Noord Brazilie: Fortaleza tot Baia de todos a Santos


Bijtanken in Fortaleza


Na 18 dagen op zee is het heerlijk om weer aan land te zijn. We liggen niet echt in een jachthaven maar aan een drijvende pontoon voor het Marina Park Hotel. Er is water en electriciteit en we mogen gebruik maken van de faciliteiten van het hotel, waaronder een heerlijk groot zwembad. We vallen met de neus in de boter. Als we aankomen begint zojuist Ceara Music, de Braziliaanse equivalent van het Pink Pop festival.. Er zijn diverse podia en van 's middags vier tot 'ochtends vier galmt de rock-muziek uit de levensgrote speakers. De bas dringt lekker diep door in ons schip. Slapen doen we overdag. Het publiek is erg jong, vooral veel jonge meisjes van een jaar of 16, schaars gekleed en op veel te hoge hakken en jongens met coole afzakbroeken en rode mutsjes op. Ze gedragen zich voorbeeldig. Geen overmatig alcoholgebruik en absoluut geen vechtpartijen. Het is allemaal peace en harmony en overal liggen vrijende paartjes onder de palmbomen. Er liggen hier nog een stuk of tien andere buitenlandse jachten. Dean en Christina uit de USA, Mason en Carry en dochtertje Harmony uit Zuid-Afrika, Ronan en Mercedes met zoontje Louis uit Hongkong, John en Vicky met zoon en dochter en twee blonde zweedse opstapsters uit New Zealand, Andy en Margot uit Australie. Opvallend veel jonge mensen. De meesten zijn al meerdere jaren onderweg en gaan nu naar de Caribien, waar het orkaanseizoen inmiddels over is. Er vindt een levendige uitwisseling plaats van ervaringen, kaarten en pilots. Binnen een dag zijn we meer dan volledig gedocumenteerd en hebben we ook nog een mobiele telefoon met beltegoed kado gekregen. De boaties zijn erg hulpvaardig. Ronan helpt Harry met het ontluchten van de motor. Meteen de eerste dag al worden we uitgenodigd voor een party aan boord van een loeigrote catamaran. Het monster is 50 foot lang en heeft in iedere drijver een slaapkamer met kingsize bed en een luxe badkamer. De kamer en keuken zijn groter en mooier dan bij ons thuis in Eindhoven en aan de wand hangt een dure flatscreen. Julio, de eigenaar en ontwerper is een rijke Zuid-Afrikaan die met deze boot op promotie-reis is. Het is de bedoeling dat de catamaran in de USA verkocht wordt. Julio's 80 jarige vader, verantwoordelijk voor de navigatie, is een fantastische verteller met kurkdroge humor. De volgende dag hebben alle boaties hoofdpijn van de Capirinha. We hebben een volle dag nodig voor het regelen van alle formaliteiten. Stapels invulformulieren bij de imigratie-dienst, ministerie van gezondheid en el capitano de porto. de bureaucratie viert hier hoogtij. De beambten spreken geen woord Engels maar zijn bijzonder vriendelijk. We krijgen een visum voor drie maanden dat we nog eens met drie maanden mogen verlengen. Dat zal misschien net niet genoeg zijn, maar dat zien we dan wel weer.
Het leven hier in Brazilie is spotgoedkoop. Je hebt hier twee goede biefstukken voor minder dan E1,- karbonades voor E0,50, komkommer voor E0.10, kilo aardappels voor een kwartje. Alleen wijn is onbetaalbaar, maar daarvan hebben we genoeg meegenomen uit de Canarische eilanden. De supermarkten liggen vol met allerlei lekkernijen en we nemen het er goed van. Vooral het fruit is verrukkelijk! Mango's, meloenen, papaya's, zo sappig en vol smaak. We zijn allebei de nodige kilo's kwijtgeraakt. Ik 5 kilos en Harry maar liefst 10! Helaas wel weer op verkeerde plaatsen natuurlijk. Ik heb bijna geen zitvlees meer en m'n tieten smelten weg. Harry is z'n dubbele onderkin en dikke pens kwijt. We zijn poepie-bruin, klaar voor de touwtjes-bikini en Copacabana. We lijken wel zigeuners: Harry loopt in een gebloemde zwembroek van E1,50 en draagt een rode boerenzakdoek in z'n lange haar.

Zondag gaan we naar het strand. Het is alsof we een reisgids binnenstappen: enorme witte stranden, parasolletjes, venters met heerlijke kreeften, garnalen en andere lekkernijen. Er staat een stevige bries en er komen van die enorm grote surf-golven het strand op.Het is moeilijk om je staande te houden. Oei, en hier moeten we straks ook met de boot langs. We zijn ons psychisch aan het voorbereiden op de tocht naar Natal, ongeveer 300 mijl zuidelijker aan de oostkust. De afstand stelt op zich niet zo veel voor, maar het is een lastig stuk tegen wind en stroom in. Vooral rond de NO-kaap staat een behoorlijke deining. De tocht wordt van alle kanten afgeraden. We zitten iedere dag op internet voor het laatste weerbericht en praten vooral met locals. Die blijven dicht onder de kust, maar dat betekent veel vissers, netten en olieplatforms. We zijn er nog niet uit wat de beste strategie is. Wachten tot de NO-winden gaan waaien (December) hebben we geen zin in. We horen dat de grote catamaran in een storm maar liefst 80 knopen wind om de oren heeft gehad! Dit zijn uitwaaiers van de orkanen die naar het noorden gaan.


Voorlopig vermaken we ons uitstekend in Fortaleza. We hadden er nog nooit van gehoord, maar het is een grote stad met maar liefst 2 miljoen inwoners. Het centrum is een beetje rommelig maar een en al bedrijvigheid. Je vind er grote moderne supermarkten en warenhuizen, maar ook van die heerlijke rommelwinkels waar je verroeste spijkers en rattenvallen van een halve meter kunt kopen. Je vraagt je af wat ze er mee vangen. We kopen tig meters landvast voor slechts 30 cent per meter. De Brazilianen zijn een gelovig volkje. Overal op kassa's, auto's, winkelruiten zie je stikkers met "Jezus loves you" en overal kun je van die grote heiligen beelden kopen. Jezus, Maria en Batman staan keurig in een rij. Als we even op een bankje gaan zitten met een ijsje, komt er een straatventer naar ons toe die ons LPs wil verkopen. De plaat wordt nog eens extra opgepoetst en de verkoper zingt enthousiast het deuntje van de artiest. Wij proberen hem vergeefs uit te leggen dat we geen platen-speler hebben, en de man blijft volhouden tot hij ons de hele collectie heeft laten zien. Verder vind je hier hele straten met rijen winkels die uitsluitend bikini's verkopen. Je weet niet wat je ziet. Alle soorten en maten vanaf 5 Real (ongeveer 2 Euro). Ik koop voor iedere dag een andere bikini en heb 's middags meteen al sjans met m'n nieuwe tijgerbikini.

