Nieuw Zeeland: van kaap Reinga naar kaap Bluff

De laatste etappe van dit seizoen

Het traject van Tonga naar Nieuw Zeeland is een stuk waar de meeste zeilers tegenop zien. Het is gedaan met de mooie meelopende passaatwinden, je kunt zwaar weer verwachten en naarmate je zuidelijker komt wordt het kouder. Bovendien moet je deze tocht goed plannen. Te vroeg vertrekken betekent kans op een voorjaarsstorm in de buurt van Nieuw Zeeland. Te laat vertrekken betekent kans op een orkaan. De afstand is ruim 1000 mijl en op het Minerva Rif na, kun je nergens een stop maken. Redenen dus om goed de weerskaarten te analyseren. Met nog 5 andere boten liggen we in de haven van Nuku'alofa te wachten op het juiste "window". Iedere avond leggen we de gribfiles, weerfaxen en buoyweather rapporten naast elkaar. Onze Amerikaanse buurman heeft niet alleen extra crew ingehuurd, maar ook een professionele router in de arm genomen die iedere dag nog steeds adviseert een weekje te wachten. Maar hoelang moet je wachten? Als het aan de amerikanen ligt, net zolang totdat de gribfiles een plaatje van 10 dagen zachte winden laat zien. Eerlijk gezegd worden we een beetje gek van onze medezeilers, maar het is natuurlijk wel te begrijpen. De meeste jachten, waarvan een groot aantal nog maar amper een jaar onderweg is, komen van de Amerikaanse westkust en hebben nog geen ervaring met slecht weer gehad. Een aantal vrouwlijke cruisers zit elkaar zodanig op te naaien dat ze besluiten het vliegtuig naar Nieuw Zeeland te nemen, en hun mannen met duurbetaalde crew opzadelen. We vinden het allemaal maar overdreven en we geloven ook niet in een betrouwbare 10 daagse voorspelling. Die gribfiles geven een goed beeld van wat je kunt verwachten maar je moet ze niet op de dag nauwkeurig nemen. Het zijn en blijven modellen, en dat wordt een week later pijnlijk duidelijk als de eerste orkaan richting Fiji en Tonga oprukt en geen enkel weersmodel, behalve de medfax, er ook maar enige notie van geeft. Zodra al onze bronnen het redelijk met elkaar eens zijn en een goed vooruitzicht voor de komende 4 dagen laten zien, lichten we met nog twee andere jachten het anker.

De eerste dag is heerlijke zeilen: zonnig en 20 knopen halve wind. Maar de tweede dag laat de wind het opeens helemaal afweten om daarna met volle kracht op de neus terug te komen. We zagen het aankomen en hadden keurig op tijd de zeilen geminderd. Maar de voorspelde 20 tot 25 knopen uit het zuiden werden er 35 uit het zuidwesten met een vreselijke verwarrende golfslag uit het zuiden. We krijgen brekers in de kuip en een enkele keer zelfs over de hele kajuit. De beweging van het schip wordt uiterst onaangenaam. Onze koerslijn kunnen we niet vasthouden en met deze wind koerzen we recht op het Minerva rif af, dat we nou juist onwijken wilden. We besluiten om te gaan bijliggen. Eerst maar eens uitrusten en iets eten en daarna onze strategie bepalen. Via de marifoon hebben we contact met White Haze, ook Nederlanders. Ook zij liggen bij. Als we ons hoofd door het luik naar buiten steken zien we af en toe hun gereefde grootzeiltje uit de golven steken. Na bijna 24 uur bijliggen is de wind nauwelijks bedaard, maar wel iets ruimer geworden, zodat het weer bezeild is. Via de SSB hebben we contact met de drie achtergebleven boten in Nuku'alofa. zij vertellen ons dat de gribfiles een zwaar front voorspellen dat we over 4 dagen precies over ons heen krijgen. Shit, wat nu? Vier dagen is nog ver weg, misschien valt het wel mee of hebben ze het gewoon mis. Van de andere kant hebben we geen zin in nog een keer zwaar weer. We besluiten naar het minerva rif te gaan en daar twee dagen te blijven tot het front voorbij is getrokken. De afgelopen nacht tijdens het bijliggen zijn we al 15 mijl in de goede richting gedreven. Maar we moeten nog steeds 70 mijl, zouden we dat redden in daglicht? We trekken alles uit de kast en voeren eigenlijke een beetje te veel zeil zodat we continue boven de 7 knopen lopen. Als we nog geen 5 mijl van het Minerva Rif verwijderd zijn, zien we het nog steeds niet liggen. Dat is toch vreemd, met dit weer hadden we op z'n minst hele grote witte brekers moeten zien!

