De Markiezen

Paradijs op aarde

Er was eens een God genaamd Atua en een Godin, Atanu. Zij waren de ouders van Nuku Hiva. Met veel plezier zwierven ze als vrije geesten over de wereldzeeen. Maar na velen jaren waren ze het zwerversleven toch een beetje zat en ontstond de behoefte om zich ergens definitief te vestigen. Ze vonden een eiland, "Motane", en bouwden er hun huis. Eerst kwamen er twee palen "Ua Poa", verbonden met een dwarsbalk "Hiva Oa". Toen kwamen de palen voor het dak "Ou Nuka" en vervolgens de dakbedekking "Fatu Hiva". En zo ontstond de eilandengroep "Fenua Enata", het land der mannen, beter bekend als de Marquesas. Ieder eiland is genoemd naar een deel van een hut en "Tahuata" is de grond waar de hut op staat.. En zij leefden er nog lang en gelukkig.

Totdat de Europeanen kwamen, in July 1595. Het eerste eiland dat de spaanse navigator Alvaro Mendana de Neira in zicht kreeg was Fatu Hiva. Maar nog voordat hij er ook maar een stap aan land had gezet, was de paradijselijke rust alweer verstoord. Ze werden uitbundig begroet door de locals in hun canoes, maar toen deze aan boord wilden klimmen pakten de bange Europeanen hun geweren en schoten er drie spontaan neer. Waarop natuurlijk de pleuris uitbrak en Alvaro het zeegat koos om op het volgende eiland "Tahuata" met veel bombarie aan land te gaan. Er werd een kruis gepland en een heilige mis gehouden en vanaf toen heette de eilandengroep de "Marquesas", genoemd naar de vrouw van de onderkoning van Peru die deze missie gesponsord had. Daarna werd de eilandengroep meerdere keren "herondekt", oa door captain James Cook in 1774, wiens mannen aanmonsterden aan boord van de Resolution met het vooruitzicht van exotische vrouwen, de zoete beloning na maanden afzien in het barre zuiden. Kort daarna in 1790 kwamen de Fransen die in naam van Louis XVI de noordelijke eilanden in bezit namen en omdoopten in "Islands of the Revolution". Maar allemaal bleven ze er slechts een paar dagen, om te bevoorraden. De eerste die zich permanent wilde vestigen was pastor William Crook die de "wilden" dacht te evangeliseren, maar de biezen moest pakken omdat de inboorlingen hem wilden opvreten. Hetzelfde overkwam de protestantse Engelse missionarissen. Uiteindelijk lukte het de Franse catholieke priesters in 1838 zich er permanent te vestigen. En toen begon de ellende voor de eilandbewoners pas echt. De nieuwe overheersers brachten sodemie, alcohol en de zweep en allerlei ziekten waaraan de eilandbewoners bezweken. In de tijd van de navigators leefden er ongeveer 60.000 mensen op de eilanden. Na de catholieke missie waren daar nog 20.000 van over. En tegenwoordig wordt het inwonertal op slechts 7000 geschat.

Fatu Hiva

Net zoals de Spanjaarden krijgen wij eerst het meest zuidelijke eiland "Fatu Hiva" in zicht. We gaan voor anker in, zonder overdrijving, een van de mooiste baaien ter wereld.

Het is er weelderig groen. Overal palmen en bananebomen. De woeste gespleten bergen lijken op levensgrote moais zoals je die op Paaseiland ziet. De oorspronkelijke bevolking vond ze op penussen lijken en noemde de baai dus de Piemelbaai. De catholieke missionarissen vonden dit niet gepast en hebben er later de "bay of Virgins" van gemaakt.