Ken je die mop van die Nederlanders die naar Natal gingen?
Net als we besloten hebben om te vertrekken, trekt 's ochtends de lucht dicht met spiraalvormige cirruswolken en van die gekke veervormige uitwaaiers. We worden gewaarschuwd dat dit slecht weer met zich meebrengt. En inderdaad, het begint de volgende dag behoorlijk te blazen. Wel spectaculaire zonsondergangen. Nou, dan nog maar een paar daagjes wachten. We kunnen ons een slechtere plaats voorstellen. Marina Park hotel is een luxe vijf sterren hotel en we mogen gratis gebruik maken van alle faciliteiten, waaronder zwembad, douches, fitness. We hebben de boot inmiddels verplaatst naar een moorring. Lekker rustig en kost niets. We gaan maar weer eens aan het klussen. Beetje plamuren, schuren en plekjes bijwerken, stuurinrichting nakijken en bijstellen, motor nakijken. Ook worden er muggehorren gemaakt. Er heerst hier langs de kust geen malaria maar wel denghy-fever. Als we voor de tweede keer klaar zijn om te vertrekken doet opeens de marifoon het niet meer. Het hele ding wordt uit elkaar gehaald en doorgemeten, maar noch wijzelf, noch de electricien van de naburige visserswerf kan het probleem vinden. We willen eigenlijk liever niet zonder marifoon vertrekken, je weet maar nooit wat er kan gebeuren en het is altijd wel handig om hulp in te roepen. We bestellen een nieuwe handheld marifoon bij Icom in Rio de Janeiro, die tot onze verrassing binnen drie dagen geleverd wordt. Helaas heb je hier in Brazilie te maken met import duties van ongeveer 80% waardoor we bijna de dubbele prijs betalen. Woensdag 4 November worden we uitgezwaaid door de andere boaties en vertrekken met prachtig rustig weer richting Natal. We hebben wind en stroom tegen en leggen de eerste twee dagen niet meer dan 60 mijl af. Om zo min mogelijk last te hebben van de Gyana-current blijven we dicht onder de kust in de 20 meter diepte lijn. Helaas zitten hier ook de vissers. Overdag stikt het van de kleine vissers-zeilbootjes. Het is een vrolijk gezicht al die kleurige zeiltjes op het water. Het verbaast ons hoe hoog ze nog aan de wind kunnen zeilen met hun dow-achtige zeilen en bamboe-masten. In de plaatselijke krant las ik dat het slecht ging met de visserij in Fortaleza. Alleen al in deze baai zijn maar liefst 8000 vissersboten terwijl er slechts een markt is voor maximaal 5000. 's Avonds verdwijnen de kleine bootjes om plaats te maken voor de iets grotere motorschepen. En dit is echt rampzalig. Om de 100 meter ligt een vissersschuit zijn netten met drijvers te droppen. De drijvers zijn kleine witte polystireen doosjes zonder vlaggetje of lichtje. En jawel hoor: meteen de eerste nacht hield de motor er mee op en hadden we al een dik touw in onze schroef zitten. Zodra het licht werd, rond 5 uur 's ochtends, ging Harry het water in om de lijn er uit te halen. Dit was niet zonder gevaar. Er stond een behoorlijke golfslag en de boot deinde gevaarlijk op en neer. Na een poging of zes kwam Harry hoestend en proestend, vol schaafwonden, maar wel met de lijn in z'n handen weer boven. De motor startte gelukkig weer zonder problemen. De volgende nacht was het weer raak. Deze keer hadden we zo'n piepschuim doosjes verstrikt in onze windvaanpeddels zitten en sleepten we een heel lang touw met net achter ons aan. Nadat we de boot 180 graden gedraaid hadden, raakten we de rotzooi vanzelf weer kwijt. Ik was eigenlijk wel benieuwd wat er nou in die doosjes zit. Men zegt dat er zendertjes in zitten zodat de vissers hun netten gemakkelijk terug kunnen vinden. Maar misschien zaten er wel van die lekkere kreeften in! Volgende keer maar eens kijken. De derde dag was een rampzalige dag. De wind neemt toe tot 35 knopen en er staat een akelig steile golfslag. We hebben moeite om er tegenin te boksen en tot overmaat van ramp begint de motor weer onregelmatig te lopen. Wij hebben het gevoel dat we geen schroefwerking hebben. Zou er dan toch schade zijn door die stomme vislijn? Arme Harry is weer de pineut en gaat een kijkje onder water nemen. De schroef draait, maar absoluut niet op vol vermogen en na een paar uur pruttelen houdt de motor het voor gezien. Na nog eens 24 uur ploeteren hebben we minder dan 20 mijl afgelegd en zijn we drie keer hetzelfde waypoint gepasseerd. Dit is dodelijk vermoeiend en de meest frustrerende zeiltocht die ik ooit meegemaakt heb. Natal ligt een eindje een ondiepe rivier op en we zien niet hoe we dit zonder motor moeten redden. Bovendien is het minimaal nog eens 4 dagen voor we er zijn en we moeten nog een gevaarlijke kaap ronden en een paar riffen voorbij. We kiezen voor de veilige weg en besluiten terug te gaan. Shit, shit, shit! Een paar uur is het erg stil aan boord. Ieder is in z'n eigen gedachten verzonken. Harry roept woedend dat die stomme rot-kaap toch wel te ronden moet zijn. Ik zit al schijterig aan een alternatieve route te denken via Suriname en de Caribieen door het Panama-kanaal naar de Pacific. En het is nog wel m'n verjaardag! Het wordt een heerlijke zeiltocht en al snel kunnen we er weer van genieten. Een stevige bries, lekker voor het lapje, 6 knopen met gereefde zeilen. Binnen een dag zijn we weer terug in Fortaleza. De haven ligt inmiddels vol met nieuwe boten en de boaties kijken verbaasd hoe wij al zeilend keurig de haven binnen komen en het anker laten vallen. En weet je wat nu het ironische van alles was? Geen hond die kanaal 16 heeft aan staan!

Zwerver op drift
De wind neemt verder toe en er staat een stevige deining in de haven. Het is springtij en de golven breken schuimend over de pier heen. We liggen niet zo lekker en willen iets verder de havenkom in. Maar ja, geen motor he? Onmiddellijk komt er hulp van twee andere boten. David van de Friction, een oude ervaren single-hander, neemt het roer over. We hijzen de zeilen en lichten het anker. George van Miami en ik bedienen de genua en Harry houdt het anker klaar. David geeft de commando's. Het is net een wedstrijdteam. We maken twee perfecte overstag-maneuvres, rakelings tussen de andere boten door en liggen een half uur later op een perfect beschutte plek. Net als we de zeilen hebben opgebonden en van boord willen gaan klinkt David's stem door de marifoon: "Zwerver, I believe you are dragging". Hoe is het mogelijk! We hebben het zware delta-anker plus 30 meter ketting uitstaan terwijl het maar 4 meter diep is. We zetten het CQR-anker bij en steken nog eens 10 meter extra ketting. Even lijkt het erop dat we blijven liggen, maar na nog een peiling is het duidelijk dat we langzaam maar zeker de haven uitdrijven. Deze keer komt het Zweeds koppel Johnny en Ula van Spice ons te hulp. Met hun 15 pk dinghy duwen ze ons langzaam maar zeker vooruit. Harry haalt de ankers op en in plaats van twee gescheiden ankers zetten we ze in tandem achter elkaar. He, he, dit werkt. We liggen zo vast als een huis.Voor de zekerheid blijven we de hele verdere dag aan boord. 's Avonds zitten we gezellig met z'n allen bij elkaar bij het zwembad. Ik trakteer op Capirinha en de boaties zingen luidkeels happy birthday. En zo wordt het toch nog gezellig. Toch wel apart.

