Suriname

Eerste indruk

Er is iets bijzonders aan 5 uur 'sochtends. Het lijkt alsof de slaap daar zetelt. Het is het tijdstip waarop roofdieren jagen en de politie parkeerboetes uitdeelt omdat een mens dan het minst waakzaam is. Dat is waarschijnlijk ook een van de redenen waarom wij zelden een vis vangen maar wel altijd ons dure kunstaas kwijt raken. Ik zit in het halfdonker over het water uit te turen, op zoek naar de uiterton die de aanloop naar de Surinamerivier markeert. De hele nacht en de dag ervoor was er geen schip te zien en nu zijn er binnen een uur tijd al twee grote vrachtschepen en een viertal vissersboten gepasseerd. De dieptemeter wijst minder dan 6 meter aan, nog een indicatie dat we in de buurt beginnen te komen. Volgens de kaart moet het witte knipperlicht van de S1 op een afstand van 5 mijl zichtbaar zijn. Verdorie, ik zal die boei toch niet gemist hebben? Waarom gaan we ook zo hard? Om vaart te minderen hebben we twee reven gestoken en de genua half weggerold. Maar nog steeds lopen we 8,5 knoop. Zo komen we veel te vroeg, met het verkeerde tij aan. Ondertussen is het licht genoeg geworden om het verschil tussen water en lucht te onderscheiden en als ik nogmaals de horizon af scan naar die rotboei meen ik voor ons een paaltje te zien. Meteen is het ook weer weg. Met de verrekijker is helemaal niets te zien. Pas op een mijl afstand wordt onze positie bevestigd en kan ik duidelijk een rood-witte ton onderscheiden. Ik vermoed dat het licht gewoon niet gewerkt heeft. Ik wek Harry, die eigenlijk nog een uurtje mag slapen, maar nu aan dek nodig is om te helpen met de zeilvoering en het opsporen van de volgende ton. Het komt hier erg nauw. De tonnen liggen anderhalve mijl uit elkaar en het smalle strookje bevaarbare water kun je niet serieus een vaargeul noemen. We hebben amper twee meter water onder de kiel terwijl het hoogwater is! We vragen ons af hoe die vrachtschepen hier doorheen zijn gekomen. Waarschijnlijk houden die de verziltende vaargeul nog enigsinds open door in volle vaart over de modderige bodem te glijden. Je zult hier maar 'snachts met laag water aanlopen, dan krijg je het wel even benauwd. We hebben stroom tegen maar maken dankzij de wind nog steeds een goede voortgang. Lang duurt dat echter niet en naast volle zeilen zetten we de motor bij. Eenmaal op de Surinamerivier neemt de diepte toe. Het water heeft de kleur van koffie. We varen de dorpjes Nieuw-Amsterdam, Purmerend, Voorburg en Dordrecht voorbij.

Bij Paramaribo ligt het wrak van het Duitse vrachtschip Goslar, tot zinken gebracht in opdracht van de kapitein op de eerste dag van de tweede wereldoorlog om te voorkomen dat het schip in handen viel van de Nederlanders. Het in tweeen gebroken wrak ligt midden in de vaargeul en zal er de komende jaren nog wel liggen want de Duitse regering weigert het wrak te bergen omdat het geen oorlogsschip was en de Surinaamse regering heeft er geen geld voor (over). Het is niet het enige wrak dat we passeren. De oever ligt er bezaaid mee. De waterkant maakt een troosteloze indruk, maar dat kan ook door het weer komen. In de regen ziet alles er grauw en grijs uit. We zien rommelige werfjes overwoekerd door de eeuwig oprukkende jungle, gammele vissersvloten uit China en Korea die er niet beter uitzien dan die wrakken en houten huisjes met roestige golfplaten daken die meer dan een likje verf nodig hebben.

Hoe dichter we bij Domburg komen, des te groener en welvarender het wordt. De bakboordoever is begroeid met jungle. Aan stuurboordoever zien we gigantische villa's met prive-steigers waar af en toe een luxe motorjacht aan ligt. Drugsgeld, is onze eerste reactie. Op enkele huizen wappert de hollandse driekleur en later ontmoeten we enkele eigenaren: hardwerkende vissers uit Harlingen en een ondernemende boer uit de Betuwe. Exact 12 uur later ankeren we pal voor het marktplein van Domburg, op peddelafstand van Rita's eethuis. We spoelen een uitstekende nasi rames schotel weg met een literfles ijskoud Parbo- bier en liggen een uur later, gezwollen door weldaad en goed voedsel voor pampes in onze kooi.

