De Society Islands

Tahiti, legendarische parel in de Stille Zuidzee

Met nog minstens 50 andere jachten liggen we voor anker in Papeete, de hoofdstad van Tahiti, en tevens het administratieve centrum van Frans Polynesie. Al sinds de dagen van kapitein Cook was Tahiti een druk knooppunt in de Stille Zuidzee en nog steeds is het een verzamelplaats van jachten uit de hele wereld die hier komen inklaren, tanken en reparatie verrichten om daarna hun tocht in het paradijs voort te zetten. Voor sommigen is het legendarische Tahiti, met z'n groene valeien, blauwe koraalriffen, talrijke pubs en restaurants, op zich al een paradijs. Maar na de Marquesas en de Tuamotus begrijpen we goed hoe Paul Gaugin zich in 1891 gevoeld moet hebben toen hij in Papeete aankwam: "it was Europe, the Europe which I thought to shake off... it was the Tahiti of former times which I loved". De legendes van de eerste ontdekkingsreizigers, geromantiseerd in beroemde werken van oa Rousseau en vervolgens gigantisch overdreven in de glossy reisbrochures, maken het moeilijk een objectief beeld van Tahiti te geven. Voor de rust hoef je hier niet naar toe te gaan. Voor witte stranden ook niet. En om de beeldschone heupwiegende dames te zien kun je beter een ansichtkaart kopen. Papeete is gewoon een middelgrote drukke stad, met z'n typische stadse problemen als verkeershinder, lawaai en zwerfafval, maar ook met z'n gezellige stadse terrassen, goed gevulde supermarkten en restaurantjes met heerlijke franse delicatessen.

En als we 's avonds genieten van een koud biertje terwijl de ondergaande zon boven Morea een goudgele gloed over het rif werpt, proeven we toch nog een beetje de romantiek van weleer.
////

Geen spijkers voor sex!

Met de duitse bemanning van "Atlantis" huren we een auto om de rest van het eiland te verkennen. We moeten minstens een half uur rijden om weg van de drukte van Papeete te zijn. Tahiti is een mooi groen eiland, ontstaan na een uitbarsting van twee grote vulkanen. Van de steile bergplateaus in het binnenland storten watervallen naar beneden. In een groene vallei aan de voet van hoge kliffen, ligt een Marae, een oude tempelplaats met open altaren, waar men in de tijd van het animisme dieren en natuurlijke objecten aanbad die bovennatuurlijke krachten zouden bezitten. Tijdens de culturele festivals in juli worden hier nog steeds oude rites zoals "fire-walking" opgevoerd. Langs de ruige noordoostkust vind je grotten en zgn "blowholes" waar het zeewater meters uit de zwarte lavarotsen omhoog spuit. We stoppen nog even bij Point Venus voor een eerbetoon aan onze grote held Capitain Cook. Tijdens zijn eerste ontdekkingsreis heeft capitein Cook daar op 3 juni 1769 de transit van Venus gedocumenteerd, een belangrijke wetenschappelijke bijdrage waardoor men de afstand tot de zon kon bepalen. Dat had echter nogal wat voeten in de aarde. Allereerst moest hij z'n eigen mannen, die aangemonsterd hadden vanwege de roem en vleselijke lusten van Tahit, in de klauw zien te houden. Metaal was in die dagen nog onbekend en daardoor zeer gewild op Tahiti. Dat betekende dus voor de jonge officieren een verbod op het ruilen van spijkers tegen sex. Ook waren de Tahitianen van nature een beetje kleptomanisch: het dure astronomisch quadrant werd een dag voor de transit door metaalgeobsedeerde dorpelingen gestolen en gedemonteerd met de bedoeling er halskettingen van te maken. Nu staat er een vuurtoren, een gedenkteken en er liggen een aantal oude ankers van beroemde ontdekkingsreizigers. Iets verder staat de tombe van de laatste koning van Tahiti, De Pommare, die in 1842 heel Polynesie aan Frankrijk heeft overgedragen. Op Tahiti-iti, een klein schiereiland vinden we de rustiek die vroeger waarschijnlijk het hele eiland kenmerkte. Dikke polynesische vrouwen met bloemen in hun haar zwemmen toples met hun kroost in een poeltje achter het rif. Op het strand in de schaduw van een palmboom zitten mannen bij elkaar een biertje te drinken. Het binnenland van Tahiti-iti lijkt een beetje op Zwitserland. Heuvelachtig met weilanden en grazende koeien. We hebben hier een fantastisch uitzicht over de landengte waar de beide Tahities met elkaar verbonden zijn. Van een aardige Tahitiaan krijgen we een hele stronk bananen. Daarna kappen we nog een stronk bananen van een omgevallen bananeboom zodat we de hele week bananecake eten.