De rest ook op drift
Het wordt een stormachtige nacht. Zwerver ligt te rukken aan het ankertouw, maar blijft rotsvast liggen. De volgende ochtend breekt er een heel spectakel los in de haven. Maar liefst twee moorrings breken los. Miami, een 23 ton zwaar schip, schuift een paar meters naar achteren, maar had gelukkig z'n anker bij staan. Friction was minder gelukkig. Terwijl David van boord was, brak de moorring. Dezelfde moorring waar wij een week geleden nog aan lagen. Hij had z'n anker wel bij staan, maar die hield het niet en de boot raakte op drift. Eerst langzaam, maar dan opeens erg snel richting Miami. Z'n vriendin, die hij net twee weken geleden ergens had opgepikt heeft de ballen verstand van zeilen en had aanvankelijk niet eens door dat de boot op drift was. Miami slaat alarm. Er komt hulp van alle kanten, maar men weet niet hoe de motor gestart moet worden. Op twee boten gaan alle fenders overboord en met man en macht wordt een aanvaring met Miami voorkomen. Gelukkkig wordt Miami niet in de vaart meegetrokken, maar Friction gaat nu toch wel heel snel richting de rotsen. Harry weet David te vinden en die kreeg de schrik van z'n leven. Met een rotgang scheurden ze naar Friction en wisten de boot nog net op tijd te redden. 's Avonds was David zo dronken als een aap.

Boaties, wat zijn dat nou voor lui?
De haven ligt ondertussen vol met jachten die op weg zijn naar de Caribe en in Fortaleza nog even snel de laatste reparaties en inkopen doen.Vooral drank wordt in grote hoeveelheden ingeslagen. Bijna iedere boot heeft wel iets te repareren. Friction heeft een defecte autopilot, Spice laat z'n zeilen verstellen, Solveig or Lorn heeft een defecte uitlaat en Eddy van de Magnet zit dagen aan z'n motor te sleutelen. Het meest onfortuinlijke is Key Lara die met een gebroken voorstag binnen komt. Tegen het einde van de middag is het verzamelen bij het zwembad en onder het genot van de nodige capirinhas worden de ervaringen uitgewisseld. Hoe rijkelijker de capirinha vloeit, des te sterker worden de verhalen. Het is grappig hoe zulke verschillende mensen met verschillende budgetten en verschillende boten uit alle hoeken van de wereld tot elkaar komen doordat ze dezelfde hobby / levensstijl hebben. Ula en Johnny zijn het langst onderweg met Spice, een mooi S&S ontwerp, gebouwd in Zweden. Zij is ex-verpleegkundige en hij heeft bij de Marine gezeten. Ze vertrokken oorspronkelijk met het idee om 2 jaar weg te blijven. Toen andere boaties hun vertelden dat 2 jaar wel erg kort was voor een wereldreis, hebben ze hun huis verkocht en hun kinderen laten weten dat ze er een jaartje aan vast zouden plakken. Dat was 11 jaar geleden. Ondertussen zijn ze meerdere keren grootouders geworden. Hun volgende project is een zelfgemaakte "house-boat" waarmee ze de rivieren en meren in Amerika willen verkennen. Met name Johnnies deskundigheid wordt door de andere boaties zeer gewaardeerd. David is een solo-zeiler die regelmatig meedoet aan zeilraces en nu 3 jaar onderweg is. Ieder jaar gaat hij een maand of twee terug naar Australie om z'n kinderen te bezoeken. Het is me wel een karakter zeg! Als je hem vraagt naar z'n leeftijd zegt hij 49, maar we vermoeden eerder dat hij een jaar of zestig is. David is dol op uitgaan en vrouwen en heeft in Natal een erg jonge Braziliaanse vriendin opgepikt die de hele weg zeeziek is geweest. De bedoeling was dat zij mee zou varen tot Fortaleza en dan weer met de bus naar huis zou gaan. Toen hij haar ouders om toestemming vroeg is er blijkbaar iets in de communicatie fout gegaan. Zij spreekt geen Engels en hij geen Portugees. De hele familie kwam langs met kado's en Sally installeerde zich aan boord met 3 hutkoffers vol spullen. Toen David haar op de bus wilde zetten speelde zich een klein drama af. Een huilende Sally bracht telkens alle spullen weer terug aan boord, tot David zich uiteindelijk gewonnen gaf. Voorlopig heeft ze het voor elkaar en mag ze mee tot Frans Gyana. Ook een karakter is Eddy. Eddy komt uit de UK, is 25 jaar, heeft geen geld, geen zeilervaring maar wel een boot. Of liever gezegd: een varend casco, genaamd Fanny Magnet. In engelse slang betekend dit Kut Magneet! Van binnen is het nogal ruw afgetimmerd. Ze eten en slapen letterlijk op een paar planken. Met een stel vrienden, waaronder een schipper, heeft hij deze zomer de overtocht naar Brazilie gemaakt. De bedoeling was oorspronkelijk een rondje Atlantic. Eddy is drie maanden in Natal blijven hangen, waar hij samen met David het uitgaansleven uitvoerig heeft verkend.Het schijnt dat je voor 5 Real (Euro 1.5) al een wip kunt maken. Moet je wel je schoenen aanhouden, volgens David. Ondertussen is Nikky, 24 jaar, zeilinstructrice of kleine bootjes, net afgestudeerd, bij hem aangemonsterd. Samen zijn ze van plan om in de Caribe werk te vinden om zo de reis voort te zetten naar de Pacific. Zo zie je maar weer: zonder geld en ervaring kom je er ook! Een heel ander koppel is Ted en Marisia van de Key Lara, allebei uit de USA maar varend onder Zuid-Afrikaanse vlag. Ze zijn net met pensioen en net als ons 6 maanden geleden vertrokken uit Zuid Afrika. Key Lara is nogal vreemd gedesigned catamaran, maar wel erg gezellig en huiselijk ingericht. Ted is een HW-ontwikkelaar, zo'n typisch droge techneut en Marisia is een en al energie en beweeglijkheid. Het zijn ontzettend gastvrije en behulpzame mensen en we kunnen het prima met ze vinden. We hebben stapels bruikbare documentatie van ze gekregen. Jammer dat ze zo'n pech hebben met hun voorstag. Het ziet er niet naar uit dat het gerepareerd kan worden in Fortaleza. Ze zullen tot aan de Caribe met een noodoplossing moeten zeilen. Als tegen het einde van de week de meeste boten vertrekken, blijven zij eenzaam achter in Fortaleza. Miami is de grootste en meest luxe boot in de haven. George, 50 jaar, Zwitser en Ute, 40 jaar, Duitser zijn 3 jaar geleden vertrokken uit Hong Kong, waar zij beiden woonden en werkten. Ute had er een schoonheidssalon en George werkte als expat voor een multinational. Toen ze vertrokken kenden ze elkaar amper 2 maanden en Ute had nog nooit in haar leven gezeild. Miami, 57 ft aluminium, is voorzien van allerlei luxe waaronder een grote vrieskist, wasmachine, droger, generator en duikcompressor, maar schijnt voor geen meter te zeilen. Dat zal George worst wezen; Miami heeft ruim 1000 liter diesel aan boord!

Boaties, wat zijn dat nou voor lui? Nou gewoon: leuke lui!