 

Dappere zeezeilers in Domburg

Onderstaande tekst is een citaat uit "Buitenkansjes" een reisgids met een opinie. Net zoals onze eigen verhalen een beetje eenzijdig maar wel met een kern van waarheid.

"Domburg ligt 25 kilometer onder Paramaribo langs de Surinamerivier. Een langgerekt lintdorp voorbij Boxel, met aan beide zijden van de weg huizen, aan de rivierkant pompeuzer dan aan de landzijde. Het pleintje van Domburg is populair, vooral bij Surinamers. Elke zondag is het afgeladen vol. Over het water staren en smikkelen uit de vele eetstalletjes, terwijl de kinderen ravotten op onlangs geplaatste klimtoestellen. In de schaduw van de Cool Breeze kun je de tentboot op en neer zien varen naar de nog bewoonde plantage Laarwijk, schuin tegenover. De moeite van een oversteek waard! Storend zijn soms de stoere heren op jetski's die status te maken hebben, want duur zijn die dingen zeker.

De ingang van de voormalige koffieplantage Domburg is goed te herkennen aan de majestueuze mahoniebomen. Maar hoe lang nog? Er zijn plannen het pleintje te moderniseren. Daarvoor is een inspraakavond geweest met een heuze architect helemaal uit Holland. Maar het is te hopen dat ze niet alles platgooien, want de gezellige sfeer is dan grondig verpest. Bij Rita's eethuis komen elke dag de wereldreizigers die op de rivier wonen in hun zeiljachten. Aan het plafond hangen vlaggen van alle landen waar ze vandaan kwamen en langs de muur staan de onderweg uitgelezen boeken op een nieuwe lener te wachten. Op het terras zitten de dappere zeezeilers zelf, haast elke dag na 17 uur, meestal eerder. Aandoenlijk zoals een transportmiddel mensen verbroedert. Velen liggen zo lang in Domburg dat de vraag gesteld kan worden of ze tijdens de oceaanoversteek misschien geschrokken zijn van de oneindige leegheid, zodat ze niet verder durven varen en lekker bij elkaar gaan liggen? Waarom reizen als je alleen landgenoten opzoekt? Het is goedbeschouwd niets meer dan een camping met dobberende caravans en Rita's eethuis is dan de campingcantine. Terwijl het thuisfront jalours is op vermeende avonturen in het verre Suriname, begint bij wijze van spreken binnenkort de eerste bingoavond. Of zijn het de lage prijzen bij Rita en de schamele 10SRD om het schip vast te mogen maken aan een betonblok op de bodem van de rivier? Daarvoor lig je niet in een jachthaven op de Bahama's waarmee de concurrentiekracht van Domburg bewezen is."

Bingospelen doen we niet maar we zijn wel iedere avond na vijf uur te vinden op het pleintje aan de waterkant. Niet langer bij Rita want diens vergunning is twee weken na onze aankomst om onduidelijke reden plotseling ingetrokken. Ingewijden vertellen ons dat politiek en jalouzie een rol spelen. Het gerucht gaat dat er een aanhanger van de NPD (de partij van Bouterse) op gezet wordt. We zitten nu bij buurman Fred die kibbeling verkoopt en op verzoek erwtensoep klaarmaakt. Ook lekker. De betonblokken liggen waarschijnlijk nog wel ergens op de bodem van de rivier, maar de mooringlijnen zijn verdwenen nadat menig jacht al aan de haal is gegaan. Soms met betonblok en al. De onlangs geplaatste klimtoestellen zijn erg nog steeds, zei het dat een deel met een rood-wit lint is afgezet omdat de ijzeren platen van de glijbaan er uithangen waardoor het een billenknijper is geworden. De heren op jetski's hebben inmiddels gezelschap gekregen van met goud behangen soortgenoten in speedboten. Nog niet zo lang geleden is er een met een banaan erachter in volle vaart recht op een duur aluminium jacht gevaren, maar dat belet ze niet om gas terug te nemen.

