Uruguay

Storm in de monding van Rio de la Plata

Van Rio Grande do Sul (Brazilie) naar La Paloma (Uruguay) is een traject van 180 mijl langs een ruige kust die bekend staat om z'n harde winden. In deze tijd van het jaar kan er een vervelende zuid-ooster staan, de zgn Carpinteiro, die al vele schepen heeft doen stranden. Als je naar de kaart kijkt zie je overal wrakken langs de kust. Er zijn geen havens of ankerplekken om te schuilen. We wachten dan ook net zo lang met ons vertrek totdat er een redelijk stabiel hoog drukgebied aan komt. Dinsdag 20 April lijkt de juiste dag om te vertrekken, een dag westenwind, 3bft, en dan 2 dagen wind uit het noorden, toenemend in kracht tot 5 a 6 bft. De 23e komt er weer een nieuw zuid-front aan, maar als het goed gaat, liggen we dan al lang in de haven. Het loopt echter allemaal anders dan voorspeld. De eerste dag moeten we de motor bijzetten om nog enige voortgang te maken. De tweede dag draait de wind naar het oosten en neemt toe tot 7 bft. Niets aan de hand: we minderen zeil en spuiten er vandoor. 's Nachts wordt het echter grimmig: er verschijnen donkere wolken aan de hemel en de barometer zakt als een baksteen van 1020 Hpa naar 990Hpa. We minderen zeil tot het minimum en besluiten voor de zekerheid, voor de wind uit, verder uit de kust te gaan varen. De windmeter geeft ruim 45 knopen aan, met uitschieters naar 50. Dat is windkracht negen! Het gaat als een gek tekeer. De wind giert door het want en tot overmaat van ramp begint het ook nog te regenen en onweren. Meters hoge golven slaan regelmatig over ons heen. Als Harry in het gangboord de bullettalie wil controleren, blaast z'n reddingsvest spontaan op. Het schuimt om ons heen. Het is koud, nat en we hebben honger. Koken is er niet bij en de paar bisquitjes die we eten komen er weer uit. Zwerver schijnt nergens last van te hebben en ploegt gewoon door, soms half verdwijnend onder water. Het is nog maar 30 mijl naar La Paloma, maar het is absoluut onverantwoord om nu richting haven te varen. Eerste prioriteit is nu het schip in veiligheid brengen. Als we ver genoeg uit de kust zijn besluiten we bij te gaan liggen. Fok weg, klein puntje grootzeil en de helm naar lei. We liggen zo goed als stil en verleieren met max 1.5 knoop richting open zee. Nadat we gecontroleerd hebben of alles nog goed is, gaan we naar binnen en kruipen onder het dekbed. Even warm worden, natte kleren uit en uitrusten. Als het ergste achter de rug is en de wind is afgenomen tot 35 knopen gaan we weer verder. De wind is echter naar het noordwesten gedraaid en La Paloma is nu niet meer haalbaar voor het donker. Het is een kleine haven en de ingang ligt tussen een rif en een grote zandplaat. We verleggen daarom onze koers richting Punta del Este. Dit is weliswaar nog een dag zeilen, maar daar kunnen we in ieder geval 's nachts binnenlopen als het moet. Als we een paar uur onderweg zijn draait de wind verder naar het westen. Pal op de neus! De zee is enorm ruw en we worden telkens opzij gezet door de hoge golven. Tot overmaat van ramp houdt de stuurautomaat het ook nog voor gezien. Dit wordt een gebed zonder einde. Dan maar weer terug richting Paloma en als het helemaal niet afneemt desnoods maar weer naar open zee. We worden er wanhopig van en ons humeur daalt tot het nulpunt. Maar dan, langzaam maar zeker, tegen het einde van de dag, neemt de wind af naar 25 knopen. De zee is nog wel ruw, maar er zijn geen brekers meer. We wagen het erop en koersen op La Paloma af. Het is pikdonker maar de vuurtoren is goed te zien, evenals het groene knipperlicht op het havenhoofd. We toetsen een paar way-points in en vertrouwen blindelings op de GPS. Als we 5 mijl van de haven verwijderd zijn roepen we de havenautoriteiten op. We geven onze positie door en zij loodsen ons via de radio naar binnen. Erg spannend. Het laatste stukje is nog even lastig, we kunnen de betonning niet vinden. "Stay away from the pier" roept een vrouw in de marifoon. Een behulpzame visser schijnt ons bij en op de kade staan mensen ons op te wachten met schijnwerpers. Moeiteloos pikken we een moorring op en maken de boeg aan de steiger vast. Met luid gefluit en gejoel worden we onthaald door onze argentijnse vrienden van de "Mandrake". Pffff, we hebben het gehaald. Weer een ervaring rijker.