Tweede poging Natal
Hoewel het allemaal erg gezellig is gaat Fortaleza ons een beetje benauwen. We zitten hier nu al ongemerkt 6 weken en we willen verder. Straks is ons visum verlopen en hebben we de rest van Brazilie nog niet gezien. We hebben de motor nog eens helemaal nagekeken, dieselfilters verwisseld, olie van de versnellingsbak verwisseld en de schroef en het roer aan een grondige inspectie onderworpen. Er is niets bijzonders te zien. Het lijkt erop dat door het hevige schommelen het vuil uit de tank is losgeraakt en de filters verstopt zijn geraakt. We hebben gelukkig nogal wat reserve filters meegenomen. Maandag 18 November vertrekken we voor de tweede keer uit Fortaleza, wederom uitgezwaaid en getoeterd door de andere boaties. Weer langs het gevaarlijke wrak, nu echter met veel meer vertrouwen. Net als de eerste poging, varen we dicht onder de kust, binnen de 20 meter lijn. We zetten de motor bij om hoogte en snelheid te houden en maken zo redelijke voortgang. De wind is echter verre van wat er voorspeld was. In plaats van een rustige OZO 18 knopen, wordt het ZO 35 knopen, een vette windkracht 7. Het voordeel hiervan is dat veel kleinere vissers met dit weer het water niet op gaan. We zetten de motor uit omdat we te veel schommelen en behoorlijk op een oor liggen. Zwerver krijgt behoorlijke klappen en wij ook. Af en toe "vallen" we met een smak van een golf en duikt Zwerver met haar neus onder de golven. We zijn het kapje over de ankerlier kwijtgeraakt en er komt nogal water door de ankerkluis naar binnen. Het is letterlijk dweilen met de kraan open. De kussens en het beddegoed zijn zeiknat. Het grote delta anker past eigenlijk niet goed op de ankerrol en bonkt als een gek tegen de stalen stootrand. We slapen en eten slecht en de vermoeidheid neemt met het uur toe. Ik val die nacht met een behoorlijke smak uit m'n bed en beland keihard tegen de tafelpoot. Dikke bloeduitstorting op m'n dij. Het slingermatje is uit de want gerukt. We proberen wat te slapen buiten op het brugdek, maar overslaande golven doen ons soms wegdrijven. We zijn continue nat en het zout plakt in dikke lagen op onze huid. Harry krijgt last van zoutwaterzweren en kan bijna niet meer zitten van de pijn. We besluiten de derde nacht wat vaart te minderen en rollen de genua helemaal weg. Heerlijk, wat een rust! Even tijd nemen om fatsoenlijk eten te maken en een tukkie te doen. Als de eerste zonnestralen naar binnen schijnen, 6 uur 's ochtends, gaan we weer in volle vaart verder. We hebben behoorlijke stroom tegen en boeken maar bar weinig voortgang. We maken ongeveer vier slagen per dag en hebben dan effectief slechts 30 mijl afgelegd! Je moet hier wel een beetje massochist voor zijn! Als we na 4 dagen de kaap eindelijk gerond hebben gaat het opeens stukken beter. Het lijkt er zelfs op dat we de stroom meekrijgen! We snappen er niets meer van, maar buiten het ten volle uit. Met dubbel gereefd grootzeil en half ingerolde genua gaan we 6.5 knopen! Het is wel een slijtage slag voor de Genua. Er zitten 4 scheurtjes in het voorlijk en het aanhechtingspunt voor de schoten is half afgescheurd. Hopelijk houdt ie het nog even een dag vol. Natal ligt aan een riviermonding. De ingang is erg smal en pas binnen een halve mijl afstand te zien. Er ligt een gevaarlijk rif pal naast de ingang, dus goed opletten. Gelukkig is de betonning goed te zien en gaat een vissersboot ons voor. Na 3 startpogingen (corrosie?) slaat de motor gelukkig aan en blijft goed lopen. Oef, dat valt weer mee! Na vijf dagen en nachten laten we het anker vallen voor de Iate Club do Natal. We vieren onze aankomst met een grote schaal verse garnalen en heerlijk koud bier. Dat hebben we wel verdiend.

Natal
Natal is een middelgrote stad met 500 duizend inwoners en ligt aan de monding van de Potengi-rivier. Het is een historische stad die in de 16e eeuw lange tijd onder Frans, Portugees en zelfs Nederlands regiem heeft gestaan. In het oude gedeelte van de stad vindt je sporadisch nog een paar oude gebouwen uit die tijd, waaronder een prachtig klooster. Natal is voor Brazilie een belangrijke producent van alcohol, suiker en zout, maar de laatste jaren komen de inkomsten vooral uit het tourisme. De stad staat bekend om z'n eindeloze witte stranden en prachtige zandduinen. De Iate Clube (spreek uit Jaatch-kloebie) ligt naast de ferry en iedere dag zien wij hele kolonnes buggies vol luidruchtige touristen vertrekken richting de zandduinen. We hebben een prachtige ankerplek met uitzicht op de mangrove bossen die vol kleurige vogels zitten. De Iate Club biedt fantastische faciliteiten, waaronder een prachtig terras met uitzicht over de rivier, een zwembad, restaurant, bar en heerlijke douches. En dit allemaal voor niets. Het is echter meer een sociale club waar de welgestelde leden elkaar in het weekend ontmoeten dan een zeilclub. We zien in al die tijd geen enkele boot uitvaren. Ook de reparatie mogelijkheden zijn zeer beperkt, ondanks dat er een klein werfje bij is. We geven onze genua ter reparatie af aan Shecka, een van de club-members. Shecka werkt voor de Braziliaanse overheid en zeilt iedere twee weken een keer naar Fernando de Noronha om de natuurwetenschappers op dit mooie eiland te bevoorraden. Vaak neemt hij een stuk of vier opstappers mee en snabbelt er zo wat bij. Wat een heerlijke baan!

Garnalen en capirinha in Natal

We besteden de ochtenden met allerlei klusjes aan de boot en verkennen 's middags de stad. We kunnen maar niet genoeg krijgen van de oude havenbuurt. Het is een rommelige maar erg levendige buurt waar alles in het tekenstaat van de visserij. Je vindt er tal van kleine metaal en houtwerkplaatsen met oude draaimachines, touwslagerijen, ijsleveranciers en natuurlijk veel kleine barretjes waar je naast je pilsje heerlijk verse vis en garnalen kunt eten. Elke dag bestellen we een grote schaal garnalen met tapioca-brood voor slechts 3 euro. Overal op straat liggen netten te drogen. De vissersbootjes zijn nauwelijks meer dan een drijvende surfplank met een lange bamboe-mast en een zeiltje. We staan telkens weer versteld van de goede zeileigenschappen van deze vreemde bootjes. De vissers zijn zoals overal op de wereld een beetje ruig maar erg vriendelijk. Als ze zien dat je belangstelling toont voor hun beroep zijn ze erg bereidwillig om van alles uit te leggen en poseren ze geduldig voor de camera. De netten worden gerepareerd in de bar onder het genot van een pilsje. Het is wel een arme buurt met bedelaars en gehandicapte mensen. Je ziet veel oude vrouwen met van die dikke olifantsbenen of mannen die een arm of een been missen en kinderen met polio-beentjes die zich handig voortbewegen op een scateboard of stukken autoband. Alcoholisme is een ware plaag in deze buurt. 's Ochtends vroeg zie je al mannen laveloos langs de kant liggen. Dat is ook niet zo verwonderlijk. Sterke drank is gewoon in elke buurtwinkel en supermarkt te koop en een fles cachasa (witte rum) kost slechts R$2, minder dan een Euro! Ook wij kopen een fles cachasa om onze eigen Caprinha te maken. Het recept is simpel: 3 limoentjes fijnstampen met 1 eetlepel suiker. Dan het glas vullen met gebroken ijs en dan de cachasa erover. En zo genieten we iedere avond van een prachtige zonsondergang op de Potengi-river.


