Terug in de Atlantische Oceaan

Inslingeren

Met de nieuwe zeilen, het nieuwe touwwerk en buiskap erop begint Zwerver weer een beetje op een boot te lijken. De life-lines gaan weer aan dek en ik maak nog een paar nieuwe hoezen voor de luiken. Tijdens de mastinspectie ontdekken we dat er een draadje van de kleine binnenstag is gebroken, zowel onderaan als bovenaan. Er is geen tuiger in Richards Bay, dus dit moet maar even wachten tot Durban. Van bevriende zeilers die elkaar en het zeilen voor gezien houden, kopen we voor een prikkie een mooie dingy met harde bodem. We krijgen er 4 spearguns en tien dozen medicijnen, hechtnaalden en een zooi verband bij cadeau. Jammer voor hun, wij zijn er blij mee. De boot ziet eruit om door een ringetje te halen. De auto is voor een goede prijs verkocht. Wij zijn klaar voor vertrek. Dat en Ellen's verjaardag is een reden om een afscheidsfeestje te geven. Het feestje begint beschaafd met een BBQ om 16.00 uur en eindigt na middernacht met een kampvuur. Gewoon op de kade, met luide muziek uit een auto. Niemand die ons wegstuurt of klagende buren over geluidsoverlast (dat kon ook niet want de hele buurt was uit voorzorg uitgenodigd!). Dat kan hier allemaal gewoon.

Van Richards Bay naar Durban is slechts 95 mijl. Als je de stroom oppikt een tochtje van amper 15 uur. Toch zien we er tegenop. We hebben een jaar stilgelegen. Bovendien staat dit stukje kust berucht om z'n harde winden en monstergolven. We gaan pas als we absoluut zeker zijn van een weervenster van minimaal 2 dagen, met prettige wind uit het noord-oosten. De weergoden zijn ons gustig gezind; we krijgen er ook nog een mooi zonnetje bij. Ideale omstandigheden dus, helemaal als we ook nog eens de Agulhasstroom van een knoop of 3 oppikken. Toch voelt het niet lekker. De zee is nog wat onrustig na de laatste zuidwester en de bewegingen van het schip zijn vervelend. Voor het eerst van mijn leven ben ik goed zeeziek en hang een paar uur over de reling. We hebben het ritme duidelijk nog niet te pakken. Binnen staat van alles te bonken en te rammelen en overal liggen kussens over de vloer. Er staat water in het vooronder dat via de ankerkluis naar binnen gekomen is. De genua schoten zitten verkeerd zodat we het blok niet over de rail kunnen verschuiven. Allemaal simpele dingen die routine horen te zijn. De tweede helft van de tocht gaat een stuk beter. De zee wordt kalmer, de spanning verdwijnt. Bij dageraad komt het nieuwe voetbalstadium van Durban in zicht. We koersen erop af en komen vanzelf in de vaargeul naar de grootste haven van Zuid Afrika. Er spelen twee walvissen dicht bij onze boot. Ook de andere boten die tegelijk met ons uit Richards Bay vertrokken zijn, en die we de hele tocht niet gezien hebben, komen opeens allemaal tegelijk binnen. Om 8.00 uur leggen we vast in de marina. We zijn ingeslingerd.

Valse Start

Zolang we in Durban zijn, een goede week nu, heeft het vrijwel continu geregend. Vandaag laat de zon zich voor het eerst zien en meteen is het weer vies klef warm. Het is blijkbaar alles of niets hier. Maar met een koud pilsje in de kuip is het wel uit te houden. We overwegen zelfs of we de bimini (zonnetent) toch maar op zullen zetten. Deze hadden we er met het oog op harde winden langs deze kust, nog maar even af gelaten.

Ongemerkt is de zon achter de wolken gekropen, een raar wit licht achterlatend. De boten dobberen loom op en neer, hun bewegingen gedempt door een dikke laag rottend huisvuil en andere troep. Het water in Durban Marina heeft de kleur van afwaswater en ruikt ook zo. Er drijft een vette rat voorbij, met z'n opgeblazen buik en pootjes stijf omhoog. Iedere ochtend zie ik condooms in het water en gisteren vond ik een onderbroek op de steiger, een actieve zeilclub dus. De onheilspellende sfeer deze middag wordt nog eens versterkt door het gekraak van de 200m lange verrotte steigers, die net zoals in Richards Bay, niet aan deugdelijke pijlers vast zitten maar met roestige kettingen op de bodem verankerd zijn.

We horen de zuidwester aankomen nog voordat we hem voelen. Onze nieuwe windmolen draait 180 in de andere richting en begint opeens vanuit het niets als een gek te spinnen met het geluid van een helicopter. In ieder geval worden de accu's nu geladen want walstroom hebben ze hier niet. En dit weerpatroon observeren we iedere 2 a 3 dagen: korte warme droge periodes met noord-oosten wind, eerst gematigd, dan toenemend tot krachtig tot een knoop of 25-30 of meer. Dan een half uurtje geen wind gevolgd door een zuid-wester die in volle kracht terug komt met kou en regen, en daarna doordraaid naar het zuid-oosten, afneemt en verder draait naar het noord-oosten. De volgende dag zien we de foto's van een loodsboot die tijdens deze, relatief kalme zuidwester door de brekende golven op de basaltblokken is gesmeten.

