USA

Cruising permit denied

Reizen in een zeiljacht gaat langzaam. Joggen gaat sneller als je het vol zou kunnen houden. Na een dag zeilen bevinden we ons doorgaans in een zelfde soort omgeving. Tijdens deze tocht is alles anders. De afstand van Havanna tot Palm Beach is ongeveer 280 mijl. Daar zouden we normaal gesproken minimaal 2 dagen voor uittrekken. Maar al snel na het verlaten van Marina Hemingway pikken we de Gulf Stream op en gaan we 7 tot 8 knopen. Als we de kust van Florida naderen loopt de snelheid verder op tot 10 knopen, zelfs met dubbel gereefd grootzeil en deels ingerolde genua. Het ziet er naar uit dat we het binnen 40 uur halen maar daarom wel in het donker aankomen.

We hebben er een nieuw electronisch speeltje bij, een AIS-ontvanger, en dat komt in dit gebied uitstekend van pas. Dit is de vaarroute van en naar het Panama-kanaal. Vrijwel continue bevinden er zich binnen een straal van 10 mijl een stuk of 12 grote vrachtschepen om ons heen, die met een gemiddelde snelheid van 15 tot 20 knopen van alle kanten op ons af komen. Het mooie van AIS is dat je nu niet meer al die verwarrende boordlichten in de gaten hoeft te houden, maar op je computerscherm precies kunt zien wat de koers, snelheid en afstand is waarmee zo'n grote jongen je passeert. Af en toe is er eentje bij waarvan de bedoelingen onduidelijk zijn of die te dichtbij komt. Die roepen we dan op om te vragen of hij ons wel ziet en aan welke kant hij ons voorbij wil. Dat gaat altijd in goede harmonie. Behalve bij een Grieks vrachtschip, dat in volle vaart voor ons langs kruist. We sturen duidelijk bij om te laten zien welke kant we passeren, maar hij blijft op ons afkomen. Wij denken dat hij ons niet ziet en roepen hem tot drie keer toe op. Tot drie keer toe krijgen we geen antwoord. We moeten het roer radicaal omgooien om hem te ontwijken. Harry is zo woedend dat hij de marifoonetikette even over boord gooit en de man op z'n amerikaans met het F**woord uitscheldt.

"Kom eens kijken, het lijkt wel of daar een groot zeiljacht op ons af komt" zegt Harry. Dat lijkt in eerste instantie inderdaad zo, maar we zien meer van die "toplichten". Het blijkt om vliegtuigen te gaan. We bevinden ons recht onder de aanvliegroute van Miami. Heel even overwegen we nog om de haven van Miami binnen te lopen. We zijn moe van het handsturen en verlangen naar ons bed. Bovendien is het koud. Maar na een kwartier bestuderen van de pilot is het ons nog niet duidelijk waar de jachthaven is. Alles is zo enorm groot. Bovendien hebben we van andere zeilers het advies gekregen niet in Key West of Miami binnen te lopen omdat de authoriteiten daar heel vervelend doen als je rechtstreeks uit Cuba komt. Nog even doorbijten dus. De aanloop naar West Palm Beach is rechttoe rechtaan. Toch worden we in verwarring gebracht door de overdaad aan knipperende lichtboeien die de vaargeul markeren. Gelukkig kloppen de kaarten exact. In het licht van de maan vinden we tussen een tiental jachten een vrije ankerplek. De laatste fles Cubaanse rum heb ik, tot ergernis van de kapitein, weggegeven uit angst dat die ontdekt zou worden door de kustwacht. Zonder de gebruikelijke ankerborrel duiken we onder het dekbed.

Het lijkt alsof we een tijdscapsule zijn uitgestapt. Op de ene oever een sky-line met glimmende wolkenkrabbers. Op de andere miljonairsoptrekjes met prive steigers. Superjachten en containerschepen varen ons voorbij. Verbodsborden met wat je allemaal niet mag: no wake, max speedlimit, no litter, no trespassing, no dinghies. De enige overeenkomst met Cuba is de paranoia van de authoriteiten. Daar waar ze in Cuba angst hebben dat mensen het land verlaten, zijn deze in de USA absoluut niet welkom. Wij blijkbaar ook niet. "Boat-papers! Passports! " blaft de dame van de immigratie. "Last port of call! Havanna??!!" Ze trekt er een vies gezicht bij. "You understand that we can't give you a cruising permit for the USA?" Dat snappen we dus niet, maar we gunnen het kreng niet het plezier van een discussie die we toch gaan verliezen. "We komen hier helemaal niet om te cruisen" zegt Harry onverschillig . Boos stempelt ze onze paspoorten maar de bootpapieren neemt ze in beslag. De eerste indruk van de USA is ronduit negatief: arrogant, dom, willekeur, politie-staat. Gelukkig staan er weer een aantal positieve ervaringen met gewone mensen tegenover.

Op het verkeerde moment op de verkeerde plaats

Als we het ene koufront na het andere over ons heen krijgen realiseren we ons al snel dat we een vergissing hebben gemaakt: we zijn hier een maand te vroeg. De heersende zuid-oost winden hebben zich nog niet gestabiliseerd. Harry geeft de motor een broodnodige onderhoudsbeurt. Er lijkt iets met de "koude start" niet in orde. Ook wijzelf hebben daar last van want het is koud in "Sunshine State". Ook bestellen we een nieuwe autopilot en verf. Beide laten op zich wachten. Als het dan eindelijk na een paar keer bellen arriveert, wordt de autopilot zonder kabels geleverd en de verf is niet de juiste. En zo gaat het ook met de oliefilters, de boormachine, de schuurschijfjes en een simpele stopknop voor de BB-motor hebben ze al helemaal niet. We zijn dus erg druk met niets. Ter afwisseling van deze ergernissen besluiten we een auto te huren om naar het Kennedy Space Center en Disney World te gaan. Die rakket gaat dus zonder ons de lucht in en Mickey Mouse hebben we ook niet gezien want er was geen auto te krijgen. Het bleek paasvakantie te zijn. We hebben het opeens helemaal gehad met Palm Beach. Kale kitcherige kak en onvriendelijke mensen. Wat doen we hier eigenlijk nog? Als het eerste de beste "weergaatje" zich aandient checken we uit. Snel nog even aan land om een wasje te doen en een gasfles te vullen. Tja, en dan komt er opeens zo'n "Miami Vice"-speedboot met zwaailichten naar ons toe. "Stop the engine, stay were you are". Helaas geen knappe Sunny & Crocket aan boord maar 4 breedgeschouderde gewapende mannen van de County Sherrif die duidelijk niet zijn geselecteerd vanwege hun intelligentieniveau of sociale vaardigheden. We krijgen een boete van $90 omdat we "in plane" zouden zijn gevaren in een "no wake zone". Anmehoela, met half gas gaan wij echt niet planeren hoor! Harry probeert voorzichtig iets te zeggen maar wordt meteen afgekapt: "u kunt protesteren in de rechtzaal". Verder een waarschuwing omdat we we geen reddingsvesten droegen, geen fluitje of hoorn bij ons hadden, en geen registratiepapieren van de dinghy konden laten zien. Goed voor nog eens $90 per overtreding. Nu worden we zeker ook nog geacht dankjewel te zeggen? Met ingehouden woede dobberen we op de hekgolven van passerende motorboten. Het valt ons op dat niemant hier een zwemvest draagt, maar dat houden we maar voor ons. We waren gewoon op het verkeerde moment op de verkeerde plek.

Charleston: een hele verademing

Eigenlijk hadden we in een ruk door naar de Chesapeake Bay willen zeilen maar een naderend front doet ons besluiten Charleston binnen te lopen. Met het laatste restje daglicht en het juiste tij zeilen we voor het lapje Charleston Harbour binnen. Het is al donker als we fort Sumter voorbij varen. Hier startte op 12 april 1861 de Amerikaanse burgeroorlog toen de zuiderlingen het fort vanaf de kant bombardeerden en veroverden op de Unionisten. Daarna nog een stukje de Ashley river op tot aan de brug. Aan de rechterzijde vlak voor de City Marina ontwaren we een paar mastjes. Daar laten we ons anker ook maar vallen. Als we de volgende ochtend nieuwsgierig onze nieuwe omgeving in ons opnemen blijken we pal voor het kustwachtstation te liggen. Oh jee, dat hebben wij weer! Je mag in de USA niet je toilet lozen op de binnenwateren, maar onze boot heeft geen "holding" tank. Je kunt daar een fikse boete voor krijgen van $1000. Snel sluiten we de toiletafvoer en zetten we ons nieuwe draagbare toilet in de voorkajuit. Klaar voor de inspectie. En jawel hoor, even later komt er een motorboot langzij. Het is niet de kustwacht maar de waterpolitie. Een vriendelijke man schudt ons de hand: "we zagen een buitenlands jacht en komen even gedag zeggen. Alles goed? Welkom in Charleston".