Romantisch Cabedelo
Na een weekje Natal vertrekken we verder richting zuiden. Onze volgende bestemming is Cabedelo, een klein vissersdorpje aan de Rio Paraiba. Het wordt een redelijk rustige tocht. Weliswaar weer tegen stroom en wind in, maar het is niet meer zo afzien als naar Natal. Het is een afstand van 80 mijl en we doen er in drie slagen precies 24 uur over. Deze keer geen dolfijnen te zien, maar wel een enorme reuze schildpad en zoals altijd veel vliegende vissen. Zo sierlijk als deze prehistorische reuze schildpadden zijn onder water, zo onhandig spartelen ze aan de oppervlakte. Als ik hem was zou ik maar gauw weer onderduiken met al die vissers hier. Straks belandt ie nog in de soep. De vliegende vissen zijn erg mooi om te zien. Ze hebben een zilverkleurige romp en ragfijne roze/paarse doorschijnende vleugeltjes. Heel elegant vliegen ze soms met z'n allen tegelijk boven het water om zich dan als een kamikaze-piloot in de golven te storten. Regelmatig belandt er een op het dek en eentje wilde er zelfs door het loosgat springen, maar bleef met z'n koppie hangen. Wel zielig.
De aanvaarroute naar Cabedelo is een beetje griezelig. De haveningang ligt tussen twee riffen en de smalle doorgang is pas te zien als je heel dichtbij bent. Er kan een behoorlijke stroom staan, 2 tot 3 knopen, en met springtij zelfs 5 tot 6 knopen. Alsof we het geplanned hebben lopen we binnen met hoogwater en al snel krijgen we de vuurtoren en de herkenningston in het oog. Het dorpje ligt nog zeker 5 mijl de rivier op. Zachtjes glijden we langs mangrove bossen en witte stranden. We worden begroet door passerende visserszeilbootjes. Het water is bruin van de modderige bodem en de rivier is op de meeste plaatsen erg ondiep. Slechts een paar meter buiten de onbetonde vaargeul staan vissers in het water hun netten binnen te halen. We hebben geen detailkaart van dit gebied, alleen een slechte kopie van een schetsje uit de pilot met wat vage aanwijzingen. Het is opletten geblazen. Harry staat aan het roer en ik sta op de punt en probeer het water te lezen en richting aan te geven. De spanning verstoort een beetje de romantiek. Dat bewaren we dan maar voor de terugweg. Gelukkig verloopt alles zonder problemen en laten we even later ons anker vallen op een van de mooiste plekken ter wereld.

Een onfortuinlijke Belg
De ene oever van de Rio Paraiba is begroeid met mangrove bossen. De andere oever heeft een klein strandje met palmbomen. Er liggen een paar houten vissersscheepjes op het strand en er spelen kinderen in het water. Er is een locale jachtclub voor kleine motorbootjes waar we kunnen douchen. Daarnaast is het scheepswerfje van Brian Stevens, een Engelsman die hier 28 jaar geleden is blijven hangen. Op de werf wordt een mooi stalen zeiljacht stevig onder handen genomen. De Belgische eigenaar, Louis, vertelt 's avonds aan de bar een tragisch verhaal van een mooie zeildag die eindigde in een nachtmerrie. Net als wij, was Louis op weg naar het zuiden, laverend tegen wind en stroom in. Het ging heel aardig tot op het moment dat hij overstag wilde gaan en de kabel van z'n stuurinrichting brak. Louis zat redelijk dicht onder de kust en werd door de stroom binnen een mum van tijd op het rif gezet. Zelfs geen tijd meer om het anker uit te gooien. Maar liefst 6 uur heeft hij daar liggen bonken! Gaten in de kiel, deuken in de romp en roerblad finaal afgebroken. Het water gulpte naar binnen en het was letterlijk pompen of verzuipen. Net toen hij ten einde raad was en z'n schip wilde verlaten, kwam er een vissersboot die hem eraf getrokken heeft. Het schip kan gerepareerd worden, maar nu heeft Louis de pech dat z'n visum verlopen is. Tegen betaling van een kleine boete van R$8 per dag mag hij blijven, maar het is een beetje onduidelijk wat de fiscale gevolgen zijn voor z'n schip. Het kan zijn dat dit ingevoerd moet worden. Bovendien is Louis door z'n centen heen. Heel tragisch.

Verstrikt in the visnetten
Na een weekje luieren in Cabedelo vertrekken we op pakjesavond richting Recife. De wind en de stroom gaan langzaam maar zeker in ons voordeel werken. We zetten nog even de motor bij tot we minimaal vijf mijl van het rif verwijderd zijn en maken dan een lange slag naar het zuiden. Het is een mooie heldere nacht met veel sterren en een bijna volle maan en er staat een mooie lichte bries, ongeveer 20 knopen. Het zou een perfecte zeiltocht geweest zijn, ware het niet dat we rond 2 uur 's nachts midden in een mijnenveld van visnetten verzeild raakten. Om de 50 tot 100 meter drijft een klein wit blokje piepschuim met daaraan zeker 3 tot 5 lange drijflijnen van ongeveer 5 meter die aan een groot net bevestigd zijn. Je ziet die rotdingen pas als je er bijna overeen vaart. Tot maar liefst vijf keer toe is het raak en blijft het witte ding ons volgen. Het schip ligt onmiddellijk stil en we slepen een heel gevaarte achter ons aan. We durven in het donker niet het water in te gaan, bang verstrikt te raken onder de boot. Met de pikhaak proberen we ons van de boei te ontdoen, maar verliezen daarbij alleen maar de pikhaak. We gijpen en gaan overstag tot we er bijna bij neervallen en hebben 2 grote messen bij de hand om lijnen door te kappen. Na veel gevloek en hard werken aan de lier lukt het ons gelukkig om zonder schade verlost te raken van die rommel. We hebben geen tijd om bij te komen want na nog geen 10 minuten is het weer raak en kunnen we het hele spektakel weer herhalen. En dat vijf keer. We worden zo wel een kei in het rondjes draaien! De laatste keer hadden we bijna een aanvaring met een hele boze visser. Harry zag het even niet zo scherp en dacht dat hij achter de vissersschuit langs ging, tot we 6 schreeuwende mannen en een fel licht recht op ons af zagen komen. Alsof er niets aan de hand is zwaaien we vrolijk terug en roepen "chao en boa noite". Je ziet ze denken: stomme gringo's! Gelukkig loopt het allemaal met een sisser af en kunnen we na 2 uur gewoon weer lekker verder zeilen. Net na zonsopgang, ongeveer 5 uur, lopen we de miljoenenstad Recife binnen en pikken zonder pikhaak een moorring op bij de Pernambuco Iate Club. Zijn we dan toch eindelijk gearriveerd waar we 2 maanden geleden onze tocht door Zuid Amerika hadden willen beginnen. Ach, wat maakt het ook uit, we hebben het prima naar onze zin.

Recife: een gevaarlijk bruisende stad
We laten onze dingy veilig achter bij de jachtclub en laten ons door een roeibootje afzetten in het oude stadscentrum. De rivier is een stinkende groene soep en er drijft een dode hond in het water. Toch zie je ook hier weer kinderen vrolijk spartelen in het vieze water. Langs de kade staan mooie gekleurde oude pakhuizen. De Hollandse invloed op de architectuur is goed te zien. Eens moet dit een rijke stad zijn geweest maar nu ligt alles er een beetje verwaarloosd bij. Het is een warme, broeierige dag en we slenteren een beetje doelloos door de drukke straten en steegjes. Op de markt is het een drukte van jewelste. De kraampjes staan dicht op elkaar en we worstelen ons door de fel geleurde plastic potten en pannen, onderbroeken en BH's. Recife maakt zich op voor de kerst en de versierselen op de kerstmarkt zijn nog kitcher en protseriger dan bij ons in Nederland. Ons geld hebben we goed weggestopt op ons lichaam en we dragen de kleine rugzak van voren. We zijn van alle kanten gewaarschuwd voor de hoge criminaliteit in deze stad. We hebben ons laten vertellen dat er ieder weekend gemiddeld 18 mensen om het leven komen bij gewapende overvallen. Ook vallen er veel verkeersslachtoffers omdat automobilisten bang zijn om te stoppen voor een voetganger; het kon wel eens een valstrik zijn. Bij de ingang van de grotere winkels staan zwaar gewapende bewakers met kogelvrije vesten op uitkijk. Ook de politie is overal zichtbaar aanwezig. Toch voelen we ons niet onveiliger dan in bv Amsterdam.