Juist als de tuiger klaar is met de nieuwe stag en de nieuwe bevestigingsclips voor de spinackerbomen, lijk het erop dat er deze keer een weergat is van minimaal 3 dagen. Met een beetje stroom mee redden we het tot Port Elizabeth (350 mijl) of anders in ieder geval tot East London (250 mijl). Om een zo lang mogelijk venster te hebben, vertrekken we als de wind nog uit het zuid-oosten komt. Dit betekent wel dat de golven nog niet meelopen en dat we een paar uurtjes moeten motor-zeilen. Alles loopt voorspoedig, totdat Harry opeens merkt dat er geen koelwater meer uit de motoruitlaat komt. Een snelle check laat een defecte waterpomp zien, niet iets wat we onderweg even kunnen verhelpen. De beslissing is snel genomen: we gaan weer terug naar Durban. Gelukkig waren we vroeg vertrokken en hebben we ruimschoots de tijd om op ons gemak terug te zeilen. Maar er is heel weinig wind en Durban is een drukke containerhaven. We roepen de havenauthoriteiten op en leggen het probleem uit. Deze willen niet dat we met het drukke scheepsverkeer een poging doen door de pieren naar binnen te zeilen, en schakelen de reddingsdienst in, een beetje overdreven in onze ogen, maar goed. Vlak voor de pieren krijgen we een sleepje en worden we heel professioneel in de jachthaven afgeleverd. We balen als een stekker, maar schikken ons in ons lot, vooral als we de volgende dag horen dat het weervenster toch niet zo perfect was en de boten buiten een onweersbui met 40 knopen wind hebben gehad.

Sinterklaas in...... Durban

Precies een week later spreken de weergoeroes weer over een eventueel venster. Twee dagen stevige noord-oosters (25-30knopen) gevolgd door een hele zwakke zuidwester. Ik vind dat eigenlijk geen venster en wil de drukkaarten zien om te begrijpen wat ons evt nog meer te wachten staat voor het geval de goeroes het systeem verkeerd geinterpreteerd hebben. We zien een groot hoog druk gebied over zuid Afrika trekken met ten zuiden daarvan twee kleine lage druk gebieden die ver genoeg beneden ons langs trekken. Maar net boven Kaapstad is een ander laag druk gebied ontstaan, nu nog klein, dat tegen het hoog aan drukt. Wij weten uit ervaring dat juist op dat gebied er een soort "funnel-effect" optreedt met versterkte noord-oost winden. Die voorspelde 25-30 knopen kunnen dus heel gemakkelijk 40 knopen of meer worden. Als we nog een check doen op Weather Passage, zien we dat daar al 30 to 35 knopen voorspeld wordt. Harry begint nu ook te twijfelen en wij hebben een stelregel aan boord dat bij twijfel wij gewoon niet gaan. Vier boten vertrekken, 11 boten die uitgechecked hadden, blijven net als wij in de haven liggen. Een goede beslissing. De volgende ochtend geeft de zuid-afrikaanse metereologische dienst een stormwaarschuwing en vinden wij een zakje eigen gebakken pepernoten in Harry's schoen. Er zit een gedichtje bij.

Waar je je ook bevindt

Op 5 december komt de Sint

Al ben je nog zoveel mijlen

Van huis aan het zeilen

Hij weet je te vinden op je boot

En brengt je dan een verse pepernoot

 

In flottielje langs de wildcoast

De piraterij in de Indische Oceaan is de laatste 2 jaar steeds intensiever en grimmiger geworden. Steeds meer wereldzeilers kiezen daarom noodgedwongen voor de langere en winderige route rond Kaap de Goede Hoop. Bij dit rondreizend circus hebben zich inmiddels ook de jachten aangesloten die zich min of meer permanent in de wateren van Kenia en Tanzania bevonden. Het gevolg hiervan is een uitzonderlijke drukte in de Zuid Afrikaanse havens. De marina's in Kaapstad, Simonstown en Mosselbay zijn al drie maanden voor kerst volgeboekt. Wij hebben nog nooit een reservering voor een marina gemaakt en doen dat nu ook bewust niet. Dat past gevoelsmatig gewoon niet bij onze zwervende levensstijl en hoort bij het hectische leven in Europa wat we achter ons gelaten hebben. Bovendien kunnen we onmogelijk een exacte datum van aankomst plannen langs deze kust. Het laatste waar we behoefte aan hebben is overvallen te worden door slecht weer doordat we zgn verplichtingen hebben. Voor "zeilmeisje" Laura Dekkers ligt dat anders. Zij moet een zeilprestatie volbrengen en daar horen nu eenmaal verplichtingen bij. Zo moet ze begin december in Kaapstad zijn als de Volvo Ocean Race er aankomt. Ze zeilt ons ongezien voorbij en krijgt de volle laag bij Kaap Agulhas en Kaap de Goede Hoop. Maar dit 16- jarig meisje staat haar mannetje en komt er zonder noemenswaardige kleerscheuren vanaf. Petje af!

Tegelijk met 16 andere internationale zeiljachten checken we voor de derde keer uit in Durban. De kleinste boten vertrekken in de vroege uurtjes voor daglicht, wij rond een uur of 8. Een voor een melden de jachten zich via de marifoon bij de havenmeester zodra ze het zeegat kiezen. Het geeft een vertrouwd gevoel dat je niet alleen bent, maar tegelijkertijd weten we dat dit een schijnveiligheid is. Op zee ben je misschien niet alleen maar wel op jezelf aangewezen. Wij zijn geen liefhebber van groepsreizen, maar op deze tocht blijkt het toch erg handig (en gezellig). Via de marifoon en SSB weten we waar iedereen zich bevindt, hoe hard hij gaat en of hij al goede wind en stroom heeft opgepikt. Wij varen meteen naar buiten tot aan de 200m dieptelijn waar het continentale plateau ophoudt. Daar pikken we tussen de 4 en 5 knopen stroom op! We verleggen koers zodat we de wind van achter hebben en bomen de genua uit. Per uur tikken we meer dan 10 mijlen weg! Plotseling komt er een donkere vin boven het water, recht op ons af. Het is geen dolfijn. Hopelijk ook geen walvis. Als het beest dichtbij is zien we dat het een haai is. Het monster is minstens 4m lang en ziet er niet erg vriendelijk uit.

Hier naderen we solozeiler Henk in zijn 26 ft Sogno d'Oro uit Drimmelen. Henk is prettig gestoord en dat moet je ook wel zijn als je in je eentje in zo'n klein bootje de wereld rond zeilt. Wij ontmoetten Henk als hij na 77 dagen op zee, dodelijk vermoeid maar nog steeds goed gehumeurd, Durban binnen zeilt. Je moet er maar de lol van in zien. Henk wel. Als wij hem hier inhalen zit hij doodleuk een trekharmonica te spelen..... Wij verdachten hem ervan 's nachts voor zwarte piet te spelen, maar dat bleek een initiatief te zijn van Annemiek van de Blauwe Pinquin (ja, met een q).

