Maleisie

Even terug in de "geciviliseerde" wereld

We hebben haast. Nou ja, voor zo ver een wereldzeiler haast kan hebben dan. Het is nu al weer october, onze cruisingpermit en visa voor Indonesie verlopen binnenkort. We hadden best langer willen blijven, maar we merken nu al dat de meelopende zuid-oost winden op raken. Voordat de noord-west moesson begint willen we op z'n minst in Singapore zijn zodat we niet de hele weg tegen de heersende wind in hoeven te motoren. We besluiten de 550 mijl van Kumai naar Batam in een ruk zonder tussenstops af te leggen. De weergoden zijn ons gunstig gezind en als we op vrijdag 5 october voor de tweede keer deze reis de evenaar oversteken, brengen we een kleine toast uit op Neptunus. We naderen Batam bij nacht en dat is toch best wel indrukwekkend. Batam is een klein eilandje voor de kust van Singapore. Ondanks dat het tot Indonesie behoort, is het eigenlijk gewoon een verlengstuk van de haven van Singapore. Heel industrieel met fel verlichte werven, hijskranen en de bijbehorende verontreiniging. We ankeren ergens buiten de scheepsroute voor een welverdiende nachtrust en lopen de volgende ochtend, net voor een spectaculaire onweersbui, de "marina" van Batam binnen. Wat een zooi! Net zoals blijkbaar wel vaker op Batam gebeurd, is hier iemand met grootse plannen een jachthaven begonnen en heeft kosten nog moeite gespaard om hele dure steigers aan te leggen. Maar toen was opeens het geld op en kwamen er geen douches, geen toiletten, geen water en geen electriciteit. Wel komt de riolering van het naastgelegen hotel uit in het ondiepe havenkommetje. Je wilt niet weten wat hier allemaal ronddrijft en over de stijgers scharrelt! We blijven hier maar kort en terwijl Harry voor de bevoorrading zorgt, pak ik de ferry naar Singapore "for the ultimate shopping experience". Nou, dat viel tegen. Ik wordt twee keer een poot uitgedraaid en vindt later dezelfde spullen stukken goedkoper in Indonesie en Maleisie. Maar het weerzien met vrienden en collega's die ik vijf jaar voor het laatst had gezien was hartverwarmend en reuze gezellig. Ik heb half Philips een paar uur schandalig van het werk gehouden en daarbij maakten we zoveel lawaai dat de andere helft ook niet meer werken kon. Een vreemd en tegelijkertijd vertrouwd gevoel komt over me heen als ik door de moderne kantoortuinen en ontwerpafdeling loop. Niet geheel zonder trots bekijk ik de wand met prijswinnende DVD-spelers. Eens was dit mijn wereld waar ik me met hart en ziel op stortte en me thuis voelde. Zou ik ooit weer in die "andere" wereld kunnen aarden?

Piraterij in de straat van Malakka?

De straat van Malakka stond ooit berucht om zijn piraterij en incidenteel schijnt er nog wel eens een schip te worden overvallen. Hoewel de vissersschepen er uit zien als piratenschepen uit de film en ze ook wel dichtbij komen, voelen we ons geen moment onveilig. We worden hartelijk gegroet en verder gewoon met rust gelaten. Nu schijnen wij ook niet het doelwit te zijn, maar de grote commerciele schepen. We kunnen ons daar absoluut niets bij voorstellen. In de eerste plaats gaan die schepen erg hard, maar heb je wel eens een scheepswand van een containerschip van dichtbij gezien? Een piraat moet wel haast een getrainde stijle-wand-klimmer zijn om zo'n schip te enteren! Als je het ons vraagt worden er gewoon een paar oude fabels in stand gehouden. Wij ontmoetten ooit eens een jurist uit Hongkong die gespecialiseerd was in piraterij. En die vertelde dat de meest voorkomende vorm van piraterij een verzekeringszaak was. Dure lading wordt op een wrakkig schip geladen en op open zee overgeladen op een ander schip. Vervolgens wordt het wrakkige schip afgezonken en de dure lading bij de verzekeringsmaatschappij geclaimed. Een groter gevaar dan piraten zijn de supersnelle tankers zelf die binnen 10 minuten uit het niets opduiken, maar ook de drijvende bamboe visvlotten en de vele sleepboten met hun slecht verlichte vracht die ze soms wel honderd meter achter zich aan slepen. We zijn dan ook opgelucht wanneer we heelhuids een van de drukste vaarwegen ter wereld achter ons laten.