Ook wij worden begroet door mannen in traditionele canoes met aan een zijde een drijver. Maar peddelen doen ze tegenwoordig niet meer, er zit wel een dikke buitenboordmotor van 50 Pk op! Ze hebben verse vis, enorme pompelmoesen en bananen die ze willen ruilen, het liefst tegen alcohol. Fatu Hiva is officieel alcohol vrij, maar iedereen weet dat de jachties hun ruim vol hebben geladen met wijn uit Chili en goedkope ruim uit Ecuador. Een medezeiler wist dit niet en maakte de blunder door de gendarmerie een fles wijn aan te bieden! Wij ruilen een fles rum tegen een enorm stuk tonijn. Ik wek drie maaltijden in en daarna hebben we nog voor 5 dagen eten. De vissers zuipen zich meteen een gat in de kraag en zijn niet meer bij onze boot weg te slaan. Wij houden er een beetje een rotgevoel aan over en besluiten voortaan geen alcohol meer te ruilen.

Aan de voet van de baai is een klein dorpje. Als we aan land gaan krijgen we meteen hulp van een stuk of tien kleine kinderen die het prachtig vinden om telkens de lucht eruit te laten lopen en vervolgens het bootje weer op te pompen. Een smal weggetje slingert de vallei in. De meeste huisjes zijn simpel, hoewel we af en toe ook een soort prefab-bungalowtjes zien met glazen schuifpuien. Alles ziet er perfect uit rondom het huis. Geen afval zoals in Zuid-Amerika, maar overal bloemen. Het ruikt er fantastisch. Langs de weg staan fruitbomen vol met mangos, papayas, limoenen en pompelmoesen. Ze lijken van niemand te zijn, maar dat is toch niet zo. De vrouwen in het dorpje drijven de ruilhandel. In geld zijn ze niet geinteresseerd maar alles wat we aan boord hebben levert fruit op. Het liefst willen ze schoenen of parfum, maar pindas, pudding, chocola en snoepgoed doen het ook goed. We maken een stevige wandeling door een prachtige vallei vol palmen en bananebomen. Af en toe passeren we een riviertje waar vrouwen de was doen en kinderen aan het spelen zijn. De mensen zijn hier redelijk groot en grof gebouwd. Zowel mannen als vrouwen zijn zwaar getatoueerd. De vrouwen dragen een wikkelrok en hebben een bloem achter hun oor. Iedereen lacht en overal worden we begroet. Aan de voet van een waterval is een heerlijk koel meer met zoet water waar we sinds lange tijd weer eens een bad nemen en onze haren wassen. We wanen ons in het paradijs.

 

Hiva Oa

We blijven een kleine week in de piemelbaai tot we genoeg krijgen van de valwinden en hevige regenbuien. Er liggen inmiddels 8 zeiljachten en daarmee is de kleine baai eigenlijk te vol. Het is springtij en alle boten bewegen wild in allerlei richtingen. 's Nachts knallen twee jachten op elkaar. Bovendien zijn we illegaal. We hadden ons eigenlijk moeten melden op Hiva Oa, het administratieve centrum van de zuidelijke eilanden, maar dat betekent dat je tegen de wind in moet zeilen als je Fatu Hiva wilt bezoeken. De Franse gendarmerie weet dat wel maar knijpt een oogje dicht zolang je het maar niet te bont maakt. Maar voordat we naar Hiva Oa gaan, maken we eerst nog een drietal stops op het eiland Tahuata. De eerste ankerplek verlaten we alweer na 5 minuten. Door hevige valwinden raken we aan lagerwal, tussen aan de ene kant een zandplaat en aan de andere kant rotsen. Gauw wegwezen hier. 5 Mijl verderop is een dorpje en deze ankerplek ziet er beter uit. Het piepkleine dorpje heeft tot onze verrassing een winkeltje, gerund door een Algerijn, waar je van alles kunt krijgen. De Algerijn moet z'n diepvries ontdooien en schenkt ons drie grote stukken tonijn waar we weer de hele week van kunnen eten. Die nacht krabt ons anker en worden we langzaam de baai uit gedreven richting open zee. Als we de ketting willen binnen halen, doet de ankerlier het weer eens niet. Ondertussen begint het te bliksemen en te onweren en de regen valt met bakken uit de lucht. Grrrrrr!