Ook in ieder ander opzicht is Charleston na het geestdodende Palm Beach een hele verademing. We zitten op loopafstand van het historisch centrum maar er gaat ook een gratis klassiek trammetje. Hier geen hoogbouw maar prachtige pastelkleurige planterswoningen met over de hele gevellengte opengewerkte balcons, half verscholen achter eiken waarvan de taken zwaar doorhangen vanwege het mos dat erop groeit. In de keurig onderhouden tuinen staat alles in groei en bloei. Het ruikt naar voorjaar. Sommigen huizen dateren nog uit de 18e en 19e eeuw en hebben orkanen, aardbevingen en branden overleefd. Er zijn hofjes, plantsoenen, parken en zelfs restanten van een oude stadsmuur. De enige hoge gebouwen zijn kerken. Daar zijn er maar liefst 180 van waardoor Charleston de bijnaam "Holy City" heeft gekregen. Tijdens de Revolutie-oorlog werden de kerktorens zwart geschilderd waardoor ze 's nachtes opgingen in de donkere hemel en daardoor ontkomen zijn aan de aanvallen van de Britten.

Hoewel Charleston een kleine provinciestad is met slechts 100.000 inwoners, doet het zeker niet provinciaal of oudbollig aan. Er zijn veel kunstgalerijen en antiekzaken, musea en muziekcentra. Voor het eerst sinds jaren bezoeken we weer eens een behoorlijke boekhandel. Eindelijk ook weer eens een winkelstraat met unieke winkels die geen onderdeel zijn van een grote keten, zoals een hoedenwinkel, een chocolade winkel en een zaakje met uitsluitend honingproducten. Er is een ruime keuze aan goede restaurants, eetcafees en trendy koffie salons. Het meest opvallende in het straatbeeld vinden we het aantal jonge mensen. Charleston heeft een grote medische en pharmaceutische universiteit. De campus ligt midden in het centrum wat de stad levendig maakt. In Palm Beach was het enige uitgaansgebied verboden voor jongeren onder de 21. Logisch toch dat het daar een dooie boel is?

Het Charleston Museum, daterend uit 1863 en daarmee het oudste museum van de Verenigde Staten, laat een goed beeld zien van de interessante geschiedenis van de stad en streek. Charleston ligt midden in een moerassengebied in een delta van een aantal grote rivieren. Oorspronkelijk woonden er indianen. Het lot daarvan is bekend. In 1760 zetten de Engelsen hier voet aan wal en vanwege de ideale ligging en toegang tot het binnenland, trok de stad veel immigranten uit Europa maar ook uit het Caribisch gebied waardoor het een smeltkroes werd van verschillende culturen en religies. Met name Franse Hugenoten vonden hier een veilige haven en gaven Charleston de Creoolse kleur en sfeer die het tegenwoordig nog steeds heeft. Daarna in de 18e en 19e eeuw kwamen de grote rijst- en katoenplantages die alleen konden bestaan vanwege het door en door verrotte slavensysteem dat de zuiderlingen met alle mogelijke middelen zo lang mogelijk in stand probeerden te houden en, net zoals in Zuid-Afrika, met de bijbel verdedigden. Een bloedige burgeroorlog waarbij 600.000 doden vielen, gaf de zwarte Amerikanen het wettelijke recht op vrijheid. Maar de strijd om echte vrijheid en gelijke rechten ging en gaat nog steeds door. In de oude binnenstad zijn nog een aantal huisjes van het oorspronkelijke slavenkwartier bewaard gebleven. In de 19e eeuwse markthal zie je zwarte amerikanen die traditionele afrikaanse manden vlechten van palmbladeren. Heel mooi, maar $200 voor een mandje vinden we te duur voor een souvenir.

Aan de andere kant van het water ligt Patriot Point, een groot marine complex waar we een vliegdekschip, een oorlogs kruiser en een onderzeeer bezichtigen. Het vliegdekschip de USS Yorktown heeft een significante rol gespeeld in de 2e wereldoorlog in de Pacific. Het hangar-dek staat vol met allerlei verschillende types gevechtsvliegtuigen zoals de Wildcat, Tomcat, Hellcat, Corsair. Op het vliegdek staan er nog meer plus nog een aantal helicopters. Aan het aantal Japanse vlaggetjes die op de romp geschilderd zijn, kun je zien hoeveel Japanse vliegtuigen ze neergeschoten hebben. Meer dan 100. Beneden in het schip loop je door de motorruimte en de leefruimten van de bemanning. Het is een soort varend dorp met een ziekenboeg, cafetarias en zelfs een kapper. Oud gedienden met onderscheidingen op hun borst zijn op het schip aanwezig om tekst en uitleg te geven of annekdotes te vertellen. Een daarvan is het verhaal van een piloot in een Corsair die neergeschoten werd, het vliegtuig kon verlaten en een dag bewusteloos in zee gedobberd heeft. Het bleek de latere president Bush te zijn. Het meest legendarische bemanningslid was een hondje, Scrappy, lievelingetje van de hele bemanning. De kruiser USS Laffey is een stuk kleiner maar zeker niet minder indrukwekkend. Met behulp van audio visuele middelen wordt de laatste zeeslag van het schip nagespeeld waarbij ze aangevallen werd door 22 Japanse kamikase vliegtuigen en geraakt werd door 3 bommen en 5 kamikases en in de brand vloog maar dit alles toch overleefde. Doodeng als je in zo'n benauwde gevechtskoepel zit en die vliegtuigjes en bommen van alle kanten op je af ziet komen. De onderzeeer USS Glamagore werd pas in de vaart genomen in juni 1945 toen de oorlog bijna afgelopen was. Tijdens de eerste testvaart ging er iets mis en zijn er 15 mensen verdronken. Het schip heeft geen enkele zeeslag geleverd.

De Intra Coastal Waterway

De ICW is een stelsel van rivieren, kreken en meren die dmv kanalen aan elkaar gekoppeld zijn waardoor er een bevaarbare "binnenroute" is ontstaan die parallel loopt aan de oostkust. De geschiedenis ervan gaat terug naar de Onafhankelijkheidsoorlog toen er behoefte was aan een beter transport tussen de kolonies. De eerste kanalen werden als onafhankelijke projecten gegraven in de jaren 1800, ook wel de "Canal Era" genoemd. Ruim 100 jaar later, in 1930 voltooide het Amerikaanse legercorps het totale traject, precies op tijd om de binnenvaart bescherming te bieden voor de Duitse U-boten. Tegenwoordig wordt de ICW eigenlijk alleen nog maar gebruikt door de pleziervaart. Als je wilt kun je de hele kust van Amerika, vanaf Boston in het noorden naar Florida in het zuiden en daarna zelfs nog verder helemaal tot aan Mexico, afzakken in beschermd water. Niks geen lange afstanden, je hoeft niet 's nachts te zeilen en als je het goed uitkient met de seizoenen heb je altijd goed weer. Deze route is vooral erg populair onder Canadezen en Noord-Amerikanen die in de wintermaanden naar Florida of het Caribisch gebied gaan.

Wij zien dat gehop en gemotor in eerste instantie niet zo zitten. Het lijkt ons saai en omdat je niet 's nachts kunt varen schiet het voor geen meter op. We hebben niet echt haast maar willen in het voorjaar in de Cheasapeake Bay zijn en in de zomer in het koude noorden. Omdat we van zuid naar noord gaan willen we profiteren van de Golfstroom die al snel 2 tot 3 knopen meeloopt, dus proberen we zoveel mogelijk "buitenom" te varen. Een belangrijke factor waar we rekening mee moeten houden is het weer. Op deze breedtegraden is het gedaan met de voorspelbare passaatwinden. Het is ondertussen voorjaar en de koufronten komen minder frequent en steeds noordelijker door, maar bij de beruchte Cape Hatteras lijken ze nog steeds vol tot ontlading te komen. Onderweg van Charleston naar Beaufort krijgen we bij Cape Fear een staartje mee van zo'n front. Niks bijzonders hoor, maar opeens zitten we tegen 20 knopen wind en opstaande golven in te boksen, en daar krijg je snel schoon genoeg van. Als je dit bij Cape Hatteras krijgt kan dat heel vervelend worden. Dus besluiten we bij Beaufort naar binnen te gaan en daar de ICW te nemen naar Norfolk in de Chesapeake Bay. Dat is een afstand van ongeveer 200 mijl en schijnt bovendien het mooiste stuk te zijn van de ICW.