Multi-culti Penang

De nieuwe brug die Penang met het vaste land van Maleisie verbindt, met daarachter de moderne skyline van Georgetown, wekt de indruk van een koele zakelijkheid. Niets bereidt ons voor op de kakafonie van kleur, geur en oosterse muziek die zich aan ons opdringt zodra we het glimmende gebouw van de luxe marina verlaten. We vergapen ons aan de etalages met prinses-achtige modepoppen die rechtstreeks uit de sprookjes van duizend-en-een-nacht lijken te zijn gelopen. Wierookwalmen vermengd met de zoete geur van verse bloemen afkomstig van de offerkransen geven het geheel een extra exotisch tintje. We bevinden ons in hartje centrum van "Little India". Nadat we de inwendige mens tevreden hebben gesteld met een heerlijke tandoori-schotel, slenteren we op ons gemak door de kleine achteraf straatjes waar we goudsmeden, beelhouwers en kledingmakers aan het werk zien. "Little India" gaat naadloos over in "China-town".

Georgetown heeft nog veel koloniale "shophouses" met van die typisch chinese louvre-deuren geschilderd in pasteltinten en portieken met origineel mozaikwerk op de vloer. Chinezen zijn handelaars. Hier vind je de geldwisselaars, aanbieders van goedkope tickets maar ook de groezelige zaakjes waar je je oren kunt laten reinigen, je lichaam kunt laten volprikken met naalden en allerlei enge beesten kunt kopen die heilzaam zijn voor kwalen waarvan je het bestaan niet eens wist.

Penang (= betelnooteiland) was de eerste handelspost van de Britten in het verre oosten. In 1786 werd het eiland door de toenmalige Sultan afgestaan in ruil voor militaire bescherming. In hun streven een veilige bunkerplaats te creeren voor schepen op weg naar China, hebben de Britten een zeer liberaal immigratiebeleid gehanteerd. Iedereen die een stukje jungle wist te cultiveren kon het land claimen. Zodoende is Georgetown nu een mix van oosterse en westerse culturen waar Maleiers, Indiers en Chinezen op een vreedzame manier lijken samen te leven. De indische taxichauffeur die ons naar Penang Hill brengt is het niet eens met onze observatie en wijst ons aan de hand van zijn persoonlijke geschiedenis even fijntjes op de onderlinge verhoudingen. De Maleiers hebben het voor het zeggen. De Islam is staatsgodsdienst en als je geen moslim bent wordt je op z'n best getolereerd, maar je kansen op succes worden aanzienlijk gereduceerd. De Indiers zijn de minst bedeelden en worden het meest gediscrimineerd. De Chinezen spelen daar handig op in en slaan er als het even kan een slaatje uit."Ik ben hier geboren en getogen. Mijn vader was koelie en heeft voor de Britten aan de Penang Hill spoorlijn gewerkt. Hoezo is die spoorlijn door Britten gebouwd? Twintig jaar lang heb ik tevergeefs geprobeerd een taxi-vergunning te krijgen. Today they cut my penis, tomorrow I have my permit" voegt hij er met een knipgebaar aan toe. "Je moet hier moslim zijn of veel geld hebben zoals de Chinezen. Die kopen gewoon een vergunning en voor RM 50.000 kan ik daar gebruik van maken, maar moet ook nog per dag RM20 betalen voor de huur van de taxi". Daarna kijken we met andere ogen naar de schijnbare mix van culturen. De indiers eten met hun handen bij de tandoori-tentjes, sturen hun kinderen naar een indische school en hangen bloemenslingers om hun goden. De chinezen eten Hainan chicken-rice met stokjes, sturen hun kinderen naar een chineze school en vragen hun goden om nog meer financieel succes door al buigend met brandende wierookstokjes te zwaaien. En de moslims eten halal, vader en zoon lopen voorop met een aantal gesluierde gedaanten in hun gevolg. Hun kinderen gaan naar een chique staatsschool buiten de stad. En voor het geval een kind even vergeten was bij welke groep hij thuishoorde, hebben ze voor iedere bevolkingsgroep een eigen schooluniform geintroduceerd.