We verscherpen de uitkijk en zien opeens iets knal oranje in het water. In eerste instantie lijkt het wel een wedstrijdboei, daarna lijkt het op een zeiltje van een vlot of iets dergelijks. Dan denken we dat het een klein bootje met problemen is en roepen het op via de marifoon. Geen reaktie. We besluiten een nader kijkje te nemen en als we dichtbij zijn blijkt het opeens een 60ft jacht onder stormtuig te zijn. De tegenstelling met onze zeilvoering is groot.

Dan zien we even later ook de witte brekers van het Minerva Rif. De ingang door het rif is recht-toe-recht-aan, maar de brekers aan weerszijden zijn wel indrukwekkend. Eenmaal binnen de bescherming van het rif zijn de golven gereduceerd, maar de harde wind hebben we nog steeds op de neus. We zijn opgelucht als we net voor zonsondergang het anker in zwembadblauw water kunnen laten vallen.

Het Minerva Rif is een heel raar fenomeen. Uit een oceaandiepte van enkele duizenden meters, steekt opeens een ring van koraal omhoog. Bij hoogwater zie je helemaal niets en bij laag water zie je een stripje koraal. De kleur van het water loopt over van diep blauw naar licht turkoois. Het schijnt dat je hier fantastisch kunt duiken en snorkelen, maar met deze wind is dat gekkenwerk. Al hadden we gewild, dan konden we het toch niet want we hadden onze bijboot onderdeks opgeborgen.

Opeens horen we geronk van zware motoren. Een militair vliegtuig van de Nieuw Zeelandse kustwacht komt superlaag overvliegen. We kunnen zien dat ze fotos maken. Gaaf, die zou ik wel willen hebben! Het vliegtuig maakt enkele rondjes en dan worden we opgeroepen. Ze willen precies weten wie we zijn, wat onze plannen zijn, of we wapens of dieren aan boord hebben en of we contact hebben gehad met andere boten. Big Brother is watching you!

Er liggen nog 4 boten voor anker en het geanalyseer over het weer begint hier opnieuw. Na het al reeds aangekondigde front zou nog een front komen. Tja, zo liggen we hier straks nog een week! We blijven 1 dag en 2 nachten. De wind is nog steeds stevig, 30 knopen, maar wordt steeds ruimer. De zee is nog wel ruw, maar niet meer verwarrend. We gaan als een speer! De zon schijnt en het is echt genieten op het water. Iedere dag neemt de wind een beetje af en de laatste twee dagen moeten we zelfs de motor bijzetten. Het wordt steeds frisser en de nachten zijn zelfs koud. De fleece truien worden uit de kast gehaald en 's nachts kruipen we lekker in onze donzen slaapzak. Als we nog 30 mijl van Nieuw Zeeland verwijderd zijn, zien we al land! Albatrossen met indrukwekkende spanwijdten zweven nieuwsgierig boven de mast en we zien Jan-van-Genten met knal gele koppen. Het land ruikt naar bomen en pas gemaaid gras. Heerlijk! We zijn er. De komende maanden wordt er even niet gezeild. Zwerver gaat de kant op voor een welverdiende onderhoudsbeurt en wij gaan het land verkennen op wielen. Weer eens wat anders. We zijn er alledrie aan toe.

Whangarei: onze voorlopige standplaats

Lente energie

Ze zeggen wel eens dat je lange tijd in de woestijn moet hebben doorgebracht om bomen goed te kunnen waarderen. Ik wil daaraan toevoegen: of een tijd op zee. Na 9 maanden Pacific en alleen maar palmbomen, kunnen we niet ophouden te oreren over de gevarieerdheid in groen en frisse geuren in Nieuw Zeeland. Het wordt zomer op het zuidelijk halfrond. Alles staat in bloei en we worden al vroeg gewekt door het vrolijke gekwetter van vogels. In plaats van de verstikkende lome hitte van Polynesie heerst hier een fris lente-klimaat dat een ongekende energie in ons losmaakt. Binnen een week hebben we voor een prikkie een oud Ford busje gekocht, is de zeilmaker geweest om een nieuwe fok op te meten, hebben we het canvaswerk en de genua laten repararen en zijn we alvast begonnen het houtwerk opnieuw in de lak te zetten. De eerste tijd liggen we nog in Townbasin, een comfortabele jachthaven midden in het centrum van de stad, op loopafstand van winkels, restaurants en een ongekende keus in maritieme bedrijfjes. Een eerste verkenningsrondje door de buurt levert meteen al een aantal interessante offertes op voor een buitenboordmotor, nieuwe ramen, accus en een laptop met waterdicht keyboard. De supermarkt op de hoek heeft een weliswaar beperkt doch goede selectie typische hollandse producten met als gevolg dat we ons ziek eten in muntdrop en speculaas.