Henk, bedankt voor de lekkere pannekoeken en de curry hou je nog van ons te goed.

Hoe zuidelijker we komen, hoe rijker het dierenleven op en onder water. Je ziet hier weer dezelfde vogels als in Nieuw Zeeland en Argentinie. Grote zeemeeuwen die als dikke eenden in groepen op het water drijven en verontwaardigd met veel gesputter opvliegen als wij langs komen. En Jan-van-Genten die met hun guitige gele kop nieuwsgierig een rondje boven de mast vliegen. 's Nachts lift er eentje mee en schijt de nieuwe buiskap onder. Walvissen zien we na Durban niet meer, maar wel heel veel zeehonden en een aantal pinguins. Zeehonden zijn net als dolfijnen altijd in een goed humeur en dat werkt aanstekelijk. Liggend op de rug met een flipper op de kop lijken ze naar ons te zwaaien. We zwaaien terug. De 250 mijl naar East London leggen we af in 33 uur, een nieuw record voor Zwerver. Gelukkig, dit akelige stukje kust met de toepasselijke naam "Wild Coast" hebben we achter de rug.

Aanvaring

Ruim voor het vallen van de avond en de volgende zuid-wester zeilen we de rivier op. In East London is geen plaats voor ons in de marina. Alle 16 jachten gaan voor anker. En omdat het een getijde rivier is draaien de boten alle kanten uit. Een tweemaster ligt te dichtbij en verplaatst z'n boot na goed overleg. Als we 's nachts vanuit ons bed door de kajuitingang naar buiten kijken, zien we een grote catamaran rakelings voorbij gaan. We vliegen naar buiten en worden enigzins gerustgesteld als we de eigenaar aangekleed in zijn kuip zien zitten. Maar in plaats van te verkassen haalt hij slechts z'n ankerketting een beetje in. Zoals we nu liggen ziet dat er inderdaad beter uit, maar als het tij keert ligt hij weer te dicht op ons. Een paar uur later gaat het mis. Een harde klap tegen onze romp, er wordt een motor gestart en we horen het geratel van zijn ankerketting. Als we de schade opnemen zien we dat er alleen een beetje verf van de stootrand af is. Maar er kleven wel witte brokjes van zijn boot aan. De man komt zich later verontschuldigen en zegt: "Goh, ik wist niet dat dit een stalen boot was". Met andere woorden, dan was hij er niet gaan liggen! Het recht van de sterkste had hij duidelijk verkeerd ingeschat. Harry geeft hem de stukjes epoxy en zegt droog: "Here, you left some parts of your boat behind".

Terug in de Atlantische Oceaan

De aardrijkskundeboekjes van de Petrusschool op het Twekkelerveld in Enschede zijn hopelijk vervangen. Het meest zuidelijke punt van Afrika is nl Kaap Agulhas, en niet Kaap de Goede Hoop zoals wij geleerd hebben. En als we juf Mieke zouden vertellen dat er pinguins in Afrika zijn, dan zou ze dat vast niet geloven. Op het kruispunt van de Indische en Atlantische oceaan kan het behoorlijk te keer gaan. Golven uit het zuiden, niet gehinderd door land, bouwen op tot indrukwekkende hoogtes en bij de kaap kan de wind opeens in kracht verdubbelen. Voorzichtigheid geboden dus. Het weer blijft grillig, dus besluiten we voor korte "hopjes" via Port Elizabeth, de zoveelste oninteressante en verwaarloosde stad in Zuid Afrika, en Mosselbaai, een klein tuttig vakantieoord, vroeger "slegs vir blankes", nu nog steeds erg wit. Van Kaap Agulhas krijgen we niets te zien. We passeren deze mijlpaal nogal ongedenkwaardig 'snachts, op de motor, want de wind is weggevallen.

In de loop van de ochtend, als de landmassa wordt opgewarmd waardoor er weer een briesje komt, zetten we alle zeilen bij en zeilen rustig met 5 knoopjes noord richting Kaapstad. Na exact 7 jaar zijn we weer terug in de Atlantische Oceaan. Hoe voelt dat ? Grandioos! Drie oceanen zijn we overgestoken. Eigenlijk zijn we best wel een beetje trots op onszelf.

 

Een heel ander Zuid Afrika

We liggen in de luxe marina van de False Bay Yacht Club in Simonstown aan een goed onderhouden steiger met water en walstroom. In de lobby hangen een aantal yachties onderuit op de leren bank te internetten met een kop capuchino of ham/kaas tostie. De bootkinderen leven zich uit op het keurig onderhouden grasveldje, in het oog gehouden door hun braaiende ouders. Niets wijst erop dat we in Zuid Afrika zijn. Een rondje door het pittoreske dorpje levert ook al geen aanwijzing op. Victoriaanse huisjes, een Nederduitse kerk, Fish & chips restaurants en dikke verbrande mensen op het terras. Het kan evenzo goed een badplaats aan de engelse zuidkust zijn. Ieder half uur vertrekt er een trein naar Kaapstad. De Lonely Planet waarschuwt voor criminaliteit in de treinen. Blanke mensen reizen in het algemeen niet met het openbaar vervoer, die hebben een dikke auto onder hun kont. De trein zit vol zwarte mensen plus een aantal yachties. Wij vinden het wel gezellig. Vooral in de derde klas is het een levendige bedoening. Iedereen praat met iedereen. Twee zusjes, waarvan eentje blind, zingen gospel songs en zegenen je dag als je een muntje in het bekertje gooit. Er komen verkopers langs met grote manden vol lollies, toffees en chips. Een ander verkoopt petjes, weer een ander flesjes water. Een groepje muziekanten komt de boel een beetje opvrolijken. Voordat we het weten zijn we al in Kaapstad en laten een coupe vol grafitti, plastic en etensresten achter.