Om een idee te krijgen door wat voor landschap we varen neem je de kaart van Friesland en de Randmeren en strekt die uit over heel Nederland, want dat zijn de afstanden waarover we het hebben. Het eerste stuk varen we via kronkelige kreken door "marsh land", een soort veenlandschap, moerassig met goudgelige hoge graspollen. Tussen het riet zitten veel water- en weidevogels. We zien diverse reigersoorten, visarenden, pelikanen, meeuwen, aalschovers en steltlopers. De vaarweg is smal en ondiep maar wordt goed aangegeven met rode en groene palen, favoriete plekken voor roofvogels om hun nest te bouwen. Het is een kleine soort visarend, de Osprey. Het vrouwtje zit op het nest en het mannetje zien we af en aanvliegen met iets lekkers. De rolverdeling kan ook andersom zijn, zoveel verstand hebben we er niet van. Als we er dicht langs varen steekt hij of zij nieuwsgierig haar kop boven de rand van het nest en begint te piepen. Tot onze verrassing zwemmen er nog tot op 40 mijl landinwaarts dolfijnen rond de boot! Aan weerszijden van de hoofdvaarweg zijn tientallen kleinere kreekjes maar als we vogels over het water zien lopen weten we dat het er te ondiep is om te ankeren. We overnachten gewoon net iets buiten de vaargeul, maar daar ligt het vaak vol met crabfuiken. Tegen zonsondergang komen de steekvliegen en muggen maar nog niet in zulke grote getalen als straks in de zomer. 's Nachts is het doodstil en tegen 6 uur worden we gewekt door het vrolijke gesnater van een wilde ganzenfamilie.
Af en toe passeren we een karakteristiek landhuis en er zijn ook stukken die lijken op Giethoorn, met mooie huizen aan het water met keurig geknipte gazons en een motorbootje voor de deur. Het valt ons nog mee hoeveel we nog kunnen zeilen. Vaak hebben we op de rivieren de wind pal van acheren en bomen we de fok uit. Pamlico Sound en Albemarle Sound zijn meren ter grootte van het IJsselmeer waar je lekker kunt zeilen. Wij zijn de enigen die dat doen. Zelfs als we 6 knopen lopen worden we nog ingehaald door een Amerikaan onder "full Perkins", zittend op een comfortabele stoel, rondom afgeschermd met moscito-netten. Later halen we ze weer in als ze bij de brug op ons moeten wachten. De kanalen zijn saai. Lange rechte stukken met aan weerszijden donkere dennebomen. Veel bomen zijn dood. Hun wortels staan in het zoute water. Het bevaarbare deel van het kanaal is feitelijk nog smaller dan het lijkt omdat er langs de kanten veel boomstronken deels onzichtbaar onder water staan.

Vanwege budgetproblemen worden de vaarwegen steeds minder vaak uitgebaggerd. Drie dagen gaat het goed. Op de laatste dag hebben we nog maar net de genua gehezen of we gaan in volle vaart de modder in. We kijken achterom naar de betonning. We zitten nog wel in de vaargeul maar hebben niet het midden gehouden. We halen alle trucks uit de kast om los te komen. Het dek, de dinghy en Harry zijn zwart van de modder. Maar het lukt niet. Er komt een motorjacht aan en we vragen om hulp. De schipper maakt een irritant wuivend gebaar en laat ons barsten. Een tweede motorjacht neemt onze landvast wel aan en trekt ons binnen 2 minuten van de modderplaat af. Ik neem het roer van Harry over en binnen 5 minuten zitten we voor de tweede keer vast. Deze keer lukt het ons vrij gemakkelijk met de dinghy de boot los te duwen.

Het laatste stuk passeren we redelijk wat bruggen. De vaste bruggen zijn 65ft hoog maar je moet wel rekening houden met een tijverschil van 1 meter. Theoretisch moeten we er met onze 17m hoogte gemakkelijk onder door kunnen, maar als je er vlak voor ligt ziet het er toch een stuk spannender uit. Nog spannender zijn electriciteitsdraden omdat daar geen bordje met minimale doorvaarhoogte bij vermeld wordt. De beweegbare bruggen gaan meestal om het halve uur open, soms om het uur en soms gewoon op verzoek. Er zijn ophaalbruggen, bruggen die horizontaal opengaan, takelbruggen met een contra-gewicht, boogbruggen, spoorwegbruggen. Sommigen, daterend uit de 19e eeuw, zijn vervangen door moderne vaste bruggen. De oude brug is industrieel erfgoed en blijft gewoon open staan. Vlak voor Norfolk is een prachtige oude spoorbrug die afgebeeld wordt op alle foto's en ansichtkaarten. Als wij aan komen varen liggen er al een aantal jachtjes te wachten. De brug is geblokkeerd vanwege een electrische storing. Gelukkig wordt het euvel snel verholpen en varen we zonder verdere problemen na vier dagen Norfolk binnen.

"Zorrug dat je erbij komt, bij de marine"

Norfolk is marinestad. Niet DE marinestad, want de US heeft er een aantal, maar wel een grote en belangrijke. Beide oevers zijn volgebouwd met scheepswerven. Er liggen een aantal vliegdekschepen in reparatie. Eentje lijkt te worden gestript. Een eind verder zien we een stuk of 30 oorlogsschepen die bevoorraad worden. Vliegdekschepen, fregatten, bevoorradingsschepen en onderzeeers. Je bent verplicht een afstand te houden van minimaal 500 yard. Er patrouilleren beveiligingsbootjes. We gaan voor anker op de drukke Elizabeth river met zicht op de USS Wisconsin, een van de grootste fregatschepen die de US gebouwd heeft. Het schip kwam voor het laatst in actie tijdens de golfoorlog in Irak waar het Tomahawkraketten afvuurde op Bagdad. Nu is de Winconsin onderdeel van het maritime musem. Het indrukwekkendst zijn de kanonnen met een diameter van 16 inch en een lengte van 5 meter. Als je bovenop het dek staat zie je pas echt hoe hoog zo'n schip is. We kunnen bij wijze van spreken zo bij de flatgebouwen aan de overkant naar binnen kijken.

Ook de rest van het maritime museum is de moeite waard. Er is een militaire afdeling waar met behulp van authentiek foto- en filmmateriaal verslag wordt gedaan van alle belangrijke zeeslagen. Veteranen met lintjes op hun borst vertellen met tranen in hun ogen over de belangrijkste overwinningen en de fijne kameraadschap die er aan boord heerste. Aan het einde is een "medal-of-honor" galerie waar uitgelegd wordt waarom deze of gene een medaille heeft verdiend. Alles even politiek correct: evenveel aandacht voor blanke, zwarte en latino zeehelden. Een meeslepend muziekje op de achtergrond, veel vlagvertoon. Het geheel lijkt een beetje een propagandaverhaal voor de navy. "Zorg dat je erbij komt, bij de marine". We vinden het bizar dat er ook presidenten bij zijn die voorgaande presidenten, soms posthuum, onderscheiden. Nog idioter is dat de vrouwen die zich uit eigen beweging bij de marine, landmacht en luchtmacht meldden uberhaupt niet eens als veterinnen erkend werden, laat staan dat ze een medaille kregen. Gelukkig heeft Obama dat een paar jaar geleden rechtgezet. Ook boeiend was de sectie over NOAA, het nationale instituut dat onderzoek doet naar oa stromingen van de oceaan, de athmospheer en klimaatveranderingen. Het weersbericht op de marifoon wordt door hun verzorgd, maar ook de gribfiles en de tropische stormwaarschuwingen die wij dagelijks downloaden via onze SSB-ontvanger komen van NOAA. Verder laat Harry een duwbak op de kade crashen en ik zie door de peroscoop van een onderzeeer dat onze Zwerver nog keurig op z'n plek ligt.