Daar moet je effe doorheen

Als we bij de werf informeren wanneer we op het droge kunnen, is het antwoord: nu meteen. Op zeer vakkundige wijze wordt Zwerver uit het water getakeld, schoongespoten en op een stevige bok gezet. En daarmee is het zeilseizoen definitief afgelopen. We halen alle zeilen, touwwerk en overige overbodige spullen uit de boot om meer werk- en leefruimte te creeren. Het klussen kan beginnen. Buiten het standaard onderhoudswerk hebben we deze keer ook een aantal verbeteringsprojecten op ons lijstje staan die iets meer werk vergen. Zo willen we het vetgesmeerde lager van de schroefas vervangen door een "dripless bearing", de ramen vervangen en het onderwaterschip laten stralen. Een afspraak met de zandstraler die op het terrein zit, is zo gebeurd. Ook daar kunnen we meteen terecht. En terwijl een professioneel team onder een grote plastic tent Zwerver's onderkant onderhanden neemt, haalt Harry de ramen eruit en begin ik de kuip te schuren. Als er een frontje overtrekt verplaatsen we onze aktiviteiten naar binnen. Alle vloerluiken liggen eruit om de bilges te schilderen en in de voorkajuit is Ellen een vloertje aan het leggen. Als Harry dan ook nog de watertank eruit haalt voor een inspectie, kunnen we onze kont helemaal niet meer keren. Buiten is het zandhappen en binnen is het lijmsnuiven. "Goemorgen Buuf" zegt buurman Mark van Thalassa opgewekt, "gaat het allemaal een beetje? Tja, daar moet je effe doorheen he".

Kamperen

Het is ongemakkelijker dan kamperen. Iedere dag tig-keer het laddertje op en neer. Vaak met je handen vol. Het serviesgoed dat menig storm heeft doorstaan, sneuvelt nu bij bosjes. Shit, sleutel van het toiletgebouw vergeten. Weer die K-trap op. Tijdelijk hebben we vier grote gaten in de kajuit waar de nieuwe ramen moeten komen. De week voor kerst regent het dat het giet en het tape van het afdekplastic houdt niet meer. In de kajuit staan overal pannentjes, drup, drup, drup. Het aanrecht staat vol met verfpotten en de navigatietafel doet tijdelijk dienst als werkbank. Als de werkdag ten einde loopt wordt alles weer opgeruimd want er moet ook nog gekookt worden. Gewapend met allerlei borstels nemen we dagelijks een bodyshrub, maar de rouwranden onder de nagels gaan er niet meer af. Als ik 'snachts moet plassen (jawel, op de emmer) val ik in een openstaand luik en haal het vel van mijn scheenbenen. Na twee maanden begint het allemaal dusdanig te irriteren dat zelfs retail-therapie niet meer werkt. Dat werkt trouwens zo-wie-zo niet als die leuke nieuwe koffiemokken de volgende dat alweer naar beneden keilen. En dan te bedenken dat hier boten langer dan 10 jaar op de kant staan! Toch zijn er ook leuke kanten aan het walleven. Zo hebben we s'ochtends een Hollands koffie-uurtje met buurman Mark die hetzelfde proces doorstaat. Met onze Zweedse buurvrouw ga ik zaterdag naar de markt voor duits brood en hollandse kaas. En zondags nemen we vaak vrij af om een leuke trek in de mooie omgeving van Whangarei te maken.

Blikvanger

En dan is opeens het einde in zicht. Alle klussen komen ongeveer tegelijk ten einde zodat het ons eigenlijk ook nog een beetje verrast. Zwerver staat te glanzen in de zon en is even de blikvanger van de werf. En wij? Wij zijn apetrots en blij dat we weer drijven. Zwerver wordt de komende maanden tussen de meerpalen geparkeerd en wij gaan het land verkennen op wielen. Weer kamperen!