Party time

Juli is de maand van "Tiurai", een verzameling van culturele festiviteiten, uiteenlopend van traditioneel gezang en dans, fruit-draag-races, fire-walking, steenwerpen en canoe-races. Teams uit alle windstreken van Polynesie, van de Marquesas tot aan de Cook-eilanden zijn vertegenwoordigd. De canoe-racers trappen de feestelijkheden in alle vroegte af. Helaas moeten ze concurreren met de world-cup voetbalwedstrijd Frankrijk - Brasilie, die hier semi-life op groot scherm wordt uitgezonden. En hoewel iedereen altijd vreselijk zit te kankeren dat de Fransen hun hun cultuur hebben afgenomen, zien de terrassen in de binnenstad zwart van het oeh-en-ah brullende volk en kun je bij het canoe-racen een kanon afschieten. Het voordeel daarvan is dat we een mooi plekje vooraan bij de finish weten te bemachtigen om niets van het spektakel te hoeven missen. En een spektakel is het zeker! Eerst zijn de mannen aan de beurt. Honderden superlichte gestroomlijne canoes met drijver verschijnen aan de start. De gespierde mannen met woeste verbeten koppen zijn uitgedost met groene palmbladeren en dragen een fel gekleurde Pareu (wikkelrok) in de kleuren van hun eiland. De start is vreselijk chaotisch: 1 verliest z'n peddel en valt overboord, een groepje botst op elkaar blijft als een onontwarbale kluwen hulpeloos op het water drijven. Wat een drama! De dames zijn een stuk gedisciplineerder. In volle pracht met bloemenkransen en rietrokken poseren de dubbel-acht canoes breedlachend voor de cameras. De snelheid is spectaculair: tak, tak, tak, gaan de peddels rytmisch door het water. Het wordt een close-finish tussen de locale dames en die van Roratonga, verbeten gezichten, glimmende lichamen en dan een oorverdovend gejoel. Roratonga heeft gewonnen en wordt door het verslagen team vriendschappelijk met peddels natgesputterd. Als de canoe-races voorbij zijn, voegen we ons bij de schreeuwende menigte op het terras. Mooie wedstrijd, dat moet gezegd, maar niet half zo indrukwekkend als de canoe-races.

's Middags worden de juli-feesten officieel geopend met een kleurrijk defile waarbij alle deelnemende zang- en dansgroepen zich presenteren en een voorproefje geven van wat wij daarna helaas niet meer te zien zullen krijgen. Verleidelijk lachende heupwiegende dames en zwaar getatoeeerde woeste mannen komen met een waardigheid van de olympische spelen voorbij. Deze mensen zijn, ondanks hun soms zeer overvloedige proporties, ongelooflijk mooi en sierlijk. Heel erg indrukwekkend, om kippevel van te krijgen. Er wordt een dansshow weggegeven waar je U tegen zegt. En tot overmaat van ramp wordt ik door zo'n hele mooie grote gespierde man naar voren gehaald. Ik weet niet waar ik kijken moet. M'n blik blijft gefixeerd op z'n kleine schaamlapje waar twee prachtig getatoeeerde billen, onder vandaan komen. Dansen is er even niet bij. Na afloop gaan we eten bij de "Roulottes", een plein vol kleine vrachtautootjes waar je voor relatief weinig geld ($16 pp is hier goedkoop) een simpele maar smakelijke maaltijd kunt nuttigen.

