US West coast & Mexico Sept'15 - Mrt'16

 

Het blijft lastig, dat vertrekken

Met nog drie andere jachten liggen we te wachten in Neah Bay, aan het uiterste westpuntje van Juan de Fuca Strait. De eerste najaarsstorm van het seizoen is zojuist gepasseerd en heeft veel schade aangericht, zowel op Vancouver Island als op het amerikaanse vaste land. Het is opeens gedaan met het mooie stabiele zomerweer. De herfst hangt in de lucht. We willen zo snel mogelijk naar het zuiden, voordat het niet meer kan en we hier nog een koude winter moeten doorbrengen. We zijn een beetje gespannen. Het is alweer een lange tijd geleden dat we afstanden op open oceaan en snachts gezeild hebben. Ook is het de vraag of de autopilot nu wel goed gaat werken. Voor ons liggen 800 mijlen Pacific en twee rotkapen. Het weer wordt hier gedomineerd door een hoog druk gebied boven de Pacific dat bij de kust in aanraking komt met een laag boven land. Je vaart als het ware in een acceleratiezone met harde noordelijke winden die in kracht en grilligheid toenemen rond de kapen. Woensdag 2 september, in het staartje van de depressie, varen we op het laatste beetje ebstroom Juan de Fuca strait uit. Nog voordat we Cape Flattery goed en wel gepasseerd zijn, krijgen we een fikse plensbui met windstoten van 30 knopen op de neus over ons heen. We zagen het gelukkig aankomen en hadden op tijd zeil geminderd. Daarna neemt de wind af en draait geheel volgens plan door naar het noord-westen. Volgens de weergoeroes zouden we nu de hele weg lekkere meelopende winden rond de 20 knopen moeten krijgen. Meelopend, ja dat wel, maar lekker niet.

De eerste paar dagen is de wind zo zwak dat het log niet boven de 4 knopen uitkomt. Een paar keer zijn we het geklapper van de zeilen zo zat dat we even een paar uurtjes de motor bijzetten. Er zit nog wat rommel in de lucht en dat zorgt voor spectaculaire zonsondergangen. Als de lucht geklaard is worden we beloond met een kraak heldere sterrenhemel. De opgekropte vertrekkersspanning is allang verdwenen. Een mijltje of twee voor ons zien we het geruststellende toplicht van het canadeze zeiljacht Ka'sala. De andere jachten zijn we inmiddels al uit het oog verloren. In de buurt van Kaap Mendocino neemt de wind aanmerkelijk toe. In plaats van de voorspelde 25 tot 30 knopen bevinden we ons een etmaal lang in stormachtig weer van 35 knopen met uitschieters naar 40 knopen. Zoals gewoonlijk was de wind niet het probleem. Met een dubbel gereefd grootzeil en een puntje uitgeboomde fok hebben we de juiste zeilvoering. Maar de golven bij zo'n kaap zijn afschuwelijk. Kort, stijl en uit twee richtingen. We krijgen brekers over de boot en in de kuip. Via de kachelpijp die we niet goed afgedicht hadden, komt zout water naar binnen. Maar het allervervelendste is dat die verdraaide stuurautomaat nog steeds niet goed werkt. We sturen met de hand, elkaar om het uur afwisselend. Het is koud en van dat getuur op het compas krijg je zere ogen. Slapen is er niet bij. De boot surft met een rotgang van de golftoppen af en maakt behoorlijke zwiepers. Met enige regelmaat sleurt de giek door het water en het blok van de giekneerhouder breekt. We waren even vergeten hoe dat ook al weer was. De volgende ochtend bij daglicht gaat het een stuk beter. Nu kunnen we de golven bijtijds zien aankomen en krijgen we zelfs plezier in het surfen. Een brekende golf zit boordevol energie en spat uiteen in de meest fantastische kleuren aquamarijn en eindigt in een sissend wit schuimbad. We krijgen gezelschap van een groep van wel 20 dolfijnen die er er ook duidelijk plezier in hebben. In groepjes van vier springen ze synchroon voor onze boeg uit. Geleidelijk neemt de wind af naar 25/30 knopen en we maken heerlijke daggemiddelden.

San Francisco voor de boeg!

De laatste 30 mijl is de wind zo ver afgezwakt dat de motor aan gaat. Jammer, we hadden onze aankomst onder de Golden Gate iets glorieuzer voorgesteld. De euforie is er niet minder om. Deze kust staat bekend als "foggy coast" maar wij hebben geluk. De Golden Gate met daarachter San Francisco's skyline zijn al van verre te zien. Het touristische circus eromheen heeft iets feestelijks. Helicopters vliegen laag over en rondvaartboten, afgeladen met touristen cirkelen om ons heen om fotos te maken van een buitenlands zeiljacht voor de Golden Gate. Wat een welkom! Alweer een mijlpaal gehaald.

Voor anker in het maritiem museum

Marinas zijn hier niet te betalen. Daarom gaan we voor anker bij Sausalito, een klein "up-scale" touristendorp aan de voet van de Golden Gate brug met dure kunstgaleries en restaurants. Vanaf hier hebben we uitzicht op de Golden Gate, Alzatraz en San Fransisco. Dat wil zeggen, als die niet in nevelen gehuld zijn. Meestal trekt de mist in de ochtend op, maar er zijn ook dagen bij dat we San Francisco helemaal niet te zien krijgen. Wij liggen altijd in de zon maar tegen het einde van de middag komt de mist letterlijk van de heuvels rollen en dat veroorzaakt harde windstoten op de ankerplek. Onze amerikaanse vriendin Sheila (op wiens huis we afgelopen winter hebben gepast) komt ons halen en we logeren een paar dagen bij haar in Vacaville. Het weer in het binnenland is aanzienlijk warmer. Maar 100 graden Fahrenheid of 38 graden Celcius is ons te gek. We begrijpen nu waarom die amerikanen zo dol zijn op shoppen. In de malls is het heerlijk koel. Als we terug zijn in San Francisco varen we naar de overkant en ankeren we in Aquatic Marine Cove, pal voor het centrum. Aquatic Marine Cove is een national park en maakt deel uit van het Maritieme museum. Naast ons ligt een klassieke driemaster en een peddelboot. Het nadeel is dat het museum zijn poorten al om 17.30 uur sluit en dan kunnen wij het terrein niet meer op of af. Het kommetje waar we liggen is populair bij zwemmers. Dit zijn echte bikkels die het koude water en de sterke stroom niet schuwen en voor dag en dauw hun baantjes afwerken. Deze Alcatraz swimmers steken ook de vaarweg over naar Alcatraz eiland, waarmee ze maar weer bewijzen dat ontsnappen van Alcatraz dus toch mogelijk moet zijn.

 

Een tsunami waarschuwing en bijna brand aan boord

Na twee weekjes San Francisco zetten we koers richting Los Angeles. Het valt niet mee om de baai bij San Francisco uit te komen. Met tegenstroom en wind op de neus lopen we niet harder dan 2.5 knoopjes. Maar eenmaal buiten pikken we een lekkere NW wind op van 20 tot 25 knopen en lopen we als een trein. Dan klinkt er opeens een speciale melding van de kustwacht op de marifoon. Er is een aardbeving geweest net voor de kust. Niet zo'n grote, 3 op de schaal van Richter, maar die veroorzaakt wel tsunami golven van "a couple of inches" en een versterke getijdestroom. Wij varen ongeveer 15 mijl uit de kust en merken er absoluut niets van. De gunstige wind blijft aanhouden dus besluiten we in een ruk door te varen naar Santa Barbara. Dat betekent dat we 'snachts Point Concepcion zullen ronden. De amerikanen noemen dit de Kaap Hoorn van de westkust. Nou weten we ondertussen dat amerikanen er een handje van hebben om te overdrijven, maar de wind neemt hier inderdaad iets verder toe tot 30 knopen en door het diepteverschil krijgen we toch te maken met vervelende steile golven. Slechts een enkele breker krijgen we in de kuip maar uitgerekend op het moment dat we de generator in de kuip hebben staan. En omdat we de buiskap naar beneden hadden geklapt, plenst er ook een beetje zoutwater op de kaarttafel. Precies op de navigatiecomputer. Grrrr! Als we later die nacht stroom aan het draaien zijn, ruiken we opeens een brandlucht. De kuip staat vol rook en de vlammen slaan uit de stekker. We zijn er op tijd bij. De stekker en de verbindingskabel zijn finaal doorgebrand. Het is een klomp gesmolten rubber dat, nadat het afgekoeld is, als poeder uit elkaar valt. De generator zelf lijkt geen schade opgelopen te hebben. Nadat Harry een nieuwe kabel en stekker gemonteerd heeft, kunnen we gewoon weer stroom draaien. Nu met een plastic beschermhoes erover. Ook de navigatiecomputer, een Panasonic Tough book, lijkt het zoute avontuur overleefd te hebben. We maken het toetsenbord schoon met zoet water en sprayen het in met contact spray. Eigen schuld dikke bult, die buiskap zit er niet voor niets op.

