Een nieuw anker hadden we wel weer ergens gevonden, maar de ketting was een groot probleem geweest. Die had uit Europa moeten komen. De krassen op de romp zijn inmiddels ook weer hersteld en de wereld ziet er opeens weer een stuk vrolijker uit. Tijd om de omgeving te gaan verkennen.

Paranagua is een heel aardig stadje en ligt midden in een prachtig natuurgebied met tal van kleine riviertjes en kreken dicht begroeid met mangroven. Helaas stikt het weer van de muggen. In vroegere tijden was Paranagua een belangrijke haven voor de export van goud, koffie en thee. Als je door de stoffige keien-straatjes loopt met de grotendeels vervallen coloniale gebouwen, ademt de stad nog steeds een beetje de sfeer uit van destijds. In een oude Jezuitenschool is een grappig klein museumpje gevestigd met allerlei oude machines en gereedschap. Er staat ook een grote Philips gloeilamp uit 1909 tentoongesteld. Tegenwoordig is Paranagua de snelst groeiende haven van Brazilie met als belangrijkste export product soja-bonen. De havenarbeiders zijn echter in staking en langs de weg staan meer dan 3000 vrachtwagens. De chauffeurs zitten in de berm te kaarten. Buiten op de rede liggen ruim 100 grote vrachtschepen te wachten om nieuwe lading te halen. De havenarbeiders steken autobanden in de fik en 's avonds is er vuurwerk. We maken een treinritje naar Curitiba. De tocht gaat door een spectaculair landschap met dicht beboste heuvels en watervallen. Langs de kant staan prachtige oude stationnetjes en spoorweghuisjes, helaas allemaal half vergaan. Hoewel Unesco het gebied onder z'n hoede heeft, worden ze helaas niet opgeknapt.

Help, een tropische cycloon!!

Ondertussen trekt het ene zuid-front na het andere over ons heen. Elke dag analyseren we uitgebreid diverse weers-sites op het internet maar we kunnen er geen touw aan vast knopen. Het weer is erg instabiel en duidelijk van slag. Dat zeggen overigens de Brazilianen ook, het is nog nooit zo'n slechte zomer geweest. Van de Thalassa krijgen we het advies ons vooral niet te haasten en geduldig te wachten tot het juiste gaatje. Zij hebben het langs deze kust stevig voor kun kiezen gehad waarbij ze plat gegaan zijn en veel schade hebben opgelopen. We besteden onze tijd nuttig met het regelen van onze financien, verzekeringen en belasting. Het houtwerk wordt kaalgehaald en krijgt een lik verf en op de werf laten we wat simpel laswerk verrichten waarbij bijna de boot in de hens vliegt! De Lizard is ongeduldig: zij moeten een vlucht halen. Als de golfhoogten en windsterkten op hun laagst zijn varen onze duitse vrienden uit, motorend tegen de stroom en wind in. Wij zijn niet overtuigd en blijven een beetje twijfelachtig achter. Als we de volgende avond op het terras onze dagelijkse caipirinha drinken verbaast het ons niet de stoere tweemaster weer binnen te zien varen. Buiten staat een stevige bries, 7 bft. Bemanning ziek, zwak en misselijk, beddegoed kletsnat door een openstaand raampje en de inhoud van de koelkast over de vloer. Aan boord van Zwerver komen ze weer een beetje op verhaal na een heerlijke indische maaltijd. Drie dagen later laten alle bronnen een goede noord-oosten wind zien. Eindelijk, we zijn er klaar voor. We maken het schip klaar voor vertrek en net als we de zonnetent afbreken komt onze Braziliaanse buurman langs met een ongelooflijke mededeling. "Als ik jullie was zou ik nog even een paar daagjes wachten.Er raast een tropische cycloon langs de zuid-kust". We kunnen en willen het niet geloven. Wat is dat nu weer voor onzin! Die monsters komen hier helemaal niet voor! Toch is het waar, hij laat ons de voorpagina van de krant zien.