Op kerkepad

Het is zondag en dus gaan we naar de kerk. We pakken de bus naar Olinda, een klein historisch plaatsje 15 minuten rijden van Recife. Olinda staat op de World Heritage lijst van Unesco. In de 16e eeuw was dit Portugees en dat is goed te zien. In het groene plaatsje staan minstens 20 prachtige uitbundig versierde kerken en kloosters met schitterend uitzicht over de stad en de zee. Wij Hollanders hebben hier een uitermate slechte reputatie. Tijdens de Hollandse invasie, rond 1640, hebben de Nederlanders zo'n beetje alles leeggeroofd en platgebrand. Gelukkig is het meeste weer keurig gerestaureerd. In de grote basiliek ligt Dom Helder Camara begraven, progressieve aartsbisschop tot 1999 in Recife. Het strand van Olinda is een heerlijke gezellige bende. Uit grote luidspeakers of gewoon uit een oud volkswagen-kevertje schalmt de salsa. Op het strand wordt gegeten, gedanst en gevreeen. Overal liggen eierschalen en de resten van de garnalen. Veeel te dikke dames in veeel te kleine bikinies lopen heupwiegend de aandacht te trekken van het mannelijke volk dat echter al veel te veel cachacha achter de kiezen heeft. We installeren ons lekker met een koud biertje aan een tafeltje onder een boom en kijken naar de passerende zeilbootjes.

 

Overvallen door bandidos
De Pernambuco Iate Club ligt dicht bij een van de armste wijken van Recife en is vanaf het water gemakkelijk voor iedereen bereikbaar. Naast de club wonen een paar garnalenvissers die tevens een oogje in het zeil houden. Maandag is een nationale feestdag. De jachtclub en het restaurant zijn gesloten. Er liggen nog 6 andere jachten voor anker, maar dit zijn locale jachten en de eigenaars zijn 's avonds niet aan boord. We voelen ons een beetje verlaten. We overwegen nog even om te verhuizen naar de goedbeveiligde Cabanga Iate Club iets verderop, maar deze is alleen bereikbaar met hoog water. Bovendien willen we de volgende ochtend vroeg vertrekken. We maken alles klaar voor vertrek en gaan op tijd naar bed. Tegen 23.00 uur wordt ik wakker door een licht gebonk tegen de romp van de boot. In eerste instantie denk ik dat het tij keert en dat het de moorring is waar we tegen aan stoten. Maar dit geluid is toch net iets anders en ik zit meteen rechtop in bed. Ik kijk omhoog en zie door de kleine opening schaduwen boven het luik bewegen. Shit, er zijn indringers aan boord! Harry is inmiddels ook wakker geworden en we slaan alarm door hard te schreeuwen, hopend dat ze het dan op een lopen zetten. Zij zetten echter de aanval in. Twee mannen proberen door het vluchtluik naar binnen te dringen, maar Harry houdt ze tegen. De mannen grijpen Harry vast, slaan hem met een aluminium pijp op z'n hoofd en proberen zijn mond te snoeren met een knevel. Dat lukt ze niet want Harry is sterk en vecht als een bezetene. Er is overal bloed en ik hoor Harry vreselijk schreeuwen. Oh shit, oh shit, als ze maar geen wapens bij zich hebben! Tegelijkertijd zend ik op de mobiele marifoon, die ik toevallig? deze ene keer naast me in bed had liggen, een MayDay uit. In eerste instantie geen reactie. De derde bandiet is ondertussen via de kajuitingang binnen gekomen en probeert de marifoon van me af te pakken. Al pratende in de marifoon, schop en sla ik om me heen. Mijn angst maakt plaats voor woede en ik ga finaal door het lint. In het voorbijgaan weet ik nog een groot slagersmes en de bus kakkerlakkenspray mee te grissen en werk die klootzak zo naar achteren. Ondertussen reageert er een buitenlands containerschip op m'n mayday en waarschuwt de pilots die tegenover ons liggen. De bandieten schrikken hiervan en raken in paniek. In het donker is de overvaller in het nadeel. Hij stoot overal tegenaan en struikelt op de steile trap. Naast de trap hangt de scheepshoorn. Voordat de overvaller in de gaten heeft waar ik op uit ben heb ik de hoorn al te pakken en blaas de longen uit m'n lijf. De overvaller struikelt over het laatste deurdeeltje en in blinde woede begint hij in het wilde weg met het deurtje op me in te slaan. Ik weet de klappen echter te ontwijken. En dan slaan ze opeens op de vlucht in hun roeiboot en blijven wij verdwaasd achter. De nachtmerrie is voorbij en we maken de schade op. Ze hebben niets meegenomen en wonder boven wonder is alles nog heel. Harry zit helemaal onder het bloed, maar het lijkt gelukkig erger dan het is. Hij heeft een ondiepe hoofdwond, een gezwollen neus die maar niet op wil houden met bloeden, een wurgplek in de hals en twee diepe japen van het luik op z'n rug.

Op het dek ligt bloed, een aluminium pijp en een T-shirt, stille getuigen. Ik maak er een foto van. Bewijs voor de politie. Had me de moeite kunnen besparen. Niemand komt ons te hulp of wil erbij betrokken worden. Politie niet, pilots niet, vissers niet en ook de sleper tegenover ons niet die ik apart nog heb opgeroepen op zijn scheepsnaam. Ondertussen gaan er lichten aan op de wal en zien we twee mannen op de steiger staan. We roepen om hulp, maar in eerste instantie durven ze niet te komen. We moeten ze er minstens drie keer van overtuigen dat alles OK is voordat ze naar ons toe komen. Het is dan ondertussen al 24.00 uur. In ons beste Portugees vertellen we wat er gebeurd is en vragen of er iemand aan boord kan komen om wacht te houden, voor het geval de overvallers terug mochten komen, maar vooral voor onze gemoedsrust. Dat is geen probleem. We blijven met drie man wacht houden en bij dageraad starten we de motor en vertrekken met enigzins een domper richting Suape. We zijn er goed vanaf gekomen maar houden er een naar gevoel aan over. Iedere vissersboot wordt voortaan met argwaan bekeken. De zware ijzeren noodhelmstok ligt grijpklaar. De spontaniteit is eraf. Jammer, Brazilie is zo'n fantastisch land.