Op zoek naar de man met de stempel

Het blijft die nacht hard waaien. Zelfs in de haven liggen we nog onder helling en de golven klotsen hard tegen de romp. Voor de zekerheid leggen we dubbele landvasten. Om 6 uur 's ochtends worden we gewekt door gebonk aan bakboord. De achterlijn waarmee we aan de moorring vastzaten is doorgeschavield en we liggen over dwars met onze kont tegen "Mandrake" aan. Met behulp van een klein roeibootje beleggen we onze dikste ankerlijn, deze keer niet op de slip maar met een stevige paalsteek. Brrr, wat is het koud, snel weer onder het warme dekbed! Als we wakker worden staat de zon aan een strak blauwe hemel. Vanuit de kajuitingang kijken we uit op een zandplaat vol kwetterende vogels met daarachter het strand en de duinen en in de verte de rode dakpannen van een dorpje. Het ruikt heerlijk fris naar pijnbomen en het doet ons een beetje aan Nederland denken. Naast ons liggen een paar verroeste vissersschuiten. Ze komen uit China maar varen onder Uruguayse vlag. Vandaag varen ze niet uit want de zee is nog te ruw en het waait nog steeds stevig. Voordat we op verkenningstocht kunnen gaan, moeten we eerst inklaren. We hebben gelezen dat de Uruguayse bureaucratie nog erger is dan die in Brazilie en zijn op het ergste voorbereid. Het valt echter allemaal reuze mee. De mannen van de Prefectura en de Hydrografica zijn erg vriendelijk en informeel. Niks geen strak uniform maar gewoon in spijkerbroek. Wel dragen ze allemaal een pistool op de heupen en slurpen ze aan hun mate de herba. "En he, krijgen we geen stempeltje in ons paspoort" vragen we als we binnen een half uur weer buiten staan. "Tja, als u dat wilt, dan kan dat natuurlijk, maar dan moet u naar het centrum, vraag maar naar de man van de immigratie met de stempel". We kijken elkaar eens aan. Wat is dat nu weer? Even later zitten we met zo'n Peppie van de Prefectura in een vrachtwagen en rijden we naar het dorp, op zoek naar de man met de stempel. Zijn huis ziet er verlaten uit. Een buurman vertelt dat hij aan het klussen is bij familie, twee straten verderop. Bij het huis van de familie treffen we ook niemand aan, dus gaan we maar weer terug. Dan maar geen stempel. Als de autoriteiten er zo laconiek over doen zullen wij de laatsten zijn die moeilijk doen.

Leven als God in Uruguay

La Paloma is in het hoogseizoen een drukke badplaats maar is nu uitgestorven. De meeste bars, restaurants en ijssalons zijn gesloten en op de talrijke zomerhuisjes staan bordjes "te huur" of "te koop". Maar er is een bank waar we kunnen pinnen, een bakker met warme broodjes, een internet-cafe en een grote supermarkt. We zijn in het land van melk en honing : heerlijke hammen, salamies, verse boeren yoghurt en een groot assortiment aan kazen, waaronder Maaslander "made in Uruguay". En het kost allemaal niets. Voor Euro1.50 maak je hier een heerlijke maaltijd met gebakken aardappeltjes, verse groenten en een mals stuk rundvlees. Een heerlijke fles rode wijn erbij voor 1 Euro, wat wil je nog meer? We slenteren wat door het dorp, kopen een vlag en eten een visje in het enige restaurant dat open is. Op de terugweg lopen we over het strand. Er is een grote zee-olifant aangespoeld in de duinen en het lijkt erop dat het beest niet meer op eigen kracht terug naar het water kan. Als we te dichtbij komen begint hij lelijk te briezen en laat z'n tanden zien. Z'n huid zit onder de wonden en vol vliegen. En stinken, dat mormel! Hoewel de zon schijnt is het frisjes. We dragen voor het eerst weer een lange broek en hebben onze teenslippers geruild voor een paar stevige schoenen en gebreide sokken. Tegen een uur of vier wordt het te koud en gaan we binnen zitten. We zetten een CD'tje op een trekken een flesje wijn open. Kaas en salamie erbij. Vaak komen de Argentijnen of Dominique ons gezelschap houden. La vie est belle!

Sierra en Pampa's

Er staat een man naar ons schip te kijken. "Wat is dit voor design?" vraagt hij met een zwaar Amerikaans accent. "Ik was hier gisteren ook al, maar toen waren jullie er niet". Iemand die speciaal voor onze boot terugkomt nodigen we natuurlijk graag uit aan boord te komen. Daniel vertelt dat hij en z'n vrouw ook een aantal jaren gezeild hebben, maar nu de boot verruild hebben voor een boerderij. De man is ongelooflijk aardig en voor we het weten rijden we met hem en z'n twee honden in z'n pick-up truck door de omgeving.

We maken van de gelegenheid gebruik om de zware boodschappen te doen en onze jerry-tanks met diesel te vullen. De wasserette is gesloten, maar Daniel wil perse onze twee grote zakken vuile was meenemen. We rennen langs de branding van eindeloze verlaten stranden, klimmen op duintoppen en struinen door een fantastisch natuurgebied met pijnbomen en moerassen. Daniel is een echte natuur-freak en kent alle vogels en boomsoorten. Uruguay ligt in het overgangsgebied tussen de tropen en Antarctica waardoor er meer dan 450 verschillende vogelsoorten voorkomen. De oorspronkelijke vegetatie bestond voornamelijk uit struiken en grote pollen pampa-gras met witte pluimen, maar nu zie je hier ook veel eucalyptusbomen, geimporteerd uit Australie. Zowel de honden als wij hebben genoten van dit onverwachte uitstapje. De volgende dag wordt de was bezorgd, heerlijk fris en keurig gestreken. Er zit ook een grote pot eigengemaakte honing bij. Later die week komt Daniel ons nog een keer ophalen. We gaan de bergen in, Sierra del Rocha, ongeveer 30 km ten noorden van La Paloma. We klimmen naar de hoogste top vanwaar we een schitterend uitzicht hebben, bezoeken een oude watermolen en picknicken onder een waterval. Ondertussen vertelt Daniel allerlei interessante wetenswaardigheden over z'n land. Het wordt een onvergetelijke dag. We nemen met tegenzin afscheid maar spreken af dat we Daniel komen opzoeken als onze boot eenmaal goed en wel op het droge ligt en het meeste werk gedaan is.

