Dagboek van een Zwerver: 3000 mijl Pacific

Woensdag 22 maart '06

Anderhalf uur in de rij bij de bank gestaan omdat de gloednieuwe cashmachines niet werkten. Daarna nog eens een uur bij de wasserette zoeken naar onze was, die per ongeluk in andermans tas terecht was gekomen. 11.00 vertrokken met een zwak z.o briesje. In de namiddag neemt de wind verder af en worden we door de wispelturige stromingen tussen de eilanden wegggezet. Dan maar de motor aan. Boobies drijven als dikke eenden op het spiegelgladde water. Er drijft een spoor van vettige troep op het water: een vrachtschip heeft zijn bilge geloosd in dit mooie natuurreservaat.

Donderdag 23 maart
Rustige nacht. De zee is zo kalm dat de sterren erin weerspiegelen. Twee vissersboten gezien. Tegen zonsopgang zien we honderden dolfijnen, zover als we kunnen kijken. Ze hebben geen oog voor ons want ze zijn duidelijk aan het jagen en dat gaat in een razend tempo. Op de Galapagos hebben we met een aantal cruisers spontaan een radionet opgericht. Iedere ochtend rapporteren vijftien boten hun positie, windsituatie en de nog af te leggen afstand. Zo weten we precies waar de gunstige winden zijn. En dat is hier dus niet; we zijn niet vooruit te branden en zetten de motor maar weer aan.

Vrijdag 24 maart
Alweer geen wind. We worden stapelgek van het gerol en geklapper van de zeilen. De genua gaat eraf en met gereefd grootzeil motorsailen we verder. 'sMiddags komt er een vissersboot ons tegemoet varen. Op een mijl afstand blijft hij liggen en komt een kleine motorboot in volle vaart op ons af. We houden hier niet van. 2 jaar Zuid Amerika heeft ons wantrouwig gemaakt. Wat willen ze van ons? Zijn het wel vissers? Als ze kwaad in de zin hebben kunnen we geen kant op en wie komt ons helpen midden op de oceaan? We voelen ons opeens erg kwetsbaar. Ik overweeg nog even om de speergun te pakken. Als de motorboot dichterbij komt zien we tot onze opluchting dat er slechts een man in zit. Hij wijst op een twintigtal lege jerry-cans en vraagt om "cientos gallones petroleo" oftewel vierhonderd liter diesel! Zo groot is onze tank niet eens! Wat kunnen we doen? Met die een of twee jerrycans die wij evt kunnen missen komt die grote vissersschuit nergens. We varen verder en zien even later het moederschip in onze richting draaien. Shit, nu komen ze toch nog achter ons aan! Maar er komt even een zwarte rookpluim vanaf het schip en dan blijft het liggen waar het ligt. Zouden ze echt geen diesel meer hebben? Met verwarde gevoelens gaan we verder.

Zaterdag 25 maart
Eindelijk komt er een beetje wind. Uit het noorden. Dat kan dus nog niet de langverwachte passaatwind zijn want die komt uit het zuid oosten. Maar het is een verademing om even niet meer in het lawaai van de motor te zitten. Dan begint de dieptemeter opeens op hol te slaan. In een hoog tempo geeft het dieptes varierend tussen de vier en tien meter. Dat is onmogelijk, we zitten hier op duizend meter diepte! Zou er een of meerdere grote vissen onder het echolood doorzwemmen? We kijken,maar zien niets.

Zondag 26 maart

Geen wind, geen stroom, geen walvissen of dolfijnen en zelfs niet een schamel visje aan de lijn. De boten op het net rapporten allemaal vijftien tot twintig knopen wind uit het zuidoosten, maar die zitten allemaal op 5 graden zuiderbreedte. Daar hopen wij morgen te zijn. Weer een vissersboot gezien.

Maandag 27 maart

Vanacht passeerden we de 5 graden zuiderbreedte en vrijwel metteen pikten we 15 knopen SSE wind op. Yippee! Terwijl wij op het voordek in ons adamskostuum met de spinaker aan het klooien zijn komt er vanaf een vissersboot een helikopter op ons af. Hij vindt ons gestuntel blijkbaar amusant en draait een tweede rondje laag boven onze mast, om daarna weer snel te verdwijnen. Vlak voor etenstijd horen we opeens geratel: de vislijn! We hebben beet! Met veel moeite halen we de lijn in tot naast de boot en we zien dat er een heerlijke malse Wahoo aan zit. Als we hem binnen willen halen breekt de lijn en verdwijnt Wahoo met Epoxy-pussy en al de diepte in. Wat zonde!

