Gewijzigde plannen

Het is herfst op het zuidelijk halfrond. De dagen beginnen te korten, de zon laat zich steeds minder zien en de kachel gaat steeds vroeger aan. We moeten eigenlijk een paar klusjes aan de boot doen, maar het weer is er niet naar, veel te nat. Voor ons een reden om snel verder naar het warmere noorden te gaan.

Eigenlijk hadden we nu naar Paaseiland willen gaan, maar het is al laat in het seizoen. We hebben geen zin in stormen op de zuidelijke Pacific en willen ons ook niet haasten om het orkaanseizoen in Polynesie te vermijden. Het nieuwe plan is om verder noord te gaan richting Equador en de Galapagos en vandaar naar de Marquezen.

We verlaten Chiloe via Canal Chacao, een nauw zeegat waar al het water van de Stille Oceaan met een enorme kracht doorheen geperst wordt. De GPS wijst een snelheid van maar liefst 12 knopen aan terwijl er amper genoeg wind is om de zeilen bol te laten staan. Er staan rare draaikolken en stroomrafelingen, een beetje griezelig. We zetten de motor zachtjes bij omdat we het gevoel hebben grip op het roer te verliezen. Als we achterom kijken zien we de besneeuwde toppen van de Andes langzaam maar zeker aan de horizon verdwijnen en realiseren ons met enige weemoed dat we zoiets voorlopig niet meer te zien krijgen. We varen het wijde water op, een vuurrode ondergaande zon tegemoet. Het is lang geleden dat we 's nachts zeilden en we zijn vergeten hoe koud dat kan zijn. De wollen sokken, handschoenen en schaatsmutsen worden weer tevoorschijn gehaald. Zonder dat we er erg in hebben is de wind toegenomen tot boven 25 knopen. Als de windmeter dan even later 36 knopen aanwijst, rollen we de fok weg en gaan alleen op grootzeil verder. Er loopt een hoge zee achterop en af en toe surfen we met spectaculaire snelheden van de golftoppen af. We maken lekker vaart, dat wel, maar het sturen vergt behoorlijk wat inspanning. Soms worden we door een golf meer dan 30 graden van koers gezet. Zwerver heeft dan de neiging om lekker op te loeven en dat trekt de stuurautomaat niet meer. Ook het koken gaat gepaard met de nodige acrobatische toeren. De volgende dag lopen we keurig voor het donker Valdivia binnen. Er ligt nog een buitenlands jacht, dat te oordelen aan de roestplekken, al iets langer dan ons onderweg is. Onze nieuwe buren verwelkomen ons met een staaf marzepein gewikkeld in een velletje keukenrol met daarop geschreven "Herzlich willkommen in Valdivia". Die "Heinrichen" kom je verdorie ook overal tegen!