Het is het gesprek van de dag en later zien we op het journaal de beelden van de enorme schade die deze cycloon heeft aangericht in Florianopolis en Rio Grande do Sul, onze volgende bestemming. Windstoten van 140 km/uur en golven van 7 meter hoogte. Overstromingen en verwoeste huizen. 30.000 daklozen worden opgevangen in scholen en kerken. Er zijn 3 vissersschepen vermist en de marine laat geen enkel schip meer uitvaren. Oh Jezus, we weten dat er nog minstens 4 andere zeiljachten in deze regio op weg zijn naar Uruguay. Hopelijk zijn ze veilig. De cycloon is een week geleden opgemerkt door het Hurricane-center in Miami. De Braziliaanse metereologen zijn echter nog in een soort van ontkenningsfase en tot onze grote ergernis geven ze geen enkele indicatie hoe de cycloon zich gedraagd, maar bediscussieren volop of het nu technisch gezien om een orkaan of een cycloon gaat. Conclusie: het is een orkaan. We gaan meteen naar het internet-cafe om te kijken wat daar gezegd wordt. Tot onze grote verbazing melden noch Buoyweather noch Weather-online ook maar iets van een hurricane. Ook het Hurricane-center in Miami geeft geen enkele mededeling voor dit gebied. De Braziliaanse marine meldt in slechts 1 regel de positie van de cycloon, maar niet waarheen hij beweegt. De eerst stormwaarschuwing is uitgegaan een uur nadat de orkaan al op volle sterkte op weg was naar de kust. Op de wind- en golf-kaarten wordt niets bijzonders vermeldt. We realiseren ons maar eens te meer dat we de beslissing om uit te varen maar al te vaak nemen op basis van computer-modellen.

Logeren bij Gerd & Helga op Florianopolis

Twee dagen na de orkaan ziet het weer er gunstig uit. De wind komt nog niet helemaal uit de goede richting, maar de golven zijn al weer bedaard. Voor de tweede keer maken we de boot klaar voor vertrek en varen we samen met de Lizard uit. Het is een mooie zonnige dag en op motor en grootzeil varen we richting de "Barra", de grote zandbanken waar we tussendoor moeten. Als we daar bijna zijn verdwijnt de zon achter de wolken en begint de wind langzaam maar zeker toe te nemen naar 25 knopen. Het begint te regenen en het wordt koud en grimmig. Er liggen opvallend veel grote vissersschepen binnen op de rivier. Helga, die vloeiend Portugees spreekt, roept een van de schepen op en vraagt hoe de toestand buiten is. De visser verklaart ons voor gek dat we naar buiten willen. De golven zijn nog steeds 5 meter hoog en volgens de visser is het waanzin om nu door de "Barra" te gaan. We nemen contact met de pilots in een plaatsje 20 mijl verderop. Zij bevestigen het verhaal van de vissers. Dat is balen maar we nemen geen enkel risico en lopen een prive-vlucht haven binnen. Verboden toegang voor niet leden, staat er loeigroot op het bord bij de ingang. Daar hebben we nu eventjes schijt aan. We liggen goed en wel vast als de wind het compleet laat afweten en het water zo vlak als een spiegel wordt.

Na nog eens twee dagen wagen we het nog maar eens een keertje. Niks aan het handje: de zee is rustig en de wind heeft zich ten gunste van ons gedraaid. Na een rustige nacht zijn we de volgende ochtend om 9 uur bij de kleine eilanden groep bij Santa Catarina die de ingang markeren van het Noord-kanaal naar Florianopolis. De lucht is stralend blauw en alleen op de genua glijden we met 5 knoopjes door de mooie baai met aan weerszijden groene heuvels en daartussen gekleurde huisjes. De baai kent een paar gevaarlijke ondiepten met rotspartijen en riffen. De vaargeul is niet betond, maar de GPS loodst ons er door. Het wordt nog even spannend als we onder de spoorbrug door gaan. De brug heeft een doorvaarthoogte van 17 meter en onze mast is 16 meter (denken we). Het begint laag water te worden, dus dat moet theoretisch gezien geen probleem zijn. Van onderen ziet het er echter minder overtuigend uit, temeer daar er een paar electriciteitsdraden onder hangen en de schipper zet voor alle zekerheid de motor maar in z'n achteruit. Het gaat allemaal net en tien minuten later liggen we keurig afgemeerd achter de Lizard. Een paar uur later komt Dominique ook binnenvaren. Gelukkig, die heeft de orkaan dus ook overleefd. Caipirinha-time!