Langkawi: Tijd te kort

Het regent. En niet zo zuinig ook. Al dagen achtereen valt het met bakken tegelijk uit de lucht. We zitten op de scheiding van twee seizoenen. Het wachten is op de droge noord-oost moesson die, als het goed is, zich nu ongeveer zou moeten aandienen. Als we er naar informeren halen de locals gelaten hun schouders op: "vorig jaar kwamen de noord-oost winden pas tegen kerstmis". Binnen is de luchtvochtigheid bijna net zo hoog als buiten. Met een temperatuur van 35 graden is het om te stikken. Om nog een klein beetje frisse lucht binnen te krijgen hebben we net als iedereen hier tentjes boven de dekluiken gespannen. De haven heeft daardoor meer weg van een tentenkamp dan van een luxe marina. Er valt hier geen bal te beleven. De marina is ver weg van de bewoonde wereld en een leuke kroeg is er niet. De meeste jachteigenaren verblijven hier voor langere tijd en hebben airconditioning aan boord en zitten de hele dag binnen. Ook wij hangen een beetje verveeld voor de ventilator. Bij iedere handeling gutst het zweet van je lichaam. We maken maar vast een klussenlijst en planning voor het komende zeilseizoen. Het ziet er naar uit dat we weer eens tijd te kort komen. Als we de Indische oceaan willen oversteken naar Madagascar dan zouden we uiterlijk februari '08 moeten vertrekken. Harry is de maand december voor familiebezoek in NL. Dat betekent dat we maar 2 maanden over hebben voor Thailand en Maleisie en de boot gereed te maken voor een lastige overtocht. De beslissing is snel genomen. We plakken er nog maar eens jaartje aan vast en plannen de extra tijd vol met binnenlandse reizen, bezoek van familie en vrienden en eventuele bootverbeteringsprojecten.

Thailand: land van de glimlach

De tweede Tsunami

Het water in Ton Sai Bay heeft dezelfde melkachtig groene kleur als ons favoriete Thaise curry gerecht. Aan de rand bij het koraalrif, gaat het groen over in een smalle strook helder aquamarijn blauw. Kabbelende golfjes breken voorzichtig op het witte poederstrand. Achter een groepje palmbomen rijst een donkere bergwand van graniet loodrecht omhoog. Als je zo'n tropisch paradijsje ontdekt, kun je er maar beter over zwijgen zodat het een goed bewaard geheim blijft. Sinds Phi Phi-island in een reisbrochure werd beschreven als een van de drie mooiste eilanden ter wereld, word de tropische idille overspoeld door massas roodverbrande toeristen die op luidruchtige wijze hun kuddegedrag ten toon spreiden moeten. 's Nachts tot in de kleine uurtjes, lallend in de bars en discotheken waarvan er veel te veel zijn op dit kleine eiland. Overdag, rij aan rij bakkend in de gevaarlijk zon op een strand dat nog maar 3 jaar geleden het toneel was van een verwoede reddingsoperatie die volgde op een van de meest verwoestende natuurramp uit de recente geschiedenis.