Niet te filmen!

Na Point Concepcion neemt de wind aanzienlijk af en een paar uur later moet helaas de motor weer aan. Het is heerlijk weer en terwijl we een beetje zitten te dutten in de kuip, wordt onze aandacht getrokken door een schreeuwende groep vogels en gespatter in het water. Een groep van wel zeker 100 jagende dolfijnen komt op ons af. Ze keuren ons geen blik waardig en met grote sprongen zwemmen ze in een rotgang voorbij. Door de deining en de enorme snelheid van die beesten, zijn helaas de fotos mislukt. Dit is de zoveelste keer dat we spijt hebben dat we geen videocamera hebben aangeschaft. Het waren er echt meer dan drie!

Vakantiegevoel in Santa Barbara

Het voelt alsof we van Nederland naar Spanje zijn gezeild. We naderen Santa Barbara net voor zonsondergang en gooien ons anker uit voor een zandstrand met lange dunne palmbomen die als donkere silhouetten afsteken tegen de zwoele oranje lucht. Een vlucht pelikanen scheert in formatie laag over het water. Ze raken net de golven niet. Voor het eerst sinds lange tijd eten we weer eens in de kuip. Vanaf het land komen flarden muziek naar ons toegewaaid. We beginnen de dag met een duik in het heldere water en onderwerpen het onderwaterschip aan een grondige inspectie. Brandschoon, geen greintje aangroei, alleen een paar krasjes van de ijsschotsen in Alaska. Het is moeilijk voor te stellen dat we een paar maanden geleden de kachel nog aan hadden. Nu halen we de verlenge bimini maar weer uit het vooronder. Santa Barbara is een gezellige badplaats en in het weekend staat het strand vol met kleurige parasolletjes. We slenteren over de brede boulevard langs tentjes waar kunstenaars hun waar aan bieden en straatartiesten hun kunsten vertonen. Op het strand heeft iemand prachtige zandfiguren gemaakt. Het stadje is in 1925 door een zware aardbeving grotendeels verwoest en daarna geheel in Spaans koloniale stijl weer opgebouwd. Op het plattegrondje van de plaatselijke VVV is een wandelroute door het historische centrum uitgezet. We wandelen langs witte huizen met rode dakpannen, hofjes met fontijntjes en geurige bloemen. Er is een ruim aanbod aan gezellige terrasjes en eettentjes. Vanaf de toren van het oude gerechtsgebouw heb je een prachtig uitzicht over de stad. In de verte zien we de kerktoren van de oude missiepost tegen een achtergrond van kale bergen. In het westen glinstert het blauwe water van de Pacific waar de Zwerver rustig ligt te dobberen tussen een vijftigtal andere jachtjes.

"I shot the sherrif"

Als blikken konden doden, zaten we nu achter de tralies in een "maximum security" gevangenis. Niet in de "death row" want de doodstraf hebben ze in California afgeschaft, maar levenslang zou heel waarschijnlijk zijn geweest voor doodslag op een politieagent. Gelukkig hield de Zwerverbemanning het hoofd koel en de mond dicht. Wat is er gebeurd? Wat ons betreft eigenlijk niets, te flauw voor woorden. We liggen voor anker in Newport Beach, een van de rijkere buitensteden ietsje ten zuiden van Los Angeles. Dit is zo'n beetje HET botencentrum van de westkust en omdat we denken dat we straks in Mexico bepaalde onderdelen niet kunnen krijgen, huren we hier een auto en gaan we met ons verlanglijstje op stap. Tussen de bedrijven door brengen we ook nog een bezoek aan Mickey Mouse en Bratt Pit. Als we aan het einde van een succesvolle drukke dag terug aan boord komen, zit er een bon van de sherrif op de kajuitdeur geplakt "you are on day 6 and the boat is subject to impound!" Met uitroepteken. Het blijkt dat je hier dus maar 5 dagen mag ankeren. Dat wisten we dus niet en dat werd ook in geen enkele pilot vermeld, ook niet in de officiele coastal pilot van de kustwacht. Om te voorkomen dat de boot in beslag wordt genomen, halen we het anker op en verkassen we twee mijltjes verder naar de ankere kant van de haven waar ook een ankerplek is. We liggen er nog geen 5 minuten of daar komt de sherrif al aan, binnen een minuut gevolgd door een tweede sherrif boot, allebei met blauwe zwaailichten aan. Behoorlijk overdreven en genant.

We worden gesommeerd onmiddellijk te vertrekken want die 5 dagenlimiet geldt voor het hele havengebied. We moeten ons met de boot en onze papieren melden bij het sherrifkantoor 3 mijl verderop. Ondertussen is het 20.00 uur en donker. We bieden slaafs onze verontschuldigingen aan voor onze onnozelheid en vragen vriendelijk of dat morgenvroeg misschien ook mag en bieden zelfs aan voor deze nacht het tarief van een meerboei te willen betalen. "If you don't move right now and report to our office before 22.00 you will get a $300 fine", is het onvriendelijke antwoord. "Thank you", zegt Harry. Voor de 2e keer halen we het anker op en varen in het stikdonker door een mooringveld met zo'n duizend onverlichte jachten. Sommige van die mooringballen zijn dmv drijflijnen met elkaar verbonden waar je lekker in vast kan komen te zitten met je schroef. Ik ga met een schijnwerper voorop staan om Harry aanwijzingen te geven. Bij het sherrifkantoor krijgen we een mooring toegewezen en moeten we $30 per nacht vooruit betalen. Daarna weer 3 mijl de andere kant op door weer een onverlicht mooringveld op zoek naar nummer J28. Als we die eindelijk gevonden hebben blijkt dat we zowel voor als achter een lijn moeten vast maken. Er staat dwarsstroom en er is verdomd weinig ruimte. Een bezorgde buurman van een groot motorjacht staat luidkeels aanwijzingen te geven maar steekt geen poot uit om te helpen. Ze zijn hier als de dood om aansprakelijk gesteld te worden als het mis gaat. Als we na een paar pogingen keurig in het gelid liggen, is het tijd voor de cognacfles. Een warme maaltijd is er bij ingeschoten.

 

We zijn tot de conclusie gekomen dat zuid California behoorlijk veel overeenkomsten vertoond met Florida. Beiden worden overbevolkt door rijke mensen en leveranciers die eigenlijk alleen maar zaken met je willen doen via een "full service" werf of marina. De bomvolle en overprijsde havens zijn absoluut niet ingesteld op passanten. De ankerplekken zijn schaars, klein en met beperkte ligduur. Er zijn nul voorzieningen, geen douche, toilet of afvalton en geen plek waar je je dinghy langer dan 3 uur achter mag laten. De politie is er niet om je te helpen maar om te controleren of de wet wel tot de letter wordt nageleefd. Met buitenlanders weten ze geen raad en dan houdt hun kennis ook op. Zo zijn we bv op diverse plaatsen aangehouden door de sherrif met het verzoek onze dinghy te registreren bij hun kustwacht. Als je uitlegt dat die dinghy een bijboot is van een in Nederland geregistreerde boot en wij slechts op doorreis zijn, hebben ze daar geen boodschap aan. In gesprek gaan met de politie heeft geen enkele zin. Het standaard antwoord is altijd: "It's the law". Maar deze inflexibele houding wordt ruimschoots goedgemaakt door de enorme gastvrijheid en hulpvaardigheid van de doorsnee Amerikanen. Volslagen onbekenden bieden je spontaan hun auto aan of nodigen je uit voor een gezellig avondje bij hun thuis. En dat Amerikanen oppervlakkig zouden zijn is ook een mythe. Na twee jaar Amerika zijn we erg onder de indruk van dit prachtige land en hun inwoners.

 

MEXICO

Dia de los Muertos

Maandag 1 november zitten we al voor de lunch met een koud biertje op een van de terrasjes aan de gezellige boulevard van Ensenada. Het inklaren in Mexico begon een beetje chaotisch met heen en weer gestuur van kastjes naar muren, maar bleek uiteindelijk een stuk gemakkelijker en efficienter dan we verwacht hadden. Doordat alle authoriteiten heel handig in hetzelfde gebouw ondergebracht waren, stonden we anderhalf uur later en $100 armer met de benodigde papieren, waaronder een tijdelijke importvergunning voor de Zwerver om 10 jaar in Mexicaanse wateren te mogen varen, weer buiten. Alleen de verplichte visvergunning konden we niet regelen omdat het kantoor gesloten was ivm "Dia de los Muertos". De "dag van de doden" is een nationale feestdag, afgeleid van het katholieke Aller Heiligen, waarop de Mexicanen 2 dagen lang hun doden herdenken. Het feest speelt zich gedeeltelijk af op het kerkhof waar verse bloemen gelegd worden op het schoongemaakte graf van de overledene, en gaat thuis verder met het offeren van Pan de los muertos (dodenbroodjes) en sterke drank op de thuisaltaartjes. Wij "feesten" heel toepasselijk op onze eigen manier mee. Twee dagen geleden, toen we de haven van San Diego uitvoeren, hoorden we dat Harry's moeder overleden was. Als je ouders 87 en resp 99 jaar oud zijn dan weet je dat je hiermee rekening moet houden. Ook zij weten dat. En daarom was het afscheid in januari in Nederland ook zo emotioneel. Ze wist dat het de laatste keer was dat we elkaar zouden zien. Ma Jansen is 87 jaar geworden. Ze mankeerde van alles een beetje maar een ziekbed is haar gelukkig bespaard gebleven. Ze was aan het dementeren maar herkende nog iedereen en heeft waardig van iedereen afscheid kunnen nemen. De begrafenis is donderdag. Wij zullen er niet bij zijn. De familie brandt twee kaarsen voor ons. Zo schitteren we bij de zoveelste familiegebeurtenis letterlijk door afwezigheid. Dat is de andere kant van het leven van een zee-zwerver.