 

Oesters, crabben en veel nostalgie in de Chesapeake Bay

Het begon allemaal met de Indianen. In de historische roman "Chesapeake" van James Mitchener kun je lezen hoe een verstoten Indiaan in z'n boomstamkano zijn rivier afzakt en ontdekt dat er nog veel meer rivieren zijn waar indianenstammen leven waarvan hij het bestaan nooit vermoed heeft. Is het gebied dan zo groot vroegen wij ons af. Dat kun je wel zeggen. De Chesapeak Bay loopt ongeveer 200 mijl landinwaarts en is daarmee de grootste baai van Amerika. De baai is niet breed, ongeveer zoals het IJsselmeer, maar heeft tientallen armen met vingers die als boomwortels verder het land in kronkelen. De kleur van het water is overigens ook hetzelfde als dat van het IJsselmeer en de temperatuur vermoedelijk ook. De zwembroeken laten we in ieder geval in de kast liggen. De totale kustlijn van de Chesapeake Bay bedraagt meer dan 9000 mijl. Daar kun je je dus nog wel even vermaken. Het enige wat nog herrinnert aan de indianentijd zijn de namen van de rivieren en kreken die je niet zonder stotteren kunt uitspreken. Vanaf Norfolk varen we in noordelijke richting in etappes van 30 mijl langs de westkust omhoog en passeren achtereenvolgens de Poquoson-, Piankatank-, Rappahannock-, Wicomico-, Potomac- en de Patuxent rivier. Prinses Pocahontas komt hier trouwens ook vandaan. Smith Point aan de Potomac River is vernoemd naar haar redder en echtgenoot Cap't Smith. Een schilderij van Pocahontas' trouwerij is te zien in het Capitool in Washington. En wij maar denken dat het een sprookje was. We overnachten in miniscule slaperige plaatsjes gelegen aan ondiepe modderige kreekjes waar je tegen zonsopgang wakker wordt van het gesnater van wilde ganzen. Het belangrijkste navigatie-instrument is de dieptemeter. 60% van de Chesapeak Bay is doorwaadbaar. Wat dat betreft was een boomstamkano een stuk handiger geweest.

Bij Solomons Island steken we de Chesapeak Bay over naar Oxford, een historisch plaatsje aan de Tred Avon River. Oxford was in 1683 al een officiele "port of entry" en is rijk geworden aan de tabakshandel. Na de revolutie-oorlog stortte de tabakshandel in maar de oesters zorgden voor een nieuwe economische opleving. Nu is Oxford een slaperig dorp voor welgestelde bejaarden die hier hun tweede woning en jacht hebben. Als je door de schaduwrijke lanen langs de keurig onderhouden villas uit de 18e en 19e eeuw loopt, kun je je nog wel de rijkdom van weleer voor de geest halen, maar de bedrijvigheid en gezelligheid is verdwenen. Het plaatsje komt alleen 's zomers tot leven, en dan ook nog vaak alleen in de weekenden. We hebben een aantal kerken gezien maar niet een leuke kroeg. Toch heeft het dorp een bepaalde tuttige charme. Aan de hoofdstraat heeft de enige kruidenier fleurige potplantjes en kranten uitgestald naast een prikbord waarop de dorpsactiviteiten aangekondigd worden. Het winkeltje doet denken aan een Vivo-winkel in Overdinkel uit mijn kinderjaren. We kopen er voor een astronomisch bedrag bevroren garnalen en een ijsje. Er naast is een museum dat gerund wordt door een mevrouw van middelbare leeftijd met een te strak permanentje. Er is geen ontkomen aan. Ze spreekt ons buiten op de stoep al aan ("oh you're from the french boat!") en let erop dat we wel iets in de donatiebak gooien. Verder heeft het dorp nog een oude bootwerf waar vroeger "skipjacks" gebouwd werden, houten zeilschepen met weinig diepgang, lage vrijboorden om de crabfuiken aan boord te hijzen en een overmaatse giek en boegspriet zodat er lekker veel zeil gevoerd kon worden om de oesternetten te kunnen slepen. Af en toe zien we nog een "skipjack" varen met toeristen. Tegenwoordig bouwt de werf kleine klassieke zeiljachtjes. We zien met enige regelmaat charmante historische pandjes te koop staan, voor niet eens zo gek veel geld. Maar wie wil hier nu wonen? Ik durf te wedden dat als je niet iedere zondag braaf in de kerk verschijnt en je gazonnetje niet zo keurig geknipt is als dat van je buren, dat je hier niet veel vrienden maakt.
In Oxford komt Bert aan boord. Hij heeft een lading boeken, tijdschriften en krantenknipsels uit Nederland voor ons meegenomen en we worden enthousiast bijgepraat over alle ontwikkelingen in een wereld waaraan wij al meer dan een decennia vanuit de zijlijn sporadisch deelnemen. Het grappige is dat we het ook zonder kranten en internet nog uitstekend volgen kunnen. Een paar dooien gemist maar voor de rest draait de wereld ook zonder ons gewoon door. Ook bij Bert is het een en ander veranderd. Vroeger kwam hij met Saskia. Nu moet Nelleke, de imitatie Tom-Tom van Garmin, hem de weg wijzen. En waar mannen de neiging hebben alle goede adviezen van hun vrouwelijke partners in de wind te slaan, geven ze zich zonder na te denken over aan een stukje digitale techniek. Nelleke stuurt ons regelmatig , het bos in waardoor we des te meer te zien krijgen van de Chesapeake. Ze leidt ons door een pastoraal landschap met gouden korenvelden die besproeid worden door enorme sproei-installaties en sappige weilanden met verblindend witte hekjes. Langs de weg zien we zgn "Dutch farming markets" waar bloemen en onbespoten groente en fruit door de locals worden aangeboden. De boerderijen zijn ruime landhuizen met horizontale overnaadse betimmering en ruime verandas met veel bloemen en het onmisbare schommelbankje. De vogelhuisjes zijn in bijpassende kleur en stijl gebouwd. Het lijkt wel of iedereen hier in een park woont. Hier is de wereld griezelig perfect. Telkens dringt zich de vergelijking met conservatieve witte provincies in Zuid-Afrika op. Ik vraag me af wat er allemaal binnenshuis afspeelt.

Het is memorial day. Amerika herdenkt z'n doden. 300 miljoen Amerikane hebben de vlag uitgehangen of een rood-wit-blauwe krans op de buitendeur gespijkerd. Op begraafplaatsen of zo maar in een parkje onder een boom zien we honderden kleine vlaggetjes. Bert merkt op dat een soldaat die hier terugkeert na een Afganistan-missie er vast van overtuigd is dat zijn perfekte Amerika het aardse paradijs is. Maar ook hier is het paradijs een utopie. Een mythe die voorbij gaat aan de realiteit van het harde boerenbestaan en de hardheid van de natuur. Twee maanden geleden lag hier nog sneeuw en vorig jaar raasde orkaan Sandy hier overheen en overspoelde de vruchtbare akkers met zoutwater.

In andere historische plaatsjes langs de oostkust treffen we een soortgelijke sfeer aan als in Oxford. Cambridge, ooit het centrum van de bootbouw en de oesterteelt, ligt er een beetje verloren bij. Het bezoekerscentrum is indrukwekkender dan het plaatsje zelf. We beklimmen een spiksplinternieuwe replika vuurtoren met uitzicht over een spiksplinternieuwe jachthaven. 90% van de ligplaatsen is leeg. Volgens de vrijwillige vuurtorenwachter is de economische crisis hier debet aan. Wij informeren beleefd naar de prijs van een ligplaats. $250 per week voor een kleine boot als de onze. Oei! Cambridge is de geboortestad van Harriet Tubman, een bevrijde slavin die de Underground Rail Road opgericht heeft en met behulp van blanke Quaker families honderden slaven naar Canada gesmokkeld heeft. Je kunt de Underground Rail Route trail volgen en de Quaker "safe-houses" bezoeken. De historie is interessant genoeg, maar op een of andere manier is men er niet in geslaagd het verleden te integreren in het dagelijkse leven. Nostalgie en vergane glorie.