Stront aan de knikker

Valdivia is een mooie stad met statige oude huizen en gezellige pleinen. Het ligt ruim 10 mijl landinwaarts aan een prachtige rivier met veel groen en veel vogels. Langs de boulevard is iedere dag een levendige vismarkt. Wij hebben er echter geen oog voor. Veel te druk. Niet met de geplande klussen, maar met het regelen van paspoorten, geld en scheepspapieren. Nadat we ons gemeld hebben bij de Armada vonden we dat we wel een Big Mac verdiend hadden. Er komt een vrouw bij ons tafeltje staan, mompelt iets onverstaanbaars en vrijwel direct merken we dat we afgeleid zijn en beroofd zijn van onze rugzak met daarin een aktenmap met al onze documenten. Waardeloos voor de dieven, maar voor ons een kleine ramp in dit bureaucratische land met vierkantdenkende authoriteiten. Die middag brengen we door in parken en pleinen, als rechtgeaarde zwervers, in de hoop onze papieren in een prullebak of struik terug te vinden. We zien keurige mensen medelijdend naar ons kijken. We zien er niet alleen een beetje vreemd uit, maar gedragen ons waarschijnlijk ook vreemd. De politie kan het geen barst schelen. Zolang wij maar betalen maken zij een procesverbaal op. De Armada is uiterst behulpzaam en vraagt voor ons alle copieen van de inklaringsformulieren op uit Puerto Williams. Die krijgen we in eerste instantie echter niet mee. Een overijverige Peppie komt nl op het lumineuze idee om ons naar "Interpol", de federale politie door te sturen, omdat wij geen paspoort en dus ook geen geldig visum hebben en nu dus illegaal in dit land zijn. Nou, en dat was een belevenis appart. We weten nu goed hoe belabberd een illegaal die de taal niet spreekt zich voelt in het buitenland. We werden schofterig behandeld, niet serieus genomen, uitgelachen en van het kastje naar de muur gestuurd. "In ons systeem staat dat u langer dan de toegestane 90 dagen in Chili bent. Komt u volgende week maar terug met 2 pasfotos, 5000 pesos en dan zullen wij kijken of we een copie van uw visum uit Santiago kunnen krijgen. Voorlopig gaat u even nergens naar toe". Ik voel me rood aanlopen van woede, maar nog voordat ik iets heb kunnen zeggen sist Harry me toe: "houdt je grote mond en blijf lachen", waarop ik prompt de slappe lach krijg. Muchas gratias, hasta la vista senor, en al grinnikend lopen we het gebouw weer uit. Hier komen we dus niet meer terug. Als we vervolgens geld willen pinnen krijgen we bij alle 6 bankpassen de melding: "card not valid for this service". Waarom gebeuren dit soort dingen toch altijd tegelijk? Gewapend met een mooie glanzende goldcard en een keurig geplastificeerde copie van mijn paspoort ga ik naar de balie van Banco de Chile. Voor de gelegenheid mijn haar gewassen en nagels gevijld. Harry, met z'n lange haar, ongeschoren bakkes, rubberlaarzen en joggingbroek, blijft voor de zekerheid maar even buiten gezichtsveld. "Sorry, impossible, we need original passport", zegt de bankemployee. Ik laat de politie-aangifte zien en tover een heel arsenaal aan semi-identiteitsbewijzen tevoorschijn, van rijbewijs tot Padi-pasje en marifonie-certificaat. "Look, it's realy me, I need money to buy food, money to buy new passport". De man blijft echter onvermurwbaar onder deze zielige domme-blondjes-act. Harry's geduld is op. Met grote passen komt hij binnen, hangt half over de balie en zegt met enige stemverheffing: " I like to see your manager. Que? vraagt de man verschrikt. "El sjeffe por favor, we need money!". Ik verwacht eigenlijk dat we nu de bank uitgezet worden, maar tot mijn grote verbazing werkt deze macho strategie. Bij wijze van uitzondering kunnen we US$100 krijgen en daar moeten we het dan maar twee weken mee doen. De Nederlandse ambasade en consulaat zijn fantastisch. Nieuwe paspoorten worden met spoed aangevraagd en we krijgen niet alleen het prive nr van de consul maar ook een uitnodiging voor het Koninginnedagdineetje. De Nederlandse banken denken ook met ons mee. "Misschien is uw pasje beschadigd", oppert de Postbank. "Tegen betaling kunt u een nieuwe aanvragen. Ook kunt u gratis een beschermhoesje afhalen op het postkantoor." Nee dank U, dat is ons te ver om. Vol goede moed gaan we terug naar de boot, om daar te ontdekken dat de toiletpomp verstopt zit. De draaiknop van het dekluik is in de pot gevallen en zit ergens muurvast op een onbereikbare plaats. De pot loopt over en de stinkende bruine smurrie stroomt in het vooronder. Dat is wat je noemt stront aan de knikker!

Het swingt de pan uit

Pats, pats. Ik kijk vanuit de kuip naar binnen en zie dat de gehaktballen de pan uitgesprongen zijn. Kledeng! En daar komt de pan met jus er achteraan gezeild! Ruwe zee? Welnee, we liggen gewoon in een jachthaven in Valparaiso. Het waait niet eens zo hard, maar een marinero adviseert ons toch maar voor de zekerheid een extra landvast te leggen. Het stormt ergens ver op de Pacific en dan kan er bij noordelijke wind, een vervelende deining de haven inrollen. Even later liggen we als een spin in het web vast tussen 7 stevige lijnen, zodat we rustig kunnen slapen. Nou, mooi niet dus! Zwerver ligt als een gek te rukken en de wijnfles valt van de tafel. Dan horen we een knal, en kort daarna nog een. Twee lijnen gebroken! Als we naar buiten kijken, zien we grote golven schuimend over de pier kapot slaan. De pelikanenfamilie heeft wijzelijk een ander onderkomen gezocht. "Maar goed dat ze net de pier verhoogd hebben", zegt Harry. Hij heeft het nog niet gezegd, of er slaat een stuk pier weg. Mooie linke soep hier! De hele nacht zijn we in de weer om de boot van de steiger en de andere boten vandaan te houden, tesamen met een stuk of tien marineros die overuren maken. Ze vinden het prachtig om die twee rare gringos in de regen te zien lieren. Hun rijke booteigenaren liggen lekker thuis in bed, maar missen toch wel veel van de pret.