Levendig Ensenada

Landschappelijk ziet dit deel van Mexico er net zo uit als zuid California: kale zandkleurige bergen, droog en dor, lange dunne palmbomen. Niet zo verwonderlijk, we zijn amper 70 zeemijlen de grens over. Maar daarmee houdt alle vergelijking op. Het is net alsof onze zintuigen in het keurige Amerika ingeslapen waren en nu met een ruk wakker geschud worden. In het steriele en militaristische San Diego was grijs de dominante kleur. Hier lijkt het straatbeeld op een doek van Picasso waar de kleuren vanaf spatten. Winkels met rode, gele en blauwe plastic huishoudartikelen, oranje ponchos en sombreros. Op het bordje staat met grote viltstift "authentic Mexican", op het etiketje in kleine lettertjes: "made in China". De ijscoman verkoopt knal roze ijsjes die al zeer doen aan je kiezen als je er naar kijkt. En voor de sausjes op de plastic tafeltjes heb je echt geen waarschuwing nodig. De kleur schreeuwt: pikant! Onze neus wordt geprikkeld door een mengsel van uitlaatgassen, schraal bakvet en afval. Een openbaar toilet ruik je al voordat je hem ziet, maar dat geldt ook voor de warme bakker. Als we op een terrasje even rustig willen bijkomen van alle indrukken, zet de eigenaar enthousiast de getto-blaster wat harder. Even later begint iemand met een microfoon luidkeels mee te zingen. Een groepje grijze straatartiesten komt bij ons tafeltje. Of ze een liedje voor ons mogen spelen? Quantanamera? Besa me mucho, ook niet? Gracias, manana misschien. Op aandringen van de ober bestellen we zijn specialiteit: pina colada. Tot onze verrassing wordt deze geserveerd in een ananas met daarop een enorme berg slagroom. Daarna een gratis re-fill. Als we die achter de kiezen hebben, zoeken we uitgeput onze kooi op voor een siesta.

 

Zeilen in de woestijn

Er ligt een stabiel hoog druk systeem voor de westkust Mexico en dat geeft mooie noordelijke winden, windkracht 6, in de namiddag toenemend tot 7Bft. Daarvan moet je profiteren en hoewel we eigenlijk best wat meer van die exotische drankjes hadden willen proberen, varen we de volgende dag, samen met het Canadese zeiljacht Arcola, in alle vroegte de haven uit. Met uitgeboomde fok en gereefd grootzeil lopen we de hele weg tussen de 6.5 en 7 knopen. We balen als een stekker dat die verdraaide stuurautomaat, ondanks het nieuwe fluxgate compass, nog steeds niet werkt. Met deze wind waren we het liefst in 1 ruk door naar Cabo St Lucas gevaren maar het handsturen is vermoeiend, vooral 's nachts. We besluiten daarom na twee dagen Bahia Tortugas (schildpadbaai) binnen te lopen voor een korte rustpauze. De schildpadden zijn waarschijnlijk allemaal in de soep beland, maar nieuwsgierige zeehonden en dolfijnen wijzen de weg. Een groepje pelikanen dat ons niet kan onderscheiden van een vissersboot, vliegt verwachtingsvol achter ons aan. Ter hoogte van de kerk gooien we het anker uit in 6m helderblauw water. Na een verfrissende duik nemen we onze nieuwe omgeving eens in ons op.

Het kleine dorpje ziet er onaantrekkelijk uit met halfafgebouwde huizen waarvan het cement van de muren brokkelt. Het telde ooit 1000 inwoners maar nadat de visconservenfabriek failliet is gegaan loopt dat aantal ieder jaar terug. Het dorpje ligt midden in een woestijnlandschap, geisoleerd van de rest van het schiereiland. Op een enkele palmboom en prikkelbosjes na, groeit er niets. Alles moet van ver aangevoerd worden, zelfs het water. Het heeft hier de laatste vier jaar niet meer geregend. Vanaf een lange houten pier op hoge roestige palen staat een eenarmige man naar ons te zwaaien. De roestige wankelige trap mist een paar treden en we moeten halsbrekende toeren uithalen om droog boven te komen. Pedro wijst ons de weg naar een kleine buurtsuper waar we behalve een aantal basis levensmiddelen ook drinkwater kunnen tappen. Als we weer bij de pier aankomen staat Pedro ons al weer op te wachten. Hij wil $3 dollar van ons hebben voor de geleverde diensten. "Welke diensten?", vragen we. Nou, voor het aanleggen en oppassen van de dinghy, voor het aan land brengen van afval en voor de rondleiding. Pardon, hebben we iets gemist? Pedro is de pier niet afgeweest en wij hebben zelf lopen slepen met onze jerrycans en afval. Hij brengt het alsof we in een luxe marina in de Carieb hebben aangelegd. En hieraan merk je dus dat er vorige week een rally met 135 Amerikaanse boten langs is geweest. Pedro krijgt van ons 20 pesos (iets meer dan een dollar) en voortaan parkeren we ons bijbootje gewoon op het strand.

We strijken neer op de veranda van een klein onooglijk strandtentje en ontmoeten daar waarempel een bekende zeiler met wie we verwaaid hebben gelegen aan de westkust van Vancouver Island. Hij heeft meegedaan aan het internationale plastic-project, geinitieerd en gesponsord door Den Haag, waarvoor je je als vrijwilliger kon aanmelden om zeewatermonsters te nemen in het gebied tussen Vancouver, Hawai en San Diego. Door de oceaanstromingen drijft daar al jaren een plastic soep van honderden mijlen die alsmaar groter en groter wordt. Dat plastic begint af te breken in kleine korreltjes en wordt het laatste avondmaal van vissen. Ook kleine krabbetjes en schelpdiertjes zitten helemaal onder het plastic. Uit onderzoek is gebleken dat dit micro-plastic zorgt voor de afbraak van plankton, de basis voor alle zeeleven. Wij zijn benieuwd wat voor oplossing bedacht gaat worden om die teringzooi op te ruimen. In Nederland wordt met ingang van het nieuwe jaar het gratis plastictasje in de winkels verboden. We zijn verbaasd.Nu pas!! Dat was in onze jeugd ook al onderwerp van discussie.
De mooie noordelijke winden blijven aanhouden zodat we binnen 36 uur al weer 240 mijl zuidelijker zijn en midden in de nacht Bahia Santa Maria binnen lopen. De zeebodem loopt hier abrupt op van een paar honderd naar slechts 20 meter diepte en dat geeft nare golven. Het is een pikdonkere nacht zonder maan zodat we de brekers niet zien aankomen. Twee keer krijgen we de volle lading over ons heen. Het zeewater is verrassend warm, te warm voor deze tijd van het jaar. De baai is ruim en de navigatie levert geen problemen op. Wel moet er nog even een kaapje met valwinden gerond worden. "Arcola" komt er niet zonder kleerscheuren vanaf en verspeelt z'n voorzeil.
Op het laatste stukje oceaan naar Cabo de St Lucas houdt de wind het halverwege voor gezien zodat we de laatste 15 uur moeten motoren. Weer komen we in het pikkedonker aan maar de baai is ruim en de ankerlichten van een paar zeiljachtjes zijn goed te zien. De volgende ochtend worden we vroeg gewekt door een vervelende golfslag dwars op het schip. De baai is open naar 3 kanten en de deining van de Pacific komt er recht ingerold. Opeens liggen we naar onze smaak veel te dicht op een ander zeiljacht en besluiten daarom een paar plaatsen te verkassen. Onze amerikaanse pilot beschrijft "Cabo" als een tropisch paradijs met een "welcoming ambiance". Het welkomscommittee bestaat uit tientallen waterschooters, glasbodemboten en snelle watertaxies die rakelings de boot passeren. Het blauwe water nodigt uit tot een duik, maar dat betekent hier zelfmoord. We liggen voor een poederwit zandstrand, vol met strandstoelen en parasollen. De hele kustlijn is volgebouwd met afgrijselijke hotels en appartementen. Met gevaar voor eigen leven, varen we met de dinghy de jachthaven in. Deze ligt vol met glimmende dure motorjachten en touristenboten. Het dorpje is foeilelijk met schreeuwende bars en restaurants. We gaan op zoek naar versvoer maar in geen velden of wegen is er ook maar een groente-of fruitkraampje te vinden. Maar de gewone mensen moeten toch ook eten. Waar doen die dan hun inkopen, vragen we ons af. "Bij WallMart", zegt het meisje van een eettentje, "mas barato" (veel goedkoper). En dat dachten we dus achter ons gelaten te hebben....