Net zoals ieder dorp in Twente z'n klompenmuseum heeft, heeft ieder gehucht hier z'n eigen maritiem museum. Die laten we voor wat het is maar in St Michaels bezoeken we HET Chesapeake museum, dat gebouwd is op het terrein van een scheepswerf. Het doet sterk denken aan het openluchtmuseum van Enkhuizen al hebben ze er helaas geen gerookte paling. Ze laten er zien hoe de "Skipjacks" vroeger gebouwd werden. Een enthousiaste vrijwilliger geeft text en uitleg en is verbaasd naar onze interesse in epoxies. Hier zouden ze het roer van onze windvaan mooi kunnen maken. In het oude boothuis zijn tientallen klassieke scheepjes te zien. De jachthaven van St Michaels ligt ook op het museum terrein. Er liggen een paar "Skipjacks" en andere traditionele zeilschepen. Verder veel tekst en uitleg over de krab- en oestervangst. Tegenwoordig gaat het weer een beetje de goede kant op met de oesters, maar een paar jaar geleden waren ze op sterven na dood. Dat is overigens niet altijd de schuld van menselijk falen. Oesters zijn zeer gevoelig voor een hoog of te laag zoutgehalte van het water. Na een orkaan dreigen ze het loodje te leggen. Wist je trouwens dat oesters tijdens hun leven wisselen van geslacht? Met de crabben lijkt het allemaal nog goed te gaan. Hoewel we ons afvragen of er geen sprake is van overbevissing. Iedere dag moeten we moeite doen om de kleine boeitjes te ontwijken die de locatie van de fuiken aangeven. In de eettentjes kunnen we kiezen uit crab-claws, gestoomde crab, gevulde soft-shell crab of gewoon een broodje crab. Als je hier toch bent moet je het wel een keer proberen. En terwijl Harry veilig voor de Amerikaanse heilige drie-eenheid van hamburger, frietjes en coca-cola kiest kijk ik twijfelend naar m'n soft-shell crab. Het ziet eruit alsof ie zo van het asfalt geschraapt is. Als ik er met de vork in prik loopt er een gele derrie uit. Kaas? Je schijnt alle onderdelen te kunnen eten maar ik vind die stukjes in de pootjes toch een beetje te grensverleggend. Geef mij maar gewoon een zoute haring.

 

 

Washington, de president

Wist je dat George Washington op z'n 23e zijn eerste tandenborstel aanschafte en tegen de tijd dat hij als eerste president van Amerika geinaugureerd werd nog maar 1 tand over had en de eerste Amerikaan was die een gebit kreeg? Dat soort wetenswaardigheden en nog meer, krijg je te horen als je Mount Vernon bezoekt, het huis van Amerika's eerste president. Z'n gebit is er ook te bewonderen maar mag vanwege z'n ijdelheid niet gefotograveerd worden. Behalve generaal en president was Washington bovenal boer en slavenhouder. Hij had maar liefst 400 slaven die pas in vrijheid gesteld werden toen hij overleed. Beetje flauw, waarom niet eerder? Bij alle succesvolle mensen, of dat nu politici of topsporter zijn, wordt succes bepaald door een combinatie van een beetje geluk, op het juiste moment de juiste mensen ontmoeten en gewoon meer dan gemiddeld heel erg hard je best doen. George Washington had het geluk dat z'n legerleider in het veld overleed waardoor George du moment de kans kreeg te laten zien wat ie waard was. Vervolgens trouwde hij met een rijke jonge weduwe van stand zodat hij toegang kreeg tot de juiste kringen, tja en daarna kwam het harde werken. Nu pas realiseren we ons dat de USA destijds nog geen marinevloot had terwijl Engeland de machtigste vloot ter wereld had en nog nooit verslagen was. Tot Washington hun pad kruiste. Wat zijn sterke punt als president was, behalve dan dat ie de eerste was, is ons niet duidelijk, maar een briljante generaal was het wel. Het landhuis zelf is niet zo erg bijzonder maar het uitzicht over de Potomac rivier is grandioos. Het schijnt dat Obama graag een boottochtje maakt met buitenlandse gasten en hier even aanlegt. Wat zou hij vinden van de miezerige kleine gedenksteen voor de slaven die schril afsteekt tegen het mausoleum van George Washington?

Washington, de stad

Ik moet precieser zijn want er zijn maar liefst 155 Washingtons in Amerika. Washington DC is een enorme verrassing voor ons, veel groter en indrukwekkender dan we kenden van de TV. Als je in je auto over Pennsylvania Avenue rijdt, voorbij nr 1600 waar de machtigste man van de wereld woont (of is dat inmiddels de Chinese president?) of onder aan de voet staat van het Capitool met op de top van de koepel het vrijheidsbeeld, dan is dat toch een speciaal gevoel. Je kunt vinden wat je wilt van Amerika maar dit is wel het politieke centrum van de wereld. Washington straalt alles uit waar Amerika voor staat: superioriteit, patriotisme, behoudenheid, maar ook technologische vooruitgang, democratie en vrijheid.

Alle belangrijke overheidsgebouwen, nationale monumenten en musea liggen aan een groot groen plein, the Mall. Hoe groot dat is zie je pas als je vanaf Capitol Hill aan de westkant uitkijkt naar het oosten met in het midden de enorme obelisk en aan het uiteinde het Lincoln monument. Het lijkt een beetje op de Champs Elisee in Parijs maar dan tien keer groter. Een ander verschil met Parijs is dat de obelisk (het Washington monument) niet gejat is maar nagebouwd is. Ook een maatje groter uiteraard. Je zou verwachten dat het er krioelt van zwaar bewapende bewakers maar daar is niets van te merken. Als je de gebouwen binnengaat moet je door een scanner en de inhoud van je rugzak laten zien. Als je zoekt zie je tussen het vele groen heel onopvallend enkele camera's staan. De sfeer op straat is ontzettend relaxed. Geen uniformen met wapens, geen tralies of prikkeldraad zoals we in menig andere hoofdstad aantroffen. Wel veel touristen, zakenmensen en joggers. In de Washington Post lazen we dat Obama tot ontsteltenis van z'n bewakers, het enkele dagen geleden opeens op de heupen kreeg en de straat op ging, handjes schudden met totaal verbouwereerde joggers. "U moet vooral niet stoppen met bewegen als ik met u praat" zou de president gezegd hebben.