De zeilerij is vergeven van de vindingrijke geesten, rijke stinkerds, zwevende dichters en mafkezen. En dat trekt verwante geesten aan. Dat is in Domburg niet anders. Wij bevinden ons in uitstekend gezelschap van dappere en minder dappere zeezeilers, een goedlachse ex-varkensboer/koffie- & katoenplantagehouder uit de Betuwe, ondernemende vissers uit Harlingen wiens boten meermalen door duistere regeringen beschoten zijn, een bakker uit Paramaribo die vers brood komt brengen en ook wel een pilsje lust, meneer Ben uit het dorp iets verderop die je gasfles kan vullen en Ed Pet. Zo heet ie natuurlijk niet echt. Die naam hebben wij hem gegeven omdat Ed (zeezeilende kunstenaar uit Amsterdam) een eiland heeft gebouwd van petflessen. Op dat eiland heeft hij een rieten hutje gebouwd en een tuin aangelegd. Er groeien heuze bomen en planten en af en toe krijgen Ed en z'n vrouw Sofia bezoek van een kaaiman of tuinslang. De waterkant in Domburg heeft iets eerlijks. Hier vind je geen koninklijke jachtclubs, geen promenades. Nog niet eens een waterkraan. Hier is geen energy verspild aan facades. De concurrentiekracht van Domburg zit'm gewoon in de mensen.

 

In de Kampong

Met het minibusje gaan we een paar keer per week op en neer naar Paramaribo, een niet onplezierig ritje van 40 minuten. De weg er naar toe is een lange ketting van lintdorpen. We hebben het gevoel dat we door een kampong rijden. Dat is niet zo verwonderlijk want in deze streek wonen veel Javanen die hier in de 19e eeuw, na de afschaffing van de slavernij, vanuit Nederlands Indie naartoe werden gehaald om op de plantages te werken. Een tweede immigratiegolf volgde in 1939 toen de tweede wereldoorlog uitbrak. Net zoals in Indonesie zijn de meeste huizen gebouwd op palen met brede veranda's rondom. In de schaduw onder het huis hangt vaak een hangmat. Op het erf, maar ook gewoon langs de weg, groeien bananen- en papayabomen. Het ziet er redelijk welvarend uit. Zoals je in NL in ieder gehucht een friettent vindt, zie je hier warungs waar je voor 2.50 euro een portie bami, nasi met sateh kunt halen. Er wordt ook levende waar als vis en garnalen aangeboden. Soms moeten we glimlachen om de handgeschreven reklame teksten, zoals deze: "te koop, doksen en slachtkippen, iedere dag vers geplukt". Doksen zijn overigens eenden. De Nederlandse voertaal bevat soms verbasterde engelse woorden. Doks is een verbastering van duck. Om de 500m is een kleine supermarkt, net zoals in de rest van de wereld, altijd gerund door Chinezen, barstensvol geladen met hetzelfde assortiment goedkope etenswaren en plastic huishoudspullen. Wij dachten altijd dat die Chinezen relatief rijk waren maar dat schijnt niet altijd zo te zijn. Behalve enkele schamele persoonlijke spullen, bezitten deze mensen vrijwel niets. Hun overtocht is betaald door rijke tycoons uit Hongkong of Shanghai, die de feitelijke eigenaars zijn van al die winkels. De zetbazen moeten met het hele gezin keihard werken om de schuld binnen 10 jaar af te betalen en daarna bezitten ze nog steeds niets. In wezen zijn het slaven van de moderne tijd.

Paramaribo, de regenboogstad

Volgens de glossy informatiefolder van stichting Toerisme Suriname is de naam Paramaribo afgeleid van Para Muru Bo, wat regenboogstad betekent. Dit heeft betrekking op de verschillende culturen die in harmonie met elkaar zouden samenleven. "Suriname wordt wereldwijd benijdt als het gaat om etnische en sociale integratie. In het centrum van Paramaribo staan een moskee en synagoge naast elkaar, het symbool van de perfecte harmonie in Suriname!" Deze auteur heeft zeker nog nooit een boslandcreool gevraagd wat deze van een hindoestaan vindt. Perfecte harmonie is dus schromelijk overdreven, maar kleurrijk is het zeker.