 

Op het dak van een maffe Zweed

M'n moeder had me nog zo gewaarschuwd: ga nooit met vreemde mannen mee. Maar ja, wat doe je als je met vier zware boodschappentassen loopt te zuilen en het is nog 5 kilometer naar de haven en een aardige, oude man biedt je een lift aan? Harry stond raar te kijken dat ik zo snel weer terug was, maar keek nog vreemder op van mijn gezelschap, de bejaarde versie van Catweezle: broodmager, rode drinkneus, sikje en sliertig wit haar. Maar Catweezle is erg aardig en na de gebruikelijke rondleiding door de boot gaan we met hem een ritje maken door de omgeving. Mevrouw Catweezle, een klein rond tonnetje in jogging-broek, rijdt want Catweezle ziet het allemaal niet meer zo scherp. De tocht voert langs de kust. Hier geen zandstranden, maar steile klippen waar golven met veel geweld kapot slaan op de rotsen. Spectaculair! Onderweg stoppen we even bij z'n huis. De dolgedraaide herdershond van de buren loopt luid grommend in de achtertuin en Catweezle acht het onverantwoord om door de deur naar buiten te gaan. In de slaapkamen klimmen we een klein trappetje op en door het raam van de vliering gaan we naar buiten, het dak op. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is om met je gasten op het dak van je huis te staan, keuvelt Catweezle door in een mengelmoes van Zweeds, Spaans en Engels. Er is geen touw aan vast te knopen en wij moeten moeite doen om ons gezicht in de plooi te houden. Hij laat ons z'n atelier zien. Blijkbaar is hij een artiest, maar als we vragen wat hij schildert, laat hij ons een paar kinderkleurplaten zien die slordig ingekliederd zijn. Aan de voorkant van het huis gaan we weer naar beneden en stappen we in de auto. Vervolgens ramt mevrouw Catweezle de appelboom en als Harry niet luid "ho" had geroepen waren we de sloot ingereden. We zijn blij als we een paar uur later weer veilig bij onze boot afgezet worden. "Thank you, we had a very interesting day". En toen stelde Catweezle voor om gezellig een stukje te gaan varen. Oh, nee he!

Brullende zeeleeuwen in Punta del Este

Na een weekje hebben we het wel weer gezien in La Paloma en vertrekken we naar Punta del Este. Het is een tocht van 45 mijl, en hoewel we 's ochtends vroeg vertrokken zijn komen we toch nog in het donker aan. Dat is het nadeel hier op deze breedten, de zon komt laat op en gaat vroeg onder. Het is een mooie herstdag. De zon schijnt, maar door de gure wind is het koud op het water. Echt Hollands weer dus. We zien de eerste albatrossen en we worden vergezeld door een stel zeehonden. Nieuwsgierig steken ze hun koppie boven het water en met hun grote zwarte ogen kijken ze ons vragend aan: "heb je geen vis"? De zon gaat bloedrood, bijna paars ten onder met op de achtergrond de zwarte silhouetten van de flatgebouwen van Punta del Este. Het is net een ansichtkaart. We worden opgeroepen door de Prefectura, een soort rijkspolitie te water die precies alle scheepsbewegingen in de gaten houdt. Blijkbaar worden de gegevens bij vertrek uit de ene haven doorgegeven aan de volgende. "Zwerver, what's your exact position en ETA (estimated time of arrival)". Alsof we beroepsvaart zijn. De aanloop naar de haven is goed aangegeven maar in de haven zelf is het even zoeken met al die lichten. De Prefectura staat ons al op te wachten maar is niet te beroerd om een lijntje aan te pakken.

Punta del Este is een chique badplaats waar veel rijke Argentijnen hun tweede huis hebben nu Mar del Plata overspoeld wordt door het plebs. In de zomer schijnt het bommetje vol te zijn, maar nu is het uitgestorven. Overwegend chique ogende winkels vol glimmend kitch en de enige winkel met scheepsbenodigdheden is gesloten. Zal ook wel loeiduur zijn. We maken een wandeling naar de vuurtoren. Punte del Este ligt op een smalle landpunt. Op het smalste gedeelte heb je naar drie windrichtingen uitzicht over zee. We vergapen ons aan de extravagant luxe huizen met de meest bizarre architecturen. We zijn de enige gasten in schipperscafe Moby Dick en toen ze US25,- vroegen voor een sigaar zijn we maar weer opgestapt. Onder zeilers is Punta del Este vooral bekend van de Withbread (nu Volvo)- race around the world. Hoewel de Withbread-schepen slechts een keer gebruik hebben gemaakt van deze aanlegplaats is er speciaal voor die gelegenheid een dure jachthaven aangelegd met 6 grote betonnen aanlegsteigers en goede fasciliteiten. Met ons inbegrepen liggen er welgeteld 3 zeiljachten en een groep stinkende zeeleeuwen die vreselijk beginnen te brullen als je het waagt dichterbij te komen. Als we 's avonds in het donker uit de kroeg komen nemen we voor de zekerheid toch maar de route bovenlangs de pier. De volgende ochtend worden we aangeraden de boot te verplaatsen naar de overkant. De havens aan de Rio de la Plata verzanden. Het is hier ondiep en als de noordenwind gaat waaien zakt het water ruim een meter. We hebben de diepte niet gechecked in de veronderstelling dat hier grote jachten aanleggen. We zetten de dieptemeter aan: oeps, slechts 2 meter!