Money makes the world go round (of andersom)

Het volgende is een klaagzang over de ongemakken van een wereldzeiler, die in z'n onnozelheid denkt dat geldproblemen in de moderne wereld niet meer voorkomen. Banken denken immers met U mee, en hebben tegenwoordig allemaal telefoon, toch? Daar ons lezerspubliek, enkele uitzonderingen op de Veluwe daargelaten, in het algemeen uit zo'n moderne wereld komt, is het nu volgende drama voor hen wellicht zo gewoontjes dat deze paragraaf geskipped kan worden. Ondergetekende moet echter dringend van haar frustraties verlost worden, en schrijven werkt therapeutisch, vandaar.

Na een kort oninspirerend bezoek van 2 dagen aan buureiland Morea, waar we belaagd werden door honeymoonende waterscooters en -skiers, zijn we weer terug in Tahiti. Onze beide glimmende goldcards werden op Morea, ondanks het mastercardvignet op de deur, in geen enkele bank of geldautomaat geaccepteerd. "Laten we maar teruggaan naar Tahiti", zegt de verstandigste van ons, "daar weten we zeker dat we geld kunnen krijgen". Onze dingy dacht er anders over en ging op open zee aan de haal. De spectaculaire reddingsaktie van de schipperse (onder vol zeil!) wil ik hierbij speciaal eventjes noemen. We parkeren Zwerver voor de gelegenheid pal in het centrum aan de "grote-schepen-kade" op nog geen 5 minuten van de bank. We hadden ons deze hektiek kunnen besparen, want het is vrijdag 14 July, heel Polynesie herdenkt de bestorming van de Bastille. Waar stond dat ding ook al weer? Natuurlijk zijn alle banken gesloten! Toch maar weer een calender aanschaffen. We proberen nog een paar geldautomaten, maar krijgen dezelfde melding als in Morea: card refused, contact your bank. Shit, en de Postbankkaart die het overal altijd deed, is gestolen in Ecuador. Maandagochtend 08.00 uur kijken we de dame achter de balie vol ongeloof aan: "Hoezo doet ie het niet? Vorige week nog wel". "Dat was vorige week", zegt ze op een manier waaruit blijkt dat ze klaar met ons is. We proberen het bij de andere twee grote banken in Papeete: hetzelfde liedje, hetzelfde ongeinteresseerde toontje. Waar is de Polynesische vriendelijkheid opeens gebleven? Na een halve dag slenteren langs alle cashmachines zijn we het zat. Op de terugweg naar de marina doen we boodschappen bij Carrefour en kunnen tot onze stomme verbazing en opluchting wel met de creditcard betalen. Zeker een storing bij de banken, morgen nog maar weer eens proberen. We kunnen in ieder geval nog eten. De volgende dag verloopt echter op precies dezelfde manier met dat verschil dat de creditcard nu ook weigert bij Carrefour. Geen nood, de Wereldpas brengt uitkomst (overigens zonder pincode, zonder identificatie!). Is dat ding toch nog ergens goed voor. We vroegen ons al af welke definitie van de wereld de ABN-AMRO hanteerde nadat we er in Zuid-Amerika ook al bar weinig mee konden. We willen bellen, maar Nederland slaapt. Moeder Q (nachtbraker) niet en die gaat voor ons de volgende ochtend op oorlogspad in Enschede. Wat dat op heeft geleverd horen we niet, want ons e-mail systeem is opeens uit de lucht. Op de website van de bank laten we een bericht achter bij onze preferred banker. Volgende dag geen antwoord. Nog maar een bericht met een nog dringerder urgentie, gevolgd door een duur telefoongesprek: "Wij zullen het direct voor uw checken". Volgende dag: "We hebben het voor u nagekeken, mevr Quinten, er is niets aan de hand, maar u heeft geprobeerd een te groot bedrag te pinnen. (Inhalige bliksems, die Quintens....). Probeert u het morgen nog eens". We proberen alle mogelijke bedragen, maar krijgen nog geen cent los van de bank. Weer een duur telefoongesprek: of er geen andere mogelijkheid is om aan geld te komen. Mijn God, we leven toch in het electronische tijdperk, en anders is er toch altijd nog een telefoon? En waarom moeten wij trouwens altijd alle goede ideeen aandragen? Ja, die mogelijkheid is er, we gaan een zgn "Hope-payment" doen, waarbij de ABN electronisch geld overboekt naar de bank in Tahiti. Binnen 24 uur kunt u over uw geld beschikken. Dat klinkt goed. We spenderen er een fax van $10 aan. De weersvoorspelling geeft zuid-oost 15 knopen. Perfect om morgen naar Huahine te zeilen. De bank in Tahiti denkt ook mee en geeft ons volle ondersteuning. Wij "Hopen" 3 dagen later echter nog steeds en de bankemployee in Tahiti duikt iedere keer verder onder de balie zodra ie ons ziet binnenstappen. ABN antwoordt dat zij geld hebben overgemaakt (ik zie inderdaad dat er $3000 van onze rekening is afgeschreven, plus Euro 109,- transactie-kosten) maar dat de bank in Tahiti (na een tussenstop bij de bank of America in Chicago die ook nog een dagje wil rente-trekken) de transactie niet geaccepteerd heeft en het geld weer teruggestuurd is. GDVRRRRRRRRRR!!!!!!!!!!!! Na tien dagen! zijn wij inmiddels zo ver dat we iemand bij de lurven willen pakken of op z'n minst willen kielhalen, maar ja, we zijn in de beschaafde wereld. Onze duitse buren liggen ondertussen ook weer in Papeete, und warten schon 22 Tage auf Ihr Post Pakeetschen, onze engelse buren are still waiting for their new sail en onze franse buren lenen ons $300 zodat we morgen weer op pad kunnen.