Valparaiso

Valparaiso is een levendige oude stad, ingesloten tussen de voet van een hoge bergkam en de Pacific. Het commerciele centrum ligt op een smalle vlakke strook land, parallel aan het water en staat met antieke kabelliften in verbinding met wat eens de betere woonwijken waren, die als kleurige linten op de hellingen omhoog kronkelen. Je vindt er prachtige oude huizen in zachte pasteltinten, antiekwinkeltjes, kunstateliers en 2e-handsboekenwinkels. Het is er een oase van rust. Beneden horen we de geluiden van de stad. Op de rede liggen een aantal grote containerschepen voor anker. Het is een warme zonnige dag en we genieten van onze koffie op het terras. We hebben zojuist onze nieuwe paspoorten afgehaald, onze bootvergunning met 4 maanden verlengd en tickets voor Paaseiland gekocht.

Rock & Grolsch in Coquimbo

Na het tropische Paaseiland, doet Valparaiso winters aan. We zijn inmiddels verhuisd naar Jacht Club de Chile, waar we op uitnodiging van Wim, een landgenoot, een week gratis kunnen verblijven. Wim is Zuid-Amerika correspondent voor de Telegraaf. Een gezellige vent die ontzettend veel weet over dit continent en daar zeer boeiend over kan vertellen. Na een week genoten te hebben van de gastvrijheid van de club, nemen we afscheid en vertrekken we verder richting Coquimbo, ongeveer 200 mijl noordelijker. Ons vertrek gaat gepaard met enige commotie als we verstrikt raken in een moorringlijn die zich prompt vast in de propeller draait. Harry draalt geen moment en springt in onderbroek het koude water in om na 1 seconde hoestend en proestend als een dikke zeeleeuw weer rillend boven te komen. Dit tot groot vermaak van de marineros. Maar na drie keer duiken is het euvel weer verholpen en worden we door de marineros naar buiten gesleept. Het is zonnig weer, er staat een frisse bries en de tocht verloopt zonder bijzonderheden. Wel is de zee weer vreselijk rollerig. Bovendien staat er een enorme deining. Het lijkt soms net alsof we in het voorste karretje van de achtbaan zitten als we in volle vaart van een 5 meter hoge golf naar beneden surfen. We leggen de 200 mijl in 30 uur af en lopen net na zonsondergang met behulp van GPS en radar de baai bij Cocuimbo binnen. In het donker laten we het anker plonsen naast een andere zeilboot. Goh, dat lijkt Dominique wel. Nee, dat kan niet, die is vertrokken richting Tahiti, bovendien heeft Dominique twee rolfokken. "Bonjour", zegt een slaperige kop met een stevige kater de volgende ochtend. Dominique zat in dezelfde achtbaan en de enorme krachten waren te veel voor zijn voorstag. De hele handel kwam naar beneden. Gelukkig hield een tweede voorstag zijn mast nog wel overeind. Nou, die kan Polinesie voor dit jaar dus op zijn buik schrijven. Harry gaat die middag meteen maar even de mast in voor inspectie. Zo te zien ziet alles er nog goed uit.