Zeilfeest!

We varen nu weliswaar in de relatief beschutte wateren van de Sea of Cortez maar naar La Paz, onze voorlopige eindbestemming, is het nog ongeveer 150 mijl recht tegen de heersende noordenwind in. We doen dat in drie lange dag-etappes waarbij we 's ochtends al voor zonsopgang op het water zijn. Voor het betere "hakwerk" wordt de werkfok uit het vooronder gehaald en aan de extra voorstag geslagen die we speciaal hiervoor hebben laten maken. Het is alles behalve comfortabel maar toch genieten we van dit sportieve zeilen. Op een of andere manier is hard aan de wind kruisen leuker als de zon schijnt en het water blauw is. Maar er zijn grenzen. In Los Frailes, een redelijk beschutte baai met een eindeloos wit zandstrand, liggen we een paar daagjes verwaaid. Dat is overigens geen straf. We verkeren in goed gezelschap van Arcola die iedere dag een heerlijke wahoo of dorade vangt en ons nodig heeft om daar korte metten mee te maken. De dagen worden gevuld met zwemmen, pittige wandeltochten en gewoon lekker luieren. Op het strand is een gedeelte afgezet met kippegaas. Honderden kleine schildpadjes krioelen over elkaar heen. De dag dat ze worden uitgezet is het helaas te ruw weer om aan land te gaan. Eerder die week sloeg ons bootje bijna om in de branding en belandden Wes en ik in het water. Verdacht genoeg was Harry de enige die nog een paar droge draden aan z'n lijf overhield. De laatste 55 mijltjes vanaf een baai met de lugubere naam "Bahia de los Muertos" wat "baai van de doden" betekent, gaan een stuk gemakkelijker. De wind gaat steeds meer ruimen en met onze 120 procent genua lopen we de 48 ft Arcola, die noodgedwongen met een kleiner voorzeil vaart, er met gemak uit. De twee mijl lange vaargeul naar La Paz is recht voor de wind. Met uitgeboomde fok glijden we rustig het stadje binnen en het anker valt ruim voor zonsondergang pal voor het centrum in 4 meter water. Moe maar voldaan, heet zoiets.

Onverwachts naar Nederland

In La Paz zijn we een van de honderden jachten, maar de enige die niet de Amerikaanse of Canadese vlag voert. Wat het Caribisch gebied is voor de oostkust Amerikanen is de Sea of Cortez voor de Amerikanen van de westkust. Het is net een drijvend dorp. Iedereen kent iedereen. 's Ochtends houden ze elkaar via het cruiser's net op de hoogte van alle sociale activiteiten. Daarna gaan ze koffie drinken bij hun eigen clubhuis. Gevaren wordt er bijna niet en de meesten komen zelfs de luxe marinas niet uit. Aan het einde van het seizoen varen ze in flottielje naar Guymas waar de boot op het land gestald wordt en zij naar huis vliegen. We voelen ons een vreemde eend in de bijt.

Een van de eerste dingen die we doen na aankomst, is die verrekte stuurautomaat opsturen naar de fabriek in Canada. Dat blijkt niet zo eenvoudig. In Mexico moet je op alles wat je in- of uitvoert 30% belasting betalen. Hoewel we het bedrag op de proforma factuur belachelijk laag houden, zijn we al met al toch weer $300 kwijt inclusief verzend kosten. En wat blijkt? Er is niets mis met onze stuurautomaat. Ook niet met het fluxgate compas, ook niet met de aansluiting of bedrading. Magnetic interference, zegt de leverancier. Maar hoe kan het dan dat hetzelfde systeem 15 jaar uitstekend gewerkt heeft? Wij hebben niets veranderd. Zij ook niet, beweren ze. Teleurgesteld dat er niets gevonden is, bouwen we het ding weer in. En wat dacht je: opeens doet ie het weer!

Het stadje is niet onaardig. Het heeft een gezellige boulevard met leuke eettentjes. We krijgen echter niet de kans er van te genieten. Als we onze mail checken krijgen we bericht dat Harry's vader plotseling in z'n slaap is overleden. De dag ervoor hadden we hem nog gesproken en het ging heel goed met hem, naar eigen zeggen. Binnen 6 weken is Harry opeens beide ouders kwijt. Halsoverkop regelen we een vlucht naar Nederland. De boot laten we voor anker achter. Buurman Wes houdt een oogje in het zeil. We zijn op tijd en voor het eerst in tientallen jaren is de familie Jansen met z'n allen bij elkaar. Pa en Ma Jansen zouden het prachtig gevonden hebben. Triest dat je daar een begrafenis voor nodig hebt en nu juist de hoofdpersonen ontbreken.

Een zwakke schakel

De eerste zeiltocht in het Nieuwe Jaar begint veel belovend. Het is stralend mooi weer wanneer we ons anker lichten en La Paz verlaten. We zetten niet meteen koers richting Espiritu Santu maar slaan direct na de vaargeul linksaf en varen een stukje de baai in op zoek naar walvishaaien die hier in dit jaargetijde naar toe komen om hun jongen ter wereld te brengen. Ze schijnen heel dichtbij te komen en je kunt er zelfs mee snorkelen. Misschien hadden we verder de baai in gemoeten, want hoe goed we ook turen, niets wijst op de aanwezigheid van deze vriendelijke zeemonsters. Ook zijn de toeristenbootjes in geen velden of wegen te bespeuren. Jammer maar niet getreurd. Wellicht hebben we op de terugweg meer geluk. Op ons dooie gemak tuffen we dicht onder de kust van het schiereiland verder omhoog. Dan zien we naast ons opeens twee fonteinen omhoog spuiten. Walvishaaien? Nee, het zijn maar "gewone" bultruggen. Daar hebben we er dit jaar wel honderd van gezien. Toch blijft het een indrukwekkend gezicht als het kolosale lijf boven komt en ze in slow-motion met een regengordijn aan hun staart weer onder duiken. Dan wordt onze aandacht getrokken door gespetter en zwarte flippers die boven het water uitsteken. Dichtbij een rotsformatie met daarop een brullende stinkende zeehondenkolonie dobbert een groepje spelende zeehonden. Het lijkt alsof ze naar ons zwaaien.
We blijven een tijdje fotos maken en zien dan opeens de Arcola aan de andere kant van de rots tevoorschijn komen. Onze Candadese zeilvriend Wes heeft zijn kinderen over en is ook aan het spelevaren. We spreken af dat we elkaar zullen ontmoeten in Puerto Balandra, een idyllische baai 5 mijl verderop. "Hebben jullie zin in duiken", vraagt Wes, "ik heb nog 3 half volle tanks over". Zo gezegd zo gedaan. Het water is met 20 graden aan de frisse kant en het zicht is niet zo heel erg goed. Het barst van de de bont gekleurde vissen, zeesterren en ander klein spul. En we zien ook nog een gemene gifgroene morene. Puerto Balandra is een prachtige baai die zo in een vakantiebrochure opgenomen kan worden. Aquamarijn water en een strand van poedersuiker. Van het noorden, oosten tot zuiden omzoomd door kale grillige bergen slechts begroeid met de klassieke Mexicaanse cactus. De baai is open naar het westen maar de voorspelling laat lichte noorden winden zien. Wij liggen voor anker bij een paddestoelenrots waarvan je je afvraagt wanneer het steeltje breekt. Ver genoeg naar binnen om ook nog beschut te liggen als de wind onverhoopt naar het NW mocht draaien. Ver genoeg verwijderd van de ondiepte die met eb droogvalt. Aan beide kanten naast ons ligt een zeiljacht zodat we twee peilpunten hebben. Na een heerlijke curryschotel aan boord van Arcola gaan we op tijd naar bed. Uit gewoonte checken we nog even onze positie en zetten het ankeralarm.
Rond middernacht worden we gewekt door de windgenerator die als een dolle te keer gaat. De wind is aangewakkerd tot 20 knopen en gedraaid naar het westen waardoor alle bootjes nu aan lager wal liggen. Er rollen behoorlijke golven de baai binnen en de Zwerver ligt als een hobbelpaard te rukken aan de ketting. Als ik het voordek op ga om de boel te inspecteren zie ik op de andere bootjes ook de lichten aangaan. Buurman Wes is er ook niet gerust op en staat eveneens met een zaklantaarn naar zijn ankerketting te turen. Als ik me ervan overtuigd heb dat we voldoende ketting hebben uitstaan en er niets mis is met de neuringlijn, besluiten we ankerwacht te houden. Van slapen komt toch niets terecht. In het vooronder wordt je met iedere golfslag een halve meter de lucht in gelanceerd. Nog geen uur later houdt plotsklaps het geruk op en liggen we dwars op de golven. Meteen daarop begint het ankeralarm te piepen. Op het GPS schermpje zien we de boot met een vaartje van 0.6 knopen naar achteren gaan, richting zandplaat. De lichtjes van de andere jachten liggen nu opeens voor ons. Zonder te dralen start ik de motor en begint Harry het anker omhoog te halen. We kunnen de zandplaat in het donker niet zien maar het geluid van de brekers komt akelig dichtbij. De dieptemeter geeft aan dat we minder dan 1m water onder de kiel hebben. "We hebben geen anker meer!", roept Harry ongelovig en houdt als bewijs het uiteinde van de ketting omhoog. Voor mij het signaal om de motor voluit te zetten om als de wiederweerga deze rattenval zien uit te komen. Dat valt nog niet mee. Met een snelheid van amper een knoopje kruipen we tergend langzaam de baai uit. Het is nieuwe maan en dus aardedonker. Als we twee uur later het witte knipperlicht dat het rif markeerd gepasseerd zijn, weten we dat we in veilig water zijn. De adrenaline is weer op het normale peil, tijd om onze opties te overwegen.
Het tweede anker ligt standaard op dek aan de voet van de mast, juist voor situaties als deze, klaar om aangehaakt te worden. Maar hoeveel ketting hebben we nog over? Kunnen we daarop nog wel vertrouwen? Waar is de dichtsbijzijnde ankerplek? Is het verantwoord om die in het donker binnen te lopen? We besluiten de bekende weg naar La Paz terug te gaan en brengen de resterende paar uurtjes van de nacht door aan de steiger van het tankstation in de marina. Zodra het licht wordt maken we het tweede anker gereed en na een ontbijt met een pot sterke kop koffie zetten we weer koers richting Puerto Balandra. De baai ligt er verlaten bij. Het water is spiegelglad. Niets wijst op het bijna-drama van afgelopen nacht. Binnen een uur hebben we ons anker al weer opgedoken en aangeslagen. Aan de oever lopen een paar touristen te zoeken naar schelpen. Ze maken fotos van ons. Romantisch toch, zo'n zeilbootje rustig dobberend achter z'n anker in zo'n sprookjesachtig mooie baai?