 

The Blue Lagoon van Suape

Het is niet te beschrijven hoe heerlijk het is om na al het hectische gedoe weer gewoon lekker op het water te zitten. Als we Recife uitvaren zien we het containerschip dat reageerde op onze mayday op de rede liggen. We roepen het op en bedanken de kapitein nogmaals voor z'n hulp. Het is heerlijk weer en het is maar 20 mijl naar Suape. Er staat weinig wind. We zetten alle zeilen bij maar moeten het laatste stukje toch nog de motor bijzetten om niet weggezet te worden door de stroom. Ongeveer een mijl ten zuiden van Cabo de Santo Agostinho is een smalle doorgang in het rif, met daarachter een prachtige rustige lagune. We leggen Zwerver veilig voor anker in de kleine havenkom en gaan met de dinghy verder op expeditie. Het water is erg ondiep en grote delen van de rivier vallen droog. De lagune is omgeven door mangrove bossen en in het midden liggen eilandjes met palmbomen en spier witte stranden. Hier en daar staat een kleine nederzetting en er liggen visnetten buiten te drogen. We passeren een eenzame visser op z'n vlotje die ons de weg wijst naar het dorpje. Het is een klein paradijsje. Vlak bij het dorp staat een joekel van een luxe vakantie-park. Als we onze dinghy aan de steiger vastmaken worden we met argwaan bekeken en de bewaker volgt ons op de voet. We kunnen er internetten maar een paar liter benzine voor de buitenboordmotor is nergens te krijgen. We nemen de bus naar het iets grotere dorp ernaast. Een leuke tocht over heuvels en zandpaden. De bus zit vol lawaaierige schoolkinderen die bijna voor de deur afgezet worden. De volgende dag maken we nog een wandeling over het droge dorre eiland. Er groeien alleen maar stekelplantjes. We blijven drie dagen in Suape en zetten dan de tocht voort richting Salvador.

Walvissen en warm bier

De 380 mijl naar Salvador leggen we in drie dagen af. Er zit een depressie voor ons en wij profiteren van de wind die daaruit komt. De vaart zit er lekker in en dat vinden de dolfijnen ook leuk. Ze duikelen weer vrolijk voor ons uit. Opeens zien we op ongeveer 100 meter afstand van de boot iets groots. Langzaam zwemmen twee grote walvissen voorbij. Ze hebben een puntige knobbelkop. Bultruggen waarschijnlijk. Deze beesten brengen hier hun jongen ter wereld en zodra de "kleintjes" een vetlaag hebben opgebouwd vertrekken ze naar het koude zuiden. Deze twee zijn een beetje laat in het seizoen en gaan volgens mij de verkeerde kant op. Later zien we nog vier hele grote vinnen uit het water komen, maar die zien er anders uit. Ik denk dat het orka's zijn maar Harry zegt dat die hier niet voorkomen. Ik wou dat ik een boek had waarin ik het kon opzoeken.

Onze aankomst in de jachthaven, Centro Nautico de Bahia, gaat een beetje onbenullig. We komen rustig binnengevaren en iemand wijst ons naar een plek aan de steiger waar nog meer cruisers liggen. Harry geeft een dot gas, maakt keurig een draai zodat we er mooi voorliggen en wil vervolgens de motor in de achteruit zetten zodat we langzaam stil komen te liggen. Tja, en dan weigert opeens de versnellingsbak en gaan we een beetje te hard op de kant af. Er staan vier mannen klaar om onze lijnen aan te nemen. Ik roep nog dat ze de boot moeten afhouden, maar het zijn Franzosen en die spreken Chinees. Op de steiger staat een lullig electriciteitskastje en jawel hoor..... pats, boem, krak... weg kastje en de hele steiger drinkt de hele week piswarm bier. Zo maak je dus geen vrienden.


Kultuursnuiven in Salvador

Salvador, opgericht in 1549 door de Portugezen, was de eerste hoofdstad van Brazilie tot in 1763 deze rol over werd genomen door Rio de Janeiro. In die tijd was Salvador, na Lissabon de tweede belangrijkste stad van het Portugese rijk. Drie eeuwen lang was het een belangrijke handelshaven voor suiker, goud en slaven. De Afrikaanse invloed is nog steeds goed te merken. De bevolking is 80% zwart en overal hoor je Afrikaanse muziek. De eerste Europeaan die hier voet aan land zette was Amerigo Vespucci die de baai vernoemde naar de dag van z'n aankomst, Allerheiligen 1501. Salvador heeft meer dan 3600 historische gebouwen, kerken, cathedralen, forten die op Unesco's lijst van cultureel erfgoed staan. Belangrijkste bron van inkomsten is nu tourisme.

De oudste districten van de stad zijn gebouwd op een heuvel vanwaar je een mooi uitzicht hebt over de baai. Met een lift ga je van het lager gelegen gedeelte naar Pelourinho, het historische centrum.Waar eens de slavenmarkt was zijn nu pleintjes, souvenirswinkels, restaurants, bars en kunstgalereien. De hele stad is in kerstsfeer. Alle gebouwen staan 's avonds in feestverlichting en elke avond is er een ruime keuze aan life-muziek op de diverse pleinen. Het leukste was nog het kerstconcert van het plaatselijke kinderkoor. Allemaal zwarte kindertjes in de leeftijd van 6 tot 12 staan enthousiast te swingen. Maria en de engelen hebben zwarte vlechtjes. Het grootste gedeelte van het historische centrum is mooi gerestaureerd, maar zodra je een paar straten verder loopt kun je zomaar opeens verzeild raken in een vreselijke achterbuurt. Dat overkwam ons ook op een dag. Voordat we het in de gaten hadden liepen we in een doodlopende straat met dichtgetimmerde ramen en gras op de gevels, aan de andere kant werden we meteen ingesloten door een dreigende groep jongeren. Gelukkig kwam een motoragent ons te hulp en escorteerde ons weer keurig terug naar de touristenbuurt. Hup, hup, netjes in de pas blijven, anders gebeuren er ongelukken. Er lopen hier honderden zwaar bewapende agenten in kogelvrije vesten rond. Geen doetjes, maar een speciale touristen brigade van de Policia Militar (zwarte baretten). Ze zien er goed getraind uit en het is duidelijk dat ze niet eerst een goed gesprek aangaan.

Kerstavond: is dat nu de 24e of de 25e?