We lopen ons de benen onder de kont vandaan. Rondom het Lincoln Memorial waar ooit Martin Luther King zijn beroemde droom uitsprak staan een tiental andere monumenten ter nagedachtenis van alle oorlogsslachtoffers. Bij het Vietnam memorial waarin duizenden namen gegraveerd zijn in het zwarte spiegelende marmer nemen we tijd voor reflectie en een selfie. Bert zoekt naar bekenden uit z'n para-tijd maar dat is onbegonnen werk want de namen staan niet op alfabetische volgorde. We lopen langs het Korea monument en rusten even uit bij de fonteinen van het imposante WW2 monument. Tijdens Memorial Day komen hier miljoenen mensen om alle kransleggingen en parades te aanschouwen of, zoals we een enkele keer zien, persoonlijk een bloemetje te leggen. Terwijl we daar lopen vliegen er 3 helicopters laag over. Ze landen in de tuin van het Witte Huis. In eentje ervan zit president Obama die zojuist terug gekomen is uit Afganistan waar hij de troepen bemoedigend toegesproken heeft dat ze gauw naar huis mogen. Op de terugweg tijdens een stop op de militaire academie Westpoint vertelde hij de vers afgestudeerden dat er geen plannen op stapel liggen om weer zoiets doms te doen (niet in deze exacte bewoordingen). Verkeerde studiekeus, dachten wij. We hebben overigens nog geen monument gezien voor de slachtoffers van de Golfoorlog en daar was op The Mall ook niet zoveel plaats meer voor. In het American history museum werd ook al verdacht weinig melding gemaakt van de oorlogen in Irak en Afganistan. Ze zullen er wel niet zo trots op zijn.
Washington heeft een ruime sortering goede musea en art galleries die overigens gratis toegankelijk zijn. We moeten weer eens keuzes maken. Met Bert en Harry's para- verleden ligt het Smitsonian National Air en Space museum voor de hand. Wow! 30 hallen vol vliegtuigen en raketten. Geen replica's maar originele exemplaren waaronder het linnen vliegtuig van de Wright Brothers uit 1903, de Spirit of St Luis waarmee Charles Lindberg in 1927 z'n eerste transatlantische oversteek maakte, de knal rode rode Lockheed Vega van Amelia Ehrhart en een heleboel raketten en een space-shuttle. Wat een ontwikkelingen. En dan te bedenken dat de luchtvaart amper 100 jaar oud is! We zijn in een Skylab geweest en er was een sky toilet te bewonderen die er iets ingewikkelder uitzag dan ons boordtoilet. Hier merk je de preutsheid van de Amerikanen; er wordt geen enkele tekst en uitleg gegeven hoe zo'n ding werkt. Bij het damestoilet staat alleen dat het "some extra attachements" heeft. Je moet zelf een voorstelling maken waar je die moet bevestigen. Maar de grote vraag die ons bezig hield toen we de laatste Space-shuttle zagen is: What's next? Ook daar kregen we geen antwoord op. Een "midshipsman" van de Naval Acadamy in Annapolis vertelde ons dat Amerikaanse satelieten tegenwoordig met Chinese raketten de ruimte ingeschoten worden.
Een bezoekje aan de Obama's zit er helaas niet in, hoewel ik best even van Michelle had willen weten of Barrack in het echt ook zo leuk is. In het Capitool krijgen we een rondleiding waarbij niets aan het toeval wordt overgelaten. Maar eerst wordt er een introductiefilm getoond over de grondbeginselen van de democratie en de werking van het Congress. Het grappige is dat de onafhankelijke staten destijds net zo aan het worstelen waren met een model voor de USA als wij nu in Europa. Het hete hangijzer was of vertegenwoordiging in Congress per staat of na rato van het aantal inwoners moest. Het werd een compromis, net zoals bij de EU. Waarbij aangetekend moet worden dat vrouwen niet meetelden en slaven slechts voor 3/5 deel omdat anders de zuidelijke staten een te sterke vertegenwoordiging zouden krijgen. De film was doorspect met propaganda. Heel trots werd er verteld dat alle nieuwe wetten en voorstellen uitvoerig binnen het Congress bediscussieerd worden, soms heel fel en emotioneel, maar dat er uiteindelijk altijd een vorm van consensus bereikt werd. Hmm, wat te denken van een George Bush jr die over Sadam Housein zei : "I'm gonna kick his ass" en eigenhandig een oorlog tegen Irak begon. De macht is duidelijk aan het verschuiven richting president en partijpolitiek overheerst. De rondleiding is leuk en leerzaam. De groep vertrekt pas als de tourleader zeker weet of iedereen hem wel hoort en nadat hij gechecked heeft of niemand kan struikelen over z'n eigen schoenveters. Het interessantste zijn de beeldengalerijen. Iedere staat mag aangeven van welk persoon er een beeld moet komen. Zo staat Ronald Reagan er wel maar bv een Kennedy weer niet. Ook wordt er behoorlijk gediscrimineerd. Er staat maar 1 beeld van een vrouw tussen, Rosa Parks, die in 1955 weigerde haar zitplaats op te geven aan een blanke man. En Martin Luther King stond daar duidelijk als excuus-truus waar ze niet omheen konden. Hariet Tubman die zoveel slaven in vrijheid bracht, schittert door afwezigheid.
Via een ondergrondse tunnel loop je van het Capitool naar the National library of Congress in het Thomas Jefferson gebouw. We hadden hier dus geen enkele voorstelling van. Saai dachten we. Wat blijkt? Dit is verreweg het allermooiste gebouw van Washington, misschien wel van heel Amerika. Dat was ook de opzet. In Europa hadden ze koningen en keizers en die hadden paleizen. Dit gebouw moest niet alleen kunnen concurreren met de europese paleizen maar ook amerika's opkomende wereldmacht uitstralen en bovendien brandveilig zijn. Dat is gelukt. Het is een juweel! De hele bibliotheek is van marmer met kunstige mozaiek vloeren, Michelangelo-achtige plafondschilderingen en trappen versierd met engeltjes, minervas, uilen en wijze mannen. Het Vaticaans museum komt er het dichts bij in de buurt. De staatsbibliotheek werd gebouwd in 1800 toen de regering naar Washington werd verpaatst. De eerste collectie bestond uit 740 boeken en 3 kaarten. In 1814 werd het gebouw door de Britten in brand gestoken. President Jefferson (die toen al met pensioen was) verkocht z'n persoonlijke collectie van 6500 boeken aan de staats bibliotheek voor $24.000. Dat bleek een slechte investering: niemand kon dat latijn en grieks lezen! Bovendien brak er voor de 2e keer brand uit waardoor een derde verloren ging. Tussen 1980 en 1997 is het gebouw gerestaureerd in volle glorie hersteld zoals het in de 19e eeuw was. Het bevat nu 150 miljoen stukken waaronder de Gutenberg- en de Mainzbijbel.

We zijn nu bijna 3 maanden in de US en wat telkens weer opvalt is het enorme nationale bewustzijn en patriotisme van de Amerikanen dat er van kinds af aan ingelepeld wordt. Dat is het meest zichbaar op de nationale begraafplaats van Arlington, waar het na onze smaak bizarre proporties aanneemt. Iedereen die belangrijk was ligt hier. Zoals de Kennedies, die hebben een hele grafheuvel. Het graf van JFK heeft een eternal flame die aangestoken is door Jacky. Zij ligt er ondertussen ook naast. Vraag me af of ze dat wilde. Robert Kennedy heeft een heel bescheiden steentje. Er liggen een paar verse witte rozen. De attractie van Arlington is het graf van de onbekende soldaat. Vier overleden soldaten uit WW2 zijn uit een massagraf in Frankrijk opgegraven. Eentje ervan is geselecteerd en naar Arlington gebracht. Wat zouden de selectiecriteria geweest zijn? Die andere 3 gingen terug naar het massagraf in Frankrijk. Het graf word 24 uur per dag bewaakt door een dienstplichtige soldaat, die daar speciaal voor opgeleid isen speciale schoenen draagt waarmee hij extra hard kan hielenklikken. Ieder uur vindt er een wisseling van de wacht plaats. Ze maken er een heel spektakel van. Orders worden geblaft door een overste. Die nieuwe man bevestigd de orders. Daarna waren er kransleggingen door scholieren. The "Last Post" wordt gespeeld en iedereen wordt verzocht z'n rechterarm over de linkerborst te leggen. Dat gaat ons een beetje te ver, maar als ik om me heen kijk staan alle Amerikanen keurig in het gelid. Er wordt hier en daar wat gesnotterd en een traantje weggepinkt. Dit kun je je in NLD absoluut niet voorstellen, zelfs niet op 4 mei. De begraafplaats is heel mooi aangelegd en uitstekend onderhouden. Niet iedereen ligt op stand. De gewone soldaat heeft een simpele witte steen net zoals in NLD, rij na rij na rij. Opmerkelijk is dat hun vrouwen en kinderen er ook een plekje kunnen krijgen. Maar de bevelhebbers liggen eerste rang en hebben een grotere steen met een individueel ontwerp. Amerikanen zorgen ook goed over hun levende burgers. Een vrouw wordt onwel en meteen staan er twee loeiende brandweerautos en wordt het pad afgezet. Ach ja, overdrijven is erg amerikaans...

Soms zou je een gat in die vlag willen schieten

Dit is niet de "Stars & Stripes" maar de "Star spangled banner" zoals de Amerikaanse vlag eruit zag in 1814. Als je goed kijkt zie je dat er een aantal sterren ontbreken. Deze lap stof is zo groot als onze licht-weer genua en wappert vier op Fort McHenry in Baltimore, ook weer zo'n bastillion van vergane glorie en sentimenteel patriotisme. Het fort is beslist niet de moeite van het bezoeken waard, maar is voor de Amerikanen een icoon. Toen in 1814 tijdens de slag om Baltimore, na een nacht van hevig bombardement, de Engelsen afdropen en ene meneer Key door de optrekkende rook zag dat de Amerikaanse vlag werd gehezen, inspireerde hem dat tot het schrijven van een emotioneel heldendicht. "Then in de hour of deliverance and joyfull triumph, my heart spoke: does not such a country and such defenders of their country deserve a song"? En dit gedicht, getiteld "the star spangled banner, werd in 1932 gekozen als het volkslied van de Verenigde Staten. In het bezoekerscentrum van het fort wordt het volkslied gespeeld met op de achtergrond op een levensgroot beeldscherm een wapperende vlag. En prompt, zonder aanzet, staan weer alle Amerikanen in het gelid met hun rechterhand over de linkerborst. We beginnen onderhand wel een beetje genoeg te krijgen van zo veel vaderlandslievendheid! In Annapolis krijgen we bovenop de toch al pittige rekening van $30 per dag voor een mooringbal zonder fasciliteiten, een boete van $100 omdat we ons niet vooraf gemeld hadden, maar zoals gewoonlijk gewacht hadden totdat de havenmeester langs kwam. Protesteren helpt geen zier: "It's the law m'am", zegt de havenmeester autoritair. Ja, das lekker makkelijk. Kun je ook nog zelf nadenken? Op zo'n moment heb ik zin om een gat in die vlag te schieten!