Plan B: we geloven het wel

Het plan was om vanuit hier, al eilandhoppend van de ene baai naar de andere, richting Guaymas in het noorden van de Sea of Cortez te zeilen. Daar zou de Zwerver op de kant gaan voor groot onderhoud. De klussenlijst is al klaar. Maar als we twee dagen verwaaid liggen op het mooie Isla Espiritu Santu zonder van boord te kunnen, beginnen we te twijfelen of dat nou wel zo'n goed idee is. De wind komt deze tijd van het jaar stevast uit het noorden en is de helft van de tijd vrij krachtig, vooral als er een koufront uit de USA overwaait. Iedere dag is het hard aan de wind kruisen. Of wachten tot er geen wind is en dan motoren, zoals de Amerikanen doen. Bovendien is het koud op en in het water. Even een verfrissende duik gaat nog wel, maar lekker snorkelen is er niet bij. En zo'n woestijnlandschap verveelt eigenlijk ook erg snel. Als we voor de zoveelste dag tegen 25 knopen wind in zitten te boksen zonder veel voortgang te maken en er een tegenligger moeiteloos op z'n fokje voorbij glijdt, is overleg niet nodig. "Wat doen we?", is het enige wat Harry vraagt. Ik gooi resoluut het roer om en Harry zet de boom in het voorzeil. We geloven het wel, wij gaan lekker naar het zuiden. Met 6.5 knoopjes en een overnachting in Bahia los Muertos, steken we de Sea of Cortez over naar Puerto Vallarta op het vaste land van Mexico. Bye bye cactus. Hello palmboom!

Ongewenste bezoekers: dinghy gestolen!

De vaart blijft er lekker in en de oversteek zou perfect geweest zijn als niet die verrekte stuurautomaat er opeens weer mee ophield. Tien uur lang stuurt ie goed om dan opeens in een soort "freeze-mode" te blijven hangen op 139 graden. En zoiets gebeurt altijd in de nacht. Om moedeloos van te worden. O.K.dan maar niet nog een nacht doorvaren naar Puerto Vallarta, maar binnenlopen in Mazatlan. Net voor zonsondergang ronden we de vuurtoren en laten we het anker vallen in de oude haven tussen een twintigtal andere jachten bij Club Nautico. De volgende ochtend gaan we eerst weer achter die stuurautomaat aan. Bellen, mailen, weer bellen. Hoera, we krijgen een nieuwe! En omdat we daar even op moeten wachten, besluiten we alvast klus nr 1 van de lijst te werken: het dek schilderen. Met een tas vol kwasten, rollers en schuurpapier komen we terug aan boord met het plan de volgende ochtend vroeg te beginnen. Dat liep even anders.

Die nacht slapen we onrustig. Het felle licht van de vuurtoren zwiept telkens over het dek via het luik in ons bed. Het ankeralarm gaat af. Gewoon te scherp afgesteld. Ik ga eruit om het af te zetten en kijk buiten nog even of alles nog in orde is. Club Nautico, ooit een populaire verzamelplaats voor cruisers, ligt er vervallen bij en doet al net zo treurig aan als de verlaten zeiljachtjes die hier weg liggen te rotten. Van de tientallen bootjes zijn er zes bewoond. Achter ons liggen twee onverlichte panga's, kleine open vissersbootjes. Wij hebben het gevoel dat we geobserveerd worden en uit voorzorg hebben we onze dinghy met motor en al uit het water getakeld en ter hoogte van de zeereling aan dek gehangen. Ik lig nog geen 10 minuten weer in bed als ik geklots van een bootje naast ons hoor. Voorzichting kijk ik door de kier van het open luik en zie tot mijn grote schrik drie mannen aan dek! We beginnen te schreeuwen en snellen naar buiten om ze weg te jagen. Op heterdaad betrapt, maar de dieven slaan niet op de vlucht. Twee klimmen omhoog en snijden in 3 seconden de val en de landvast door. Ze laten de dinghy gewoon in hun panga vallen en gaan er met brullende motor vandoor. Wat een brutaliteit! Machteloos kijken we toe hoe ze verdwijnen richting de mangroves. Via de marifoon waarschuwen we onmiddellijk de havenmeester. Die noteert plichtsgetrouw onze gegevens, maar vraagt nauwelijks naar de kenmerken van onze dinghy en motor. Ze zullen de armada (de navy) waarschuwen en wij moeten morgen bij de touristenpolitie langs om een rapport op te maken. Wat een klotenstreek! Eindelijk hadden we goede spullen. Nog geen 3 jaar oud. Schadepost van $4000. En het ergste is dat hiermee onze landlijn afgesneden is en we hier in dit K-land niet zo 1,2,3 een andere op de kop kunnen tikken. Fijntjes zijn we er aan herinnerd dat we weer in midden Amerika zijn.

En ironisch genoeg vinden wij dit soort steden als Mazatlan nou juist erg leuk. In het oude centrum is een groot plein met een cathedraal. Je vindt er straatventers die vers fruit en gebrande noten verkopen. Keurig geklede heren lezen er de krant terwijl hun schoenen gepoets worden. In de winkelstraten is het gezellig druk. We strijken neer in een van de vele eettentjes boven de Mercado Municipal waar je onder de $5 verse vis en garnalen tacos krijgt, inclusief een heerlijk koud biertje.

We pakken de bus naar de marina, 45 minuten rijden naar de andere kant van de stad, in de hoop daar een cruiser's gemeenschap te vinden die misschien een 2e hands bijboot met motortje te koop hebben. Die moeite hadden we ons kunnen besparen. De chique kale kak marina ligt vol met dure Amerikaanse en Canadeze jachten maar je komt er niet bij. Alles hermetisch afgesloten achter hoge hekken. Vrijwel alle jachten hebben hun dinghy ongebruikt in de davids hangen. De bejaarde eigenaren worden in golfkarretjes over het terrein en naar WallMart gereden. We vragen een geuniformeerde bootjongen of er een jachtclub is met een prikbord. Hij kijkt ons meelijwekkend aan en haalt ongeinteresseerd z'n schouders op. Dinghy gestolen? In de oude haven zeker? Tja, wie gaat daar dan ook liggen als er zulke voortreffelijke marinas zijn? We vragen ons af of hij beseft dat er ook normale cruisers zijn die zich dit soort luxe niet kunnen of willen permitteren. 4 Maanden niet in een marina en je hebt de kosten van een nieuwe dinghy er weer uit.

Tot zo ver de theorie; voorlopig moeten we ons zien te redden met een geleende roeiboot met slechts 1 peddel.