De steden in Zuid Afrika stellen in het algemeen niet veel voor. Vies, druk, gevaarlijk, oninteressant. Kaapstad is daarop een positieve uitzondering. Het is een verademing om gewoon over straat te kunnen slenteren. Er zijn leuke pleinen, terrassen, drukke winkelstraten en boeiende musea die een bezoek van meerdere dagen rechtvaardigen. Historisch en modern gaan hier goed samen, evenals blank, zwart en kleurlingen, hoewel dat laatste ook maar relatief is. Het merendeel van de inwoners kan zich de huurprijzen in Kaapstad niet veroorloven en woont in diepe armoede in de krottenwijken waar een strikte raciale scheiding heerst tussen de diverse zwarte bevolkingsgroepen (stammen, vluchtelingen uit buurlanden) en waar nogal eens geweldadigheden uitbreken. Dit terwijl een minderheid in de meest luxieuze appartementen woont die je je maar voor kunt stellen en iedere dag per vliegtuig op en neer reist naar Johannesburg waar ze werken.

Kaapstad is gebouwd door slaven. Niet door afrikaanse slaven; die werden verscheept naar Brazilie en het Caribisch gebied om op de suikerplantages te werken. De Kaapse slaven werden door de VoC geimporteerd uit Madagascar, India, Maleisie en Indonesie. De vrouwen werden gebruikt als sexslaven. Na verloop van tijd vermengden deze slaven zich ook met de Khoe San, de oorspronkelijke bevolking. De nazaten van deze slaven worden Cape Malays genoemd. Deze Cape Malays hebben een kleurrijke stempel op de stad gedrukt met hun eten (boboti, sateetjes), hun religie (gematigd moslim) en vele festivals. Op 2 Januari houden ze de zgn Cape Minstrel parade, een soort carnaval met muziek en dans ter herdenking van de afschaffing van de slavernij. In de tijd van de slavernij kregen de slaven 1 vrije dag per jaar, de dag na nieuwjaar.

Wat ons mn trekt in Kaapstad is de nederlandse historie. Daar hoef je niet lang naar te zoeken. Hollandse geveltjes op straat, hollandse interieurs met delfts blauw servies in de historische gebouwen, hollandse meesters in de kunstgalereien, hollandse schepen in de musea. Er is zelfs een restaurant dat bitterballen en kroketten op de menulijst heeft staan, maar dat ontdekten we pas nadat we een shoarma-schotel achter de kiezen hadden. We werken zo ongeveer het hele toeristische programma af: op de foto met VoC-freaks in kasteel de Goede Hoop, met de kabelbaan naar de tafelberg, op de foto met Mandela op het Nobelplein, slenteren door Longstreet en Greenmarket, ijsje eten in de Companie tuinen, daarna nog een aantal musea, tussendoor nog boodschappen halen. En als we geen stap meer kunnen verzetten huren we voor een paar dagen een auto want we moeten natuurlijk nog wel even op de foto bij Kaap de Goede Hoop en nog een voorraadje wijn in slaan voor de Atlantische oversteek.

Vaarwel Zuid - Afrika

Vrijdag de 13e checken we uit. De weersvoorspellingen zijn goed. We ronden Kaap de Goede Hoop met een perfecte zuid-oosten wind van een knoopje of 15 . Nog een laatste blik op Kaapstad en de Tafelberg. En dan zit het hoofdstuk Zuid-Afrika erop. Een nieuw avontuur begint. Via een korte stop in Luderitz (Namibie) steken we voor de tweede keer de Atlantische Oceaan over. Deze keer van zuid naar noord.

St Helena: een goed bewaard geheim

Vijftien jaar nadat de Portugezen voor het eerst de Kaap rondden en daarmee de zeeroute naar India openden, ontdekten ze midden in de zuid Atlantische oceaan een onbewoond eiland. Ze noemden het St. Helena naar de moeder van keizer Constantijn. Bijna 100 jaar lang werd het eiland angstvallig geheim gehouden voor........ de Nederlanders. Totdat ene kapitein van Linschoten het eiland in zn vizier kreeg. In zn logboeken beschrijft hij hoe z'n bemanning zich te goed deed aan een overvloed aan vlees, fruit en groente en na maanden zich voor het eerst weer kon wassen met zoet water. "There they hold prayer with mass every day, which is done with great devotion, with procession and hymns..." Het mocht allemaal niet baten. Na 70 jaar strijd was het uiteindelijk de engelse VOC die in 1659 het eiland officieel annexeerde, er een kasteel bouwde en het bemande met soldaten, gevluchte hugenoten en slaven. Daarna raakte het eiland weer in de vergetelheid. Als tussenstation was Kaapstad immers veel belangrijker en na de opening van het Suezkanaal ging er practisch niemand meer rond de Kaap. Vanwege de afgelegen locatie was het eiland perfect als verbanningsoord voor krijgsgevangenen. Zo werden hier tussen 1900 en 1903 meer dan 6000 boers uit Zuid-Afrika onder erbarmelijke omstandigheden in een concentratiecamp vast gehouden. Maar het eiland is pas echt op de kaart gezet toen Napolean hier na de slag van Waterloo in 1815 naar toe verbannen werd en er uiteindelijk ook gestorven is.

De oversteek van de zuid-Atlantische oceaan staat onder zeilers bekend als een van de vriendelijkste trajecten van de wereldomzeiling. Er staat een constante zuid-oost passaat van een knoop of 15. Wij leggen de 1360 mijl van Luderitz naar St Helena af in minder dan 10 dagen, met 2 uitgeboomde genua's of onze rood-wit-blauwe passaatwinder, die dag en nacht blijft staan. In het begin is het nog fris, vooral 's nachts. Maar langzaam maar zeker verdwijnen onze fleece truien en broeken en lopen we weer in adam & eva costuum over dek. Nu het treadmaster eraf is, wordt het dek trouwens verrekte heet onder je voeten. Er is weinig scheepvaart. De eerste twee nachten zien we nog felle lichten van vissersboten. Dit zijn zgn "long-liners" die kilometers lange lijnen met duizenden haken achter zich aan slepen. Uit de buurt blijven dus. Daarna nog 1 keer een vrachtschip en daarmee houdt het scheepsverkeer op. De oceaan lijkt leeg. Geen vogels, geen vissen (die zijn er wel maar willen niet bijten). Zowel voor als achter ons zitten andere jachten. Dat horen we op de SSB-radio maar we zien er geen een. Als we ongeveer 300 mijl van het eiland verwijderd zijn zien we weer vogels.