Northland

Wat mooi!

Oh, kijk eens wat mooi! En dat blijven we de hele dag door herhalen. De snelweg is een twee-baansweg, rustiger dan een provinciale weg in Twente. Je hoeft hier geen B-wegen te nemen want de snelweg loopt dwars door de mooiste natuurgebieden. Iedere bocht tovert weer een fantastisch panorama tevoorschijn. We rijden langs de westkust omhoog en komen door het Waipoua Kauri forest, een woud met gigantische Kauri-bomen. Een volwassen Kauri boom kan een lengte van 60m en een doorsnede van maar liefst 5 meter bereiken. Maar het meest indrukwekkende is de leeftijd: meer dan 2000 jaar! Deze bomen stonden hier al een tijdje voordat ook maar een menselijke ziel hier een voet aan land had gezet! In de kruin van de boom groeien allerlei varens en bloemen die zich een weg omhoog naar het licht banen. Het ruikt er heerlijk fris. Helaas zijn 3 kwart van de Kauri wouden verdwenen na de komst van de Europeanen, die er meteen business in zagen. Nog steeds zien we heuvels waar een behoorlijke kaalslag heeft plaatsgevonden. De nieuwe aanplant bestaat veelal uit geimporteerde denne- en de snel groeiende eucaliptusbomen die in lelijke rijtjes geplant worden.

Verder naar het noorden komen we bij Hokianga Harbour. De naam suggereert dat het hier om een haven gaat, maar het is een zeearm die een paar mijl landinwaarts loopt. Bij de ingang is het ondiep en er staat een geweldige stroming met witte brekers. Langs de ene oever is het groen en heuvelachtig met her en der enkele huisjes. De andere oever bestaat uit glooiende gouden zandduinen met grote pollen pampa-gras afgewisseld door ruige stukken rotskust waar de golven met geweld tegenaan beuken. Het water is azuurblauw en er liggen een paar kleine vissersbootjes voor anker. Alles ademt een sfeer van rust uit. Aan het einde van de zeearm is een klein plaatsje waar de veerboot aanlegt. Een kroeg en een kerk en dan heb je het wel zo'n beetje gehad. De steden en dorpen in NZ stellen niet veel voor. Je komt hier voor de natuur en die is overweldigend.

Cape Reigna: het noordelijkste puntje

Helemaal aan het einde van het schiereiland staat een vuurtoren. Hier botsen de golven van de Tasmanzee en de Zuidelijke Pacific op elkaar. Met stormachtig weer moet je daar dus niet wezen met je bootje. We hebben pech. Vanaf zee komt een dikke mist opzetten en die trekt niet meer op. We zien nog net de vuurtoren, maar de zee is alleen te horen. Even later verdwijnt ook de vuurtoren in de mist en is het einde-van-de-wereld-gevoel compleet. Voor de Maoris is dit een heilige plek, waar de geesten van de overledenen het land verlaten.

Vanaf Cape Reigna gaan we weer zuidwaarts, maar nu nemen we de oostelijke kustweg die langs allerlei mooie baaitjes kronkelt. Een van de hoogtepunten vinden we Whangaroa, een klein slaperig dorp aan het uiteinde van een baai. Vanaf St. Pauls Rock hebben we een prachtig uitzicht over de baai met z'n vele inhammen. Het is een soort mini Bay-of-islands. Er liggen een paar zeiljachtjes voor anker en wij nemen ons voor om straks in april hier weer met de boot terug te komen. Een paar kilometer verder is Matauri Bay, een populaire strand bestemming voor de locals. Voor de kust liggen de 17 Cavalli eilandjes verspreid. Dit is de plek waar de Rainbow Warrior van Greenpeace afgezonken is, nadat het in 1985 in Auckland door de franse geheime dienst gebombardeerd was. Dit incident veroorzaakte enige oproer in Frankrijk. Niet zozeer over het feit dat er een aanval op vriendschappelijk grondgebied had plaatsgevonden, ook niet omdat er een dode bij gevallen is. Nee, de ijdele fransen waren verbolgen over het feit dat hun geheime dienst de operatie verziekt had en zich gevangen had laten nemen! De twee geheime agenten zijn onder druk van Frankrijk "gevangen" gezet op een Polynesisch eiland en bij terugkeer in Frankrijk ontvingen ze een welkom als waren het helden. Walgelijk! De masten van de Rainbow Warrior zijn te zien in een museum en het wrak is nu een populaire duiklocatie.