Coquimbo heeft een levendige vismarkt maar de stemming is vandaag bedrukt. De vissers zijn in de rouw. Gisteren is er een vissersbootje vergaan. Door de hoge deining is de glibberige lading inktvissen gaan schuiven en het scheepje gekapsijsd. Twee opvarenden worden vermist. Een is dood aangetroffen, het lichaam aangevreten door de reuze inktvissen. Vandaag hoeven we even geen calamares. We vermaken ons uitstekend in het kleine plaatsje. Geheel onverwachts staan er opeens bevriende zeilers op de stoep die we voor het laatst in Ushuaia hadden gezien. De nodige sterke Patagonie-verhalen vliegen over de tafel. Iedere dag hebben we gezamenlijk lunch, aperitief of diner met Dominique. Met de bus maken we diverse uitstapjes. Naar La Serena, een koloniaal universiteitsstadje met een fantastisch museum met indianen-mummies. Naar de Elqui-vallei, beroemd vanwege zijn Pisco. Uiteraard is de pisco-fabriek net gesloten als wij aankomen, maar dat mag de pret niet drukken. De vallei is prachtig. Aan onze rechterhand rijzen steile kale gele rotswanden omhoog terwijl links beneden ons de rivier als een zilveren lint door de groene vallei kronkelt. We rijden langs enorme mango plantages. Een paar kilometer verder komen we bij een stuwdam. Waar eens wijnplantages stonden is nu een groot stuwmeer. Op sommige plekken steken de zwarte rotte wijnranken nog boven het water uit. Een bizar gezicht. Maar ook het kleine Coquimbo is een prettige stad. Er is een gezellige uitgaanswijk, Barrio Inglesa. We maken er kennis met Pascal, een fransman, die er zojuist een restaurant is begonnen, en we gaan helemaal uit ons dak in een rockcafe waar een kei gave band zowel locale hits als nummers van U2 covert. Bovendien schenken ze er Grolsch bier! Helaas blijft de schipper bij zijn positieven en sleurt me om 02.00 uur mee naar huis. De volgende dag ben ik voor het eerst zeeziek.

I'm going to shoot in one minute from now!

Niet op ons, maar op een vrachtschip dat zich niet wil identificeren aan de Chileense marine. Tijdens onze tweede nacht na ons vertrek uit Coquimbo horen we een oproep van de Chileense marine. "This is United Nations Warship xxx, vessel with position abc, please identify yourself". Ik check de coordinaten om te kijken of hij ons misschien bedoelt, we hebben het betreffende marine-schip vanmiddag immers gezien. De oproep wordt minstens 5 keer herhaalt en wordt steeds specifieker. "This is UN Warship xxx on your portside, please reduce speed and change course, we like to come aboard to check your cargo". Het betreffende vrachtschip reageert verrassend door te zeggen dat ze haast heeft en daaro niet kan voldoen aan het verzoek van de marine. Ze moeten voedsel afleveren voor de hongerige bevolking van Caldera en zijn al laat. De kapitein kan niet gestoord worden want die zit een film te kijken. De marine-officier blijft correct en wijst ze vervolgens op een bepaalde internationale wetgeving. De radioman van het vrachtschip wordt steeds kwader en dreigt de marine voor het gerecht te slepen. De marine-officier blijft ijskoud en herhaalt zijn verzoek. Het vrachtschip reageert vervolgens niet meer. Dan opeens klinkt de stem van de commandant van het marineschip: "this is UN Warship xxx with a last call. I'm going to use my power and will shoot within one minute from now". Vervolgens begint hij met aftellen: 45 seconds to go, 30 seconds t go. We zitten inmiddels allebei buiten, dit spektakel willen we niet missen. Dan schreeuwt de kapitein van het vrachtschip opeens paniekering: "don't shoot, don't shoot!". Ze reduceren snelheid en verandering hun koers zoals opgedragen. Alle bemanningsleden moeten zich verzamelen op het achterdek. Paspoortnummers en nationaliteiten worden doorgegeven. Het betreft een bananenboot uit Monrovia (Liberia). De bemanning komt uit Polen en Joegoslavie. Helaas horen we niet meer hoe het afloopt. Wat zouden die nu vervoerd hebben?

Pinguins in de woestijn

Langs de Chileense kust loopt de Humbolt of Peru current. Deze stroom voert ijskoud water uit Antarctica met zich mee naar het warme noorden, helemaal tot aan het tropische Equador om daar af te buigen naar het westen, richting de Galapagos eilanden. In het noorden van Chili heeft de Humbolt current de neiging om landinwaarts te keren, wat gevaarlijk kan zijn omdat dan de omringende warme lucht afkoelt en er zeemist ontstaat.

Vaak valt er dan ook niets te zien van deze ongastvrije kust. Dit deel van Chili's lange kustlijn is een uitgestrekte zandvlakte met ruige kliffen en ontoegankelijke stranden. Pas als we nog maar 5 mijl van de kust verwijderd zijn doemen de pastelkleurige bergen voor ons op. De laatste zonnestralen van de dag werpen er een oranje gloed op.