Wij vinden Paramaribo meteen gezellig. We slenteren langs de vele winkeltjes en halen een broodje kroket bij een snackbar. Er zijn pleintjes waar je gewoon even op een bankje kunt uitrusten maar ook terrassen waar je genietend van echte italiaanse koffie de mensen kunt observeren. Langs de waterkant verkoopt een rastaman uit een handkar gospel CDs en schaafijs met mierzoete siroop. Aan de oever liggen watertaxies die op en neer pendelen naar Meerzorg aan de overkant van de rivier. Fietsen en brommers volgeladen met spullen koopwaar gaan gewoon mee op de boot.

Opvallend is het grote aantal houten huizen. Dat is ook de reden dat je weinig Nederlandse architectuur aantreft. Door de eeuwen heen is de stad meerdere keren, al dan niet met opzet, in de as gelegd. Na de grote brand in 1821 is Paramaribo herbouwd in Lousiana stijl, met grote houten veranda's. Overigens door een Nederlandse architect die z'n opleiding in Louisiana had gehad. Zelfs de grote kathedraal is van hout. De binnenstad van Paramaribo heeft terecht een plaats verworven op de UNESCO wereld erfgoed lijst.

 

De schuld van het domme volk

"Zijn de Surinamers nog wel aardig tegen jullie?" vragen bezorgde thuisblijvers zich af. Die vraag is niet geheel onterecht want het rommelt hier een beetje. We maken een interessant stukje geschiedenis mee. Het langdurige proces tegen president Bouterse die beschuldigd wordt van deelname cq aanzet tot de beruchte Decembermoorden die dertig jaar geleden hebben plaatsgevonden in Fort Zeelandia, lijkt eindelijk tot een ontkoping te komen. Er is een kroongetuige, een terminaal zieke man, die last krijgt van z'n geweten en een boekje open doet. Hij beweert niet alleen dat Bouterse wel degelijk aanwezig was bij de executie van 15 jonge mannen, maar ook zou hij minstens drie moorden zelf op z'n geweten hebben. Ook een Nederlands forensisch team dat de kogelgaten in het fort onderzoekt schijnt vorderingen te maken. Tot nu toe hield Bouterse zich op de achtergrond en was hij zelf ook nooit aanwezig bij de verhoren. Maar op 23 maart tijdens de vergadering van de Nationale Assemblee laat de Surinaamse president van zich spreken en dient tot verontwaardiging van de nabestaanden een voorstel voor een amnestiewet in. Nu is dit voor Suriname niets nieuws want er was al een amnestiewet maar die betrof een andere periode. Ook zou het niet de laatste keer zijn dat het regeringsleger onder leiding van Bouterse een bloedbad aanricht. In 1986 zijn 39 dorpelingen, waaronder meest vrouwen en kinderen uit het jungleplaatsje Moiwana afgeslacht.

Des te opmerkelijker vinden wij het feit dat Bouterse volop steun krijgt van niemand minder dan ex-jungle commandoleider maar nu coalitiegenoot, Ronny Brunswijk. Die zal er waarschijnlijk op een of andere manier ook wel baat bij hebben. Men fluistert dat hij goudconcessies heeft gekregen.