Toch nog een klein beetje cultuur

Onze volgende bestemming is Kerikeri, het eerste plaatsje waar we gezellige terrasjes en restaurants zien. Kerikeri is de plek waar de eerste missiepost opgezet is en vanwaaruit de Europese nederzettingen bevoorraad werden. Het oude missie gebouw staat er nog en is het oudste stenen gebouw van NZ, daterend uit 1832. Een interessant detail is dat de missiepost ook wapens leverde aan Maoris, die daar later de Europeanen mee aanvielen. Die Europeanen waren overigens ook geen doetjes. Toen Darwin hier kwam noemde hij het " the Hell-hole of the Pacific" vanwege het grote aantal dronken zeemannen en walvisvaarders die zich aan god noch gebod stoorden. Dicht bij Kerikeri ligt Waitangi, de plek waar in 1840 het verdrag werd getekend tussen de Engelsen en de belangrijkste Maori stamhoofden, waardoor het op papier voortaan een volk werd, beschermd door de Koningin van Engeland. In de baai voor het "Treaty-house" ligt een 35m lange maori oorlogs kano met plaats voor 75 peddelaars. De kano is gebouwd van twee grote Kauri-bomen en is rijkelijk versierd met prachtig houtsnijwerk.

Naast het "Treaty-house" staat een Whare Runanga, een Maori vergaderplaats, in 1940 geschonken door de Maoris om de rol van de Maoris bij de ondertekening van het verdrag te herdenken. Dit gebouw is zowel van binnen als van buiten helemaal versierd met houtsnijwerk van een hele hoge kwaliteit. Ieder houten wandpaneel stelt een Maori stam voor.

De meest gefotograveerde plee

Via Opua, in de Bay of Islands, waar we nog even langsgaan bij bevriende zeilers, gaan we langzaam terug naar Whangarei. In Kawakawa bezoeken we nog even de openbare toiletten. Die zijn ontworpen door de oostenrijkse kunstenaar Hundertwasser. Behalve de plees heeft Kawakawa niets te bieden. Het is weer is ondertussen omgeslagen en de regen komt met bakken uit de lucht. Het is mooi geweest, en we verlangen weer naar ons bootje. Harry gaat de komende tijd verder met het klussen en Ellen vliegt 31 januari voor een korte vakantie naar Nederland. Daarna staat het Zuidereiland op de agenda.

Het zuidereiland

Mooiste land ter wereld?

Wij zijn natuurlijk stront verwend. Al dat gereis de afgelopen 20 jaren heeft ons een beetje blasse gemaakt. Als men ons vertelt dat Nieuw Zeeland het mooiste land van de wereld is, zijn we dan ook behoorlijk kritisch. De Franz Joseph gletcher is mooi, maar kan niet tippen aan Perito Moreno of Pio XI gletcher, Milford Sound is indrukwekkend maar bij lange na niet zo dramatisch als de fjorden in Patagonie, Mount Cook is een heuveltje vergeleken bij Nanga Parbat en Abel Tasman national park, hoe schoon ook, is Disneyland vergeleken bij de Stille Zuidzee eilanden. Maar..... al dit natuurschoon vindt je wel even allemaal in een land tegelijk. We moeten even nadenken welk ander land voor deze ere-titel in aanmerking komt: Argentinie! Maar dat is wel een maatje groter. Of zouden we stiekem terug verlangen naar die malse biefstukken?

Het verdwenen "Livingstone gevoel"

We nemen de scenic route, door scenic reserves met scenic look-out points. Het schiet voor geen meter op want om de 10 minuten is er wel weer een mooi vergezicht waar we even uitstappen. Wow, dit is echt fantastisch! Lieflijke baaitjes met hagelwitte stranden, ondoordringbare oerbossen met reuze varens, spiegelgladde meren vol vogels, granieten bergen met besneeuwde toppen en glooiende heuvels met duizenden schapen. Wie van wandelen houdt, kan zijn hart hier ophalen. En ondanks dat we ons niet tot deze categorie rekenen, maken we dagelijks een stevige wandeling, varierend van 1 tot 4 uur. Toch missen we iets. De paden zijn keurig met gele paaltjes aangegeven en ieder stroompje is voorzien van een naam en een bruggetje met leuning. Dat is fijn, want normaal raken wij altijd de weg kwijt en komen we terug met natte sokken, maar je krijgt hier nou niet bepaald een "Livingstone-gevoel" van.