Florianopolis is een mooie stad met een rijke geschiedenis. Het is de hoofdstad van het eiland Santa Catarina en was voor de Portugezen een strategische handelspost en bevoorradingsplaats voor hun schepen. Om te voorkomen dat de Spanjaarden het zouden innemen, zijn op slinkse wijze boeren uit de Azoren dronken gevoerd en naar dit eiland ontvoerd om het tot ontwikkeling te brengen. De eerste bewoners noemden het eiland dan ook "eiland der verbanning". De trieste muziek typisch voor Santa Catarina stamt uit die tijd. De Azoreaanse invloed is goed terug te vinden in de architectuur en kleur van de huizen maar ook in het ontwerp van de vissersschepen (veel te diep voor dit vaargebied). Vlak voor de tweede wereldoorlog zijn er veel Duitsers naar Florianopolis getrokken en die hebben het plaatsje tot welvaren gebracht, overigens met geld van de toenmalige duitse Nationale partij. Brazilie heeft echter op het laatst van de oorlog ook nog even de oorlog verklaard aan Duitsland en alle duitsers zijn toen gevangen genomen. Zo ook Helga's vader. Florianopolis is nog steeds een zeer welvarende stad. Het is het centrum van de lederindustrie. Je vindt er de mooiste schoenen en tassen voor spotprijzen. Het centrum is erg gezellig met straatmuzikanten en indiaanse vrouwen die gevlochten manden en houtsnijwerk verkopen. Op de markt kun je heerlijke gerookte hammen, worsten en kaas kopen. Op Praca Quinze is het goed vertoeven in de schaduw van een hele grote vijgenboom van 250 jaar oud. Helga en Gerd hebben een vakantie-huisje op de zuidpunt van het eiland op loopafstand van een heerlijk strand. We blijven er twee dagen en ter ere van ons wordt er een traditionele Churasco (BBQ) georganiseerd waarbij nog meer vrienden worden uitgenodigd. Erg lekker en gezellig. Op de jachthaven maken we kennis met Aileen en Gergio die ons meteen allerlei praktische diensten aanbieden als een wasmachine, auto om inkopen te doen, inweck-recepten etc. Zij hebben zelf 3 jaar gezeild en weten dus precies waar we behoefte aan hebben. Dit soort mensen treffen we overal, fantastisch!

Andere bakboord!!