De negende dag, met nog 45 mijl te gaan, komt St Helena in zicht. We redden het niet voor zonsondergang, maar de aanloop is simpel en goed bezeild tot op de ankerplek. Deze is gewoon op de open oceaan, beschut voor het oosten maar helemaal open naar alle andere windrichtingen. Er rolt een hoge deining binnen en er komen valwinden vanaf de bergwand. We ankeren in 20m water en knopen voor de zekerheid nog eens 20m extra ankertouw aan onze 50m ketting. Twee maanden geleden is hier een engels jacht van z'n anker geslagen en op de rotsen geworpen.
Als we de volgend ochtend wakker worden kijken we tegen een stijle kale granieten rotswant aan. Wat nou, tropisch eiland? Dit lijkt meer op een woestijn! Wat ging er door Napoleon heen toen hij hier aankwam? Hij was toen nog maar 46 jaar, net zo oud als ik nu. Wat moet je hier in hemelsnaam de rest van je leven doen? Ver weg van alle beschaving, geen telefoon, geen internet en geen hond die hier frans spreekt. Een brief naar Frankrijk deed er gemakkelijk een paar maanden tot een half jaar over. Zou hij veel boeken bij zich gehad hebben? En wat vonden de eilandbewoners er eigenlijk van dat ze zo'n belangrijke ongewenste gast in hun maag geschoven kregen?
We huren een auto en doen een Napoleontisch eilandtoertje. Dat levert niet alleen prachtige vergezichten op maar ook verrassende inzichten over de laatste jaren van Napoleon. Nu moet je niet denken dat die beste man hier in z'n uppie naar toe kwam. Het ging ongeveer net zoals met de Duitse keizer Wilhelm die in de eerste wereldoorlog met een treinlading vol huisraad en bedienden z'n intrede nam in Huize Doorn. Napoleon had een gevolg van 27 fransozen, meest oude strijdmakkers, die vrijwillig met hem mee gingen. Z'n eerste locatie, een luxe villa met adembenemend uitzicht had hij zelf uitgekozen. Maar ook z'n definitieve woonoord, Longwood House, met 60 chinese bedienden, leek in de verste verte niet op een gevangenis.

De impact op het eiland was enorm. Om er zeker van te zijn dat hij geen tweede keer zou ontsnappen, kwamen er 3000 engelse soldaten mee (op een garnizoen van 700!). Voor de kust patrouilleerden 2 fregatten en 5 oorlogssloepen. Geen enkele vissersboot mocht 's avonds de haven verlaten voordat zeker gesteld was dat Napoleon in bed lag. En dat was geen garantie want Napoleon leed aan slapeloosheid en ging 's nachts aan de wandel. Met de engelse gouverneur had hij een gespannen verhouding. Napoleon weigerde engels te spreken en ontving de gouverneur maar sporadisch. Toen deze hem daarop aansprak en zei: "ik ken u eigenlijk niet", antwoordde Napoleon: "Dat klopt, ik heb u niet ontmoet op het slagveld". Maar wat deed de best man nu de godganselijke dag? Niet veel. Behalve oorlogvoeren en vrouwen had hij eigenlijk geen hobbies of interesses. Schaken kon hij niet, biljarten was hem te engels. Hij schreef veel en zat uren per dag in z'n ligbad. Een weldoenster uit Engeland stuurde hem franstalige boeken en plantenzaden. Hij las eigenlijk alleen maar uit verveling maar ontwikkelde wel een liefhebberij voor tuinieren. Het vochtige huis vol schimmel en ratten was niet weldadig voor z'n gezondheid. Hij werd dik en benauwd en na 6 jaar verveling overleed hij. Aanvankelijk dacht men dat hij vergiftigd was door arsenicum (rattengif) maar de huidige theorie wijst maagkanker aan als doodsoorzaak.

Ook de pek van z'n (een na) laatste rustplaats had hij zelf uitgezocht. Zelfs na z'n dood zorgde Napoleon nog voor onenigheid tussen de engelsen en fransen. De engelsen wilden dat hij de geschiedenig in zou gaan als generaal. Maar voor de fransen was hij veel meer dan dat; hij was hun keizer. Het gevolg was dat men het niet eens kon worden over de inscriptie op de graftombe en er nu dus niets op staat. Hij ligt er overigens niet meer. 19 jaar na z'n overlijden is z'n lichaam (ongeschonden door de 3 luchtdichte sarcofagen waarin hij lag) met veel eerbetoon overgebracht naar Palais des Invalides in Parijs. Op de plaatsen waar Napoleon gewoond heeft en begraven lag wappert de franse vlag; het is Frans bezit en wordt door Frankrijk onderhouden.