Thermal Wonderland

Onze eerste bestemming is Rotorua, een gebied vol vulkanische activiteit. De rotte-eieren-lucht is van verre al te ruiken en overal stijgen pluimpjes rook op. Dit is touristische atractie nr 1 van het noordereiland. Dat was het overigens al in de 19e eeuw, maar helaas is in 1886 een van de acht wereldwonderen (de roze en witte silica terrassen) door een vulkaanuitbarsting verdwenen. "U bent precies op tijd", zegt de juffrouw aan het loket, "om 10.15 uur begint de grote geiser te spuiten". En dat wisten blijkbaar honderden andere touristen ook. Temidden van driftig fotograverende Japanners proberen we een glimp op te vangen van dit spectakel. Tot onze teleurstelling zien we een klein lullig geisertje, dat met behulp van een blok zeep, een dunne straal heet water zo'n 5 meter omhoog spuit.

Onze verwachtingen voor de rest van het gebied zijn dan ook niet hoog gespannen. Maar zoals altijd worden we dan juist weer positief verrast. We brengen de rest van de dag door in een soort maanlandschap met grote borrelende blubbergaten en hete zwavelmeren met de meest fantastische kleuren, van knal oranje tot gifgroen.

Op bezoek bij neefje Joost in Wellington

Het enige intellect in onze familie behoort tot de ex-aangetrouwde familie. Neefje Joost, inmiddels dr. neef Joost, doceert sinds 2 jaar met veel plezier Media aan de universiteit van Wellington. In Nieuw Zeeland is dat een nieuwe studierichting waardoor Joost er zijn eigen inhoud aan kan geven. Joost woont samen met een alleraardigste vriending met een hele moeilijke naam. Te, zo noemen we haar, is een echte Maori. En geloof me of niet, die zie je tegenwoordig niet zo veel meer in Nieuw Zeeland. Te studeert Maori taal & cultuur. Ze vertelt ons dat de meeste Maori hun eigen taal niet meer (kunnen) spreken en daardoor de cultuur verloren dreigt te gaan. Wij zijn daar verbaasd over. Bijna alle plaatsnamen in NZ hebben nl een Maori naam en alle informatieborden in musea zijn tweetalig. Voor de schone schijn of oprechte waardering voor de Maori? Het soevereiniteitsverdrag van Waitangi komt na een bezoek aan "Te Papa" ,het nationaal museum, voor ons in een heel ander daglicht te staan. In Waitangi kregen we een geromantiseerde film te zien over de eenwording van twee volken tot een. Een beetje te mooi om waar te zijn. In het museum daarentegen zien we de originele engelse versie van het verdrag naast de vertaalde versie vanuit het Maori. Er zijn overduidelijk stukken (bewust?) uit weggelaten of minder duidelijk omschreven, waardoor de Maori uiteindelijk minder rechten kregen dan ze toegezegd zou zijn. Land, wat in de Maori cultuur eigendom was van de gemeenschap, werd opeens op individuele basis (onrechtmatig) verkocht, lees listig afhandig gemaakt. Tot op de dag van vandaag levert het verdrag nog geschillen op. De kranten staan dagelijks vol met landclaims van de Maori. Maar hoe trek je iets wat 150 jaar geleden gebeurd is weer recht? Prive-land kun je niet meer teruggeven. Aan wie moet je het trouwens teruggeven? Wie zijn de hedendaagse leiders van de Maori? De Maori hebben sinds 2005 een aantal zetels in het kabinet waardoor ze nog enigermate voor hun rechten kunnen opkomen. De regering heeft sindsdien een groot aantal landclaims en ook visserij-rechten toegezegd. En daar worden de blanke Nieuw Zeelanders op hun beurt weer erg nerveus van. Wij hebben er gemengde gevoelens over. Wel is duidelijk dat de Maori veruit in de minderheid zijn. Van hun cultuur is buiten de musea en touristenattracties niet veel te merken. Triest feit is wel dat de grootste armoede, laagste opleiding, meeste criminaliteit, meeste drankmisbruik etc onder de Maori plaatsvinden. Dat is zelfs voor ons goed zichtbaar. Met name in het noorden hebben we bouwvallige huizen gezien, sommigen zonder electriciteit, waar Maori kinderen blootvoets, smerig en met een wilde bos ongekamd haar rondlopen. Op de parkeerplaatsen bij de supermarkten hangen werkeloze jongeren rond. Veel gebroken bierflesjes. Hetzelfde hebben we gezien bij de originele indianen bevolking in Zuid-Amerika. Wat voor Nieuw Zeeland pleit is dat het probleem erkend wordt en dat er maatregelen worden genomen. Anders dan bv in Australie, waar men zich schaamt voor deze problematiek, schijnen alle Nieuw Zeelanders toch erg trots op hun Maori cultuur te zijn. Je vindt dat terug in allerlei aspecten van dagelijkse leven, zoals bv de Haka (soort oorlogsdans) die als motivatie voor de aanvang van een rugbywedstrijd opgevoerd wordt.