We hebben het weer eens perfect getimed. Als we de baai van Caldera invaren is de zon zojuist ondergegaan en kunnen we in de rode avondgloed nog net de contouren van de jachtclub onderscheiden. De volgende ochtend blijken we hinderlijk in de weg te liggen, pal voor de ingang van een werf, en worden we vriendelijk gesommeerd ons anker een paar meter verder uit te gooien. We zijn aangeland in een vreselijk stoffig gehucht midden in de woestijn. Op een paar zielige aangeplante palmen langs de boulevard, groeit hier helemaal niets. We worden allerhartelijkst ontvangen door een bejaarde secretaresse en marinero van de jachtclub. We zijn het eerste en waarschijnlijk ook laatste buitenlandse jacht dit jaar. Er valt niets, maar dan ook echt helemaal niets te beleven in dit slaperige mijnwerkersdorpje. En toch hebben we het prima naar onze zin. Het is heerlijk zonnig weer en na onze vaste ronde langs de bakker, slager en groenteboer, zitten we lekker in de kuip met een glaasje wijn. Om de boot zwemt een nieuwsgierig koppel pinguins. Pinguins in de woestijn, kan het contrast nog groter?

Antofagasta

Van Caldera gaat het verder noord richting Antofagasta, een mooie zeiltocht van ongeveer 400 mijl. Halverwege maken we nog een stop in Taltal, een stoffig dorp waar we de Capitan del Puerto uit z'n siesta halen. De beste man heeft nog nooit een buitenlands zeiljacht in z'n haven gehad en weet zich geen raad met ons. Zullen we morgen maar terug komen? De man knikt opgelucht als we zijn kantoor weer verlaten.

Het stikt hier van de pelikanen. Dit is de bruine oftewel Peruviaanse pelikaan die zich van andere soorten onderscheidt door de manier waarop ze vissen. Deze grappige lompe beesten met een vleugelspanwijdte van wel 3m duiken vanuit de lucht naar beneden en scheppen zo een vis op. En als er eentje beet heeft vliegt de rest erachter aan om hem van zijn vangst te beroven.

We hebben een paar keer gezien dat zo'n beest een grote vis over dwars in z'n strot had zitten. Door meerdere keren z'n nek achterover te slaan en een kokhalzende beweging te maken lukt het dan uiteindelijk toch z'n maaltje naar binnen te werken. En daarna gaan ze een siesta houden, bijvoorkeur op rotsen, maar boten zijn ook erg in trek. Ze rollen zich dan op als een dik vet ei en draaien hun lange nek 180 graden en stoppen hun snavel dan onder hun vleugels. Van een afstandje kun je soms niet zien of het een rotsblok of een pelikaan is. Eentje probeert er te landen op onze mast! Kssss, ksssss, oprotten aub, straks is onze windmeter naar de kolonialen! Er zwemt steeds een dikke zeehond bij onze boot en zodra wij onze bijboot te water laten om aan wal te gaan, komt het beest enthousiast achter ons aan. Een hap met zijn vieze gele tanden en we kunnen zwemmen!We blijven maar 1 dagje want we hebben een beetje haast om in Antofagasta te komen. We moeten volgende week het land uit om ons visum te verlengen, maar dan moeten we wel in een plaats zijn waar we Zwerver veilig kunnen achterlaten. De laatste 200 mijlen verlopen zonder noemenswaardigheden. Er valt niet veel te zien, de kust is weer in nevelen gehuld. Als we dichterbij komen zien we af en toe een autootje rijden. Dat moet de Pan-american Highway zijn. Die loopt van Patagonie helemaal door tot Panama. Als snel zien we ook de grote commerciele haven van Antofagasta. Maar waar is de jachthaven? Volgens de pilot moet er een nieuwe pier zijn gebouwd. "Daar zie ik een rood en groen licht, daar moeten we heen", zegt Harry. Ik zie alleen maar een groot rif en vreselijke grote witte brekers. "En daar ga ik mooi niet in". En net als we zitten te dubben wat we zullen doen, worden we opgeroepen op de marifoon. We zijn al gesignaleerd en de jachthaven heeft een bootje uitgestuurd om ons binnen te loodsen. "Als we er recht voor liggen, geef je vol gas", zegt de marinero in het loodsbootje. We stuiven naar binnen en zijn blij als we even later rustig aan een moorring liggen.