Overwinteren in Piriapolis

Op Koninginnedag vervangen we het haveloze vodje door een nieuwe versgestreken driekleur en vertrekken we richting Piriapolis. Het is wederom een mooie zonnige frisse herfstdag met weinig wind. We hebben de tijd en doen lekker de hele dag over het piseindje van 20 mijl. Ook nu weer krijgen we gezelschap van een koppel zeehonden. Voorlopig is dit onze laatste zeiltrip want in Piriapolis gaat Zwerver de kant op voor groot onderhoud. Het gebruikelijke "to-do"-lijstje is al klaar: onderwaterschip schoonmaken en opnieuw in de antifouling zetten, roestplekjes wegwerken, motor krijgt een grote beurt, zeilen worden naar de zeilmaker gebracht en verder moeten we gewoon alles grondig nakijken en evt vervangen. Hoewel er geen noemenswaardige reparaties op het lijstje staan is er genoeg werk aan de winkel, maar hier hebben we dan ook ruim de tijd voor. Afhankelijk van de voortgang die we maken, willen we in July een maandje door het noorden van Argentinie trekken en voor September staat een bezoek aan Nederland geplanned. Aanvankelijk loopt het allemaal niet zo vlotjes met het klussen. Piriapolis is weliswaar een uitstekende plek om de boot op het droge te zetten (goed, goedkoop en veilig) maar het is een klein gehucht zonder speciale fasciliteiten voor jachten. De zeilmaker zit in Punta del Este en een goede ship-chandler is zelfs in Montevideo niet te vinden.We hebben nog een aantal spullen nodig, waaronder 50 meter ankerketting volgens specificatie. Hopelijk komen we niet voor onverwachte verrassingen te staan, want dan moeten we de boot naar Buenos Aires varen (wat eigenlijk ook niet zo erg is, maar wel ingeplanned moet worden). Het duurt even voordat we onze draai hebben gevonden maar al snel worden we door medezeilers wegwijs gemaakt. Nadat het werk binnen en op het dek zo goed als klaar is, gaat Zwerver de kant op.

Het onderwaterschip ziet er opmerkelijk goed uit, ondanks dat de antifouling er op sommige plaatsen helemaal afgeschuurd is. De onderkant wordt grondig gekrabt en schoongespoten door marineros. Er zit een vislijn in de propeller. We vermoeden dat dit de oorzaak is van de geringe voortgang die we maken.

Er ligt nog een handje vol andere buitenlandse jachten in het water en er staan er minstens nog tien op het droge. De meeste schippers zijn naar huis en komen in October terug als hier het voorjaar begint. De dagen vliegen ongemerkt in een vaste regelmaat voorbij. Om half negen een vers stokbrood halen, ontbijten, koffie drinken en van tien tot een uur of vier wordt er hard gewerkt. Daarna boodschappen halen, borrelen, eten koken, een uurtje Spaanse les en dan is de dag eigenlijk alweer voorbij. Voor tienen kun je eigenlijk niet zo veel doen omdat het nog te koud of te nat is en na vieren idem dito. Er zijn zelfs dagen bij dat we helemaal niet buiten komen. Het kan hier tijdens een zuidfront vreselijk te keer gaan. Met het kleine groepje overwinteraars is het best gezellig. Helemaal als na een paar weken de laatkomers uit Brazilie arriveren. De wijn en sterke verhalen vloeien rijkelijk. Ook vindt de gebruikelijke ruilhandel weer plaats. We zijn al bijna compleet voorzien van kaarten en pilots voor de Pacific! Met Lotus, een andere Nederlandse boot ruilen we boeken en een Fransman laat twee fietsen en een electrische kookplaat voor ons achter als dank voor de hulp met z'n PC (in het land der blinden is eenoog koning). Er worden wijn-proef-sessies georganiseerd en een enkele keer gaan we poolen in de plaatselijke footballclub.

 

 

Nostalgisch Colonia

Na zes weken Piriapolis houden we het klussen even voor gezien en pakken we de rugzakken voor een trektocht door het noorden van Argentinie. We nemen de bus naar Colonia del Sacramento, een klein pittoresk stadje aan de Rio de la Plata, 180 km ten westen van Montevideo. Het eerste gedeelte voert langs de kust. Tussen de mooie zandduinen liggen kleine huisjes met stro-daken. De meesten staan leeg in het winterseizoen. Daarna gaat het landschap geleidelijk over in moerassig grasland, de uitgestrekte pampas met z'n typische grote pollen pampa-gras met witte pluimen. Behalve koeien zien we veel weide- en roofvogels. Uruguay heeft geen natuurlijke delfstoffen en nauwelijks industrie. De economie is grotendeels afhankelijk van de agrarische sector (er grazen 10 miljoen koeien en 25 miljoen schapen!) en in toenemende mate ook van toerisme. Deze streek van het land heet de Littoral en is van oorsprong Indiaans en gaucho-land. Echte gaucho's zien we echter niet en indianen al helemaal niet.