Nog meer legendarische parels

Zonder al te veel weemoed laten we Tahiti achter ons. We passeren Morea en zetten rechtstreeks koers Huahine, het eerste van de bovenwindse eilanden. Een afstand van 100 mijl, een halve dag en een nacht varen. We hebben goede wind, maar er staat een woelige zee met korte steile golven, zodat we alle kanten oprollen. Koken en slapen is er niet bij. We zijn dan ook blij als we net na zonsopgang ons anker laten vallen aan de binnenkant van het rif in 3m diep aantrekkelijk blauw zwembadwater. Na het commerciele Papeete is Huahine een verademing. Het eiland is veel minder touristisch en het landschap is gevarieerder. Huahine bestaat uit twee heuvelachtige eilanden die in het midden met elkaar verbonden zijn door een smalle landengte en een brug. Het eiland is omgeven door een lagune met witte stranden, afgeschermd door een rif waar je fantastisch kunt snorkelen. Liftend en lopend toeren we op ons gemak het hele eiland over. De mensen zijn erg vriendelijk en maken graag een praatje. Een enkeling rijdt zelfs graag een stukje om voor ons. In het noorden is een groot meer met aan de oevers een aantal archelogische sites. We volgen de loop van een klein riviertje en worden nieuwsgierig gadegeslagen door de bewoners van de slaperige woongemeenschappen. Het lijkt alsof de tijd hier stil heeft gestaan. In de rivier liggen eeuwenoude stenen visfuiken die nog steeds dienst doen. Iets verderop is een plek met honderden grote vette palingachtige monsters. Volgens de locale bevolking zijn dit "sacred eals" en ze worden dan ook gevoerd. We komen langs vanille-plantages en meloenvelden. Daarna gaat de weg omhoog door weelderige begroeiing. Op het hoogste punt hebben we een fantastisch uitzicht over de landengte met aan weerszijden twee mooie baaien.