St Helena blijkt een onverwacht plezierige verrassing. Zodra je aan wal stapt en door de stadspoort Jamestown binnen gaat, waan je je in het Engeland van de vorige eeuw. Kleurige huisjes met smeedijzeren balcons, kleine binnenhofjes, een mini Big Ben, een typisch gietijzeren marktgebouw, daterend uit de 18e eeuw. In het kasteel huist de politie. Voor het krakelwitte gebouw staan kanonnen en boven de poort hangt het wapen van de engelse VOC. In de kasteeltuin zitten mensen op bankjes gewoon gezellig met elkaar te keuvelen. Iedereen groet elkaar en neemt de tijd voor een praatje. Er heerst een super relaxte sfeer. Achter de anglicaanse kerk leidt een stijle strap van 699 treden omhoog naar een oud fort vanwaar je een schitterend uitzicht hebt over zowel Jamestown en de ankerplek. Een typisch britse politieagent schudt ons de hand. "Welcome in St Helena, my name is Jeremy, how can I help you?". Jeremy is officieel al met pensioen maar heeft het hier zo naar z'n zin dat hij besloten heeft hier voorgoed te blijven. Er is geen criminaliteit maar het eiland heeft zo z'n eigen problemen. Alcohol is er een van en er is een tekort aan mannen. Jongeren trekken weg. Het enige contact met de buitenwereld is via het bevoorradingsschip HMS St Helena dat eens per maand langs komt, af en toe een cruise-schip met een handjevol touristen en in de maanden febr/mrt een paar zeiljachten die onderweg zijn naar Brazilie. Een vliegveld is er niet, maar daar komt verandering in." Is dat een vloek of een zegen?", vragen we hem. Het antwoord is heel duidelijk: een zegen! Maar er is al wel een comissie in het leven geroepen die ervoor moet waken dat het unieke karakter van het eiland bewaard blijft. Uiteraard gunnen wij de Saints, zoals de eilandbewoners zichzelf noemen, groei en vooruitgang, maar wat ons betreft mag dit sympathieke eiland nog wel een paar honderd jaar voor de rest van de wereld geheim blijven.

 

Buitenaards Ascension

Zo menselijk en dorps als St Helena was, zo buitenaards en high tech is Ascension. Als we vroeg in de ochtend het eiland naderen, zijn de pieken van het eiland nog in geheimzinnige wolken gehuld. Het lijkt een beetje op een scene uit "Lords of the Rings". Geen enkele vuurtoren of stadslichten duiden erop dat het eiland bewoond is. Maar zodra we de noordpunt gerond hebben en een westelijke koers zetten naar de ankerplek in Clarence Bay, passeren we een aantal bijzondere antenne-installaties, eentje in de vorm van een reuze golfbal met fel rode en blauwe stroboscoop lichten.

Zwaar werk

We laten ons anker vallen in cristal helder blauw water aan de voet van een roestbruine vulkaan en nemen eerst maar eens een verfrissende duik. We worden gevolgd door een wolk van zwarte trigger-visjes, alleseters met hele scherpe tandjes, familie van de piranja. Ik schrik van een schaduw achter me. Dat blijkt een 2m grote groene schildpad te zijn. Even later zien we er nog een voorbij zweven. Januari tot mei is het paringsseizoen. Schildpadden houden niet van een vluggertje; een vrijpartij neemt al gauw een paar uur in beslag. Soms zien we er drie op elkaar zitten. De derde is een jaloers mannetje die z'n beurt niet kan afwachten. De vrouwtjes schildpadden komen 's nachts aan land om hun eieren te leggen, op hetzelfde strand waarop ze zelf geboren zijn. Ook dit zgn "nesting" is een vreselijk zware excersitie. De eerste schildpadden arriveren tegen een uur of 8, graven een diepe kuil van 2m doorsnee, leggen ongeveer 100 eieren en bedekken die dan zorgvuldig met een laag zand. Tegen het ochtendgloren blazen ze (letterlijk) hun aftocht richting open water. Het gaat zo tergend langzaam en de schildpad ziet er zo dodelijk vermoeid uit, dat we de neiging hebben ze even een duwtje te geven. En dan te bedenken dat ze dit een aantal keren per seizoen doen waarna ze vertrekken richting Brazilie, 2000 mijl zwemmen! Al die tijd eten ze niet en teren ze in op hun vetlaag. Een volwassen schildpad weegt ongeveer 250kg. Ascension heeft de op een na grootste groene schildpaddenpopulatie in de Atlantsche oceaan met een geschat aantal van 4000 nestende vrouwtjes per jaar. Als alle schildpadden weer in zee zijn ziet het strand eruit als een race-track.

Een nat pak

Ook voor ons is aan land gaan een eenerverend gebeuren. Met je bootje het strand op kun je vergeten; de rollers gooien je beslist ondersteboven. We moeten aan land via de "steps", een klein glibberig betonnen platform waar de brekers met veel geweld tegenaan knallen. Met je rubberbootje zou je hier gecrashed worden. Die maken we vast aan een kleine platte houten boot met rubberen stootranden en met een touw trekken we ons dan naar de "steps". Daar hangen klimtouwen die je moet zien te grijpen als een golf je omhoog werpt. Meestal levert dat een natte broek broek. Maar een keer gaat het helemaal mis. Het bootje blijft vast zitten onder de rand en vrijwel meteen komt er een grote plens water in. Ik probeer nog te hozen maar binnen een paar seconden is de boot gezonken en liggen we met een bejaard zeilersechtpaar (allemaal met cameras!) in het water en dreigen we tegen de betonnen pier gegooid te worden. Toch komen we er allemaal ongedeerd vanaf. Mijn dure spiegelreflexcamera zat in een speciale waterdichte canoe-zak en is kurkdroog gebleven. We vragen ons wel af waarom we GBP15 per persoon "landing fees" moeten betalen. We zouden gevarengeld moeten krijgen!

Maanlanschap

Het is dat je met een zeiljacht niet kunt vliegen, maar anders zouden we gedacht hebben dat we op de maan geland waren. Zwarte lavavelden bezaaid met grillig gevormde rotsblokken, diepe craters en rode kegelvormige vulkanen. Geen enkel levend wezen te bespeuren. Maar overal staan antennes, satelietschotels, telescopen en communicatie koepels die dat buitenaardse gevoel nog eens extra benadrukken.