Tegen het avondeten komen we in Colonia aan. 's Avonds gaan we op de borrel bij Paul, een baggeraar uit Rotterdam, die hier met z'n gezin is blijven hangen. De Rio de la Plata is op de meeste plaatsen erg ondiep en de havens dreigen continu te verzanden. Paul is een gezellige prater en vertelt ons een aantal sappige verhalen over de corruptheid van het bedrijfsleven en de overheid. Colonia is een mooi oud plaatsje dat in de zomer bosjes toeristen trekt, met name uit buurland Argentinie. Opgericht door de Portugezen in 1680, was Colonia in die tijd een strategische handelspost voor de Britten op een steenworpafstand van Buenos Aires, dat in die tijd een Spaanse handelsmonopoly bezat.

Het oude centrum ademt een speciale sfeer uit. De nauwe straatjes zijn geplaveid met rivierkeien en het schrale winterzonnetje geeft een warme gloed aan de witte gebouwen. Nu de bomen kaal zijn, zijn de rijkversierde gevels goed te zien. Net zoals in de rest van Uruguay rijden hier nog veel oude autos, sommigen mooi gerestaureerd, anderen aan elkaar geplakt met tape. We zijn de enige toeristen en hebben al het moois voor ons alleen. Als de zon ondergaat wordt het kil. De huizen hebben tot op vandaag nog steeds geen centrale verwarming maar overal brand knus het haardvuur, wat op straat goed te ruiken is.

Buenos Aires, stad van de tango in recessie

Vakantie vieren is een vermoeiende aangelegenheid. Onze voeten doen nog zeer van het sjouwen over de keien als we 's ochtends om 04.00 uur aanmonsteren op de ferry naar Buenos Aires. Nauwelijks drie uur later zijn we ingechecked en zitten we fris gedouched aan de koffie in een van de vele tentjes in San Telmo. Buenos Aires is een stad waar ik me zou kunnen vestigen. Het kan zich gemakkelijk meten met London of Parijs (uiteraard niet met Amsterdam). Veel coloniale gebouwen en kerken, musea, fantastische theaters, sfeervolle parken en pleinen met deftige herenhuizen, chique winkels en gezellige cafes. San Telmo, de levendige antiek en kunstbuurt waar de tango op straat wordt gedanst, bevalt ons in het bijzonder goed. Toch is het ook hier goed te merken dat Argentinie door een diepe economische recessie gaat. Na zonsondergang is het niet meer veilig op straat. Winkels en restaurants hebben hun eigen beveiliging en op iedere straathoek zie je zwaar bewapende politie. Mannen, vrouwen en kinderen plunderen het vuilnis, op zoek naar iets eetbaars of verhandelbaars. Deze zgn Cartoneros lopen in lompen gehuld met boodschappenkarren vol plastic of carton. Wat niet bruikbaar is blijft op straat liggen. Een aantal winkels zijn gesloten, ramen en deuren van huizen zijn dichtgetimmerd met hout. Op Plaza de Mayo, het grote plein voor het regeringsgebouw waar vroeger Juan en Evita Perron het volk toespraken, is door veteranen van de Falklandoorlog bezet en omgedoopt to Plaza Argentino. De dwaze moeders hebben we niet gezien. Ook op het Plaza de Independencia bivakkeren permanent demonstranten en is de opgedroogde fontijn volgekliederd met protesten. Toch zitten de cafes en restaurants de hele dag door bommetje vol en zijn de lappen vlees nog steeds enorm. Blijkbaar is niet iedereen evenhard getroffen of leeft men eenvoudig bij de dag. Toen wij hier in 1992 voor de eerste keer kwamen was de argentijnse pesos 1 op 1 gekoppeld aan de dollar en konden (moesten) we overal met creditcard betalen. Nu is de pesos nog maar US$0.30 waard en moeten we cash betalen als we een grote aankoop willen doen voor de boot. Veel mensen hadden prive-schulden en hypotheken in US dollars en hebben hun bezit moeten verkopen. De echte rijken, waaronder President Menem zelf, hebben het zien aankomen en op tijd hun geld naar Zwitserland gesluisd, en kopen nu voor een prikkie onroerend goed van hun onfortuinlijke landgenoten. De echte verliezers zijn de ouderen die hun hele leven hard gewerkt hebben en nu nog maar een derde van hun zelfgespaarde pensioen bezitten dat voor een groot deel ook nog door de staatsbanken bevroren is. De argentijnen protesteren wel, maar komen niet echt in opstand. Integendeel, het lijkt wel of het patriotisme door de recessie versterkt wordt. Er wordt (de zoveelste) documentaire gemaakt over Juan Perron en op het graf van Evita worden nog iedere dag verse bloemen gebracht. De Argentijnen leven bij de dag, verdrinken hun ellende en hebben, volgens eigen zeggen van een argentijn, nu een echte reden om te janken bij de tango. Die avond klinkt de tango extra triest als wij de enige toehoorders zijn.

