Scilly Islands: Juni 2003

Waar de oceaan begint

Een van mijn favoriete nummers van Bluff. Ik heb me altijd al afgevraagd waar de zee eindigt en de oceaan begint. Nou, hier dus. We voelen de Atlantic swell al goed als we Lands-end passeren. De golven worden langer met indrukwekkende golfdalen van enkele meters. Het zeilen wordt prettiger. Geen gestamp maar heerlijk swoesh, swoesh met de golven mee. Omdat we deze keer perse niet in de nacht willen aankomen vertrekken we al in alle vroegte om 5 uur 's ochtends uit Falmouth met het tij mee. Het is ongeveer 60 mijl naar de Scillies. Af en toe zakt de wind weg en om toch op het gemiddelde van 5 kn te zitten zetten we dan de motor zachtjes bij. Halfverwege Falmouth en de Scillies ligt een akelige rotspartij, Wolf Rock, zo maar midden in de zee. Een groot lichschip met een fel hoorn signaal geeft duidelijk de plaats des onheils aan. De Scillies komen al gauw in zicht, maar het duurt zoals gewoonlijk nog een hele tijd voor we er werkelijk zijn. En alsof de duvel er mee speelt: zodra wij willen beginnen met onze fameuze mooring maneuvre, steekt er een stevige bries op gevolgd door een regenbui. Het gaat dan ook allemaal niet zo vlotjes. Bij de eerste poging sta ik gewapend met pikhaak en landvast klaar op het voordek. Nog 4, 3, 2, 1 meter... Ja, hebbes.... En net als ik de landvast door het oog van de moorring wil halen zet Harry de motor vol in z'n achteruit, terwijl we al met de kop in de wind lagen! Ik kan het niet meer houden en de pikhaak verdwijnt in het water.Grrrr. De tweede poging mislukt door gigantisch geklungel van mijn kant. Mijn vingers zijn zo koud en stijf dat ik de lijn laat schieten. De buurman kon het niet meer aanzien en kwam ons te hulp met z'n bijboot. Deze keer gaat het goed en heb ik ook de pikhaak weer terug. We doen ons lekker te goed aan hollandse ertwensoep en verdwijnen dan in het vooronder. Al met al een mooie toch, jammer van de afsluiting.

Wreckers

De Scillies is een groep van ongeveer 40 eilanden en talloze rotspunten. Slechts 6 eilanden zijn bewoond. De bevolking staat bekend als "Wreckers". Het verhaal gaat dan ook dat wanneer je een Scilleen met een zaklantaarn ziet zwaaien, juist de andere kant op moet varen. Rond 1750 hier zo'n beetje de hele Engelse vloot vergaan, wat de aanleiding was om de tijdswaarneming over de hele wereld gelijk te krijgen. De Engelse koning loofde een ruime beloning uit voor degene die een klok kon maken die zo naukeurig was dat de lengtegraden berekend konden worden. In de plaatselijke pub hangen foto's van alle schepen die door de jaren heen hier vergaan zijn. De havenmeester beveelt ons aan om met de ferry de andere eilanden te verkennen om 's avonds weer terug te keren naar St Mary's waar we veilig aan de moorring liggen. We gaan op zijn advies af, maar balen als een stekker als we later de leuke baaitjes met moorrings zien bij Tresco. Bij hoogwater was dit goed te doen geweest. Nou, ja, zo komen we er ook wel.

St Mary's

De volgende dag verkennen we op ons gemak St Mary's, het hoofdeiland. Het wordt een prachtige wandeltocht door velden, bossen, moerassen en langs mooie baaien en een oud fort met fantastisch uitzicht over de andere eilanden.

Het stadje is ook heel aardig. De huizen zijn gebouwd van de plaatselijke rotsstenen en in de keurig onderhouden tuintjes vind je palmbomen en veelkleurige bloemen.