Ascension werd in 1501 ontdekt door de Portugezen, maar was van relatief kleine betekenis omdat er geen water op het eiland was. Het eiland werd met name gebruikt door schepen om hun voorraden aan te vullen met levende schildpadden. De overblijfselen van deze "turtle pools" zijn nu nog te zien. Tot aan 1815, toen Napoleon naar St Helena verbannen werd, was er geen permanente nederzetting. De engelsen hadden een garnizoen nodig en hakten tunnels in de hoogste top van Ascension vanwaar een klein zoetwaterstroompje naar beneden werd geleid. Deze tunnels zijn er nog steeds en worden nog steeds gebruikt. Wij vinden het moeilijk voor te stellen waarom de engelsen een garnizoen op Ascension hadden om Napoleon te bewaken. Van Ascension naar St Helena is het 720 mijl varen (voor landrotten ongeveer 1300km, van Amsterdam naar Barcelona!) tegen de heersende winden en stroom in met dwarsgetuigde schepen zonder motor. Na de dood van Napoleon was Ascension uitgegroeid tot een belangrijke marine communicatie basis. In 1899 werd de eerste telegraafkabel gelegd en in 1915 werd het eerste radiostation opgericht. Na de tweede wereldoorlog bouwden de Amerikanen er een vliegveld en de BBC het Atlantische relay station. Nu is Ascension oa de thuisbasis voor de BBC World Service, Arianne tracking station, de RAF en de USAF. Er is geen dorp of iets dergelijks. Een handjevol civiele bewoners van buureiland St Helena woont in barakachtige huisjes die zonder enig stadsplan overal verspreid staan. Het kleine beetje sociale leven speelt zich af op de Britse en Amerikaanse bases. Tot onze verbazing kunnen we ons overal vrij over het eiland bewegen en niemand stopt ons als we met een huurauto de basis oprijden en uitgebreid foto's maken van de futuristische installaties. Sterker nog: als wij op de britse basis vragen waar we een kop koffie kunnen drinken, kijkt er niemand verbaasd op maar worden we keurig naar de Britse club verwezen. Op de amerikaanse basis, die overigens veel luxer is, hangen overal pamfletten waarin gewaarschuwd wordt voor mogelijke terroristische aanslagen op het eiland. Die lui zijn dus echt paranoia. In het locale britse Suffertje lezen we dat de RAF het aantal plaatsen voor niet militair personeel aan boord van z'n vliegtuigen drastisch heeft verlaagd. De militaire activiteiten op Ascension worden uitgebreid vanwege toenemende onrust in de Zuid-Atalantische oceaan. Lees: De Falklands. Het schijnt dat Uruguay een aantal vissers met de Falklandse vlag geweigerd heeft. Wij hebben blijkbaar weer het een of ander gemist of zo. Wij vragen ons af wat de toekomst van dit eiland is nu de amerikanen en britten zoveel sateliten in het luchtruim hebben. Om dit eiland te handhaven kost klauwen vol geld. Waarvoor? Dit is waanzin! Pak je spullen en laat het eiland over aan de vogels en de schildpadden.

 

2650 Mijl water

Blue Ocean sailing

klik voor filmpje De fransen zouden dit nooit doen, maar wij zijn niet zo bijgelovig en vertrekken wederom op een vrijdag, 17 februari. Nederland is al in de ban van het carnaval en een mogelijke elfstedentocht. Hier is het warm en zonnig en er staat een zuid-oostelijke passaatwind van 15-20 knopen. Met slechts de lichtweergenua gehezen verdwijnt Ascension met 6.5 knopen al snel uit het zicht. Zodra we weg zijn van de eilandeffecten bomen we de rolgenua erbij uit en deze combinatie blijft de komen de week zo staan. Als de wind iets afneemt hijzen we ons rood-wit-blauwe passaatzeil. Dit is dus het ultieme "blue-water-sailing" zoals beschreven in de reisbrochures. Klik op de foto hiernaast voor een kort filmpje.

Alleen een lekkere vis ontbreekt er nog aan. We hebben het nog niet gezegd of we hebben beet. "Peng!" Met een knal vliegt "het knijpertje van Ernst" tegen de zeereling. Er zit iets heel groots aan de lijn. Een half uur later halen we een hele mooie Blue Marlin binnen. Hij vecht als een bezetene en slaat keihard met z'n lange spitse bek tegen de romp. Harry houdt de lijn strak en ik sla met een harde klap de vleeshaak in z'n kieuwen. Maar als we hem aan boord willen hijzen heb ik opeens nog maar een bloederige haak in m'n handen. "Naar de haaien", zegt Harry droog. Met de rest van het dierenleven gaat het al niet veel beter. Op een nacht krijgen we bezoek van een viertal vogels. Het zijn een soort Terns met een grappig grijs petje op hun hoofd. Twee landen veilig op de giek. Eentje laat zich tot grote ontsteltenis van Harry met een plof in de kuip vallen en een derde beland helaas in de windgenerator. "Abgesturzt", zegt Harry. De volgende nacht zijn ze er weer. Eentje land veilig op de giek. Nummer twee gaat rakelings langs de windgenerator en land op de radar, die het gelukkig voor hem, niet doet anders werd ie geroosterd. En nummer drie belandt na een aantal aanvliegpogingen in de windgenerator en stort ook in het water. De volgende ochtend vinden we naast de gebruikelijke hoeveelheid dode vliegende vissen, ook veren op het dek.