We hebben een drukke agenda want we moeten een aantal belangrijke aankopen doen voor de boot: o.a. 50 meter gecalibreerde ankerketting, verf, navigatie-lichten, antislip voor de voorkajuit en een hele rugzak vol olie- en dieselfilters. In de Tigris-delta, een half uurtje met de trein, vinden we alles wat we nodig hebben. Volgende probleem: hoe krijgen we die zooi in Piriapolis? We hebben weer eens mazzel. In de jachthaven ligt een bekende boot waar we in Brazilie een tijdje mee hebben opgevaren. Hij vertrekt binnenkort naar Piriapolis en vindt het geen punt om onze spullen mee te nemen.

Dominicanen, Franciscanen en Jezuiten

De nachtbus naar Cordoba is uitgerust met extra brede slaapstoelen die helemaal gestrekt gaan. Voordat de tweede film begint, liggen we al te ronken en we worden pas weer wakker als we s'ochtends om 7 uur op het station zijn. We hebben dan ruim 700 kilometer afgelegd. Een prima manier om snel lange afstanden te overbruggen. Cordoba heeft meer dan een miljoen inwoners en is een van Argenina's belangrijkste culturele en industriele centra. Voordat de stad in 1573 door de spanjaarden opgericht werd, woonden er zo'n 6000 Comechingones indianen. De goede zorgen van de Dominicanen, Franciscanen en Jezuiten konden niet verhinderen dat de hele stam werd uitgeroeid; deels over de kling gejaagd door de Spanjaarden maar de meesten stierven aan ziekten die de Europeanen meebrachten. De diverse kloosterordes hebben een belangrijke stempel gedrukt op de stad. Nog tot op de dag van vandaag is Cordoba het centrum voor educatiem kunst en architectuur. De vele indrukwekkende coloniale gebouwen trekken touristen uit het hele land, maar slechts weinig uit het buitenland. We slenteren door de gezellige binnenstad, bezoeken talrijke kerken, kloosters en musea en genieten van de uitstekende wijn op een van de vele terrasjes.

Demonstraties in Tucuman

De volgende stad die we aandoen is Tucuman. We reizen deze keer overdag omdat we ook nog wat van het land willen zien. Het wordt een mooie tocht. Van de Sierra de Cordoba gaat het landschap over in weelderig groene valeien met suikerrietplantages. Door het milde klimaat en de natuurlijke irrigatie vanaf de subtropische hellingen van de Sierras is dit gebied van oudsher een belangrijk agrarisch centrum. Echter, de suiker mono-kultuur heeft gezorgd voor een enorme ongelijkheid in landverdeling alsmede voor een groot aantal ecologische problemen waardoor de opbrengst jaar op jaar terugloopt. Evenals Cordoba heeft Tucuman een mooi historisch centrum, met rijk versierde gebouwen daterend uit 1565. We bezoeken oa het Cabildo (oude stadshuis) waar op 9 juli 1816 de onafhankelijkheid van Spanje werd getekend en een oude suikerfabriek. Dan worden we opgeschrikt door vuurwerk en tromgeroffel. De vakbonden hebben een protestmars georganiseerd die samenkomt op het Plaza Independencia. Honderden mannen, vrouwen en kinderen lopen met grote spandoeken, vooruitgegaan door een aantal drummers. De eisen schijnen ons niet onredelijk: geen vernedering of onderdrukking op de arbeidsvloer, geen gekort op de watervoorziening en een minimum salaris van 350 pesos (100 Euro) per maand en een kinderbijslag van 40 pesos. Voor het imposante Casa de Gobierno houden ze stil. De spandoeken worden opgerold, het wordt muisstil en dan wordt het volkslied gespeeld. Iedereen zingt uit volle borst mee, ook de omstanders. Heel indrukwekkend, we krijgen er kippevel van.

 

