De Indische oceaan

Wennen aan het boordleven

Laat op de avond komen we aan in Telaga Marina. Met een klein rubberbootje van de marina worden we naar de mooring gebracht waar Zwerver al 15 maanden op ons ligt te wachten. We gooien de rugzakken naar binnen en bij gebrek aan iets anders breken we de duty free cognac aan. De lichtjes van de kade weerspiegelen in het water. Op de vage klanken van een gitaar na, is het stil in de haven. Er staan een paar sterren en een klein maantje. Heerlijk, we zijn weer thuis!

De week daarna zijn we de draad een beetje kwijt. Het regenseizoen is nog niet ten einde en van de voorgenomen klussen komt niets terecht. We zijn sikkeneurig, willen aan de slag maar in plaats daarvan lopen we elkaar voor de voeten. De boot ruikt muf en de hitte blijft als een dikke deken onder het stalen kajuitdak hangen, zodat ook van slapen ook niet veel terecht komt. Zwerver ziet er in eerste instantie goed uit. Alles is droog gebleven en we hebben nauwelijks last van schimmel. Tijdens onze afwezigheid heeft de zeilmaakster een mooie strakke bimini gemaakt ( dat werd ook wel tijd na 5 jaar in de tropen!) en een bijpassende kuiptent is in de maak. De motor start met een druk op de knop en alle navigatie-instrumenten en lichten doen het. Een flinke tegenvaller is echter de stuurautomaat die het opeens laat afweten maar we balen nog het meest van het voordek. Het treadmaster is versleten. Door blootstelling aan de felle zon en natuurlijk gewoon door jaren intensief gebruik, zijn er gaten in gesleten waaronder uiteraard water is gekropen. Hier en daar is de eerste roest al te zien. Dit wordt een rotklus waar we nou even net niet op zaten te wachten. We snijden de slechte stukken eruit maken het staal schoon, drie lagen epoxy erop en lappen het profisorisch een beetje op met reststukken die we nog hadden. Daarna zetten we het hele dek, inclusief het treadmaster in een aantal lagen verf. Mooi is wat anders, maar zo moet het maar tot volgend jaar. De stuurautomaat wordt met de hulp van een bevriende zeiler zorgvuldig uit elkaar gehaald, systematisch nagemeten, om tot de conclusie te komen dat de controlbox einde-oefening is. Dat draagt ook niet bepaald bij tot een beter humeur.

Maar langzaam maar zeker schieten we tussen de buien door elke dag een beetje verderop. Ook begint het een beetje gezelliger te worden in de haven nu de nieuwe lading uit de Pacific binnen begint te druppelen. Er zijn een aantal oude bekenden bij die we voor het laatst in Nieuw Zeeland hebben gezien, een goede reden om de dagelijkse "sundowner" weer in ere te herstellen. Na een telefoontje met de firma Navcom in Canada krijgen we binnen een week tegen een redelijke prijs, keurig een nieuwe controlbox opgestuurd. Als eind october onze vrienden Geert en Pernilla met hun kinderen voor een weekje langskomen, is het stralend mooi weer. Boot en bemanning zijn klaar voor vertrek.