Man overboord en andere stommiteiten

Met het zeilen in de Chesapeake Bay wil het niet zo vlotten. Meestal is er geen of te weinig wind en als er een frontje door komt dan krijgen we opeens 20 knopen op de neus. Er is nog geen dag voorbij gegaan dat we niet gemotord hebben. En om heel eerlijk te zijn is dit ondiepe water geschikter voor motorboten of kleinere zeiljachten. Met een diepgang van 1.80m gaat het allemaal nog wel, maar vaak moeten we wel in de vaargeul blijven, zeker bij het aanlopen van kleinere haventjes, en die zijn toch wel het leukst. Onze ervaring is ook dat het water in realiteit ondieper is dan aangegeven op de kaarten. En de pilotboeken kun je ook al niet zo veel van opaan. Die geven vooral gesponsorde informatie over restaurants en marinafasciliteiten. Tja, en dan wil het wel eens voorkomen dat je vastloopt. Bij de eerste ankerpoging in de Worton kreek wilde het anker maar niet zetten. Toen we het ophaalden bleek er een hele boom in te zitten! Een eindje verderop zou het volgens de kaart 2.10m met laag water zijn. Als het tij keert en wij niet meedraaien blijken we weer eens in de modder vast te zitten. In Chesapeak City zou volgens de pilot het havenkommetje in 2012 uitgebaggerd zijn tot een diepte van 3 meter. Heel voorzichtig varen we keurig in het midden tussen de twee houten kades door. Opeens valt de diepte van 10 naar 0 meter en zitten we muurvast op een drempel. Tot groot vermaak van het zondagspubliek op het naastgelegen terras, dat enthousiast fotos begint te maken. Het is laag water en we gaan gewoon lekker in de kuip zitten met een biertje, totdat we merken dat er weer een beetje beweging in komt en we er gewoon weer achteruit kunnen uitvaren.

De aanloop naar Cape May veroorzaakt grotere opwinding aan boord. Ten zuiden van Cape May liggen een aantal verradelijke ondiepten. Je moet er ofwel met een hele grote boog omheen of heel dicht langs de kust varen, maar zo schrijft de pilot, dat is voorbehouden aan schippers met locale kennis. We besluiten het zekere van het onzekere te nemen en kiezen voor de langere veilige route. We zitten hier nl niet meer in beschut water maar op open zee. Als we volgens de kaart de ondiepten gepasseerd zijn en dus een rechtstreekse koers op Cape May zouden moeten kunnen varen, beginnen we ernstig te twijfelen. We zien nl een lange lijn met brekers en woelig water. Wat is dit? Gewoon stroomrafelingen? Maar die brekers dan? Het water is hier gewoon grijs en heeft niet van die mooie duidelijke kleurschakeringen als in de Carieb waardoor je geen visuele informatie krijgt over de diepte. We varen nog een stukje verder tot waar het water iets rustiger wordt en draaien dan voorzichtig bij. Prompt valt de diepte als een baksteen naar beneden. Shit, wegwezen hier! De kaart klopt van geen kant! Later horen we van locals dat die zandbanken ieder jaar een eindje aan de wandel gaan en de kaarten inderdaad niet kloppen.

Menigeen die hoort van onze wereldomzwervingen vraagt ons of we niet bang zijn voor stormen. Daar houden we inderdaad niet zo van, maar onze grootste angst is een man-over-boord situatie. Daarom blijven we 's nachts op zee veilig in de kuip en gaan we alleen aangelijnd het dek op, en niet zonder de ander te waarschuwen. Onze zeereling is aan vervanging toe en de slechtste scepters hebben we voor de zekerheid maar laten lassen totdat we groot onderhoud gaan doen. Had onze Amerikaanse buurman dat ook maar gedaan. In Cape May worden we uitgenodigd voor een ankerborrel aan boord bij onze Amerikaanse buren, een 65ft zeiljacht zonder mast maar met een goed gevulde bar en een grote BBQ. Buurman heeft het jacht zelf gebouwd, maar het is eigenlijk nog steeds niet af en komt ook nooit af want buurman is de 75 al gepasseerd. Het is gezellig, de gastheer blijft maar inschenken, de glazen zijn groot. Het is inmiddels al donker als Harry opstaat en naar het achterdek loopt om te plassen. Opeens horen we een plons. Shit! Man overboord! Ik ren snel naar de zeereling, een houten latje dat nog niet eens tot halverwege m'n scheenbenen komt, en zie niets. Ik roep maar Harry antwoordt niet. " He has an excuse, because he's under water" zegt Buurman. Opeens horen we gehoest en geproest en komt ie gelukkig weer boven. Hij kan onze dinghy vastgrijpen maar er niet op eigen kracht inkomen. Koud, geschrokken en de alcohol zal ook wel meegespeeld hebben. Snel spring ik in de dinghy en weet hem aan boord te krijgen. Oeps, dat was schrikken. Harry wordt onder de warme douche gezet, krijgt droge kleren en we borrelen gewoon weer verder. "Ik heb niet eens gemerkt dat ik viel", zegt ie later. Alcohol en water, een levensgevaarlijke combinatie.

 

Op eigen kiel langs het Vrijheidsbeeld

Er zijn van die plekken op de wereld waar je van droomt om ooit nog eens met je eigen bootje te zeilen. We hadden er een paar jaar voor nodig maar hier zijn we dan eindelijk toch: New York! Dat wil zeggen: ergens voor ons zou nu de sky-line van Manhattan moeten opduiken, maar door de mist is er nog niet veel te zien. Rond 8 uur 's ochtends passeren we Sandy Hook. Deze ankerplaats was vroeger een geliefde uitvalsbasis voor de zeilende handelsvaart. We hebben stront mazzel (of het gewoon goed uitgekiend) en varen met ingaand tij de monding van de Hudson rivier op. Voor ons verschijnt de Verazano-brug en doemen de eerste gebouwen van Brooklyn, genoemd naar het Hollandse Breukelen, op. Pas als we de brug gepasseerd zijn en een vaal zonnetje de mist een beetje doet optrekken, toont New York zich van z'n beste kant.

Aan stuurboord zien we eerst de beroemde sky-line van Manhattan met de nieuwe Freedom-toren en als we iets dichterbij komen, aan bakboord ook het Vrijheidsbeeld. Het is een onbeschrijflijk heerlijk gevoel om hier te varen. Alsof we met boot en al in een ansichtkaart zijn geplakt. Magnifiek maar ook een beetje onwerkelijk. Uit en toch thuis.

Zwerver zeilend voor het Vrijheidsbeeld, daar moet natuurlijk een foto van gemaakt worden. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het bijbootje moet opgepompt en te water gelaten worden en daarna moet de motor er nog aangehangen worden. Dat terwijl er een stroom staat van 2 knopen en we van beide kanten gepasseerd worden door touristenboten, ferries en duwbakken. We trekken lootjes wie het wiebelende bootje in mag om de foto te maken. Harry is de pineut. Jammer dat er geen wind staat, het wordt een "motorzeil"-plaatje, maar wel eentje met een hele bijzondere herinnering.