Lamas en Cactussen

Van Tucuman gaat de reis verder noordwaards over een smalle weg met scherpe haarspeldbochten. Links zien we een klein stroompje dat in de warme periode aanzwelt tot een wilde rivier die de weg erodeerd. Aan onze rechterkant verrijzen stijle bergwanden, rijk begroeid met subtropische bossen. Hier heeft Generaal Bussi's leger eind jaren 70 op zeer controversiele wijze een linkse guerilla beweging in de pan gehakt. Deze zelfde meneer Bussi is nu kandidaat gouverneur voor de provincie Tucuman. Dat hij enorme geldvoorraden naar zijn Zwitserse bankrekening heeft doorgesluisd is algemeen bekend maar kan blijkbaar niemand deren. Dat gebeurt wel vaker in dit land. Na 100 km verandert het landschap en rijden we door prachtige woenstijnachtige valeien. In de verte zien we de met sneeuw bedekte pieken van de Andes. Via een alternative route zigzaggen we over de 3050m bergpass die bekend staat als Abra del Infiernillo (Kleine hel pas). We stappen uit in Taffi del Valle, een klein gehucht aan een groot meer, en nemen samen met een Nederlandse rugzaktoeriste een taxi. De taxi chauffeur kent de streek op z'n duimpje en kletst er gezellig op los. Bij de beroemde Quilmes ruines stoppen we voor een korte wandeling. Hier leefden vroeger 5000 Calchaqui Indianen die de Incas in1480 hebben overleefd maar geen verzet konden bieden tegen de Spanjaarden. In 1667 werden de laatste 2000 indianen naar Buenos Aires gedeporteerd. De ruines zijn mooi, te mooi om eerlijk te zijn. We vermoeden dat de steentjes recentelijk weer netjes op elkaar zijn gelegd om het tot een toeristische attractie te maken. Toch geeft het een aardige beeld van een nederzetting uit die tijd en de uitzichten vanaf de heuveltop zijn werkelijk magnifiek. Het indrukwekkendst zijn eigenlijk nog de enorme cactussen, sommige zijn maar liefst 4 meter hoog! Daarna is het nog 35 km over een stoffige zandweg naar Cafayate, na Mendoza het belangrijkste wijngebied van Argentinie. Uiteraard brengen we een bezoekje aan een van de vele bodegas en we begrijpen niet waarom de exportwijn zoveel malen duurder moet zijn dan de locale versie. We overnachten in een kleine koloniale herberg aan het sfeervolle plein midden in het centrum. Het ruikt er naar antieke boenwas.

De volgende ochtend moeten we vroeg uit de veren. Bij de plaatselijke bakker kopen we warme broodjes met gerookt spek en kaas (typo "Rocky 4") voor in de bus. Het is ijskoud, de verwarming doet het niet en je kunt je eigen adem zien. Het wordt een prachtige rit door de zgn Quebrada de Cafayate. Dit is een canyon die door de rivier is uitgesleten waardoor allerlei grillige bergformaties zijn ontstaan in verschillende kleuren. Tegen het middaguur komen we aan in Salta. Salta is Argentina's best bewaard gebleven coloniale stad. Het ligt op 1200m in een vruchtbare valei, omgeven door de hoge pieken van het Andesgebergte. Vroeger werd het door de Spanjaarden gebruikt als bevoorradingsstad voor de zilver- en kopermijnen in het Boliviaanse hoogland. We zien veel zilversmeden in het centrum, maar ze vragen belachtelijke toeristenprijzen. Op ons gemak slenteren we van kerk naar kerk, de een nog prachtiger dan de ander. In de grote cathedraal op het centrale plein staat een verguld beeldje achter glas. Het is een mollige uitvoering van kindje Jezus. Het beeldje is ingezegend door de Paus, die hier in 1997 op bezoek was. Jonge koppels kunnen hier tegen een donatie een verzoek indienen voor een kindje en zo te zien aan het aantal dankbetuigingen is het een vruchtbaar beeldje. Harry heeft het nu helemaal gehad met al die kerken en blijft tegenwoordig buiten staan een sigaretje roken. "Ze kunnen in dit land beter gratis condooms uitreiken" is z'n nuchtere reactie. En hij heeft gelijk. Hoogzwangere tienermoeders met huilende babies op hun arm, bedelend om wat kleingeld of een stukje pizza, horen hier bij het straatbeeld. Als je op een terrasje ziet, komen er binnen 5 minuten kleine kinderen langs die vragen om kleingeld. Als we dat niet willen vragen ze of ze de chipjes of nootjes mogen hebben die op tafel staan. Als ik ze een mandarijn geef kijken ze beteuterd. Nogal wiedes, die groeien hier gewoon langs de straat! Een schoenpoetser van een jaar of 40 wil wel een mandarijn en ik zie hem die even later eerlijk delen met z'n vader.......

 