Het weer is nog steeds erg instabiel en juist als we met de Lizard aan het overleggen zijn of we morgen zullen uitvaren, komen er vier half-verzopen Argentijnen binnen. Zij waren met hun 7 meter bootje onderweg naar Uruguay maar moesten vanwege noodweer Florianopolis aanlopen. Zwaar onweer met buien en hevige windvlagen, zeer slecht zicht, grote brekers en gevaarlijke kruiszeeen. Ze vertelden dat ze op een bepaald moment zelfs bang waren de boot te verliezen. De beslissing om nog maar even te wachten is snel genomen en we vinden dat een goede reden om nog maar een caipirinha te bestellen. De Argentijnen zijn aardige kerels. Ze kennen het Rio-Plata-gebied op hun duimpje en geven ons allerlei nuttige informatie. Ondertussen dreigt ons visum af te lopen en moeten we weer het hele riedeltje van bureaucraten langs om onszelf en Zwerver uit te klaren en een bewijs te halen dat we geen enge ziekten hebben of ratten aan boord hebben. Laten die klojo's nu toch nog steeds in staking zijn! We maken stampij en vertellen de baas dat het om een "emergencia" gaat en de uiterst behulpzame man stempelt zonder veel te vragen onze paspoorten af en geeft ons een vrijgeleide brief om met de boot het land te verlaten. We blijven echter nog minstens een week in Florianopolis, maar aangezien alle overheden staken zullen ze ook wel niet de moeite nemen om te controleren of we wel echt het land uit zijn. En dan komt er eindelijk een hoge druk gebied dat er redelijk stabiel uitziet. De boot is klaar en we kunnen meteen vertrekken. Het is het mooiste weer van de wereld: stralend blauwe lucht met hier en daar een schapewolkje, zonnetje en hier en daar een wit kopje op het water. We vertrekken met hoogwater om de getijde-stroom mee te hebben en maken prima voortgang. In het zuidkanaal is het lastig navigeren tussen de zandplaten en riffen door. We hebben daarom speciaal een nieuwe kaart gekocht en krijgen van Gerd, die het gebied goed kent, een rijtje way-points om te volgen. Harry zit binnen met de bril op het puntje van z'n neus achter de GPS en geeft me aanwijzingen: " naar links, links, nog meer links, andere links. Verdorie Harry, probeer het eens met bakboord/stuurboord, misschien dat dat beter gaat. "Bakboord, bakboord, meer bakboord, oh sorry, ik bedoel stuurboord". Tja, en toen was het al te laat. Geruisloos schuiven we op een zandplaat. Ik gooi in een reflex het roer om maar het mag al niet meer baten. We zitten vast, muurvast. Motor vooruit, motor achteruit, het levert alleen een boel opgewoeld zand op. Wel gdvrdomme!! Het is hoogwater, voorlopig zitten we hier dus nog wel een tijdje. We roepen de jachthaven op maar die reageert zoals gewoonlijk niet. Een ander schip heeft onze oproep gehoord en in ons beste Portugees leggen we onze situatie uit. Na een klein kwartiertje komt er een stevige visserskotter aangevaren. Ondanks dat deze volgas geeft totdat er zwarte rook uit z'n motor komt, komen we niet los. 12 Ton vast in het slijk. De man vraagt grijnzend of we voldoende eten en drinken aan boord hebben, en vaart vervolgens weer terug vanwaar hij gekomen is. Later horen we van Helga dat hij een ander schip gevraagd heeft om na twee dagen eens een kijkje te nemen of wij er nog liggen! Ondertussen komen de Lizard en de Argentijnen voorbij, maar die kunnen ook niets uitrichten. Het is ook altijd wat met ons! Hebben we eindelijk mooi weer, zitten we vast op een zandplaat. Het ergste is dat het zgn "weather-window" erg kort is, er is al weer een nieuw zuidfront onderweg. We zetten een potje koffie en duiken de koffer maar weer in. Er moet nl aan de relatie gewerkt worden. Dan komt plotseling na drie uur dezelfde visserskotter weer aangevaren. "We proberen het nog een keer, het water is nu 10 cm hoger". We hebben er absoluut geen vertrouwen in maar niet geschoten is altijd mis. En tot onze grote verbazing en opluchting trekt hij ons in een keer van de plaat af. De mannen juichen en zijn minstens net zo blij als ons. Pffff, daar komen we weer goed weg.