Zeker weer een temporalletje?

Nou ja, rustig? Ook deze haven is weer open naar het westen en er is niets dat de grote rollers van de Pacific tegenhoud. Als het ergens mijlen zuidelijker vreselijk tekeer is gegaan merken wij dat enkele dagen later ook. We schuiven telkens een meter of drie van voren naar achteren, de piepende en krakende drijvende steiger met ons meetrekkend. De marineros verzekeren ons echter dat we ons geen zorgen hoeven te maken, het zijn sterke moorrings. "Solo un temporal en Chile central, es normal". We beschermen onze landvasten met stukken slang en tape om het doorschavielen te voorkomen, maar leggen voor de zekerheid toch maar dubbele lijnen. Maar dat we een grote stalen bolder uit de rotte steiger zouden trekken, daar hielden we even geen rekening mee. Kloink, bonk, bonk... klinkt het. Nee he, alweer de verf van de neus af! Als het in de dagen erop iets rustiger wordt, pakken we de verfspullen maar weer tevoorschijn en wordt niet alleen de neus, maar ook enkele beschadigingen in de kuip en op het dek onderhanden genomen. We komen helemaal in de stemming en nemen de houten vloeren in de keuken ook maar gelijk mee. Verder installeren we nieuwe accuus, venieuwen een paar kabels, vervangen de relaisschakelaar van de ankerlier, repareren de windpilot en maken een bimini (zonnetentje).

Als alles klaar is zet Harry, onder toezicht van een stel nieuwsgierige pelikanen, de romp in de was. Telkens als Harry z'n arm omhoog doet, openen de pelikanen hun grote bek in de hoop dat ze een vis krijgen. Het leukste is nog dat Harry zelf niets in de gaten heeft.

Wow, zo mooi heeft ie er lang niet meer uitgezien. Klaar voor vertrek. Die avond schuift de wijnfles weer eens van de tafel. We raken er ondertussen aan gewend. Zeker weer een temporalletje, grappen we. 's Nachts worden we opgeschrikt door een knal en zien we dat de dikke tros van een van de moorrings er slap bijhangt. Hopelijk houdt die andere het nog even vol. Harry waarschuwt anderdaags de marineros die beloven een duiker te sturen als het wat rustiger is, en loopt door naar de bakker. Ik zet ondertussen een keteltje op voor de koffie, maar nog voor het water kookt knalt de andere moorring ook kapot. Pang!! Als een elastiek schieten we naar voren. En dan gaat alles opeens razendsnel en is er geen afhouden meer aan. 14 ton staal wordt door de wind en de golven als een veertje opgetild en met de kracht van een mokerhamer tegen de steiger gebeukt. Als een dolle stier gaat ze tekeer, de ene dreun volgend op de andere. Het krakende geluid (achteraf bleek dat gelukkig grotendeels de steiger te zijn) gaat door merg en been. Ik kon wel janken. Nou kan ik tot verbazing van de marineros toevallig keihard op m'n vingers fluiten en de mannen komen direct in aktie. Ik wijs op onze rol met 100m landvast en de mannen hebben geen spaans nodig om te begrijpen wat de bedoeling is. Terwijl ik de motor in z'n achteruit zet en twee marineros op de kant de boot proberen af te houden, brengen twee andere marineros met een motorboot de lijnen uit naar de kant. Met een stalen ketting om schavielen te voorkomen worden ze om de vuurtoren gelegd. Dat viel nog niet mee. Het motorbootje had weinig vermogen en werd telkens door de golven weggezet. Toen alle werk gedaan was kwam Harry doodgemoedereerd aanlopen. "Waar bleef je nou zo lang?". "Oh, ik zag jullie wel met lijnen in de weer, maar dacht dat ze toch die ene moorring kwamen maken. Heb je geen koffie?". Grrrrrrr, mannen!! De schade aan de boot is te overzien. Er zijn een aantal flinke happen uit Zwerver's neus en aan beide kanten is de romp beschadigd. Niet zo fraai, maar niets wat we zelf niet kunnen repareren. Ons vertrek werd dus maar weer met een weekje uitgesteld. We hadden toch niet weggekund. De havenmeester heeft de blauw-witte vlag gehezen ten teken dat de haven vanwege weersomstandigheden gesloten was. Beetje mosterd na de maaltijd. En nu maar hopen dat de vuurtoren blijft staan...