De volgende ankerplek is wederom een waar paradijs. Zwembadblauw water en een hagelwit strandje met palmbomen. Net een ansichtkaart. We blijven er een paar dagen gewoon lekker niksen. Beetje zwemmen, beetje lezen en wilde limoenen plukken.

Daarna is het nog maar 10 mijltjes naar Traitorsbay of Hiva Oa, maar we moeten wel door een smalle eilandpassage waar we wind en stroom tegen hebben. Het valt allemaal reuze mee. De Amerikaanse pilots overdrijven behoorlijk. Als je die van te voren zou lezen zou je thuisblijven. Het grootse gedeelte is lekker voor de wind. We maken het ons gemakkelijk en rollen alleen de genua uit. Langzaam glijden we langs het mooie groene landschap. Je hoort alleen het kabbelen van het water en het gefluit van vogels. Je ziet hier veel boobies, fregatvogels en de tropical bird, een soort witte duif met een lange sierlijke pluimstaart. In Traitorsbay is het een drukte van jewelste. Alle jachten komen hier om in te klaren en liggen nu extra dicht op elkaar omdat een deel van de haven uitgebaggerd wordt. Als we aankomen worden we meteen begroet door Burger (de KNO-arts die in Ecuador naar Bert's schouder heeft gekeken) die voor ons het hekanker uitbrengt. We zijn weer in de beschaving. Bij de Mobilpomp op de kade hebben ze vers stokbrood, franse kaas en pate. Wel loeiduur allemaal, maar daar staat tegenover dat je hier nergens havengeld hoeft te betalen, dus per saldo komt het allemaal op hetzelfde neer. Eerst maar eens naar de gendarmerie om in te klaren. Wat een verademing na Zuid-Amerika! In het simpele kantoortje zit een stevige goedlachse jonge dame in korte broek. We moeten een formuliertje invullen en krijgen een stempel in ons paspoort en met 5 minuten staan we weer buiten. "Hoelang mogen we blijven" vraagt Harry. "Zolang u maar wilt" zegt het meisje met een verleidelijke glimlach. Snel sleep ik Harry mee naar buiten. Daarna eerst maar eens bellen met het thuisfront. Die zullen zich ondertussen ook wel afvragen of we nog niet zijn aangekomen. Oef, dat is duur! Twee kleine korte gesprekjes en foetsie $16. Hetzelfde geld voor internetten. Er is 1 PC op het hele eiland en internetten kost $9 per uur. Maar alles is gewoon erg duur: 12 eieren voor $5-, 4 tomaten voor $3- een klein potje Paturain voor $5- maar als je je bedenkt dat alles over enorme afstanden vervoerd moet worden, dan begrijp je het wel. We brengen een bezoek aan Paul Gaugin en Jaques Brel, die er vlak naast ligt. Allebei hartstikke dood, maar ze hebben wel een geweldige rustplek uitgezocht met uitzicht over de baai. Op de terugweg krijgen we een lift van een nederlander, Jan, die hier zestien jaar geleden met z'n bootje aankwam en nooit meer weg is gegaan. Hij vertelt ons dat de Marquesas nog steeds hevig gesponsord worden door Frankrijk. Enerzijds nog steeds vanwege een vermeend schuldgevoel wegens de atoomproeven op o.a. Mururoa. Maar ook omdat Frankrijk belang heeft bij metalen (oa mangaan) die hier in de grond zitten. Laat maar mooi zitten zouden wij zo denken. Ondertussen is ook Lotus aangekomen. We kletsen weer even gezellig bij met Co en Carla wiens watertanks zijn leeggelopen en voorraden in de bilge doorweekt zijn. 's Avonds komt er nog een bekende boot binnenlopen zodat we de hele dag aan het borrelen zijn. Wat moet je ook anders doen in het paradijs?