Stormachtig weer

De schipper heeft snel geleerd wat stuurboord en bakboord is en het resterende deel van het zuidkanaal leggen we zonder verdere problemen af. Het is super spannend: we zien het water af en toe op een paar meter afstand wit-schuimend op de rotsen slaan. Na twee uur zijn we op open water en valt er een spanning van ons af. De zee is erg onrustig en er staat een verwarrende aanlandige golfslag. Er waait een lekkere frisse bries, 5bft uit de goede hoek en we maken goede voortgang. We verleggen voor de zekerheid onze koers 50 mijl naar het oosten: eerst maar eens een eind van deze gevaarlijke kust wegkomen. Het is heerlijk zeilen, we waren bijna vergeten hoe dat was. We zien onze eerste albatrossen die nieuwsgierig een kijkje komen nemen maar als blijkt dat we geen vis hebben, snel weer verder vliegen. De eerste nacht verloopt rustig al is er wel redelijk wat vrachtverkeer. De volgende dag neemt de wind toe naar 6bft en we leggen ons eerste rif. Zwerver loopt lekker voor de wind met 7 knopen. Dan begint de barometer te zakken, langzaam maar gestaag. De wind neemt verder toe en er lopen hoge zeeen achterop. Het is een indrukwekkend gezicht als we op een golftop in het volgende dal kijken. Met een tweede rif en 1/3 genua gaan we de nacht in. De wind neemt toe tot 40 knopen en giert door het want. Zwerver loopt soepel als een trein en de stuurautomaat doet het werk. Af en toe surfen we van een hoge golfkam en dan moet de stuurautomaat overuren maken, maar we hoeven niet in te grijpen. Wat een heerlijk schip! Harry is rillerig en ligt in bed. Ik zit de hele nacht buiten onder sprayhood, lekker warm onder een slaapzak, en check ieder kwartier of alles nog in orde is. Ondanks de harde wind is het een mooie nacht. Glashelder en vol sterren. Het zuiderkruis is goed te zien. Een klein puntje maan verschijnt tegen 02.00 uur aan de horizon maar geeft toch nog een mooie glans over het water. De harde NO-wind houdt aan tot de volgende dag maar in de namiddig is praktisch windstil en moeten we de derde nacht zelfs de motor bijzetten. Er komt een vette zeemist opzetten net nu we in visserij-gebied zitten, dus zetten we de radar bij. Niets in de buurt. Tegen de ochtend als we bijna bij de haven zijn, draait de wind plotseling 180 graden naar het zuidwesten en neemt toe van 8kn naar 20 kn en dan verder naar 35 knopen. We hebben nog nooit zo snel twee riffen gezet. Precies op tijd! Ook de zee verandert in een mum van tijd van een gladde spiegel in een ruwe klotsende massa. We varen nu aan de wind en dat is een stuk minder prettig. Gelukkig is het nog maar 15 mijltjes naar de haveningang. De pieren komen al snel in zicht. We draaien bij en gaan weer voor de wind. Nu nog een gijp maken om goed voor de smalle ingang te liggen. Ook dat is spannend met deze wind, maar het gaat allemaal volledig beheersd. We surfen met 8 knopen naar binnen. Dan is het nog 12 mijl het kanaal op naar Rio Grande. We hebben wind mee, stroom mee, en binnen anderhalf uur liggen we met een tevreden gevoel afgemeerd voor de Lizard. Zo, dat zit erop.

Zielige pinguins en zeehondjes

We liggen op een unieke locatie: aan de steiger van Museo Oceanographico, midden in een natuurgebied. We worden warm onthaald door Lauro Barcellos, de energieke directeur van het museumcomplex. We mogen gratis gebruik maken van alle fasciliteiten: water, electriciteit, douche, toilet en.... museum. Het museum herbergt een fantastische collectie schelpen en exotische zee-beesten, maar ook een verzameling nautische meetapparatuur. Ook is er een speciale expositie over Antarctica. Maar het allerleukste vinden we nog het dierenziekenhuis: een basin met vier zielige pinguins en een klein zeehondje; en een tweede basin met een hele grote zielige zeeleeuw. Doodziek en vaak besmeurd onder de olie, worden ze hiernaar toegebracht en met veel energie en liefde opgelapt en dan weer vrijgelaten. Elke ochtend gaan we even kijken als ze gevoerd worden. Tegenover onze steiger, aan de overkant van de rivier, ligt nog een museum: museo de Pulvera, genoemd naar zijn vroegere funktie als opslagplaats voor kruit. 's Avonds is het klassieke witte gebouw mooi verlicht. Nu is het een voorlichtingscentrum. Rio Grande ligt aan een grote zoetwater-lagune: Laguna de dos Patos. De lagune heeft een oppervlakte van 100.000 hectare en is daarmee de grootste lagune ter wereld. Met zuidenwinden loopt het gebied vol met zoutwater en met noordenwinden met zoetwater. Hierdoor ontstaat een uniek natuurgebied, vergelijkbaar met de wadden, maar dan met andere flora en fauna. De lagune is erg ondiep en een broedplaats voor allerlei vogels. Naast allerlei reigersoorten, zien we veel lepelaars en van die steltlopers met hoge rode poten. Na de orkaan enkele weken geleden zijn hier veel uitgeputte albatrossen naar toe gebracht. Deze beesten zijn van koers geraakt en in het hoogland terecht gekomen. Omdat zeevogels niet kunnen drinken (ze krijgen water binnen via vis) waren de arme beesten helemaal uitgedroogd.