Het water is diep en we varen lekker dicht langs de kant. Op de zuidpunt passeren we eerst het financiele district. Hier staan de oudste gebouwen, een stuk kleiner en rijker versierd dan hun koele glazen zusters in het commerciele centrum. De toren van de kathedraal verdwijnt in het niet tussen al die reuzen. Tussen de troosteloze oude pieren en pakhuizen, die meer dan alleen een likje verf nodig hebben, liggen glimmende superjachten afgemeerd. Ligprijs is hier toch wel snel $3 per foot. Ach, die hoeven natuurlijk niet op een paar cent te letten. Er is zojuist een cruise-ship gearriveerd. Die paar duizend passagiers die het uitspuugt vind je in een stad met 1 miljoen bezoekers per week, niet eens meer terug. Het oude vliegdekschip dat we 20 jaar geleden al eens bezocht hebben, ligt er naast. Ter hoogte van Central Park is een kleine marina waar we voor $25 per nacht achter ons eigen anker mogen liggen. Fasciliteiten zijn afwezig maar "it's your best bet in town" zegt de marina-manager. We liggen op "prime location", Uptown West end, 2 blokken van Central Park en Broadway. Een perfecte uitvalsbasis om ons een paar dagen in het dynamische stadsleven te storten.

Waanzinnig New York

Er ligt een lijk op de stoep. Twintig verdiepingen hoger wappert een gordijn door het open raam. "Jumped", zegt een buurtbewoner. Deze stad kan je blijkbaar tot waanzin drijven. Uitkijken dus. Vooral in het verkeer, dat razendsnel voorbij zoeft en beslist niet remt voor een stel onnozele toeristen, ook al staan die op een zebrapad. NewYorkers blijken een stuk minder galant dan wat we gewend waren in de zuidelijke staten. Gewapend met een mini Lonely Planet gaan we op stap. Vijf van de top 10 attracties zouden we zo van ons lijstje kunnen strepen omdat we ze al eens eerder gezien hebben, maar desondanks worden we toch als een magneet naar Time Square getrokken. Voordat we daar goed en wel aangekomen zijn, heeft Harry al zo'n slappe roze hotdog achter z'n kiezen en ben ik al gezwicht voor een nieuwe lens voor m'n camera. De levensgrote neonreclames zijn nog steeds erg flitsend maar het plein is nodig aan een opknapbeurt toe. Het stinkt er zurig naar het uitgaansleven van de vorige avond, de straten en het troitor zijn vettig en brokkelen af. Ik kan me ook niet herinneren dat er zoveel toeristen waren. Er is zelfs een podium neergezet met bankjes waarop je kunt gaan zitten om het plein op je gemak in je op te nemen. Het zit barstensvol! Hetzelfde gevoel, nl dat de bezoekerslimiet onderhand toch wel bereikt moet zijn, krijg je als je door het financiele district loopt. De beurs op Wallstreet is afgezet met dranghekken. We lopen er in optocht voorbij. Overal camera's en bewakers en daaromheen hotdogtentjes. Om veiligheidsredenen mag je het gebouw niet meer binnen. Zou dat sinds 9/11 zijn?

Uiteraard gaan we een kijkje nemen bij het nieuwe World Trade Center. De glimmende Freedom Tower torent hoog boven alle omringende gebouwen uit en door z'n glazige spitse top lijkt ie in de wolken te verdwijnen. De Toren neemt verschillende vormen aan afhankelijk van welke hoek je hem bekijkt. Wij vinden het een geslaagd ontwerp. Hij is helaas nog niet open voor touristen. Exact op de plaats van waar ooit de Twintowers hebben gestaan zijn nu twee "reflecting pools" met watervallen die in een zwart gat verdwijnen. In het glimmende zwarte marmer zijn de namen gegraveerd van de slachtoffers die omgekomen zijn tijdens de aanval in 2001 maar ook die van de autobom enkele jaren eerder. Bij een aantal namen is een witte roos gestoken. Het is indrukwekkend en smaakvol gedaan, maar het maakt je triest en gek genoeg voelen we ook woede. Natuurlijk blijft zo'n aanslag een zinloze misdaad, maar in plaats van dit domweg neer te zetten als een aanval van de Islam op Amerika, en daardoor alleen nog maar meer haat te zaaien, zouden de Amerikanen zich eens achter de oren moeten krabben waarom het zover gekomen is. Weten ze welke achterbakse buitenlandse politiek hun regering in het Midden Oosten voert door dictators in het zadel te helpen en te houden terwijl de bevolking crepeert en monddood wordt gemaakt? De Freedom Tower staat niet alleen voor reflectie maar ook voor hoop en vernieuwing. Laten we hopen dat er iets goeds uit voortkomt......

En Amerika zou Amerika niet zijn als hier geen business uit geslagen wordt. Naast de Freedom Tower is een 9/11-museum. Entree is $25 pp. Gidsen geven rondleidingen langs het herdenkingsmonument bij de brandweer en in stalletjes kun je 9/11 T-shirts, petjes en buttons kopen met teksten als "nooit weer". Het riekt een beetje naar Rampenkapitalisme en omdat wij denken dat we toch niet het ware verhaal te horen krijgen maar weer een patriotisch propaganda-praatje met veel heldendaden, sluiten we ons niet aan bij de 4 rijen dik wachtenden.

Vernieuwend New York

"Take a bite of The Big Apple's diverse dining scene" adviseert ons reisgidsje. Daar bedoelen ze toch hopelijk niet die hotdog-, hamburger- en pizzatentjes mee die je op iedere hoek van de straat vindt? We besluiten ons te verwennen en gaan dineren bij "Les Halles", het restaurant van de reizende TV-kok Anthony Boudain. Dat blijkt een uitstekende keus, heerlijk eten in een goede sfeer en nog betaalbaar ook. Anthony zelf was er niet, helaas. New York is overigens behoorlijk groen aan het worden. En daarmee bedoelen we niet die alternatieve tentjes die je vroeger zag waar je wortel- en bietjessap kon drinken. Maar er zijn fantastische restaurants en supermarkten waar je allerlei lekkere spullen kunt kopen die niet alleen goed voor je lijf, de koetjes en het mileu schijnen te zijn, maar ook voor je portemonnee. Jammer voor Harry's coca cola want dat verkopen ze er lekker niet!

Net ten noorden van Greenwich Village aan de waterkant waar die lelijke pakhuizen staan, ligt de wijk Chelsea, met het het oude Meatpackers district. Begin 1900 was dit het grootste indrustriele gebied van Manhattan met spoorrails boven langs de gebouwen om het verkeer in de stad te ontlasten. Nadat de indrustrie wegtrok viel de wijk in verval en werd het overgenomen door straatbendes. In 2000 kwamen architecten en kunstenaars met een plan om het gebied om te toveren tot een Groen Zone. Baroness van Furstenburg stak er het geld in en in 2009 werd de High Line geopend. De oude spoorrails zijn nu omgetoverd in een soort groenstrook in de lucht. Aan weerszijden staan allerlei wilde grassen en ouderwetse bloeiende planten die je vroeger in de berm zag. Er loopt zelfs een klein beekje. Tussen het groen staan af en toe moderne beeldhouwwerken. En als je naar beneden kijkt zie je kunstige grafitti op de oude fabrieksmuren. De Highline is zo succesvol dat de wijk nu allerlei kleine ondernemers en kunstenaars trekt. De historische panden worden opgeknapt en de stad komt weer tot leven.

Nog meer New York

De stad heeft ons in z'n greep gekregen. We denken zelfs dat we hier wel een tijdje zouden kunnen wonen, maar het meest simpele flatje is ver boven ons budget. Iedere dag, een week lang, dwalen we door een ander deel van de stad. Meerdere keren doorkruisen we Central Park, gewoon omdat dat op de route naar "huis" ligt en je even weg bent van de gekte. En opeens ontdekken we daar een mozaiek met de tekst "Imagine" vlak bij de plek waar John Lennon woonde en voor z'n deur doodgeschoten is. Iemand speelt Beattle songs op z'n gitaar en mensen zingen spontaan mee. De sfeer is echt heel bijzonder. In China-town vinden we een winkeltje waar we onze voorraad indonesische kruiden kunnen aanvullen en in Little Italy was de "gelato" onweerstaanbaar lekker. Zaterdag sjouwen we ons een ongeluk over de "farmers"-markten in Greenwich Village. En zondag onderwerpen we ons voor de tweede keer aan een vernederend kruisverhoor door "Home Land Security" die niet begrijpt waarom wij in Florida geen cruisingpermit kregen. We worden wantrouwend afgescheept met een "permission to proceed" tot aan Duluth en dat was precies waarop we gehoopt hadden. Als maandag het tij in de juiste richting gedraaid is, lichten we het anker en varen de Hudson-rivier verder op. Dat was dan New York. Zo lang naar uitgekeken en nu al weer voorbij. Ik neem twee grote blaren op m'n voeten mee als souvenir.