Dinsdag 28 maart

Het is een grijze regenachtige dag. De wind valt weg naar 5 knopen maar desondanks klokken we nog een snelheid van 3.5 knopen. We hebben blijkbaar de zuid Equatoriale current opgepikt. Het blijft de hele dag buiig met harde windstoten. Weinig zeilen, maar wel lekker poedelen. We nemen een heerlijke zoetwater-douche en wassen onze haren.

Woensdag 29 maart

Perfecte zeildag. Strak blauwe lucht, zonnig en een strakke bries uit het SE. We lopen 7 knopen!

Donderdag 30 maart

Het perfecte zeilweertje houdt aan. Daggemiddelde van 170 mijl gelopen. Via het net worden we verzocht uit te kijken naar een ontmaste zeilboot die zonder brandstof ergens bij de Marquezen ronddobbert. Een solo-zeilsters. Er ligt een flink aantal dode vliegende vissen op het dek. We gebruiken ze als aas, maar ook dat haalt niets uit. Ik maak maar weer een nieuwe Epoxy-pussy (een plastic inktvis die we verzwaren met epoxy-filler). Vandaag weer sinds lange tijd een brood gebakken. Het ziet eruit als een baksteen en gaat meteen overboord.

Vrijdag 31 maart

De gunstige wind houdt aan en we doen 6 tot 7 knopen. Ik doe een nieuwe bakpoging. Nog steeds niet echt een succes, maar het brood is eetbaar, hoewel het als een baksteen op je maag valt. We passeren de 105e lengtegraad en zetten de klok een uur terug naar UTC-7.

Zaterdag 1 april

Drie klunsige pogingen waren nodig om de spinaker te hijzen. Dit ging niet zonder gevloek. Het is niet altijd romantiek op een zeilbootje.

Zondag 2 april

We varen nog steeds onder spinaker en laten deze tegenwoordig ook 's nachts staan. Er staat een akelige deining en we worden gek van het gerol. Slecht geslapen. Weer geen vis gevangen.

Maandag 3 april

De helft van de afstand is afgelegd. Dit wordt gevierd met een flesje wijn. Het laatste versvoer wordt opgemaakt. Hierna wordt etenkoken een makkie.

Dinsdag 4 april

Alweer een vreselijke rollerige zee. Bij het strijken van de spinaker blijft het dunne doek achter de bovenste maststep hangen en scheurt over een lengte van 10cm in. We repareren het meteen. Er vliegt een boobie over ons heen. Waar zou die nou wonen? We zijn 1500 mijl verwijderd van de dichtsbijzijnde kust! We krijgen steeds meer zin in een gebakken visje.

Woensdag 5 april

De wind valt weg! 's Nachts zetten we de motor bij om stroom te draaien. Vis wil nog steeds niet bijten. Blikvoer is niet zo slecht als we dachten, maar voor de zekerheid nemen we er toch maar vitaminepillen bij.

Donderdag 6 april

De nieuwe GPS houdt er spontaan mee op en we komen erachter dat de handheld GPS weliswaar dezelfde positie aangeeft, maar een andere snelheid en langere afstand te gaan. Na een uurtje gefrunnik en 4 zekeringetjes te hebben verspeeld, vinden we het euvel: polariteit omgedraaid! Hartstikke stom natuurlijk. Draden gewisseld en voila, hij doet het weer. De laatste twee eieren zijn verrot. Vanaf nu geen pannekoeken meer maar muesli als ontbijt. Tegen het einde van de dag komen we in vreselijk buiiig weer met zware windstoten, onweer en bliksem. We hebben de spinaker precies op tijd binnen.

Vrijdag 7 april

Zware nacht. De windvaan loopt uit koers met hevige windstoten, en om electriciteit te sparen sturen we met het handje. Twee uur op en twee uur af. Als de buiigheid overtrekt en we weer een constante 20kn SE wind hebben, hijzen we de spinaker weer. Er is nog wel veel deining en we rollen er weer lekker op los. Vandaag de klok weer een uur terug gezet naar UTC-8.