Niks mis met een Mercedes

Een werkende stuurautomaat ga je pas goed waarderen als je maanden met het handje hebt gestuurd. Zodra we de pieren van Mazatlan uit zijn zetten we de stuurautomaat aan, eigenlijk met de verwachting dat het ding bij de minste of geringste zeegang weer op hol slaat. We kunnen het bijna niet geloven, maar hij blijft het gewoon goed doen. Tegen inruil van het nieuwe fluxcompas hebben we een super-de-luxe satellietcompas gekregen. Behalve op superjachten zie je die dingen vrijwel nooit want ze zijn hartstikke duur. Het monsterlijke apparaat heeft 2 ingebouwde satellietantennes en geeft per seconde maar liefst 20 posities door waardoor er een track ontstaat voor de stuurautomaat. We moeten ons er nog verder in verdiepen want er komen nog een heleboel gekleurde draadjes uit die we waarschijnlijk ook kunnen koppelen aan onze navigatielaptop zodat we een backup GPS hebben. Eigenlijk hebben we dus een Mercedes gekregen terwijl we aan een Volkswagen voldoende hadden gehad. Niks mis met een Mercedes.

Wat nu weer?!

Het is heerlijk zeilweer, zonnig en een meelopende wind tussen de 15 en 20 knopen. De boom gaat weer in het voorzeil en we lopen met gemak 6 knopen. We zien walvissen, dolfijnen, zeehonden, pelikanen en fregatvogels. In de nacht passeren we Isla Isabella, een soort mini Galapagos waar je tussen de nesten van blauwvoet Jan-van-Genten en fregatvogels kunt lopen. Ook schijn je er fantastisch te kunnen snorkelen. We hadden er graag een stop gemaakt maar zonder dinghy kom je niet zo ver. De volgende dag blijft de wind aanhouden maar om een of andere reden komt de teller niet hoger dan 5 knopen. Goh, zouden we stroom tegen hebben? Met deze snelheid halen we La Cruz niet voor het donker. Dat is in zoverre balen omdat er bij de ingang van de baai tussen het vaste land en een aantal rotseilanen een drietal ongemarkeerde rotsen net onder het wateroppervlak liggen en onze electronische kaarten wijken hier af. We moeten nu blind vertrouwen op de aangegeven waypoints uit de cruisingguide en dat is niet goed voor je zenuwen. Het gaat allemaal goed en als we voor ons de toplichten zeiljachten zien zetten we de motor bij met het idee de zeilen te strijken. Grommel de bonkebonk klinkt het opeens ergens van onderen. Wel potverdorie, wat nu weer? Klinkt als schroefas. Daar zien we een klein plasje water. Maar de as draait gewoon en er lijkt niet meer water in te komen. Het lijkt erop dat we weer zo'n verdraaide krabbefuik meeslepen. We besluiten geen risico te nemen en zetten de motor weer uit om eventuele schade te voorkomen. Hoog aan de wind zeilen we tot aan de ankerplek en laten aan de rand van het veld ons anker vallen. De volgende ochtend kijken we eerst waar het water bij de schroefas vandaan kan komen. Blijkt het helemaal geen water te zijn! In de bakkist is een jerrycan motorolie gesprongen en de olie loopt gewoon naar het laagste punt. Ook onder water bij de schroef is niets te zien. Als er iets gezeten heeft is het er vanzelf afgegaan toen we zo onder helling zeilden. Als we de motor weer aanzetten is het geluid weg maar de versnellingshendel doet niets. Aha, probleem gevonden: een defect controlmechanisme met losse versnellingskabels die tegen staal lagen te rammelen. En laten we daar nu juist een nieuwe van bij ons hebben.

La Cruz de Huanacaxtle, of gewoon La Cruz, is zo'n typische plek waar zeilers blijven hangen. We ontmoeten er twee Amerikaanse jachten die we jaren geleden voor het laatst gezien hebben in Fiji en Zuid-Afrika. Behalve dat dat gezellig is, weten zij hier ook de weg. In la Cruz op de ankerplek en in de jachthaven liggen ongeveer 100 jachten, maar aan de overkant van de baai in Puerto Vaillarta zijn nog een paar grote jachthavens. We laten op de diverse prikborden van de jachtclubs ons visitekaartje achter en melden ons 's ochtends voor de verandering ook eens op het net. Iedereen weet nu wie "Sfurfur" is en dat onze dinghy gestolen is. Binnen 2 dagen scooren we een nieuwe dinghy, een demonstratiemodel uit de winkel voor de helft van de prijs. En een weekje later lopen we op de 2e hands zeilersbeurs tegen een gereviseerde 15pk motor aan. Bij een metaalwerker laten we een mooi RVS steuntje maken voor het nieuwe satellietcompas en een keurig afdekplaatje voor de nieuwe versnellingshendel. Dat had even wat voeten in de aarde vanwege ons gebrekkige Spaans maar uiteindelijk zit alles weer piekfijn op z'n plaats en werkt het weer zoals het hoort.

 

In "Chill mode"

Tot nu toe wilde het niet zo klikken tussen ons en Mexico. Dat ligt waarschijnlijk aan ons zelf. Het is lekker weer, de mensen zijn aardig, een terrasje pakken met een koud pilsje en een tacootje kost je geen rib uit je lijf. Wat zeuren we dan nog? We moeten gewoon een knop omdraaien en ons aanpassen aan dit nieuwe cruisinggebied. Het is een kust met heel weinig wind, dus moet je je erbij neerleggen dat je van baai naar baai hopt en af en toe de motor moet bijzetten. Het landschap is mooi maar niet bijzonder, de steden vrij on-interessant, dus dan moet je met die hitte ook geen bergen willen beklimmen om zo nodig de zoveelste foto van een dobberende Zwerver in een baai te maken. Wat doen we dan wel? Gewoon niks. Beetje "chillen" met een boekje en een koud biertje onder de verlengde bimini en af en toe overboord springen om af te koelen. Tegen het einde van de middag peddelen we even aan land voor een nog kouder pilsje en verse camarones (garnalen) onder het rieten afdak in een van de Palapa strandtentjes. De reden waarom we peddelen heeft overigens niets te maken met onze nieuwe BB-motor maar met de sterke branding. Onze landingstechniek moet nog een beetje geperfectioneerd worden. Laten we het daar maar op houden......

Op drift

We hadden al lang en breed in El Salvador kunnen zijn. Wiens idee dat nu opeens weer is, is een beetje onduidelijk. Duidelijk is wel dat we er niet zijn. Waar zijn we dan wel? In Salina Cruz, een rommelige commerciele haven midden in de Golf van Tehuantepec in het zuiden van Mexico. Een plek waar geen enkele cruiser uit vrije wil naar toe gaat. De baai van Tehuantepec is berucht vanwege z'n harde tot stormachtige "gap"-winden. Als er aan de andere kant van het continent, in de Golf van Mexico, een stevige noord-oost passaat blaast van een knoop of 20, dan wordt deze onder hoge druk door de 75km brede opening van de Sieras Madres gestuwd en komt er aan deze kant van het continent met dubbele kracht weer uit. Om zo'n T-Pecker te vermijden wachten we een gunstig weergaatje af in Huatulco, een touristische badplaats aan het begin van de Golf. Voor het eerst sinds lange tijd liggen we weer eens in een echte jachthaven. Van die gelegenheid maken we dankbaar gebruik om de zoetwaterpomp van de motor te vervangen. Die lekt al een tijdje en we slepen al vanaf het begin van onze reis een reserve mee. Een amerikaanse ex-zeiler, tevens techneut, biedt tegen een acceptabele prijs zijn diensten aan. En nu de boel toch open ligt en we er iemand met verstand bij hebben gehaald, vervangen we de V-snaar ook maar meteen. Na een testrondje langs het tankstation zijn we klaar voor vertrek.

Het weer ziet er voor de komende dagen goed uit. Over twee dagen denken we aan de overkant in Chiapas te zijn. Er staat te weinig wind om te zeilen, het is hier blijkbaar alles of niets, dus tuffen we op de motor de Golf over. Drie uur lang loopt de motor normaal, hoewel we wel vinden dat hij meer lawaai maakt dan anders. Ieder uur inspecteren we de motor op lekkage. Niets te zien. Goh wat fijn dat dit euvel ook weer verholpen is. Dan opeens klinkt het vanuit het motorruim "rikketiikketik" hetzelfde geluid als mijn naaimachine, en slaat ie spontaan af. Wat raar, dit heeft ie nog nooit gedaan. Er is niets bijzonders te zien. Harry start de motor weer. Dit kost iets meer moeite dan normaal en binnen een halfuur gebeurt precies hetzelfde. Nu zit alles onder de olie en krijgen we de motor niet meer aan de praat. Serieuze boel dus. Er staat nog steeds geen wind, wel een vervelende deining van de laatste T-Pecker en een stroom van 1.5 knoop die ons oostwaarts zet. We proberen slagen te maken maar worden achteruit gezet. We zitten slechts 1.5 mijl van de kust af, 8 mijl verwijderd van Huatulco. Dat zouden we moeten kunnen redden met onze dinghy en buitenboordmotor. Aanvankelijk lijkt dit inderdaad te lukken. Totdat er geen koelwater meer uit de buitenboordmotor komt en deze er ook mee ophoudt. Wel verdorie, waarom nu juist nu?