Aan de overzijde van Huahine, 4 uurtjes zeilen, liggen Raiatea en Taha, twee eilanden die binnen hetzelfde rif liggen. Ook deze eilanden zijn heuvelachtig en weelderig groen, met schilderachtige baaitjes. Toeristen zien we bijna niet. Wel een aantal charterboten. Langs de binnenzijde van het rif, zeilen we het hele eiland rond. Ankeren is lastig: het is er diep (25m) en er staat een behoorlijke wind van 25 knopen. Een aantal hotels heeft voor de charterbedrijven moorings aangelegd en daar maken we regelmatig gebruik van. Er is een hotel bij met een opvangcentrum voor schildpadden die in visfuiken terecht zijn gekomen. Zeilers kunnen een schildpadje meenemen en op een aangewezen plek uitzetten. We vragen ons af hoeveel van die beesten er uiteindelijk in de soeppot terecht komen. Waar moet je zo'n beest laten aan boord?

The Blue Lagoon

Het laatste Frans Polynesische eiland dat we bezoeken is Bora Bora, beroemd om z'n diep blauwe lagunes, hagelwitte stranden en weelderige groen berg landschap. Na alle negatieve verhalen over dit "verpeste" eiland, zijn onze verwachtingen niet zo hoog gespannen. En ja hoor, het hele eiland is volgebouwd met grote resorts zodat de hagelwitte stranden aan ons gezicht onttrokken worden. De mooiste motus zijn prive-terrein en voor ons niet toegankelijk. We worden belaagd door waterscooters, jet-skies, parasailers en James Bond-achtige voertuigen die soms rakelings voor ons langsschieten. Het is soms gevaarlijk om te zwemmen. Het koraal is bovendien hartstikke dood en we zien weinig vissen. Een aantal resorts zijn spiksplinternieuw en staan leeg. Het schijnt dat iedere drie jaar de strooien paalwoningen voor de vlakte gaan en weer opnieuw opgebouwd worden. Bouwvakkers moeten uit Nieuw Zeeland en Australie gehaald worden omdat de Polynesiers dit werk niet zouden willen doen. Wat zoeken die toeristen hier toch? Aan de oostzijde van het eiland vinden we het antwoord. Een lagune zo mooi, zo blauw, zoals we nog niet eerder hebben gezien. We zeilen voorzichtig op de fok langs het rif, telkens met een scheef oog op de dieptemeter gericht. Af en toe is het vreselijk spannend en hebben we minder dan 50cm water onder de kiel! We gooien ons anker uit voor een hagelwitstrandje met palmbomen. Aan weerszijden van de boot liggen koraalkoppen. Het water is zo helder dat we niet eens hoeven te snorkelen: we kunnen de bont gekleurde vissen vanaf de boot bekijken. Als ik toch het water in duik komt er een grote stingray en even later een eagle-ray naar me toe. Mijn vermoeden dat deze beesten misschien wel tam zijn, wordt de volgende dag bevestigd als we gaan snorkelen en ons bijbootje aan een klein boeitje willen vastmaken. We hebben de boot amper vast of er zwemmen wel een stuk of dertig joekels van rays om ons heen! Dit is blijkbaar een voederplek waar ze met toeristen komen. Shit, camera vergeten. Ze zijn prachig, maar ook wel een beetje griezelig. Ik ben altijd zo bang voor hun giftige stekelstaart. Maar de beesten doen niets. Met hun fluweelzachte vleugels fladderen ze nieuwsgierig om ons heen. We kunnen ze goed bekijken. Wat hebben ze rare bolle ogen! Als de roggen doorhebben dat ze vandaag niet gevoerd worden, zweven ze weer langszaam verder. De laatste dag pikken we nog even een mooring op bij de Bora Bora jachtclub. Na een heerlijke warme douche genieten we op het terras heel decadent van onze rumpunch totdat de laatste zonnestralen onder zijn gegaan en het kil wordt. Morgen checken we uit. Vier maanden Polynesie is genoeg geweest. De hoogtepunten waren de Marquesas en de Tuamotus. De Society eilanden zijn prachtig, maar de eens zo onbezorgde geest van de Polynesiers heeft plaats gemaakt voor een commerciele houding. En voor ons zijn het toch vooral de mensen die onze reis bijzonder maken.

 

Terug naar logbook