Landgenoten in Iquique

Voordat we vertrekken maken we altijd eerst een uitgebreide windanalyse. Vanaf Uruguay waren we altijd uiterst voorzichtig en vertrokken we niet als er maar enigszins kans bestond op meer dan 25 knopen, wetende dat de wind in werkelijkheid altijd veel meer was dan hetgeen door de weergoden voorspelt werd. Hier in noord Chili doen we het omgekeerde. Dit gebied staat bekend om z'n matige tot zeer zwakke winden die het ten noorden van Antofagasta soms helemaal laten afweten. We gaan weg met een voorspelling van 20 tot 25 knopen. De hele weg hebben we 15, af en toe 20 knopen meelopende wind. Met twee uitgeboomde genua's is het heerlijk zeilen. Geen spectaculaire snelheden, maar gewoon lekker zeilen met een comfortabel leven aan boord. Het is stralend zonnig weer en overdag kunnen we zelfs in T-shirt zitten. Er gebeurt niets noemenswaardigs. Af en toe zweeft er nog een albatros boven ons, maar pinguins zien we niet meer. Wel zien we een nieuwe vogelsoort die vanaf indrukwekkende hoogtes als een stuka naar beneden duikt en dan heel knap een anjovisje opduikt. Hij heeft een komische kop met een zwarte toet die onzichtbaar doorloopt in een snavel. Ik denk is dat het een booby is. Familie van de Jan van Genten? Na twee heerlijke dagen en nachten lopen we 's ochtends vroeg Iquique binnen. De aanloop is even lastig, tussen rotsen door die onderwater liggen en dus niet te zien zijn. De Armada bericht ons dat de diepte op dit moment 1.70m is maar het water stijgt nog. Wij steken 1.80m dus dat wordt kielekiele. We laten een vissersboot voorgaan die ons de weg wijst en Harry staat op de punt aanwijzingen te geven. Ik heb de motor heel zachtjes in de vooruit staan. Ondanks alle voorzichtigheid kussen we toch even zachtjes de bodem, maar op het moment dat we het merken zijn we er ook al weer overheen. Op de kant staan mensen ons op te wachten om de lijnen aan te nemen. "Goedemorgen, welkom in Iquique", zegt een vrouw met een onvervalst Amsterdams accent. Tot onze stomme verbazing hebben we Nederlandse buren die hier met hun catamaran al acht jaar liggen. We worden wegwijs gemaakt, drinken en pilsje en ruilen boeken. Heerlijk, eindelijk weer wat leesvoer.

Iquique is een grote stad met 250.000 inwoners maar het leven is er zo rustig als in een dorp. Net zoals vele andere steden hier in de Atacama woestijn leven de meeste mensen van de mijnbouw. Koper, zilver, tongsteen en allerlei nitraten worden hier gedolven. De grootste openlucht kopermijn ligt hier 100km vandaan. De prijs voor nitraten is de laatste jaren weer flink gestegen en daar profiteert vooral de Chileense armada van, die een vast percentage van de opbrengst krijgt. Vandaar dat ze het zich veroorloven konden om de strijdmacht met een aantal afgedankte Nederlandse fregatten uit te breiden. Vroeger, 100 jaar geleden, hoorde deze hele noordelijke regio bij Peru en Bolivia. Maar Chili heeft aan landjepik gedaan en vervolgens in een internationaal verdrag (met steun van vriendje USA) laten vastleggen dat dit voortaan Chileens grondgebied is. Bolivia werd daardoor afgesneden van de zee en wijdt nu haar armoede geheel aan dit landjepik (hoewel het een deel van de haven van Arica belastingvrij tot haar beschikking heeft). In het centrum is een gezellige boulevard aangelegd met houten terrassen waarop straatartiesten hun waar aanbieden. Harry koopt een houtsnijwerkje van Che Quevara. Bin Laden en Hitler zijn ook erg populair hier. Wat dat betreft is Chili eigenlijk wel een beetje een eng land. Mein Kampf is overal verkrijgbaar en af en toe zien we duitse huizen met heel provocerend een grote adelaar op de gevel.

