Paaseiland

 

Een trieste geschiedenis

Als we het vliegtuig uitstappen (we hebben de boot in Chili achtergelaten) komt ons een zwoele tropische lucht vol bloemengeuren tegemoet. Het is al donker, maar de thermometer wijst 25 graden aan. Heerlijk, we zijn meteen in vakantie-stemming. In de ontvangsthal worden we op traditioneel polynesische wijze verwelkomd met een prachtige bloemenslinger en een half uurtje later luisteren we, al zippend aan onze pisco sour, naar de geluiden van de nacht op een terrasje aan zee.

We beginnen onze ontdekkingstocht in het charmante kleine museum. Daar krijgen we een goed beeld van de geschiedenis van dit misterieuze eiland, dat 3 miljoen jaar geleden ontstaan is door meerdere vulkanische uitbarstingen. De sporen daarvan zijn nu nog overal zichtbaar aanwezig. Het hele eiland ligt bezaaid met lavastenen.

Een algemeen geaccepteerde theorie is dat de eerste bewoners omstreeks het jaar 400 van de Marquezen afkomstig waren. Dit is gebaseerd op overeenkomsten in taal en cultuur en op legenden die gegraveerd waren op houten bordjes (rongos) waarin verteld wordt van een koning die in twee dubbele kanos met vrouw, planten en beesten aan land kwam. Een soort Ark van Noach dus. Zij noemden het eiland toen Te Pito te Henua (de navel / centrum van de wereld). De theorie van Thor Heyerdahl, die met zijn beroemde Kontiki-expeditie heeft geprobeerd aan te tonen dat de eerste bewoners wel eens uit Peru konden komen, heeft men inmiddels verlaten. Het hoogtepunt van de Moai-cultuur (Moai zijn die grote monolitische beelden) was omstreeks de 17e eeuw. Toen leefden er naar schatting 15000 bewoners op het eiland. Er was niet genoeg voedsel voor iedereen en bovendien werden de "Kort-oren" onderdrukt door de "Lang-oren". Een seniele koning en een fantastisch romantisch sex-schandaal gaven (volgens de Holywoodfantasie van Kevin Costner) de aanzet voor een grote stammenoorlog. Ze slachtten elkaar af, sommigen werden zelfs opgegeten, en alle Moais werden van hun sokkel gegooid.

Daarna begon de fameuze Vogelman-cultuur met bijbehorende ceremonies en festiviteiten die vandaag de dag alleen nog maar voor de toeristen worden opgevoerd. Het eiland werd door de westerse wereld ontdenkt in 1722 en wel door onze landgenoot Jacob Roggeveen. En omdat deze hier aankwam op eerste paasdag heet het eiland vanaf toen Paaseiland. Nederland heeft zoals wel vaker in de geschiedenis, het land nooit geclaimed omdat ze alleen maar op zoek waren naar handelsgebieden en op Paaseiland viel niet veel te halen. Wel werden er direct de eerste dag al twee Pascuanen vanwege een meningverschil overhoop geschoten. Daarna, in 1770, werd het eiland geannexeerd door de onderkoning van Peru, in naam van Koning Carlos van Spanje. Ook captain Cook heeft er in 1772 voet aan land gezet en hij heeft het eiland de huide naam Rapa Nui gegeven. Met de Spanjaarden kwamen de Katholieke missionarissen die op brute wijze zieltjes probeerden te winnen en in 1863 werd het merendeel van de eilandbewoners (waaronder de koninklijke familie) als slaaf aan het werk gezet in de Peruaanse zilvermijnen, waar 80% door uitputting en mishandelinge sterft. Alsof dat nog niet genoeg is, komt er in 1870 een malloot uit Frankrijk die zichzelf tot koning uitroept en het kleine restje bevolking verder uitmoordt tot er nog maar 110 bewoners over zijn. In 1888 wordt het eiland officieel in bezit genomen door Chili en daar hoort het nog steeds bij. Daarmee is de ellende voor de Pascuanen nog niet voorbij. De Engelsen introduceren schapen op het eiland, die een ware ecologische ramp veroorzaken. De Chilenen handhaven een strikt militair regiem. Pascuanen zijn minder waard dan een schaap. Zo krijgt een Pascuaan die betrapt wordt op het doden van een schaap, 50 jaar dwangarbeid. Pas in 1966 krijgen de Pascuanen enige vorm van zelfbestuur en voor het eerst in de geschiedenis, identiteitspapieren. Maar dan is hun identiteit hen al grotendeels afgenomen. Paaseiland is door de "beschaafde" wereld beroofd van zijn culturele rijkdommen. Zo is er op het hele eiland geen rongo meer te vinden en staat de grootste Moai in het Brits historisch museum. Thank you!