Normaal verstrijkt er tussen het indienen en aannemen van een wet, net als in Nld, minstens een aantal maanden. Maar Bouterse heeft duidelijk haast. Vier april wordt de wet met ruime meerderheid van stemmen door de assemblee aangenomen. We zitten dan in de auto en luisteren verbijsterd naar een interview met een lid van de oppositie waarvan gezegd wordt dat de man omgekocht en/of bedreigd is. De man doet er laconiek over: "Suriname moet z'n verleden vergeten en vooruit. Ach, weet je, dat is net zo als met autorijden. Als je vooruit rijdt, kijk je ook niet in je achteruitspiegel". De jeugdleider van de NPD voegt er aan toe:" Ons voorbeeld moet Zuid-Afrika zijn. Daar kregen Mandela en de Klerk de Nobelprijs voor de vrede en nu is Zuid-Afrika een grote economische macht geworden". Voor ons zijn dit soort beredeneringen en gang van zaken niet te volgen. Maar het gros van de Surinaamse bevolking haalt z'n schouders op en gaat weer over tot de orde van de dag. Als je je bedenkt dat de Decembermoorden bewust uit de geschiedenisboekjes gehouden zijn en dus een hele generatie Surinamers niet juist geinformeerd is en alleen maar de revolutionaire heldendaden van Bouterse te horen krijgen, of zijn eigen gecomposeerde rapsong!, dan begin je een beeld te krijgen wat hier gaande is. De klap lijkt alleen aan te komen bij de nabestaanden. Ook is de verontwaardiging groot bij de in Nederland wonende Surinamers, en dat zijn er veel. Er wordt een stille tocht georganiseerd zowel in Nederland als in Paramaribo. De Nederlandse regering laat spierballentaal horen en trekt z'n ambassadeur terug. Ook een beetje boter op hun hoofd zou je denken, te meer daar ze zelf hun archieven over die tijd angstvallig geheim willen houden.

Bouterse maalt er niet om. In een TV toespraak reageert hij als volgt op de kritiek: "Hoezo is deze wet in strijd met het internationale recht? Er heeft nog niemand een klacht bij me ingediend. En Nederland is trouwens de wereld niet. Ach, die gasten aan de noordzee, als ze komen klap ik in m'n handen en als ze gaan klap ik ook in m'n handen. Deze wet is tot stand gekomen via een democratisch proces".......

 

Rechtstreeks vanuit Domburg van uw razende reporter, Tracey Bouterse.

Uiteraard brengen we ook een bezoek aan Fort Zeelandia waar zowel de Surinaamse als Nederlandse geschiedenis begint. Het goed onderhouden vijfhoekige fort dateert uit de achttiende eeuw en staat op de plaats waar eerst een kleiner Engels fort heeft gestaan. Maar al ver voor de koloniale overheersing was er al een indianennederzetting. Nu is het fort ingericht als nationaal-historisch museum. We zijn onder de indruk van de tentoonstelling. Iedere periode in de geschiedenis wordt belicht met voorwerpen en boeiende anecdotes. Geen enkele bevolkingsgroep wordt overgeslagen. Er is een piepkleine gevangenis, een nare kale cel waar slechts een enkele olielamp brandt. " Allen die in de loop der tijd in Fort Zeelandia het leven lieten, willen wij hier in stilte gedenken" staat er geschreven. We krijgen kippevel op een tropische dag.

En dit is de plek waar de beruchte Decembermoorden plaatsvonden. De kogelgaten zitten nog steeds in de muur. Helemaal onder aan de lijst van namen zien we ook die van Frank Wijngaarde, de neef van medezeiler Onno. Eergisteren kondigde Bouterse aan dat hij zowel Fort Zeelandia als Fort Nieuw Amsterdam wil sluiten als museum en wil openstellen als festivalterrein. De gevangenis moet afgebroken worden en ook de gedenkplaats van de Decembermoorden moet verdwijnen. Na afloop van ons bezoek praten we nog even na met de kaartjesverkoper. De man is zichtbaar ontdaan van hetgeen er op dit moment gebeurt in z'n land. "Het is allemaal de schuld van het domme, domme volk".

 

De jungle in.

Ongeveer tachtig procent van Suriname bestaat uit tropisch regenwoud. Wij hebben deze keer geen zin in een uitgebreide jungletrektocht maar willen toch wel even een paar daagjes sfeerproeven. In Paramaribo zagen we enkele reisbureautjes die voor zo'n tripje al gauw 300 euro vragen. Wij denken dat goedkoper te kunnen en geven er bovendien de voorkeur aan om het geld bij de locale bevolking te besteden. We huren een auto en rijden 3 uur door vrijwel verlaten savannegebied richting Atjoni. Daar houdt de weg simpelweg op. Om bij de bosnegerdorpjes te komen zullen we onze reis per korjaal, een lange boomstamkano met buitenboordmotor, moeten voortzetten. We hebben niets georganiseerd maar dat is geen punt. In Atjoni is het een gezellige drukte. Er liggen minstens twintig korjalen die worden volgeladen met balen meel, rijst en bouwmaterialen, waaronder een lading toiletpotten. Harry sluit een dealtje met een van de bootsmannen die ons wel voor 25 euro naar een van de bosnegerdorpjes wil brengen.