We roepen de havenmeester op en vragen om een sleepje. Dat gaat niet zonder slag of stoot. De nood is niet hoog genoeg. Hm, nog niet nee, maar wanneer roep je dan wel hulp in? Als je op de rotsen ligt? Na een aantal uren dobberen komt er een motorboot van de SAR (Search and Rescue). Maar in plaats van ons een sleepje te geven willen ze eerst een techneut aan boord zetten om de motor aan de gang te krijgen. Die komt met een aantal belachelijke voor de hand liggende opmerkingen. "Je moet de filters verwisselen (hebben we vorige maand gedaan, zie logboek), de accus zijn leeg" (zijn 4 maand oud en boordevol, zie meter). We zijn in staat die arrogante flapdrol te wurgen maar weten ons te beheersen en hem ervan te overtuigen dat het echt menens is met de motor. Vervolgens komt ie met een lullige opmerking: "maar je kunt toch zeilen?" We demonstreren hoe dat gaat zonder wind maar met tegenstroom. De zeilen flapperen, het compas wijst 220 graden aan, de GPS 90. We drijven achteruit! Eindelijk maken ze aanstalten om ons terug naar Huatulco te slepen. We zijn kostbare tijd verloren. Het is inmiddels al schemerig en we zijn 2 mijl verder afgedreven. Dan blijken het ook nog eens vreselijk onhandige idioten te zijn. De motorboot komt met veel vaart langzij. Beschadigt onze romp en tijdens het aanleggen breekt er een lijnkam af. Als een van die clowns vervolgens een landvast vast wil maken aan onze nieuwe scepters kunnen we ons niet meer inhouden. We wijzen op 2 sterke punten op de boeg waar ze een sleep aan kunnen bevestigen. Maar dan willen ze perse dat de lijn over de ankerrol moet lopen, notabene over de scherpe oren van het anker! Als we eindelijk vaart maken, zijn we al weer 2 mijl verder afgedreven en is het pikdonker. De SAR-boot heeft maar liefst 750 Pk aan vermogen maar we gaan niet harder dan 2 knopen. Dat deden wij met onze dinghy zelfs nog. Te gevaarlijk, beweren ze. De sleep kan breken.

En dan gebeurt er iets ongelooflijks, iets waar we nu nog ontzettend kwaad over kunnen worden. Alsof ze zich realiseren dat het zo wel erg lang kan duren en ze niet met het avondeten thuis zullen zijn, gooien de SAR-mannen na een uur of 2 de lijnen los. Ze roepen dat ze ons morgen hier wel weer op zullen pikken. An me hoela! Morgen drijven we ergens midden op de oceaan buiten bereik van marifoon. Ze doven hun navigatielichten en gaan er met brullende motoren vandoor. We liggen nu nog dichter onder de kust, 1 mijl, en zijn nog steeds 8 mijl verwijderd van Huatulco. Precies op het punt waar we een halve dag eerder motorpech kregen! Van de wal in de sloot dus. We zijn woedend en verbijsterd. Wat is dit ?! Waarom kwamen ze dan uberhaupt? Begrijpen ze wel wat ze doen? We roepen de havenmeester weer op. Het blijft verdacht stil op de marifoon. Aan ons lot overgelaten, midden in de Tehuantepec. Niet te geloven!

Op de stroom dobberen we verder oostwaarts. Huatulco is onbereikbaar. s Nachts steekt er een licht landbriesje op. Genoeg om ons van de kust vandaan te houden. Het eerste gevaar is geweken. In slakkengang zetten we koers richting Salina Cruz, een industriele havenstad 60 mijl verder. De volgende dag komen we in de buurt van het verkeersgeleidingsstelsel. Hier moeten we noordwaarts afbuigen maar weer valt het beetje wind weg en worden we oostwaarts gezet. Als we binnen marifoonbereik zijn van Salina Cruz roepen we de verkeersleider op zodat in ieder geval iemand weer dat we hier zijn. De man begrijpt onmiddellijk onze situatie en begrijpt dat doelloos dobberen in de Tehuantepec geen optie is. We spreken af dat wij op eigen kracht tot aan het havenhoofd proberen te zeilen. Maar dat hij aan het einde vd dag een sleper stuurt mocht het niet lukken. Terwijl we zo lekker verder klooien zien we opeens een motorboot in hoog tempo op ons af komen. De drugspatrouille van de marine met een aantal tot de tanden gewapende militairen aan boord, is wel in voor een verzetje. Een drietal stevig gebouwde mariniers komen aan boord, bekijken de situatie en maken meteen vakkundig een sterke sleep vast. Precies zoals wij dat ook gedaan zouden hebben. Eentje blijft er aan boord om de lijn te checken. We vertroetelen hem met drankjes en hapjes. En daar gaan we: 7.5 knoop! We veroorzaken zelfs een hekgolf, zo hard gaan we. De verkeersleider heeft inmiddels de havenmeester ingelicht. Zodra we de pieren binnen gesleept zijn, neemt deze het van de marine over en meert ons behendig af voor het havenkantoor. Daar staat het ambtenarenapparaat ons al op te wachten. Binnen een uur is de boot geinspecteerd en van alle kanten gefotografeerd en is al het papierwerk geregeld. Wat een opluchting. We zijn weer ergens.

Vaarwel Perkins

Het is Santa Semana, de week van Pasen. Bedrijven zijn gesloten, mensen hebben vakantie. In de rommelige visserij haven van Salina Cruz zijn wij een blikvanger en binnen een dag dienen er zich allerlei mannetjes aan die op paaszaterdag wel even naar onze motor willen komen kijken. Darwin heeft de gereedschapskist zelfs al bij zich en begint meteen fanatiek te sleutelen. Als er met geen mogelijkheid beweging is te krijgen in de krukas, wordt ons vermoeden bevestigd. Hier is redding niet meer mogelijk. Misschien nog een totale revisie maar een nieuwe motor lijkt waarschijnlijker. Maar Darwin heeft nog steeds hoop dat het goed komt, of hoop dat hij een flinke klus binnen kan slepen en sloopt er tegen beter weten in, steeds meer onderdelen vanaf. We laten hem zijn gang gaan tot de motor het juiste formaat heeft om door de kajuitingang getakeld te worden , en sturen hem vervolgens met een bonus op paasvakantie. Istmo Diesel, een professioneel revisie-bedrijf maakt de klus af. In hun werkplaats laten ze ons de oorzaak van het probleem zien: een synchronisatie probleem. Een zuigerstang is afgebroken, een ander verbogen en de krukas is onherstelbaar beschadigd. En verder zijn er nog een heleboel andere onderdelen die aan vervanging toe zijn. Maar, als wij de onderdelen kunnen krijgen, zouden zij nog wel een revisie kunnen doen. En in dit lage lonenland is dat een interessante optie. Op internet vinden we de meeste onderdelen, zelfs een nieuwe krukas, maar wel bij allerlei verschillende leveranciers in Europa en Amerika en voor pittige prijzen. Na alle voors en tegens tegenover elkaar gezet te hebben, kiezen we uiteindelijk toch voor een nieuwe motor. Onze Perkins, wiens glimmende ledematen her en der verspreid liggen, laten we na 20 jaar trouwe dienst achter in de werkplaats.

In blijde verwachting

Op de website van Yanmar lijkt het allemaal zo gemakkelijk. Na tig keer de maten hebben gechecked met de beperkte motorruimte, kiezen we voor een 54Pk met een standaard mechanische versnellingsbak. Een behupzame dealer in Nederland beantwoordt nog een paar technische vragen. En dan gewoon bestellen maar. Tja, en toen werd het moeilijk. Yanmar wil liever niet dat we in Nld bestellen en verwijst naar hun lokale dealernetwerk. O.k. dan, misschien ook wel beter om het importeren aan experts over te laten. Vier van de 5 Mexicaanse dealers reageren niet op onze emails en telefoontjes. Met de vijfde, die 1200 km verderop zit in Cancun en geen woord Engels spreekt, gaan we in zee. Tot onze verrassing is de motor binnen 10 dagen in Mexico. Ingevlogen vanuit Panama! Nu alleen nog eventjes door de douane en dan op transport. Opeens krijgen we goede hoop dat we hier toch nog voor het begin van het orkaanseizoen vertrokken zijn. Fanatiek beginnen we te klussen. Motorruim ontvetten, roest weghalen en in een stevige epoxylaag zetten. Slangen en kabels vervangen, een stukje aan de motorsteunen lassen. De aangrenzende bilges nemen we ook maar gelijk mee. En omdat de halve keuken afgebroken moet worden, maken we ook maar meteen een nieuw aanrechtblad en worden de vloerdelen kaalgehaald en in een nieuwe laklaag gezet. Het is veel en vreselijk vies werk, en met 35 graden zeker geen pretje. Maar ook dankbaar werk. Eindelijk kunnen we er goed bij en het knapt er enorm van op. Jammer dat je er straks zo weinig van ziet.