Maar eerst nemen we een heerlijke douche in een hotel voor GBP3! In de plaatselijke pub drinken we buiten op het terrasje een pintje en geniet Harry van z'n dagelijkse sigaartje. Het supermarktje heeft heerlijk vers stokbrood en is niet te duur.

Verstoorde nachtrust

's Nachts doe ik geen oog dicht. De wind is behoorlijk aangetrokken en de enkele landsvast kraakt er hevig op los. De landvast is op enkele plaatsen al een beetje doorgeschavielt en ik vraag me af of hij het wel houdt. Bovendien zit er zo'n dikke rubberen knots aan die af een toe lekker langs de stalen romp piept. Mijn lakwerk! Ik besluit er uit te gaan om een tweede lijn te steken. Dit lukt natuurlijk van geen kant. Er staat zo'n enorme kracht op de lijn dat ik het schip niet naar voren kan trekken. Dit moet dan maar wachten tot morgen. Harry ligt er niet wakker van. De tweede nacht valt de wind helemaal weg en het schip wordt door het in en uitgaand tij telkens tegen de moorring aangedrukt. Dit dreunt lekker door in een stalen schip. Gek wordt je ervan. Bovendien zit er een grote dikke ijzeren ketting aan de moorring die af en toe langs de punt schuurt. Het lakwerk raakt al weer beschadigd. De havenmeester verteld ons anderdaags dat alle scheepseigenaren dezelfde ervaring hadden. Schrale troost.

Met de bejaardenboot naar Tresco

De ferry naar Tresco vertrekt om 10.00 's ochtends en om half tien stond er al een lange rij mensen te wachten. Voornamelijk bejaarde dagjestoeristen met hondjes. Het schiet maar langzaam op en de relatief kleine boten worden overvol geladen. Harry krijgt er een sik van en staat op het punt weer terug naar onze eigen boot te gaan. Gelukkig gaan niet alle toeristen naar hetzelfde eiland en valt het op Tresco enorm mee met de drukte. Dit eiland is nog mooier dan St Mary's. Hele andere vegetatie. Veel ruiger. Het eiland staat bekend om z'n kloostertuinen. Inderdaad prachtig. Doet me een beetje denken aan de botanische tuin in Singapore met z'n mooie doorkijkjes eng grote palmbomen. Er is ook een galerij met boegbeelden van alle schepen die er vergaan zijn.

We wandelen over de rotsen naar het uiteinde van het eiland en beklimmen de toren van Cromwell Castle vanwaar we een schitterend uitzicht hebben over de New Grimsby Sound. Er liggen een paar jachtjes voor anker. Erg romantisch.

Aan de grond!

De volgende ochtend bereiden we ons voor op het vertrek naar Spanje. We moeten naar de kade om diesel en water te tanken. Dit kan alleen 's ochtends tot 10.30 uur omdat daarna de grote ferry aankomt. Het is een heel hectisch gedoe. Er is slechts 20m ruimte aan de 6 meter hoge kadewand en we moeten goed uitkijken voor de aankomende en vertrekkende eilandferry's. Bovendien is het laag water. Op de kade staat een man naar ons te gebaren dat we achteruit moeten omdat het hier ondiep is. Tegelijkertijd roept de kaptein van een ferry dat we in de weg liggen. Het onvermijdelijke gebeurt: door de wind en het inkomend tij worden we aan de grond gezet. We proberen op eigen kracht los te komen, maar dat is vergeefse moeite. Ondertussen komen er steeds meer mensen op de kade kijken wat er aan de hand is. Gelukkig is er een speedboot van de douane in de buurt. Met beide motoren voluit worden we vlot getrokken. Na getankt te hebben, pletten we nog bijna onze eigen bijboot tijdens het wegvaren van de kadewand. Een akelig krakend geluid, maar het kleine bootje is sterker dan wij denken en alles loopt uiteindelijk goed af. Snel boodschappen halen en tegen 5 uur vertrekken we richting Spanje.

Terug naar logbook