Naargeestige ankerplekken

Als de baggerschuit zijn terrein gaat uitbreiden en de zandslurf 1 meter voor onze boeg legt, lijkt het ons tijd om te vertrekken. We willen de west en noordkant van het eiland verder onderzoeken. Het belooft een mooie zeildag te worden: een stabiele zuid-oost passaatwind van 20 knopen en een zonnetje. Maar als we de punt van het eiland ronden zitten we opeens in 27 knopen pal op de neus! Met dubbel gereefd grootzeil en half ingerolde fok stampen we er hevig op los. We krijgen behoorlijk was buiswater over ons heen, maar het is 30 graden, de zon schijnt en dat is toch even iets anders dan zeilen op de grijze Noordzee. "Heb je de luiken goed dicht gedaan?" vraagt Harry. Ai, je wordt gemakzuchtig in het paradijs. Nee dus, de luiken staan nog op een kiertje en ons bed is doorweekt met zoutwater.

Onze ankerplek is wederom een mooie groene baai met weelderige begroeiing. Op de berghellingen grazen wilde geiten en in de verte horen we het kraaien van een haan. Er ligt nog een bootje dat de volgende dag vertrekt. Heerlijk, we voelen ons echt Adam en Eva. Gelukkig groeien hier geen appels. We maken een wandeling door het kleine dorpje. Het lijkt net een nederlands vakantiepark met luxe sta-caravans. Een smal betonnen weggetje verbindt de huisjes die kriskras verspreidt liggen, verscholen in het groen achter reuze bloemenstruiken.

Er is een klein kerkje. In het midden van het dorp staat een telefooncel van France Telecom.. Cést tout. Winkels zijn er niet. Wel vinden we weer vrouwen die pompelmoesen willen ruilen. De lucht is zwoel en vol zoete geuren van bloemen vermengd met cocos. Het inkomen van de eilanden komt deels van de cocusnoten. Die worden in stukken gehakt en op houten platforms gedroogd in de zon. Eens in de maand worden ze verscheept naar Papeete of Tahiti, waar het verwerkt wordt tot cocosolie. Na twee dagen gaan we naar de volgende baai. Weer hetzelfde ritueel: stevige wind pal op de neus, maar nu zitten de luiken wel dicht. De baai waar we naar toe willen heet Poa Mao en is bekend vanwege zijn historische site met de grootste tikis (godenbeelden) van de Marquesas. De baai is echter open. Wind en golven hebben er vrij spel. Zwerver ligt te rukken aan het anker en we voelen ons niet erg veilig. Harry besluit aan boord te blijven en zet mij af op het strand. Maar er staan allemaal brekers. Naast een vervallen oude betonnen pier lijkt een veilige landingsplaats. Net als ik uitgestapt ben en Harry de dinghy wil draaien, komt er een enorme breker die ons en het bootje met een smak op de keien gooit. Daarna komen er nog een paar brekers. Shit, we zitten in de val. Er zit niets anders op dan te wachten op een gaatje en dan er maar heel snel door. Het lukt en ik ben opgelucht als Harry veilig weer aan boord klimt. In mijn kliedernatte jurk loop ik door het dorp op zoek naar de Tikis. Het wordt een pittige maar hele mooie wandeling. Eerst langs de kustlijn, maar dan steeds hoger de jungle in.

En dan opeens sta ik voor een open plek in het bos. Aan de noord- en zuidzijde staan twee grote plateaus van zwarte keien, Paepaes. Hier werden vroeger offers gebracht, oa van mensen. Er omheen staan allerlei beelden, de Tikis. Dit zijn een soort goden die het dorpje beschermden moesten. De tikis zijn in goede staat en dat is uniek, want de meeste religieuse sites zijn verwoest door de missionarissen. Er is een gave tiki bij van een krijger een eentje van een hond. Ik vind het allemaal erg indrukwekkend.