Aanvaring

Rio Grande do Sul is een merkwaardige, maar hele aardige stad met een eigen karakter. Het is een typische grensplaats, rommelig met veel bedrijvigheid. Alles ademt de sfeer uit van vroegere, betere tijden. Het centrum heeft een paar hele aardige pleinen met mooie kerken en oude bomen. Langs de kade, voorbij de stoffige graan en soja-bonen terminals, staan mooi versierde pakhuizen die hoognodig een likje verf moeten hebben. Ervoor ligt een redelijk grote vissersvloot afgemeerd, maar het zijn stuk voor stuk oude vieze roestbakken met daartussen half-vergane wrakken. Daarnaast wappert de Hollandse vlag van een groot groen Greenpeace-ship. De bemanning heeft ons gesignaleerd en komt bij ons aan de steiger een kijkje nemen. Ze komen net terug van Patagonie en gaan over een maand naar Alaska. Hier in Rio Grande do Sul voeren ze aktie tegen genetisch gemanipuleerde soja-bomen. Met grote rubberboten scheuren ze voor een volgeladen schip langs terwijl een TV-ploeg opnamen maakt. Er gebeurt jammer genoeg niets spectaculairs; het is meer een publiciteits-aktie.

Als we 's middags een kleine siesta houden, worden we opeens opgeschrikt door een vreselijke klap tegen de voorkant van het schip. We horen het akelige geluid van staal op staal en gekraak van hout. We vliegen naar buiten en kunnen onze ogen niet geloven. Een roestig ponton van zeker 25 meter is op drift geraakt en door de sterke stroom tegen ons schip geknald, frontaal tegen ons anker. Het anker is totaal verbogen maar heeft erger doen voorkomen. De ponton schraapt nu langs de steiger waar de splinters vanaf vliegen en dan komt het tot onze schrik weer terug richting onze boot. We dreigen gecrashed te worden. Razendsnel gooien we de trossen los en trekken het schip met alle macht naar achteren, laten het ponton rakelings passeren en trekken het dan weer snel naar voren. De ponton raakt nog een keer de steiger achter ons. Oef!! Dat scheelde maar een haar. Even later komt de havenpolitie de boel inspecteren en maakt foto's. Shit, dat was nou ook weer niet de bedoeling. We zijn hier illegaal, als we nu maar geen slapende honden wakker maken.

Vaarwel Brazilie

Het weer is nog steeds instabiel met alsmaar zuidenwinden. We nemen afscheid van Gerd en Helga die de Lizard naar Porto Alegre brengen en dan terug naar Duitsland vliegen. Als er een klein gaatje komt met NO-wind gaan ook wij weer verder. Dinsdag 20 april varen we samen uit met de kleine Mandrake, onze nieuwe argentijnse vrienden, richting Uruguay. Hiermee komt een einde aan ons eerste jaar zeilen en een einde aan een half jaar Brazilie. Fantastische tijd, fantastisch land, fantastische mensen. Wat zal het komende jaar brengen?

.