De Tsunami van 26 december 2004 kostte in de hele regio 300.000 mensen het leven en maakte 2.5 miljoen mensen dakloos. In Thailand vielen 5000 dodelijke slachtoffers maar tot op heden worden er nog 3000 mensen vermist. Phi Phi- island behoort tot de zwaarst getroffen gebieden. Elke breekbare structuur werd weggespoeld, vissersboten werden met een smak op het strand gekwakt, zeiljachten en duikboten van hun moorring losgerukt en gezonken, vissershutten, restaurantjes en strandhuisjes waar toeristen verbleven werden verwoest. Naast verhalen over spontaan georganiseerde reddingsoperaties uit binnen en buitenland en fondsen van 13 miljard dollar voor noodhulp die snel van de grond komt, krijgen we ook te horen over het rampenkapitalisme. Onder het puin en de slachtoffers lag namenlijk datgene waarop de toeristische industrie allang aan het azen was: een maagdelijk strand, schoongeschrobd van alle smoezelige sporen van werkende mensen, een paradijs voor vakantiegangers. Net zoals in alle andere landen waar de tsunami toesloeg, werden er bufferzones verordonneerd die voorkomen moesten dat dorpelingen weer aan de kust gingen bouwen en die land vrijmaken moest voor nieuwe projectontwikkeling. We lezen verhalen over projectontwikkelaars die bewakers aangesteld hebben om dorpelingen, die nog op zoek waren naar hun vermiste dierbaren, van het strand te weren. Een jaar na de tsunami publiceerde "Action Aid", die de besteding van buitenlandse hulp monitort, de resultaten van een uitgebreid onderzoek onder vijftigduizend overlevenden van de tsunami in vijf landen. Dezelfde patronen keerden overal terug: bewoners was verboden opnieuw te bouwen, terwijl hotels werden gelokt met subsidies en aantrekkelijke leningen; tijdelijke kampen waren miserabele gemilitariseerde opslaglaatsen, en van permanente wederopbouw was bijna geen sprake; hele manieren van leven werden vernietigd. Het rapport concludeerde dat de tegenslagen niet toegeschreven konden worden aan slechte communicatie, te weinig geld of corruptie, maar structureel gepland waren. "Overheden hebben grotendeels gefaald in hun verantwoordelijkheid om in bouwgrond voor permanente behuizing te voorzien. Ze bleven aan de kant staan of waren medeplichtig toen men zich ten bate van commerciele belangen land toeeigende en de kustgemeenschappen verdreef. Dure resorts met hun door traditionele vissersdorpen geinspireerde architectuur hebben de rieten vissershutten met "stinkende" netten verdreven. Mensen hadden vaak geen andere keuze dan te verhuizen, aangezien dat een voorwaarde was voor het terugkrijgen van hun huisvesting en levensonderhoud". Naomi Klein: de shock doctrine

Wij vinden het allemaal bijzonder verwarrend en merken er eerlijk gezegd niet zo veel van. Het is voor buitenstaanders als ons moeilijk om de vinger op de werkelijkheid te leggen. Bovendien snijdt het mes aan twee kanten. Wij hebben geenszins de illusie dat Phi-Phi island voor de tsunami traditionele kustgemeenschappen, maar we zien wel de met golfplaten en karton aan elkaar gebouwde noodhuisjes iets verder achteraf waar een gezin met kinderen in een miserabele ruimte van 3 bij 4 meter moet leven. Plaatsen als Phuket en Patong waren toen wij hier 6 jaar geleden kwamen om te duiken, ook al een "sodom en Gomorra" van feestvierende vakantiegangers maar het toegenomen aantal luxe resorts langs de westkust valt ons wel op. Maar als jij in de schoenen zou staan van de Thaise regering, zou je dan ook niet van je "sextoerisme" imago af willen en je richten op rijke toeristen uit Scandinavie? Traditionele vissersbootjes zien we inderdaad zelden, maar wie gaat er nu de hele dag in de brandende zon uit vissen voor een schamele opbrengst van 5 euro per dag terwijl je toeristen naar dichtbij gelegen eilandjes kunt brengen voor het vijfvoudige? En als we per ongeluk een vissertje tegenkomen, dan vraagt hij voor een handje garnalen het viervoudige van een garnalencurry in een restaurant! Het lijkt ons dat de "traditionele kustgemeenschappen" genoeg mee profiteren van de tweede tsunamigolf.