Ik krijg een lift terug naar het strand. Harry heeft me al gezien. Ik kies een andere plek uit waar Harry iets beter met het bootje kan komen. Er staat nog wel een vreselijke deining, maar hier breken de golven tenminste niet. Ik moet een klein huzarenstukje uithalen en van 3m rotsen in de dinghy springen die Harry recht op de golven probeert te houden, maar het lukt allemaal. Ik houdt er alleen een nat pak en een paar schrammen aan over. Na het avondeten halen we het anker op en vertrekken we. We durven hier de nacht niet door te brengen. Bovendien is het volgende eiland, Ou Huka, net iets te ver om in daglicht te doen, dus dat komt goed uit. Het wordt een heerlijke zeiltocht met een heldere sterrenhemel en halve maan. We blijven allebei de hele nacht op, gewoon gezellig.. We hebben wind en stroom mee en komen een uur voor daglicht aan, zodat we de boot een uurtje bijleggen en zelf ook even een tukje doen. De kustlijn van Ou Huka ziet er heel anders uit dan de zuidelijke eilanden. Minder groen, meer kale rotsen. We kiezen de meest veilige baai uit de pilot, maar dat is een grote teleurstelling. De baai is open. We liggen wederom aan lagerwal in een hevige deining met de rotsen akelig dichtbij. Bovendien heerst er iets naargeestigs. Er hangen zware donkere wolken boven de bergtoppen en het water ziet er akelig donkergroen uit. Nergens zien we een geschikte landingsplaats voor de dinghy. Als we de koffie op hebben vertrekken we maar weer. Jammer, maar zo gaat dat soms. De andere twee ankerplekken liggen aan dezelfde kustlijn, dus die onderzoeken we niet eens meer. Gelukkig is het nog erg vroeg en hebben we de hele dag om de 25 mijl naar Nuki Hiva af te leggen.

Dutch corner

Baie Taiohae, het administratieve centrum van de noordelijke Marquesas, is een mooie ruime baai. Er liggen minstens 25 boten, maar er is plaats genoeg. Wij parkeren Zwerver in de "Dutch" corner tussen twee nederlandse boten in. Even later maken we kennis met Otto en Pauline, een jong stel, dat niet gehinderd door enige zeilervaring of kennis van boten, in Amerika hun mooie Crimson Lady hebben gekocht en op wereldreis zijn gegaan. "We hebben een korte cursus gedaan en de rest leren we onderweg wel". Fantastisch toch?! Op Nuka Hiva kunnen we eindelijk geld pinnen. Nooit gedacht dat dat tegenwoordig nog ergens op de wereld een probleem kon zijn. Samen met Otto en Pauline gaan we lekker een pizaatje eten in een openlucht restaurantje aan de waterkant. Het bier is heerlijk koud. Wat is het leven weer goed! Nuku Hiva is het grootste eiland van de Marquesas groep (330 km) en heeft ook de meeste inwoners, ongeveer 2500. Toch blijft het een poppendorpje met een paar winkeltjes, restaurantjes, een duikshop, een ziekenhuisje, bank en een kerk. De gebouwtjes met hun rode daken liggen allemaal rondom de baai. Iets verder in het groen staat een mooi kerkje met twee grote houten schuifdeuren, schitterend bewerkt door locale kunstenaars. De doopfont staat buiten en is niet meer dan een grote grijze platte steen met een waterkraantje. Heel simpel, maar heel smaakvol. Hier zetelt de aardbisschop. Voor de kerk zitten een aantal gezette polynesische vrouwen gezellig op de grond. Ze maken schitterende bloemenkransen en slingers van palmbladeren. Mannen zijn bezig met het opzetten van een reuze feesttent. De tuinhekjes krijgen een likje verf en het pad wordt nog eens aangeharkt. Zaterdag wordt er een jonge priester uit het naburige dorp ingewijdt. Ze vragen of wij ook komen. Maar wij vertrekken zaterdag naar een baai 5 mijl verderop.