 

Op expeditie

Er zijn plaatsen op deze wereld die je al lang meent te kennen uit de tot-vervelends-toe herhaalde TV-documentaires. Eigenlijk hoef je dus niet meer op reis te gaan. Wij kennen mensen die in Peru waren en niet naar Machu Pichu zijn gegaan omdat de toegangsprijs aan de hoge kant was. Ze hadden het immers op TV al gezien! Daar kunnen wij met de kop niet bij.

Er is niets indrukwekkender dan in levende lijve voor een grote Moai te staan en je, zoals vele wetenschappers voor ons, af te vragen hoe ze die joekels in hemelsnaam het halve eiland over getransporteerd hebben en op die platforms hebben gekregen.

Er zijn zo'n 1000 van deze gigantische monolitische beelden gemaakt. Maar slechts een kwart daarvan is daadwerkelijk op z'n eindbestemming aangekomen. Het is tot op heden nog onduidelijk waarom niet. Misschien te groot om te transporteren? Misschien geen bomen meer om ze vooruit te rollen? Misschien geen mankrachten meer? De meesten liggen of staan nog in diverse stadia van bewerking rondom de krater van een grote vulkaan. Je weet niet wat je ziet. Overal brokstukken, hoofden half onder de grond, maar ook hele gave exemplaren. Toen Harry even op een rots ging zitten om een sigaretje te roken, kwam er meteen een gids op hem afgerend "no, no, you cannot sit on them". We hadden het niet eens in de gaten! In tegenstelling tot wat men aanvankelijk dacht, zijn dit geen afgodsbeelden, maar stellen ze symbolisch hun voorvaderen voor. Ze vertonen dan ook gelijkenissen met hun overleden familieleden. Je vindt exemplaren met ear-piercings en tattoes, met lange oren, met korte oren, dikke koppen, platte koppen en er is zelfs eentje met een baard. Er is slechts een afbeelding van een vrouw bij. De Kontiki-stichting, opgericht door de Noorse ontdekkingsreiziger en avonturier Thor Heyerdahl, vond in 1955 eerst alleen het hoofd van de vrouw. Dertig jaar later vindt diezelfde stichting ook per toeval het lichaam dat erbij hoort. De Moai wordt gerestaureerd en tentoongesteld in het Kontiki-museum in Oslo. Op verzoek van de locale bevolking is de vrouwtjes-Maoi gelukkig weer teruggegeven aan de Pascuanen.

Behalve Ahus (platform-altaren) en Moais, heeft Paaseiland nog veel meer te bieden. We beklimmen een grote vulkaan vanwaar we een schitterend uitzicht hebben over het eiland.De steile kraterwand heeft aan een zijde een inkeping, veroorzaakt door een tsunami. Binnenin is een lagune met een diameter van 1km. Op de oppervlakte drijven kleine eilandjes van riet en andere waterplanten. Als de zon op het water schijnt lijkt het net een groene lappendeken van patchwork doorweven met zilverdraden.

Er zijn diverse grotten op het eiland. Sommigen zijn bewoond geweest, anderen werden gebruikt om kostbaarheden te verstoppen in tijden van oorlog. In de "Maagden"-grot werden aanstaande bruiden 6 maanden opgesloten zodat ze een mooie blanke huid kregen. In een aantal van die grotten zien we wandschilderingen en petroglyphen. Het eiland is niet groot, ongeveer 10x15km. We doorkruizen het meerdere keren, tot we echt geen Moai meer kunnen zien. Met een stel backpackers huren we een jeep om de belangrijkste bezienswaardigheden te zien. Daarna nemen we de dirt-roads, met z'n tweeen op een 250cc Yamaha off-the-road, waarbij we uiteraard een keer onderuit gaan en met motorpech komen te staan, midden tussen een kudde wilde paarden. Gelukkig ging het vandaar af alleen nog maar bergafwaarts en hoefden we dus niet te lopen. 's Avonds in het backpackers guesthouse organiseerden we BBQs waarbij de gitaren tevoorschijn werden gehaald. Verder zijn we nog naar een slap aftreksel van een traditionele Polynesische dans geweest (daar zullen we er nog wel een paar van zien, vrees ik) en hebben we de film Rapa Nui van Kevin Costner bekeken. Paaseiland is een aanrader dus. Je moet er wel een behoorlijke afstand voor afleggen (het is een van de meest geisoleerde eilanden ter wereld!). Misschien toch beter om voor de TV te blijven hangen?

Oh ja, weinig foto's van Paaseiland? Ben gevallen, precies met de lens op een rotsblok. De kleine Nikkon kon daar niet tegen.