De ervaren bootsman manuevreert de smalle boot handig door de sula's, stroomversnellingen. Langs de oevers staan indrukwekkende oerwoudreuzen. Bontgekleurde papagaaien vliegen af en aan. We passeren een aantal dorpjes waar vrouwen in bontgeblokte wikkeldoeken, panga's, de was doen en ondertussen hun vrolijk rondspetterende kinderen in de gaten houden. Ze willen niet op de foto omdat ze geloven dat daardoor hun ziel overlijdt. Stiekem maken we toch foto's maar wel vanaf een respectabele afstand met de telelens.

De bewoners langs de Surinamerivier zijn Saramaccaners. Dit zijn afstammelingen van gevluchte slaven die in de tijd van de West indische compagnie op de suikerplantages onder wrede omstandigheden te werk gesteld werden. Dat in die tijd de slaven niet eens als mensen beschouwd werden, maken we op uit de aantekeningen in het logboek van het slavenschip "Leusden" dat op 1 Jan 1737 schipbreuk leed bij Nieuw Amsterdam. Van de bijna zevenhonderd slaven overleefden een schamele 15 de ramp. Ze zijn moedwillig verdronken of gestikt doordat ze het ruim werden ingejaagd waarna de luiken werden dichtgespijkerd. Alle bemanningsleden overleefden de ramp. De kapitein schrijft in z'n verslag aan de WIC: "dit is een gevoelige schade voor de compagnie, maar gelukkig zijn er alleen handelsgoederen verloren gegaan". De Saramaccaners zijn weliswaar beter af dan hun voorouders maar leven nog steeds in zeer primitieve omstandigheden. Ze voorzien in hun levensonderhoud met nagenoeg alleen maar producten die uit het regenwoud komen, zoals vis, wilde zwijnen, cassave, rijst en bananen. Maar te oordelen aan de hoeveelheid cola- en bierflesjes in het water denken we dat ze inmiddels toch nog wel het een en ander van onze "beschaving" hebben overgenomen.

Na anderhalf uur varen worden we afgezet bij het dorpje Gunzi. Hier is een klein kamp met een aantal rieten hutjes waarin we voor 7 euro pp kunnen overnachten. Het is simpel maar schoon. Er staan twee bedden met frisse lakens en klamboes, we hebben een terras dat uitkijkt over de rivier. Verder krijgen we een ouderwetse olielamp mee ter verhoging van de romantiek. Na een verfrissend parbo-biertje maken we een boswandeling naar het naburige dorp Nieuw Aurora. We lopen over een landingsbaan waar enkele keren per week een vliegtuigje landt om de medische post te voorzien maar ook om touristen af te zetten. Maar blijkbaar is dit niet het seizoen, want we zijn de enige witneuzen die hier onder veel bekijks rondlopen. Ik kan niet zeggen dat we de mensen erg aardig vinden, eerder achterdochtig, en ook hebberig. Als ik een foto wil maken van een traditioneel huis met mooi houtsnijwerk, komt er meteen een groepje mensen om ons heen staan. Ze willen geld, 10SRD, ongeveer 2.50 euro per foto. Ik stop m'n camera demonstratief weer terug in de tas. "Maar u mag wel een foto maken hoor", zegt een mevrouw. Ik antwoord: " u mag ook een foto maken van mijn huis. Gratis".

De houten hutjes met rieten dak staan dicht op elkaar, net zoals we zagen in Madagascar, met kleine erfjes waar kippen en eenden rondlopen. In zo'n groepje hutjes woont een familie bij elkaar. De familiebanden zijn sterk, ze delen alles en zorgen voor elkaar. Het dorp is weliswaar primitief maar maakt een verzorgde indruk. De mensen zijn hier net een stukje welvarender dan in Afrika. Via een agregaat wordt er electriciteit opgewekt en het regent zo veel dat aan schoon drinkwater geen gebrek is. Maar medische verzorging en onderwijs staat op een bedroevend laag pitje. Er zijn alleen lagere scholen. Voor voortgezet onderwijs moeten de kinderen naar Paramaribo. Dat kost geld wat er niet is. Bovendien hebben de ouders dan geen zicht meer op hun kroost en de verleidingen van de grote stad zijn groot.