Baie de Controleur doet ons denken aan een fjord. Het is een lange smalle baai omringd door heuvels begroeid met palmen en bananebomen. Er ligt slechts 1 ander bootje en als we ons anker uitgooien komen onze buren een heerlijke moot verse vis brengen. Aan de voet van de baai is een klein strandje waar we onze dingy parkeren. We maken een heerlijke wanderling door de groene vallei vol fruitbomen en vanille plantages. Het dorpje is niet meer dan een langgerekte slinger van kleine huisjes langs een riviertje. Bij de kerk is het een drukte van jewelste. Dit is het geboortedorp van de vers ingewijde priester en hij heeft zojuist voor eigen gemeente zijn eerste preek gehouden. Zijn fanclub bestaat voornamelijk uit stevig gebouwde vrouwen van middelbare leeftijd, prachtig uitgedost in witte kanten jurken en bloemenkransen in hun haar. Jonge mannen op ongezadelde paarden rijden vrolijk op en neer en blazen op een grote schelphoorn. Jukelille spelers geven een vrolijke noot aan het geheel. Als iedereen met hem op de foto is geweest gaat het in optocht naar de feesttent waar voor iedereen een lunch klaar staat. Wij worden spontaan uitgenodigd en genieten in de schaduw onder een boom van de heerlijke "poison cru", rauwe vis gemarineerd in limoensap en cocusmelk. We verlaten de feestgangers en lopen verder langs de rivier. Op de heuvel in het bos komen we bij de ruines van een belangrijke archeologische site, Paeke, met verscheidene Tikis en een 170m lange platform waar nog niet zo lang geleden mensen werden geofferd. Het is er doodstil. In de verte horen we nog steeds het galmen van de schelphoorns.

 

Palmen, strand en .... nonos!

Onze volgende ankerplek is 10 mijltjes verder. Voor dit soort tochtjes nemen we niet eens meer de moeite om de dingy binnen te halen en ook blijft de beschermhoes om het grootzeil. Met alleen de genua uitgerold scharrelen we op ons dooie gemak langs de mooie ruige kustlijn. Daniels Bay ligt goed verborgen en is pas te zien als we er 1 mijl vandaan vlak voor liggen. De ingang is smal en en er staan brekers aan weerzijden, maar eenmaal binnen opent de baai zich in een perfect beschutte kom, met aan de ene kant hoge steile kliffen en de andere kant groene heuvels.Aan het hoofd van de baai ligt een hagelwit strandje met palmbomen en een hutje. Een waar paradijs!

Er is een zoetwaterbron waarmee we onze watertanks vullen. Iets verderop is een kleine lagune en daar wonen Daniel en z'n vrouw Danielle, een gepensioneerd echtpaar van achter in de zeventig. Het is een simpel huis met een heerlijk ruime veranda. Er scharrelen kippen en varkens onder de fruitbomen. De takken van de pompelmoesboom buigen zwaar door en de enorme vruchten raken bijna de grond. Het leven in de Marquesas is goed. Alles wat ze nodig hebben groeit rondom het huis, hun kinderen brengen eens in de week boodschappen mee uit het naburige dorp, gezondheidszorg is gratis en van de franse regering krijgen ze nog eens $2000 pensioen per maand! Daniel plukt voor ons een paar grote pompelmoesen, een tros bananen en een handvol limoenen. Hij wil er niets voor hebben. Anderdaags zitten we vol met rode jeukbultjes. Het stikt hier van de nonos, miniscuul kleine zwartje steekvliegjes.

 

"Hey motherfucker, do you have rum on your fucking boat"