Er is veel bedrijvigheid in de haven. Naast ons ligt een redelijke vissersvloot. Deze maand is het vangstverbod voor anjovis ingegaan, maar dat was eigenlijk al een beetje aan de late kant want de vissen hadden in augustus al kuit. Zo snijden ze zichzelf dubbel in de vingers. Het betekent niet alleen minder anjovis volgend jaar, maar ook minder zeevogels (mn boobies) en dus minder guano (mest).

Soms, als het een El Nino jaar is, wordt het water hier door de gedraaide stroom een graad of 8 warmer dan normaal, waardoor de meeste vis sterf. Voor een land als Peru is dat een groot economisch drama, omdat een groot deel van hun economie afhankelijk is van die zeevogelmest. Maar daar is nu geen sprake van. Wij hadden op onze reis hiernaar toe overduidelijk stroom mee en het water was een graad of 15, aan de koude kant dus.

Oude Glorie

Terwijl Harry aan boord blijft in afwachting van de douane die onze nieuwe windgenerator en dieptemeter persoonlijk komt afleveren, ga ik op excursie. Met een klein Toyota-busje vol kakelende Chileense dames uit Santiago trekken we de Atacama woestijn in. De eerste stop is een vervallen zoutmijn, Santa Laura, genoemd naar de vrouw van de voormalige eigenaar. In dit gebied werden vroeger veel nitraten gedolven. Voor de komst van de Spanjaarden was het allemaal handarbeid en werd het nitraat locaal gebruikt om het land te bemesten. Omstreeks 1870 begonnen de Spanjaarden met de bouw van zoutmijnen met reusachtige boren en vergruizelmachines en een lopende band-systeem dat werd aangedreven door een benzinemotor. Vervolgens werd het zout, jodium, borax en sulfaat voor veel geld verhandeld op de beursen in Europa.

Vast heel modern allemaal voor die tijd, maar nu is het een een grote bouwvallige schroothoop, die tot mijn verbazing geadopteerd is door Unesco als industrieel erfgoed.

Een eindje verderop ligt een vervallen mijnwerkersdorp, Humberstone, ook een Unesco monument. In haar gloriedagen werkten en woonden hier ruim 4000 mensen, maar nu is het totaal verlaten. Er is een kerk, een bioscoop met schitterende klapstoelen, een hotel, bakker, slagerij met enorme koelcellen, een ziekenhuis met lange gangen waar je nu mooi paintbal zou kunnen spelen, en een prachtig stalen zwembad gemaakt van een oud vrachtschip, allemaal in redelijke staat. Het modelstadje was geheel zelfvoorzienend. Het enige wat ze niet hadden was een vakbond en dat werd de mijnwerkers noodlottig. Toen ze in 1903 protesteerden tegen de zware arbeidsomstandigheden opende de politie het vuur en vonden honderden de dood.

De hete woestijnwind doet het stof opwaaien, openstaande deuren en ramen klapperen en de houten vloeren kraken. Ik loop door stoffige straatjes met verlaten rijtjeshuizen, allemaal in dezelfde kleur. De enige levende ziel is een zwerfhond die zichtbaar blij is mensen te zien. Als de zon achter de wolken verdwijnt is het spookbeeld volmaakt.

Op het heetst van de dag (en dat is hier bloedheet!) stoppen we bij de Cerros Pintados, een bergketen vol pre-columbiaanse geoglieven. De meeste afbeeldingen zijn abstracte vormen, maar er zijn ook contrete herkenbare figuren bij van mensen en dieren.

Er zijn in dit gebied 355 geoglieven gevonden en net zoals de beroemde Nasca-lijnen in Peru, hebben de archelogen nog steeds geen idee wat de betekenis van deze symbolen is.

Als ik terug kom in de jachthaven, is het al pikkedonker. De douane heeft net 5 minuten geleden de spullen afgeleverd. We hebben een afscheidsdinertje bij Dominique aan boord. Maddelena vertrekt volgende maand naar Paaseiland. Zwerver is klaar voor de volgende etappe naar Equador. De stemming is een beetje bedrukt. Sinds de Kaap Verden komen we elkaar telkens spontaan tegen. Zouden we elkaar in Polynesie weerzien? Voor het eerst maken we een afspraak: 4 juli vieren we samen de bestorming van de Bastille in Papeete!

Terug naar logbook