De bosnegers hebben nog steeds hun eigen stammencultuur, met zgn Granmans die veel respect genieten bij zowel de locale als landelijke bevolking en die ook door de wetgevers geraadpleegd worden. Dat lijkt ideaal maar leidt soms wel eens tot conflicten met de Surinaamse wet. Zo wordt bv een traditioneel huwelijk gesloten door betaling van een bruidsschat, die bestaat uit een aantal handgeweven geblokte wikkeldoeken. De vrouw trekt bij de man in, dat is alles. Er komt geen ambtenaar aan te pas. Als de man overlijdt hebben z'n vrouw en kinderen geen enkel recht op z'n bezittingen. Dat recht gaat naar de broers van de overledene. Nu is er vorig jaar een Sarramacaner overleden die getrouwd was met een christelijke vrouw en die zelf ook bekeerd was tot het Christendom. Zij hebben Nieuw Aurora verlaten en een Christelijk resort gesticht op een klein eilandje. De man heeft aangegeven dat hij daar ook begraven wilde worden. De naast familie eist nu dat de man volgens traditie begraven moet worden in Nieuw Aurora, maar wil bovendien dat de weduwe en haar kinderen het resort verlaten en overdragen aan de familie. Behalve traditie zal hier natuurlijk hebzucht ook wel een rol spelen. De zaak is voor een rechter in Paramaribo gebracht, maar loopt nog steeds. Blijkbaar is de wet dus toch niet zo eenduidig of weegt het familierecht zwaar. En dit is nog maar een simpel voorbeeld. Wat dacht je hoe ingewikkeld het is in het geval van traditionele grondrechten?

Onze maaltijd bestaat uit een traditioneel gerecht van vis en rijst. Erg smakelijk. Daarna zitten we nog wat na te praten met Wally, de manager van het kamp. Wally ziet de toekomst van Suriname een beetje somber in. Ja, er is veel gerealiseerd, maar de bosnegers worden nog steeds erg achtergesteld. Tijdens verkiezingstijd doet de regering allerlei beloftes maar daarna hoor en zie je ze niet meer. Bovendien neemt de corruptie en misdaad toe, worden de armen steeds armer en rijken steeds rijker. Hij vertelt dat een stem van de bosnegers dubbel telt en dat vooral Ronny Brunswijk daar van geprofiteerd heeft.

 

Verstrikt in een eiland

De kleine regentijd is voorbij en de grote regentijd moet officieel nog beginnen, maar zoals overal ter wereld is het weer van slag. Het regent gewoon veel en bij tijd en wijlen erg veel. Op een dag worden we voor dag en dauw gewekt door geschraap langs de romp en gekraak van de ankerlijn. We vermoeden dat er een struik of zo in onze ketting zit. Als we een kijkje gaan nemen zien we dat we in een eiland verstrikt zitten van wel 5x5 meter. Dit zijn stukken oever die met de springvloed afbreken en op drift raken. Met de pikhaak proberen we stukken los te trekken, maar dat is onbegonnen werk. De ene pikhaak is te kort en de andere breekt doormidden. Dan maar proberen te kappen met de machete. Ook dat valt niet mee. Het eiland is 1.5m diep en we moeten half het water in om bij de onderkant te komen. De stank is niet te harden en we zijn een beetje bang dat er enge beesten zoals slangen of muscusratten inzitten. Bovendien zijn het maar kleine stukjes bij de ketting die we weg krijgen terwijl hele grote stukken taaie stengels nog vast onder de kiel zitten. De krachten op de ankerketting zijn enorm. Als die breekt zijn we een aap gelogeerd want dat spul zit waarschijnlijk ook rond de propeller zodat we waarschijnlijk de motor niet kunnen gebruiken. Als het inmiddels licht is geworden krijgen we hulp van Ed en Sofia. Die wonen hier al 5 jaar op hun boot en hebben vaker met dit bijltje gehakt. Ze hebben een klein werpanker bij zich dat we midden in het eiland gooien.