Zaterdag 8 april

Alweer niet geslapen en zelfs uit bed gerold! Het vloertje in de achterkajuit is doorweekt met motorolie. Een jerrycan in de bakkist is gaan lekker. Wat een teringzooi! De hele boot, binnen en buiten onder de vette voetstappen! Nog minder dan 1000 mijl te gaan.

Zondag 9 april

Een onbekende moordlustige dader heeft vanacht de helft van Epoxypussy II, inclusief roestvrijstalen haak, opgevreten. 's Middags zien we plotseling een zeilscheepje aan de horizon. Je kunt je niet voorstellen wat voor opwinding dat teweeg brengt. Het voelt een beetje alsof iemand zich ongewenst binnendringt op jouw terrein. Alsof die hele grote zee voor ons alleen is. Na ruim twee uur laten we de catamaran alweer achter ons. Het is een mythe dat catamarans snel zijn.

Maandag 10 april

Nul wind. De spinaker staat er een beetje zielig bij te wapperen. De vislijn moet binnengehaald worden van de schipper, want dat belemmert de snelheid. Nou ja! Weer een broodbakpoging gedaan. Iets beter, maar het is wel een heel erg massief duits brood. Ach, het smaakt en vult goed.

Dinsdag 11 april

Spectaculaire zonsopgang met 5 dolfijnen bij de boot. Ze blijven zeker een uur spelen. Het is een kleinere soort dan wat we tot nu toe gewend zijn. Op het net horen we dat de coastguard een zieke passagier van een zeilboot heeft gehaald. Deze was blijkbaar nog binnen helicopterbereik van de Gapalagos. We vragen ons af wie ons komt helpen zo ver van alles vandaan.

Woensdag 12 april

We zijn nu 3 weken onderweg. Op het net horen we dat er een tweede groep zeiljachten, ongeveer 20 stuks, 2 weken achter ons ligt en een derde groep vertrekt komend weekend van de Galapagos. Deze passage naar de Marquesas is duidelijk erg populair en wordt de Coconut Milk Run genoemd. Ik stel me voor dat het vanaf de maan gezien moet lijken alsof je van de Galapagos naar de Marquesas kunt lopen zonder natte voeten te krijgen. Wij zien echter niemand. De dichtsbijzijnde boot is 300 mijl van ons vandaan.

Donderdag 13 april

's Nachts zien we opeens een lichtje aan de horizon en al gauw zie ik ook een wit zeiltje. Hij komt ons in hoog tempo voorbij scheuren op grootzeil en onder motor! Het waait 20+ knopen. Wij hebben de genua uitgeboomd en de halfwinder aan de andere kant erbij staan en lopen op ons gemak 7 knopen. Welke malloot verkwist nu z'n kostbare brandstof bij dit mooie zeilweer? Een 50 voet Beneteau onder Italiaanse vlag. "I see the harbour on my GPS-plotter and now I want to go their fast". Als die sukkel even de moeite neemt om z'n genua uit te rollen gaat hij zeker net zo hard.

Vrijdag 14 april

Nog slechts 100 mijl te gaan. Als de wind nu niet wegvalt komen we morgenochtend vroeg op onze eindbestemming aan. We maken schoonschip, hangen alvast de franse gastenvlag in de mast en zetten de klok nog maar weer eens een uurtje terug. We zien steeds meer vogels.

Zaterdag 15 april

Land in zicht!! In de schemer ontwaren we een donkere berg. Voor ons gaat de maan onder en laat een zilveren loper voor ons liggen. Achterons gaat de zon op en werpt een goudkleurige schijnsel op het water. De donkere berg krijgt steeds meer kleur. De kleur groen komt bijna onnatuurlijk over na 24 dagen op zee. Als we dichterbij komen dringt de zoete bloemengeur onze neus binnen. Fatu Hiva ligt in alle pracht voor ons. Als we om 8 uur ons anker laten vallen in een oogverblindende baai, worden we enthousiast begroet door onze medezeilers: Welcome to Polynesia, you made it! Ofcourse we made it!!

 

 

 

Terug naar logbook