Abel Tasman National park

Cook-street, het stukje water tussen het noorder en zuidereiland, ligt er gladjes bij. Dat schijnt wel eens anders te zijn. De ferry doet er 3.5 uur over. Onderweg zien we een handvol zeiljachtjes voor anker in mooie groene baaien. We zijn aangekomen in een indrukwekkend groen fjordenlandschap. Via een prachtige weg met veel haarspeldbochten rijden we naar Nelson. De inkomsten van dit gebied komen uit de houtkap. Grote delen van de gevarieerde oerbossen hebben al plaatsgemaakt voor saaie, in rijtjes geplante dennebossen. Soms stopt de nieuwe aanplant precies tot op de helft van een heuvelrug. Het ziet eruit als een hanekam van een skinhead. Ook geen gezicht. Nelson ligt aan de Tasman baai en is het vertrekpunt voor bezoekers aan het Abel Tasman National Park waar je schitterende trektochten kunt maken. De meerdaagse tochten moet je ruim van te voren boeken en zijn behoorlijk aan de prijs. Wij kiezen voor de gemakkelijke weg en doen een halve dagtocht met een uitgebreide picknick lunch. Het park is werkelijk prachtig, maar het is er naar onze mening te druk met bejaarde wandelaars met van die prikstokken. Als je iets avontuurlijkers wilt, kun je gaan kajakken. Jammer dan, alleen in een groep, vanaf $75 per persoon. We hebben zeker 10 groepen van ieder 10 kajakkers gezien. Het leukste is hier gewoon te zeilen met je eigen boot.

Hippies in Takaka

Voorbij het Abel Tasman park loopt de scenic route nog een stukje door over de heuvels en eindigt in Golden Bay. Het centrum van Golden Bay is Takaka, een van de meest relaxte plaatsjes in NZ. Om een of andere reden zijn hier in de jaren zestig allemaal hippies naar toe getrokken en blijven hangen. De meesten zijn "kunstenaar" maar de aangeboden kunstwerken in de gallerieen stijgt het niveau van een pottebakker niet te boven. De naald van de tankmeter staat al een tijdje in het rood en we zijn dan ook opgelucht dat het vanaf nu alleen nog maar bergafwaarts gaat zodat we Takaka binnen rollen. Daar gaan we op bezoek bij de familie Potter, zeilers die we hebben leren kennen in de Tuamotu archipel. Hun huis is een karakteristieke zelfbouw met een heerlijke verranda en een uitzicht over de vallei waar je U tegen zegt. In onze ogen een droomhuis, maar Martin benijdt ons. "Ik zou ook wel weer voor langere tijd willen zeilen, maar Trish haat de lange passages".

Het eeuwige verdriet van het lawine-meisje

De Maori-legende gaat over een meisje dat huilde om het verlies van haar vriendje die van de hogen bergen gestort was. Haar tranen bevroren en zo ontstond de gletcher. Alweer een top-attractie: de Franz Joseph en de Fox gletchers. We besluiten vroeg te gaan om de drukte voor te blijven. Vanaf de parkeerplaats, waar grote groene papagaien (Keas) al het rubber van je auto vreten, is het een kleine 20 minuten lopen over gletcherpuin naar de wand van de Franz Joseph.