Terwijl wij met onze buitenboordmotor op volle kracht trekken, proberen zij het eiland om het anker heen te buigen. Aanvankelijk lijkt ook dit gekkenwerk, maar het kerende tij helpt ons een handje. Met vereende krachten krijgen we na 3.5 uur ploeteren het eiland los. We voeren het af naar de kant zodat de andere jachten er geen last van zullen hebben. Later in het seizoen, als de grote regentijd pas echt op gang is gekomen, moeten we vrijwel dagelijks eilandjes verwijderen, maar die zijn gelukkig van een kleinere omvang.

 

Vast als een huis

Ik ga op reis en neem mee: pakken speculaas, zakken drop, potten Calve pindakaas, gelderse rookworsten, salamiworsten, een paar kilo oude kaas en een paar traytjes parbobier. In Paramaribo zit een winkel, Tulip, waar je allerlei typische Nederlandse dingetjes kunt kopen. Toen we hier aankwamen hebben we ons letterlijk ziek gegeten in de van Dobbe kroketjes en mora frikandellen. In het caribisch gebied is alles waarschijnlijk een stuk duurder, als het al te krijgen is. Vandaar dat we dus een klein voorraadje hollandse lekkernijen inslaan. We hebben de laatste weken zoveel regen gehad dat de watertank en alle jerry-cans gevuld zijn. Rita's eethuis gaat definitief niet meer open en Fred is tegenwoordig ook alleen nog maar in het weekend geopend. Iedere dag lopen we hetzelfde rondje en praten we met dezelfde mensen. Hoogste tijd dus om te vertrekken. Maar als we het anker willen lichten, blijken we muurvast te liggen. Dat vermoeden hadden we al, want telkens als het tij keerde, hoorden we de ketting over iets schrapen. Drie dagen lang doen we niets anders dan rondjes draaien. Links om, rechts om. Daarna systematisch vooruit, achteruit in alle windrichtingen. We weten nog 10 meter ketting binnen te halen, maar daarmee houdt het op. Wat nu?

We hebben duikspullen aan boord en hebben allebei een respectabel aantal duiken gelogd. Maar dat was altijd in helder water. Dit is een snelstromende modderrivier. Wat ligt daar allemaal voor engs op de bodem? Wat als we verstrikt raken? We besluiten een professionele duiker in te huren die bekend is met dit soort klussen in dit soort water. Ron klaart het karwei in 3 uur. De ketting ligt muurvast tussen twee uit elkaar gevallen moorringblokken. Hij kan het anker redden plus nog een deel van de ketting. We hebben nu nog 35m ketting plus een paar losse stukken. Daar kunnen we voorlopig in ieder geval wel mee verder.

 

Wan people, wan nation

Emancipatie van achtergebleven etnische groepen gaat niet altijd goed samen met de gewenste vooruitgang en nationale bewustwording. En daarom zijn ze in Suriname een grootscheepse nationale bewustheidscampagne gestart: I love Su: wan peole, wan nation. Er is een I love Su-monument en er zijn I love Su- winkels waar je I love Su T-shirts, -petjes en -buttons kunt kopen. Die laten we voor wat het is, maar op de laatste dag van ons verblijf in Suriname poseren we nog wel even bij het "I love SU-monument want we hebben wel wat met dit mooie land en z'n vriendelijke mensen.

En dan is het echte moment van vertrek aangebroken. We nemen afscheid van onze vaste borrelvrienden en tuffen de volgende ochtend met de ebstroom de Suriname-rivier af. We overnachten op een magnifieke historische plek pal voor het fort Amsterdam met zicht op de oceaan en een onvergetelijke zonsondergang. Het lijkt erop dat onzichtbare krachten ons in Suriname willen houden, want die avond raken we weer verstrikt in een eiland. Weer komen we niet op eigen kracht los, maar gelukkig krijgen we hulp van een vriendelijke veerman en z'n zoontje. Zodra het tij keert lichten we zonder probleem het anker en zeilen we met maximale stroom het modderige zeegat uit. We kwamen aan in de regen en vertrekken weer in de regen.