Dat hele tsunami-gedoe zet je overigens wel aan het denken over je eigen veiligheid. De kans dat het nog eens gebeurd is heel reeel. Op vrijwel alle eilanden waar toeristen komen zien we blauwe verkeersborden die de Tsunami vluchtroutes aangeven. De weg is duidelijk: zo snel mogelijk naar hoger gelegen gebied. Maar wat doe je in Koh Pan Yi, een op palen gebouwd vissersdorpje? We volgen de tsunami-bordjes en worden in een kringetje rond geleid. De enige vluchtweg is het water. Dan zitten we goed op onze boot. Of toch niet? Trouwens, wie komt ons waarschuwen? In Bali zaten we te borrelen in de bar toen een duitser door het thuisfront gebeld werd dat op de duitse TV een tsunami waarschuwing was uitgegeven voor het gebied waar wij zaten. Niemand van de zeilers had er ook maar iets van gehoord!

 

Het ultieme vakantiegevoel

We besluiten om ons hoofd er niet al te veel over te breken maar lekker te genieten van de positieve kanten die het toerisme brengt. Op Phi Phi-island gaan we een aantal dagen met een duikboot mee. De onderwaterwereld schijnt amper te lijden hebben gehad van de tsunami. Ontspannen laten we ons door de lichte stroom voortdrijven langs prachtige koraaltuinen met wuivende annemomen en reuze varens die lijken op balinees houtsnijwerk. Op nog geen twee meter afstand kunnen we op ons gemak een koppel leopard sharks (zebra-haaien?) bestuderen. De beesten liggen te rusten in het zand maar houden ons met hun griezelig koude ogen wel goed in de gaten. Maar ook als je oog hebt voor het kleinere spul, kom je hier goed aan je trekken. We zien de meest bijzondere exemplaren van paarsgestippelde naaktslakken en knalgele frogfishes. Na het duiken houden we siesta en gaan dan aan land voor een heerlijke Thaise maaltijd. Aan boord nog een afzakkertje terwijl het avondrood achter de horizon verdwijnt. Het lijkt potverdorie wel vakantie!

Mooi weer, vlak water, ondiep ankeren en spectaculaire ankerbaaien maken de baai van Phuket tot een perfect zeilgebied. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel zeilers hier, net als wij, een seizoen blijven hangen voordat ze de Indische Oceaan oversteken naar de Rode Zee of Zuid-Afrika. Ideaal om je boot in een goed beveiligde jachthaven achter te laten om een binnenlandse reis te maken of even terug te vliegen naar Nederland. Ook ideaal om gasten uit Nederland voor een korte vakantie te ontvangen. In januari zeilt Harry's broer Jan een weekje met ons mee. We maken korte dagtripjes. De baai ligt bezaaid met ruim vijftig eilandjes, bewoond en onbewoond. Iedere 10 mijl is wel een mooie ankerplek te vinden. De baai van Phuket, met name het noordelijke deel van Phang Nga tot Krabi, staat bekend om zijn "karsten gebergte". Dit zijn steile rotswanden die vertikaal vanaf de zeebodem omhoog rijzen.

Door weer en wind zijn de meest grillige vormen ontstaan met aan de onderkant grotten (hongs) waar je met je bijbootje doorheen kunt peddelen. Sommigen hongs hebben een indrukwekkend onderaards gangenstelsel met "kathedraal" vormige ruimten met aan het plafond reusachtige stalagtieten. Andere grotten komen in het midden van de berg opeens weer uit in een lagune met een klein strandje en weelderige begroeiing. De bergen zijn ideaal voor "stijle-wand" klimmen. Als je niet meer kunt volhouden laat je je gewoon in het warme zeewater vallen. In het algemeen staat er weinig wind, maar tussen de eilandjes door wordt de wind soms plotseling weerkaatst waardoor ze versterkt en 180 graden van de andere kant terug komt. Als je goed op de waterrimpels let kun je dit op tijd zien aankomen. Op de bewoonde eilanden is het toerisme behoorlijk ontwikkeld waardoor er een ruime keus is aan goede en goedkope restaurantjes. Het eten is heerlijk en de mensen zijn ontzettend vriendelijk en lijken altijd te lachen. Kortom, het is hier prima vertoeven.