De zon is nog maar net op en het is nog een beetje fris in de schaduw van de stijle bergwanden. De gletcherwand is afgezet, je kunt dus niet even het ijs aanraken. Het valt een beetje tegen. Niet alleen is deze gletcher maar een fractie van de gletchers die we in Patagonie hebben gezien, maar hij is ook vies. Geen helderwitte of azuurblauwe ijsmuren dus. Misschien helemaal bovenop, maar daarvoor moet je onder begeleiding van een ervaren gids, maar dan loop je niet alleen. Er over vliegen kan ook. Ieder half uur komen er drie ronkende helicopters over. De Kiwis hebben hun toeristische attracties ten volste uitgebuit. De Fox-gletcher is iets kleiner, maar wel mooier dan de Franz Joseph gletcher. Ook vies, dat wel, maar deze gletcher heeft mooie gespleten ijspilaren waar met enige regelmaat een grote brok vanaf valt. Ongeveer 6km van Fox-gletcher ligt Lake Matheson. Op het eerste gezicht een gewoon meertje met mooie rietkragen en veel vogels. Maar op een heldere windstille dag kun je zowel Mount Cook als Mount Tasman zien die dan ook nog eens weerspiegelen in het water. Wij hebben weer eens strontmazzel.

Peter, de Cook Maori

Even voorstellen: dit is Peter, een Maori van de Cook-eilanden. Een lifter die we onderweg oppikten. Jammer dat we geen tape-recorder bij ons hadden, want tijdens de 3 uur durende autorit doet hij zijn hele levensverhaal uit de doeken. Engelse zee-varende vader nooit gekend, labiele maori moeder verdient de kost met haar lichaam en sterft als hij 4 jaar is. Opgevoed door zeer christelijke oom en tante met losse handjes. Later drank, drugs, sexueel misbruikt door halfbroer, in een inrichting gezeten. Nu seizoenwerker (fruitplukker) op zoek naar zijn identiteit en druk bezig met het claimen van een stuk land in Rarotonga (Cook islands) dat hij geerfd heeft van zijn moeder. Heeft overal de schijt aan maar is op zijn eigen manier diep gelovig. Zijn favoriete kreet: Fuck You! Wij wensen hem veel succes.

De mars van de blauwe pinguins

Het gaat te ver om alle bezienswaardigheden van het zuidereiland hier te beschrijven. Dat wordt langdradig want alles is gewoon erg mooi. Maar onze avontuurlijke ontmoeting met de blauwe pinguins is toch wel even het vermelden waard. We zijn inmiddels in Oamaru, een klein plaatsje aan de oostkust, halverwege Dunedin en Christchurch, bekend om zijn blauwe pinguins. We hebben zojuist een heerlijke steak achter de kiezen en zoeken een parkeerplaatsje voor de nacht. Ergens bij het water lijkt ons wel leuk. Als we in eerste instantie een plekje hebben gevonden, vertrouwen we het niet helemaal. Er verschijnen een paar autoos die zich een beetje verdacht opstellen achter de bosjes. Shit, een homo-ontmoetingsplaats, wegwezen hier! We rijden naar een plek waar we een paar campertjes zien staan. Dat blijkt de parkeerplaats te zijn van het pinguin rehabilitatie centrum. Oh leuk, even kijken. Het meisje aan de bali vertelt enthousiast over de blauwe pinguins die over een half uurtje vanuit zee aan land komen om hun jongen te voeren. Dat willen we wel zien natuurlijk. Goh, wat een mazzel weer, precies op tijd. Na $35,- betaald te hebben mogen we het pinguin-terrein op. Wij zijn in de veronderstelling dat we nu een wandeling langs de nesten gaan maken. Maar niks hoor. De nesten zijn afgeschermd met een groot hek, maar ervoor staat wel een reuze podium. Met nog 200 andere toeristen nemen we plaats en krijgen instructies: geen fotos, niet praten, niet onverwacht bewegen. De Nieuw Zeelandse pinguins zijn blijkbaar erg schuw. Vol spanning zitten we muisstil op de betonnen bankjes. Na 25 minuten en een koude kont begint iedereen opgewonden te fluisteren. "Daar, daar komt er eentje". Eentje?! Ik krijg zowat de slappe lach. Inderdaad, daar komt een piepklein dwerg pinguinnetje, nog geen 20cm hoog de kant op waggelen. Is dat alles? Maar na nog een kwartier stilzitten worden we beloond met een groepje van 10 pinguins dat de wal op klautert. En daarna nog eens 2 keer een groepje van 10. De ene was zeker de verkenner. Na afloop merkt Harry droogjes op: "Dat was dan $1 per pinguin". Later horen we dat aan de overkant van de baai de pinguins ook massaal aan land komen, gratis. Dat was dus toch geen homo-ontmoetingsplaats!

 

Terug naar logbook