Lastige routeplanning
Routeplanning vinden we leuk om te doen. Wegdromen bij de verhalen van voorgangers, voorstellingen maken van alle nieuwe plaatsen die we aan willen lopen. Dit jaar ziet het er allemaal een beetje ingewikkeld uit. Niet alleen hebben we te maken met een lastige oceaan met twee orkaanseizoenen waar je tussendoor moet zien te zeilen, maar er komt een extra complicatie bij, nl piraten. Piraterij speelde zich tot dusverre vooral af in het noorden, ronde de hoorn van Afrika. Ondanks het grote aantal oorlogsschepen dat er surveilleerd, zijn er vorig seizoen van de 50 zeiljachten 3 incidenten geweest, waarvan een met dodelijke afloop en een met gijzelneming. Eerlijkheidshalve moeten we er wel bij vermelden dat deze jachten veel te dicht onder de kust van Somalie zaten. Hoewel de meerderheid van de zeilers nog steeds door de Rode zee terug gaat, kiezen er steeds meer voor de langere route rond Kaap De Goede Hoop, het ongemak van harde winden en sterke stromingen op de koop toenemend. Wij wilden altijd al via Zuid Afrika, niet alleen omdat we anders zo snel weer thuis zijn, maar vooral omdat het een interessante bestemming is. Maar nu schijnt het dat de piraten hun thuiswateren verlaten en met de Noord-Oost moeson afzakken tot aan de Sechellen om vervolgens een half jaar water met de Zuid-Oost passaat weer richting Somalie te varen om daar de boel weer onveilig te maken. We pluizen het internet na voor de laatste situatie en mailen met de marina in de Sechellen en bevriende zeilers die deze route vorig seizoen hebben gedaan. De situatie wordt er niet beter op; de Sechellen zijn off-limit geworden.

Wat zijn de alternatieven? Te veel om op te noemen: zuidelijke route via Sumatra naar Chagos en Madagascar, dan vertrek je gewoon wat later, in mei of juni. Of nog zuidelijker via Mauritius en Reunion direct naar Zuid-Afrka, schijnt ook erg mooi te zijn maar dan missen we Madagascar wat al jaren op ons lijstje staat. Uiteindelijk kiezen we voor de volgende route: eerste helft van Januari, als de oostenwinden zich stevig gevestigd hebben, de boot voor 5 maanden bevoorraden en vertrekken uit Thailand. Via een tussenstop op de Similan en Andaman eilanden, met de noord-oost moeson richting Gan, het zuidelijke atol van de Malediven, ongeveer 1600 mijl. Daar blijven we maximaal 10 dagen, water en diesel inslaan en nog een beetje duiken. Dan de eerste week van maart, hopelijk nog steeds met het laatste restje de noord-oost wind naar Chagos, waar we van plan zijn 2 maanden te blijven om daar de zuid-oost passaat op te pikken voor de 1300 mijl naar de Comoros eilanden. Vandaar is het nog maar klein stukje (150 mijl) naar Madagascar waar we langs de westkust langzaam naar beneden scharrelen en halverwege het eiland de oversteek maken naar Mozambique (snorkelen met de whalesharks) of in een ruk door naar Richard's bay of Durban, afhankelijk van het weer. Als alles goed verloopt zijn we rond kerst in Kaapstad. Mooie route, ja dat wel, maar er is nog een klein probleempje waar we een oplossing voor moeten zien te vinden: er is geen drinkwater te krijgen op Chagos en onze tankinhoud is slechts 250 liter. De keuze is tussen een watermaker (duur, storingsgevoelig, vreet electriciteit en neemt plaats in beslag), 15 jerry cans extra drinkwater (zwaar en dan nog steeds op rantsoen van 5 liter per dag) of een cursus Regendansen (niet aantrekkelijk vanwege Harry's ritme gevoel en slechte connecties met de weergoden). We zijn er nog niet uit. Wordt vervolgd.

17 Nov'09: Weer onderweg

De windmeter wijst 22 knopen aan en eigenlijk hadden we al lang ons eerste rif moeten zetten. Maar in plaats van in aktie te komen zitten we stomweg te genieten. Zwerver snijdt moeiteloos door de krachtige golven en laat zich niet van koers brengen. De wind waait door onze haren en af en toe krijgen we spatjes buiswater over ons heen. De opgekropte spanning van het vertrekken maakt plaats voor een heerlijk bevrijdend gevoel. Het is alsof we weer langzaam tot leven gewekt worden. Als Langkawi nog maar amper achter de horizon verdwenen is vervangen we het Maleisische vlaggetje na 15 maanden voor de Thaise. Een symbolisch gebaar, Phuket is nog 120 mijl te gaan. Wij zijn weer onderweg!