Twee dagen voor kerst vertrekken we met nog twee andere boten richting Itaparica, een klein eiland 12 km ten noorden van Salvador, waar we in alle rust kerst willen vieren. Mike, Engelsman, 44 jaar, solozeiler, is eveneens op weg naar Patagonie in Cymreiges, een knalgele 34 ft Rival. Mike heeft 3 jaar in het zuidpoolgebied gezeild aan boord van de Endurance, het schip van mission Antarctica, een project van Robert Swan. Ik herrinner me dat je bij Philips destijds ook op trajecten van dit project kon inschrijven. Niet gedaan, stom. De andere boot is Pelog'h, een klein aluminium 7,5 meter bootje met buitenboord motor, 30 jaar oud maar in perfecte staat. De enthousiaste France eigenaars zijn Yohan, 24jr, en Sara, 26 jr. Het bootje is amper groter dan onze Pegasus en is de oceaan overgestoken, een ongelooflijke prestatie! Yohan en Sara hebben in Frankrijk op de grote wedstrijd multihulls gewerkt, oa op de boot van Ellen McArthur en op Belgacom.. Ze waren het decadente, maar onderbetaalde wereldje met z'n Franse ego's spuugzat en zijn er met z'n tweeen tussenuit gegaan. Hun budget is echter niet toereikend om de hele wereld rond te zeilen, dus gaan ze op zoek naar werk. Dat zal nog niet meevallen in Brazilie waar een gemiddeld maandsalaris ongeveer US$100 is en de werkloosheid hoog . In Itaparica sluit er nog een derde boot bij ons aan. Het is Nick met z'n 34 ft S&S. Nick is prettig gestoord, komt uit Zimbabwe en ziet eruit als Bob Dylan met lang grijs kroeshaar. Hij wil z'n leeftijd niet verklappen, maar hij is de vijftig dik gepasseerd. Nick is de wereld al eens rondgezeild en is nu voor de derde keer in Brazilie en probeert een permante verblijfsvergunning te krijgen. We doen gezamenlijk inkopen en ieder bereid een gerecht voor. De verwarring is echter groot als wij de 24e met onze dinghy volgeladen met BBQ, sateh, pindasaus, salade en champagne bij Mike aankloppen om te vragen waar de party is. Ook de Fransen komen met flessen Franse wijn en een grote bak salade aanvaren. Mike beweert dat Kerstavond in Engeland de 25e is en denkt dat we hem voor de gek houden. Z'n "stuffed Big Bird"ligt nog onaangeroerd in de koelkast en de gustard pudding krijgen we (gelukkig) ook niet te zien. Nick mist Zimbabwe, krijgt een sentimentele aanval en sluit zich eenzaam op in z'n bootje. Tja, dat was misschien wel te verwachten met zo'n zootje ongeregeld. Het wordt echter oergezellig. Mike maakt het goed door een aantal klassieke Christmas carols voor ons te spelen op z'n saxofoon. Het klinkt nog erger dan mijn gitaarspel, maar het gaat om het idee. We zingen luidkeels mee, ieder in z'n eigen taal. Er blijft genoeg eten en drinken over voor de volgende dag. Nick's sentimentele bui is dan ook weer over en met z'n allen doen we het nog eens dunnetjes over aan boord van Zwerver. Capirinha, bier, champagne, port, whisky, wijn en beerenburg. Alle voorraden gaan eraan. De combinatie valt echter niet zo goed en de rest van de week hebben we hoofdpijn. In het dorp is het ook erg gezellig. Het is ondertussen vrijdag en de Braziliaanse weekend toeristen arriveren met snelle speedboten, luide motoren en muziek. Er komt nog een bekende boot binnen met twee New Zeelanders, Mel en Chris. Het wordt steeds gezelliger. Tot diep in de ochtend dansen we de salsa op het markplein. De locals vinden het houterige gestuntel van ons wel vermakelijk en zetten ons zelfs op video.

Zeilen in een schilderij

Na een dag of vijf feesten hebben we er even genoeg van en vertrekken voor een aantal dagen naar een eenzame ankerplek in de jungle zo'n 10 km verder de rivier op. Lekker voor de wind, 3 knoopjes op de genua, geen moeilijk gedoe. Wat een rust! Het enige wat je hoort zijn vogels, het kabbelen van het water en het ruisen van de wind. We zwemmen en luieren wat. Er is een klein watervalletje (nou ja, stroompje) waar we een frisse douche nemen. Baia de Todos os Santos is een prachtig zeilgebied, ongeveer zo groot als het IJsselmeer, maar dan met meer inhammen, kleine eilandjes, mangrove-bossen en witte stranden met palmbomen. Het is heerlijk ontspannend zeilen. 's Ochtends uitgebreid ontbijten, zwemmen en een paar boodschapjes doen bij een van de marktkraampjes in de dorpjes. 's Middags steekt er meestal een lekker windje op van zo'n 16 knopen. De afstand naar de volgende ankerplek is vaak niet meer dan 10 mijl. Je waant je hier in een schilderij. Met name Rio Paraguacu is een sprookje. Aan weerszijden heuvels, dik begroeid met hoge bomen en daartussen af en toe een ruine, kerkje of een huisje. 's Ochtends is er doorgaans geen wind en weerspiegelen de bomen in het water. De rivier is op sommige plekken erg ondiep. We houden goed het midden, maar af en toe voel je dat de kiel zachtjes door de modder schuift. Ook is het goed uitkijken voor drijfnetten. De vissers vissen hier in uitgeholde boomstammen en bomen zich door het ondiepe water. Langs de oevers spelen kinderen in het water. Uitslapen is er niet bij: de zon staat om zes uur al volop te branden en dan wordt het knapjes warm in een stalen boot. Bovendien begint om zes uur de markt in Maragojipe en dat kleurrijke spektakel willen we niet missen.

Jezus was a sailor en Maria danst de salsa

De tijd vliegt voorbij. We zijn ondertussen al weer drie maanden in Brazilie en moeten in Salvador onze visa verlengen. In dit land waar de computer nog maar net z'n intrede heeft gedaan en de bureacratie hoogtij viert is dat een dagtaak en in ons geval zijn we er maar liefst drie dagen zoet mee. De ene keer is de Policia Federal in staking, de volgende keer zijn er meer dan 30 wachtenden voor ons en komen we die dag niet meer aan de beurt. Maar drie keer is scheepsrecht. We staan ruim voor openingstijd als eerste aan de balie en na twee uur hebben we een stempeltje in ons paspoort dat ons recht geeft op nog eens een verblijf van 3 maanden in dit heerlijke bananenland. Een koufront uit Patagonie trekt over ons heen en brengt een hele week regen en wind uit de verkeerde richting. We liggen verwaaid en komen met dat snertweer ook niet echt aan klussen toe. We hoeven ons echter niet te vervelen. Elke dag is er wel weer een fiesta. Kort na nieuwjaar worden we 's ochtends gewekt door vuurwerk geknal: fiesta do Jezus do Navigantes. Kleurig versierde vissersboten en traditionele schoeners varen in optocht van de kerk naar de baai. Het voorste schip heeft een groot Maria-beeld met kindje Jezus pontificaal op het dek staan. De boten zijn afgeladen vol met drinkende feestgangers die dansen op de afro-klanken van de van het Ave-Maria. Erg bijzonder. Als kindje Jezus 's avonds weer lekker in z'n kribje ligt wordt het feest in de kroeg voortgezet tot in de vroege uurtjes. Nog geen week later is het weer raak: fiesta de Lavagem do Bomfim. Na carnaval het grootste feest in Bahia. Wat de betekenis ervan is ontgaat ons volkomen, maar dat vinden we geen reden om niet volop mee te feesten. Om 9 uur 's ochtends gaat de hele meute eerst naar de kerk. Dat gedeelte slaan we echter op verzoek van de schipper over. Daarna begint het spectakel, wederom met spetterend vuurwerk. Vanuit de kerk gaat er een processie dwars door de stad naar een andere kerk (Eglesia de Bomfim), zo'n 15 km verder. Maria gaat voorop onder begeleiding van een groep afro-drummers. Die slaan op de drums alsof hun leven ervan afhangt en hun zwarte gespierde bovenlijven glimmen van het zweet.

Daarachter honderden dansende Baiana-vrouwen in traditionele witte feestkleding. De vrouwen dragen witte crysanten in potten op hun hoofd. Het is een prachtig gezicht.Daarachter komt een carnavalsstoet van een paar km lang. Het is een gezellige chaos. De weg is niet afgezet en af en toe neemt de optocht de verkeerde afslag om zich later weer met veel gedrang bij de rest te voegen. In de optocht lopen ook straatventers mee. Hoedjes, petjes, vlaggetjes, windmolentjes, blikjes drank, ijs, alles wordt in grote stellages op het hoofd meegedragen. Mannen met rasta-vlechtjes en een tapje cachasa (witte rum) op hun hoofd, doen goede zaken. De salsa-klanken zijn aanstekelijk en de omstanders mengen zich in de optocht. Ook wij worden meegesleurd door het feestgewoel, maar vinden het al snel veel te warm en zoeken lekker een plekje onder een boom. 's Avonds spelen er bendjes op straat en als er een enorme plensbui losbarst gaat het feest gewoon verder onder zeiltjes en landbouwplastic. Anderdaags liggen her en der slapende dronkaards op straat en stinkt het naar pis.

terug naar logbook