El tren de las nubes

Vanuit Salta maken we een dagtocht naar San Antonio de los Cobres, een stoffig oud mijnstadje op 3750m. Er gaat een oud treintje naar toe, over een smal spoortje door 21 tunnels en over 31 hoge ijzeren bruggen. Het treintje rijdt echter alleen nog maar in het weekend, voor toeristen en kost US$100 pp. Het toeristenbureau biedt een alternatief met een jeep voor 100 pesos pp. Maar "oas bint zuunig" en nemen gewoon de locale rammelbus voor 12 pesos. Er gaat tenslotte maar een weg naar dat gehucht. We hebben een zitplaats helemaal vooraan en het is net of we in een driedimensionaal theater zitten en de cauchos en lamas er speciaal voor ons optreden. De bus stopt in elk gehucht om mensen op te pikken. Soms staan er mensen langs de weg waarvan je je afvraagt waar die nu in hemelsnaam vandaan komen. In de verste verten niets anders te zien dan cactussen. De bus levert ook pakketjes af. Midden in een cactuslandschap claxoneert hij dan een keer en dan zie je opeens een poppetje de berghelling afrennen. De bus begint aardig vol te raken. Mensen met allerlei koopwaar staan en zitten in het gangpad. De radio staat lekker hard en de buschauffeur zit de helft van de tijd achteromkijkend met de pasagiers te ouwehoeren. Er is voetbal op de radio. We horen af en toe vaag bekende namen een beetje raar uitgesproken: het is Nederland dat speelt! Maar wie is toch de tegenpartij, vragen we ons af. Dan opeens klinkt het typische zuid-amerikaanse commentaar: Goooooaaaaaalllllllll!!!!! De buschauffeur vertelt ons dat NL met 1-0 achter staat tegen Zwitserland. Sinds wanneer doen die dan mee? Later blijkt dat NL met 1-0 gewonnen heeft van Zweden en daarmee een plek in de halve finale heeft bemachtigd. Het schiet allemaal voor geen meter op, maar het landschap is spectaculair. De namiddagzon werpt een warme gloed op de kale hellingen met daarop cactussen statig als standbeelden, scherp afgetekend tegen de knalblauwe lucht. Telkens als er passagiers in- of uitstappen, wip ik even snel naar buiten om een foto te maken. Een keer rijdt de bus verder zonder mij. Harry, die sukkel, heeft het niet eens in de gaten. Gelukkig ziet de chauffeur me midden op de weg staan zwaaien. Pas tegen 21.00 uur komen we in San Antonio aan. Er is geen hotel, maar de chauffeur weet wel een adresje. We worden afgezet voor een bouwval en er schuivelt een oud verschrompeld besje op pantoffels op ons af. Zeker z'n oma. Onder een aantal lagen rokken draagt ze een dikke bruine gebreide mallot. Er komen twee grijze vlechten onder de wollen muts vandaan. Maar de kamer is schoon en aan de overkant is een restaurant waar iedereen met z'n jas aan en muts op zit te eten en TV te kijken. De volgende ochtend gaan we langs dezelfde weg terug, maar het verveelt ons niet. Het heeft die nacht flink gevroren. Het schrale ochtendzonnetje schijnt verblindend op de met sneeuw bedekte hellingen. De bevroren rivier kronkelt als een wit lint door de vallei. We zitten weer op dezelfde plek vooraan en we herkennen een aantal passagiers van gisteren. Achter ons zit een jongetje van een jaar of drie. Hij geeft me spontaan z'n lollie en bij elke passerende vrachtwagen tikt hij me op m'n hoofd en roept: mira, mira, un camion! We stoppen bij een "wegrestaurant", een lemen gebouwtje waar ze warme empanadas (met vlees gevulde pasteitjes) verkopen. Aan het einde van de met populieren afgezette weg staat een lief klein rose kerkje met daarachter een klein kerkhofje. Er loopt een tamme lama te grazen. Als ik een foto wil maken komt het stomme beest nieuwsgierig op me af. Als ik hem wil aaien haalt ie z'n lip op en begint te spugen. Rotzak!

Reunion in Jachtclub Rosario

De volgende dag vertrekken we met de nachtbus naar Rosario, na Buenos Aires de belangrijkste industriele stad van Argentinie. Een hele andere stad dan wat we tot nu toe gezien hebben. Het heeft geen historisch centrum maar wel enorm veel winkels. Een beetje gewoontjes dus. Het enige opmerkelijke aan de stad is het enorme monument Nacional a la Bandera, oftewel het Vlaggemonument. We wanen ons even in Rusland of China. Aan de rivieroever staat een 78m hoge marmeren toren met daar omheen enorm grote beeldhouwerken die symbolisch de verschillende regios van Argentinie en een aantal patriotische figuren weergeven. In de toren is een crypte met daarin de resten van Manuel Belgrano, de ontwerper van de nationale vlag . De originele handgeborduurde vlag zelf is er ook te zien. Wat een idiote vertoning van nationalisme! We vragen ons af wie de ontwerper is van de Nederlandse driekleur. Zelfs de dame die de vlag geborduurd heeft wordt nog genoemd. Dit is nou typisch Argentijns. Ze klampen zich wanhopig vast aan nationale symbolen. Evita en Maradonna worden nog steeds hoog op een voetstuk geplaatst. Hun zwakten worden voor het gemak maar even vergeten, zoals hele perioden in de geschiedenis gewoon bewust vergeten worden.

We zijn speciaal naar Rosario gekomen om de bemanning van SY Mandrake op te zoeken die we drie maanden geleden voor het laatst hebben gezien in La Paloma. Eduardo en Gonzalo komen ons halen en laten ons de omgeving zien. Bij de jachtclub aangekomen treffen we ook Alexandro en maken we kennis met Eduardo's en Gonzalo's echtgenotes en nog een paar clubleden. Bruno was helaas verhinderd. Het wordt een gezellig weerzien en we spreken af dat we in October weer naar Rosario komen voor een asado (BBQ) bij Alejandro thuis.

Terug in Uruguay

Van Rosario is het nog maar 9 uur met de nachtbus naar Montevideo. Het is alsof we in een andere wereld stappen die een stuk kleurlozer is. De Uruguayo's zijn vriendelijk, maar saai. Ze dragen vormeloze kleding, donkere kleuren, saaie kapsels en spreken alleen met je als je ze iets vraagt of ze een tijdje kent. De mode in de schoenen- en kledingwinkels loopt jaren achter bij die van Argentinie, de steakes zijn twee keer zo duur en maar half zo lekker. Hetzelfde kan gezegd worden van de wijnen. Toch is het weer prettig om "thuis" te komen. We genieten van de mooie kustweg naar Piriapolis en zijn verheugd Zwerver in goede staat aan te treffen. Morgen weer lekker klussen.

Terug naar logbook

.