Overtijd

Als alles klaar is en de bilges harder glimmen dan de romp......... blijkt de motor nog steeds ergens in Mexico City te staan!! "Papelles, papelles", geeft de Yanmar dealer als verklaring. De bureacratie viert hier hoogtij. 8 dagen om door de douane geinspecteerd en ingeklaard te worden. Daarna naar een andere loods van de belastingdienst die hetzelfde nog een keer gaat doen, en daar ook miniaal een week voor neemt, om de motor officieel in te voeren. Waar de motor op dit moment precies is en wanneer wij hem kunnen verwachten, is ons na een maand nog niet duidelijk.

Andere wereld

Op het getjilp van de krekels na, is het doodstil in de spiksplinternieuwe marina van Puerto Chiapas. Het ruikt naar jungle. Naast ons liggen een paar glimmende Amerikaanse jachten afgemeerd. Ontdaan van de zeilen en keurig afgedekt met een canvastent. De eigenaren zijn naar huis en komen pas na het orkaanseizoen in december terug om hun reis over de Pacific te vervolgen. Met een glaasje cognac zitten we in de kuip na te genieten van een uitstekende maaltijd in een trendy restaurant met wit leren lounge banken en aantrekkelijk gedekte tafels met een kaarsje en echt tafellinnen. Voor het eerst valt het ons op dat het bier donkerblond van kleur is. De eettentjes die wij gewend zijn kennen geen glazen.

Twee dagen geleden lagen we nog aan een ruwe kademuur waar het beton vanaf brokkelde en waar gemene roestige stangen uitstaken. Met laag water kwam onze nieuwe zeereling onder het enorme rubberen stootblok. Zo verloren we een spanner en schraapten we het vel van onze handen en knieen bij het aan land klauteren. En als er zo'n enorme zeesleper naast ons afmeerde, werden we door z'n hekgolf tegen de muur gedrukt. Een hele zooi autobanden kon verfschade aan de romp niet voorkomen.Vanwege de stank van het stadsriool dat pal onder onze boot doorliep, zaten we meestal binnen. De enkele keren dat we buiten zaten, zagen we een vette rat voorbij lopen.

En toch hadden we geen betere plek in Mexico kunnen "uitzoeken" om te stranden met een kapotte motor dan Salina Cruz. Het provinciestadje mist de opschmuck van een touristische badplaats en is daardoor authentiek maar wel eigentijds Mexicaans, met al z'n mooie en lelijke kanten. Het haventerrein wordt op z'n Mexicaans beveiligd door militairen in camouflage tenue met mitrailleurs en kogelvrije vesten. Aan de andere kant van het hek, tussen een muur met rollen prikkeldraad en een overwoekerde spoorlijn, ligt de rosse buurt. Tussen het afval spelen ongewassen kinderen op blote voeten en scharrelen scharminkelige zwerfhonden naar iets eetbaars. Er klinkt vrolijke muziek uit de betraliede ramen van de cantinas. Half afgebouwde betonnen woonblokken worden opgefleurd door wapperend wasgoed. Het onze hebben we er ook maar afgegeven. Vrijdags na 16.00 uur kun je er dronken mannen zien liggen, want dan hebben ze hun loonzakje gehad.
Het centrum ligt op 2 min loopafstand van de haven. Er is een uitstekende versmarkt en een gezellig plein waar je verkoeling kunt zoeken onder de bomen. Wat niet wil zeggen dat het er rustig is want met 40 graden en een 99% luchtvochtigheid zoekt iedereen verkoeling. Onder gekleurde parasolletjes staan venters met limonade en schaafijs. Er hangen altijd groepjes scholieren. In het middaguur zie je er veel zakenmensen die al krantlezend hun schoenen laten poetsen. 's Avonds wordt het plein in beslag genomen door gezinnen. Tot 22.00 uur rennen er nog steeds kleine kinderen rond. In de weekenden wordt er altijd wel iets georganiseerd. Een boekenmarkt, een bikersbijeenkomst, een politieke rally of een popconcert. Hoogtepunt was het jaarlijkse "Fiesta del Pueblo" , een dans-, eet- en drinkfestijn waar bussenladingen vol mensen in traditionele klederdracht uit de omliggende dorpen aan deelnamen. Het wordt in geen enkele touristenfolder vermeld. Wij zijn de enigen die met een camera rondlopen en iedereen wil graag op de foto.
De Zwerver ligt afgemeerd naast de vissersvloot. Af en toe moeten we verkassen en dan liggen we er midden tussen in. De vloot bestaat uit 30 schepen en is in handen van 1 persoon die tevens eigenaar is van de werf. Het zijn garnalenvissers maar na maart gaan ze over op vis. Dit jaar is het water uitzonderlijk warm en moeten de schepen ver de oceaan op voor een acceptabele vangst. En dat is niet rendabel. Hoewel het seizoen nog tot juni duurt heeft El Patron besloten de vloot vanaf april al binnen te houden voor groot onderhoud. Dat kost hem een paar centen, maar voor de vissers is het pas echt een hard gelag. I.p.v. 200 mensen aan het werk, is er nu slechts werkgelegenheid voor 20. Iedere ochtend meldt er zich een andere ploeg van 20 man. Op die manier worden de lasten wel eerlijk verdeeld, maar een compensatie in de vorm van een WW-uitkering kennen ze hier niet.
Als de kat uit de boom gekeken is, blijken er achter de ruwe facades van de vissers hele warme mensen te schuilen. Ze bieden op allerlei manieren hun hulp aan en maken voor ons een plaatsje vrij onder het afdak van de werkplaats. Goedkeurend worden onze zware teakhouten vloerdelen bewonderd. Louis, de scheepstimmerman helpt met het uitstukken van een verrot schuifluik en de lassers komen de fundering voor de nieuwe motorsteunen maken. In eerste instantie weigeren ze betaling maar als we blijven aandringen wordt het kleine beetje extra toch dankbaar in ontvangst genomen. Van El Patron krijgen we een paar meter brandwerend materiaal om de binnenkant van ons motorluik mee te bekleden. De ene keer brengt er iemand een zak mangos, dan weer krijgen we kilos limoentjes. Ook de marinemannen die ons binnengesleept hebben volgen onze voortgang op de voet. Tijdens hun inspectierondes door de haven komen ze langs voor een praatje en brengen vaak een ijsje voor ons mee. Als ze horen dat tijdens onze testvaart de versnellingskabel gebroken is, komen ze een goede gebruikte uit hun magazijn brengen. Een van de marinemannen, Joaquin, neemt ons een zondagmiddag mee voor een frisse duik in een zoetwaterbron en een picknic met gegrilde kip.
Onze naaste buurman is een dakloze visser die op een zinkend schip mag wonen en als tegenprestatie iedere dag het ruim leeg moet pompen om niet te verzuipen. Zijn enige bezittingen zijn een hangmat en de kapotte kleren aan zijn lijf. Vanwege zijn woeste gebaren en onverstaanbare kreten wordt hij door z'n collega's "chacalaca" genoemd, wat kalkoen betekent. Anderen noemen hem "el diablo", de duivel. Wij denken niet dat de beste man bezeten is, maar Aperger of Gilles de la Tourette heeft. Als dank voor het dagelijkse bakkie troost dat ie 's ochtends van ons krijgt, geeft ie mij een kadootje: een gedroogd zeepaardje! We vragen ons af hoe hij de kost verdient en staan verbaasd van het antwoord. Carmen Louis Perrez Domingo is professioneel duiker en werkt op freelance basis op boortorens en vrachtschepen. De perfecte man dus om ons onderwaterschip een schoonmaakbeurt te geven. Als ie daarmee klaar is verdwijnt ie een paar dagen om terug te komen met een "malo cabeza". Hm, hebben we hem waarschijnlijk toch te veel betaald.

Als na 9 weken eindelijk onze nieuwe motor arriveert, is deze met hulp van Istmo Diesel binnen een week ingebouwd en zijn we zomaar opeens klaar voor vertrek. Maar het is "Dia de Marina" een jaarlijkse plechtigheid georganiseerd door de Mexicaanse marine. De haven is gesloten. Terwijl Harry de laatste hand legt aan de wederopbouw van de keuken, mag ik mee aan boord van zo'n enorme zeesleper om een krans in zee te werpen ter nagedachtenis aan allen die het leven hebben gelaten op zee. En dan is het moment van afscheid gekomen. De port captain gooit de trossen los en de vissers zwaaien ons uit.

En hier liggen we dan. In een wereld van verschil. Luxer en schoner, ja dat wel. Maar gezelliger? Absoluut niet! Gelukkig hebben wij een keus, die vissers niet.

 

terug naar logboek