Psychologische test

De tweede week wordt gekenmerkt door instabiel weer. Op 3 graden zuiderbreedte wordt de wind beduidend minder en vlagerig. 's Avonds verschijnen er van die typisch dreigende bloemkoolwolken aan de horizon. De skyline doet soms niet onder voor die van New York of Hongkong. "Als je je zonnebril afzet, zegt Harry, dan lijkt het minder eng. Dat geeft overigens spectaculaire zonsondergangen met kleuren zoals je die ziet in een expressionistisch schilderij. Ik vond paars en oranje altijd nogal overdreven voor de kleur van de zee, maar bedenk me nu dat die schilders niet een rijke fantasie hadden maar waarschijnlijk echt op zee hebben gezeten. Of geschift waren want dit kan een normaal mens zelf niet bedenken. Daarna komen de buien met windhozen, zomaar opeens uit het niets. Het ene moment zet je alle zeilen bij om nog een beetje voortgang te maken en het andere moment staan we met z'n tweeen in de stromende regen op een wiebelend dek een lap zeil van 50m binnen te halen. Wel lekker om het zout van je lichaam te spoelen. Ons rood-wit-blauwe passaatzeil overleeft het niet en komt op een rustige dag opeens in twee stukken naar beneden. Als we eenmaal echt in de Doldrums zijn wordt onze psychische gesteldheid behoorlijk op de proef gesteld. Wat doe je als midden op de oceaan de wind helemaal wegvalt, de boot alle kanten oprolt en de zeilen alleen maar klapperen? De motor aanzetten. Maar voor hoelang? Onze tankinhoud is niet zo groot en we moeten de Suriname-rivier nog op. Er zijn dikke pillen geschreven over de Doldrums en waar die ITCZ (Inter Tropical Conversion Zone) zich bevindt en hoe die per maand beweegt. We hebben die boeken ook aan boord en steken op 28 februari om 16.55 UTC de evenaar over op 35 graden westerlengte waar volgens de goeroes de ITCZ deze maand op z'n smalst is. Er klopt dus geen reet van! Volgens ons is met het veranderende klimaat ook het hele systeem van zeestromingen en passaatwinden van godlos. We motoren 75 uur aan een stuk en nog steeds is er geen wind. De zee is zo glad als een spiegel. De sterren weerspiegelen in het water en lijken op drijvende kaarsjes zoals op de rivier de Ganges. Heel romantisch, maar de romantiek aan boord ontbreekt nu eventjes. Wij slagen met een zes-min voor deze psychologische test en Neptunus krijgt geen toast van ons.

De wereld is rond

Het is een wetenschapstheoretisch standpunt dat je je alleen maar zeker kunt voelen van het bestaan van iets als je dat zelf hebt meegemaakt. In dat geval moeten er niet zo veel mensen zijn die er volkomen zeker van zijn dat de aarde rond is. Joshua Slocum wist het. Maar de "Boers" in Zuid-Afrika wilden er destijds niet van horen. Ook voor de paus was het vloeken in de kerk. Door al dat gedoe in de doldrums gingen we er bijna aan voorbij maar op 27 februari 2012 om 6.45 UTC passeren we onze koerslijn van 9 jaar geleden. Wij weten het nu dus ook zeker: de wereld is rond! Tegen onze regel in proosten we op dit heugelijke feit met een half glaasje rode wijn. In 9 jaar tijd hebben we 43.000 mijl afgelegd. Als je je bedenkt dat de omtrek van de aarde ongeveer 21.600 mijl is, dan zijn we eigenlijk al twee keer de wereld rond. Dat is nog een half glaasje waard. We herinneren ons nog goed hoe groen we ons voelden toen we 9 jaar geleden in Fortaleza aankwamen waar we yachties ontmoeten die al meer dan 5 jaar onderweg waren. Ondertussen horen we met vier oceaanoversteken een twee beruchte kaaprondingen tot de veteranen. En al bijna tot de pensionados, zou Henk De Velde eraan toevoegen. Dat stemt tot nadenken. Wat gaan we hierna doen? Slaan we rechtsaf richting Nederland? Boot verkopen en iets anders gaan doen? We zouden dan nog voor de zomer thuis kunnen zijn. Een andere optie is via het Panama-kanaal terug naar de Pacific en ons dan ergens vestigen? Nieuw Zeeland beviel goed, maar is wel erg ver weg. In Azie hadden we het altijd prima naar onze zin, maar toen werkten we nog. Bovendien moet je in een ander land weer helemaal opnieuw beginnen. De taal beheers je zo, maar dat wil nog niet zeggen dat je de codes ontward hebt. Om je in een ander land thuis te voelen moet je eigenlijk deelnemen aan de maatschappij. Maar wat gaan we dan doen? Kortom: we weten het nog niet. Maar waarom zouden we nu een beslissing nemen? Ons leven in de "kantlijn" van de maatschappij, waarin niets meer echt hoeft en alles net nog kan bevalt ons nog prima. We besluiten gewoon rechtdoor te varen naar het Caribisch gebied en bekijken het vandaar wel weer. Conclusie: wij zijn echte zeezwervers geworden.

Land in zicht

De evenaar is eigenlijk een soort spiegel. Zodra je die oversteekt verandert de passaatwind opeens van zuid-oost naar noord-oost en draait het water in het toilet de andere kant op. De noord-oost passaat is veel krachtiger dan z'n zuidelijke broertje, vrijwel constant 20-25 knopen. Bovendien pikken we al snel de Guyana-stroom van 2 a 3 knopen op zodat we er opeens vandoor spuiten met daggemiddelden van 170 mijl. Maar het is gedaan met het luie comfortabele passaatzeilen. We varen nu halve wind, dubbel gereefd vanwege de krachtige buien, en continue op een oor. Klik hier voor een kort filmpje. Als je roerei wilt maken gooi je gewoon de eieren in de pan. Het gasstel schommelt zo heftig heen en weer dat de rest vanzelf gaat. De zee is bokkig en we krijgen regelmatig buiswater in de kuip. Op het dagelijkse radionet horen we dat een bekende boot voor ons (ook een blauwe Koopmans) door dit gezwiep z'n mast verloren heeft. We hebben de verstaging nog gecontroleerd en deels vernieuwd toen we uit Zuid-Afrika vertrokken en Zwerver heeft wel meer te verduren gehad. Maar toch... het zal je maar overkomen. Als we graspollen in het water zien drijven, weten we dat we bij de monding van de Amazone aangekomen zijn. Voor de kust van Frans Guyana wordt het water ondiep, eerst nog 50m, daarna 20m en minder. Het water is er bruin vanwege de modderige bodem. We zouden nu toch eigenlijk land moeten kunnen zien. Zenuwachtig bestuderen we nog maar eens de kaart. We zitten toch wel goed?

Pas op 5 mijl afstand doemen de 3 eilandjes van Iles du Salut voor ons op. Ruim voor zonsondergang (hoe kun je zo plannen op zo'n lange oversteek!) pikken we een meerboei op in het piepkleine kommetje van Ile Royal. De op een na langste oversteek van deze reis, 2650 mijl, hebben we afgelegd in 19 dagen. Dat is gemiddeld 140 mijl per dag, ofwel een gemiddelde snelheid van 6 knopen. Niet slecht!