We zijn op Ua Pou, onze laatste stop op de Marquesas. Ik sta met m'n boodschappenmandje voor de kassa en draai me verschrikt om. Harry is in "gesprek" met een zwerver met lang grijs haar, een groezelig hemd en een manke poot. Ik probeer een subtiele hint te geven dat we terug naar de boot gaan, maar Harry is niet zo'n fijngevoelig typetje en voordat ik kan ingrijpen heeft Xavier ons uitgenodigd voor een BBQ aan de andere kant van het eiland. We hoeven alleen maar een fles rum mee te nemen. Ik zie dat hele avontuur eigenlijk niet zo zitten, maar maak voor de zekerheid toch maar een lekkere salade en pak een flesje wijn in. De volgende ochtend staat Xavier vrolijk toeterend op de kade en kruipen we op de gammele zelfgetimmerde achterbank van de al net zo gammele jeep. Op het dashboard hangen naaktfoto's van z'n ex-vrouw. We gaan eerst langs zijn huis, een typische pre-fab bungalow zoals je die veel ziet op de Marquesas. Binnen is het een grote zwijnenstal, maar buiten is een heerlijke grote veranda met een schitterend uitzicht over de vallei en de baai. Aan de buitenmuur hangt een collage van naaktfoto's. Ik herken de vrouw als z'n ex. We drinken een heerlijk ijskoud glas pastice terwijl Xavier ons enthousiast vertelt over z'n nieuwe vriendin Rosie. Rosie woont op Tahiti en hij heeft haar slechts 1x ontmoet via een blinddate oproep op de radio, maar ze hebben trouwplannen en hij is een huis voor haar aan het bouwen. Bovendien komt er een restaurant en een zwembad, zegt hij, wijzend op een moddergat met keien dat gevuld wordt met regenwater via een lange plastic buis vanaf het dakterras. Het restaurant moet nog gebouwd worden, maar gaat in september dit jaar open (het is nu juni!).. De specialiteit van het huis is konijn in coconutsaus. Achter het huis staan wel zeker 10 hokken vol met grote vlaamse reuzen en nog eens een rij met nieuwe hokken. De Marquesen hebben volgens mij nog nooit van hun leven een konijn gezien! Er wordt een grote koelbox en een boombox ingeladen en met de volume knop voluit gaan we vrolijk opweg. Onderweg pikken we een vriend van hem op, Teeki. Teeki krijgt iedere zondag rijlessen in de jeep en leert engels door luidkeels mee te jengelen met de boombox.

Het landschap van Ua Pou is werkelijk spectaculair. Het silouhet van de 1000m hoge spiraalvormige pieken contrasteert met de knalblauwe lucht. De hoogste piek verdwijnt mysterieus in de wolken. Het lijken net stenen reuzen uit een sprookjesbos.

De onverharde weg slingert langs watervallen en af en toe passeren we een huisje met een keffende hond. Bij het huis van z'n ex maken we een korte stop om limoenen te plukken. Ze is kunstenares en verdient een paar stuivers bij door het maken van sieraden. Ik koop een ketting van rode pitjes en vraag me af of ze het weet van die naaktfotos. De rit gaat verder langs prachtige baaitjes waar je met de boot nauwelijks kunt komen vanwege de sterke binnenrollende deining. In Hohoi, een klein verlaten baaitje aan de oostkant van het eiland maken we een kampvuur. Xavier heeft werkelijk z'n best gedaan. Terwijl de kippepoten en worstjes op de gril liggen te smoren, Xavier zit te oreren over z'n sexavonturen, genieten wij van vers stokbrood met pate en camembert en.... rum met verse limoenen. Een onverwacht plezierige, maar vooral onvergetelijke dag!

Daarna staat Xavier elke ochtend toeterend op ons te wachten. "Heb je nog een fles rum, dan organiseren we wat fruit voor jullie". Hij neemt eerst een flinke slok en vult de fles weer aan met water. Vervolgens worden we geintroduceert bij z'n vrienden. Eerst een ex-sergeant uit het vreemdelingenlegioen die ons trots al z'n lidtekens uit Beiroet en Afganistan toont. Z'n vrouw geeft me een aantal grote plastic zakken en plukt vervolgens de halve boomgaard leeg: sinaasappels, limoenen, pompelmoesen en een grote zak gedroogde bananen. De dag er na heeft hij een dikke polynesische bij zich die ook wel een flesje wil. Nog meer limoenen, pompelmoesen en een hele stronk mooie groene bananen (die allemaal tegelijk rijp worden!). Beide achterkajuiten liggen vol met fruit. We hoeven ons in ieder geval geen zorgen te maken over scheurbuik. Ondertussen is het al bijna een week windstil. Er verzamelen zich steeds meer jachten in het kleine havenkommetje. Klaar voor vertrek naar de Tuamotus.

 

Terug naar logbook