Terug in het Paradijs

Toen we de lome Pacific met zijn idylische bounty eilanden na 2 jaar verlieten en in het drukke rommelige Azie aankwamen, was dat een aangename verandering. Maar kennelijk zijn wij altijd op zoek naar iets nieuws en als je dan na 2 jaar weer op Azie uitgekeken bent en de indrukken van de Pacific bezonken zijn, besef je pas dat je een heel bijzonder gebied verlaten hebt. Thailand en Maleisie zijn ongetwijfeld mooi, niet voor niets trekken ze jaarlijks tienduzienden touristen, maar we zijn nu weer toe aan het Robinson Cruzoe gevoel. De badgasten op het strand in Patong zitten ons nieuwsgierig te observeren als we ons rubberbootje barstens vol laden met blikvoer, frisdrank en een respectabele berg versvoer om daarna met het risico ongeworpen te worpen de woeste branding trotseren. Zo, dat was de laatste vracht, anker lichten en "vort met de geit', we zijn het gesleep inmiddels spuugzat.

Onze eerste stop is de Similan eilanden, ongeveer 60 mijl ten westen van Phuket. Het is nog steeds Thailand en omdat we officieel uitgeklaard zijn, gaan we dus illegaal. Er staat een kalme noord-oosten wind, de pasaat heeft zich nog niet echt gesettled, maar 15 knopen wind is voor ons prima om een goede snelheid te hebben. Er gebeurt niets noemenswaardig onderweg, gewoon lekker zeilen en na 10 uur laten we het anker vallen in een akurium (sorry voor de spelling, maar de "ku" doet het niet meer) met duizenen felgekleurde tropische vissen. We waren van plan om er een dag of drie te blijven, maar het worden er negen. Er is geen wind en het heeft geen zin om de oceaan over te steken op de motor. Gewoon wachten dus. We vullen onze dagen met snorkelen, zwemmen, lezen en gewoon lekker luieren onder onze nieuwe zonnetent in het paradijs. Zodra de gribfiles een periode met meer dan 10 knopen wind aankondigd lichten we het anker een zetten we koers noordwest richting de Andaman eilanden.

Sterk staaltje bureacratie

Yippee! Al uren achtereen wijst de GPS 7 knopen aan. Als dat zo door gaat komen we een dag eerder dan geplanned aan. Het waait continu tussen de 15 en 20 knopen en de zee is in het algemeen kalm, maar af en toe komen we over stukken die meer weg hebben van een wasmachine. De Andamanzee staat er bekend om. Soms staan deze gebieden op de kaart aangegeven, maar meestal niet. De oorzaak is een sterke grondstroom die bij tegengestelde wind steile brekers veroorzaakt. Met slecht weer zou je erdoor in de problemen kunnen raken, nu is het gewoon ongemakkelijk en een beetje spookachtig. De goede wind blijft aanhouden en we leggen de 360 mijl binnen 60 uur af. Net na zonsondergang zeilen we de goed verlichte haven van Port Blair binnen. De havenautoriteiten weten al dat we er zijn want de procedures schrijven voor dat je je 48 uur van te voren moet melden en nog eens op het moment dat je de haven aanloopt. We waren 's middags ook al opgeroepen door een passerend marineschip. Tjezus, wat zijn die lui achterdochtig. De volgende dag krijgen we te maken met het sterkste staaltje bureaucratie van onze hele reis. We mogen niet van boord en moeten wachten tot we een oproep krijgen van Immigratie en Douane. Harry haalt ze op van de kade. Er komen 6 mannen aan boord, vier in uniform, de bazen in burger. Ze zijn vriendelijk en correct en storten zich vol overgave op de vele copieen die we voorbereid hebben: 4x copie paspoorten, 4x copie bootregistratie, 4x copie crew list, 4x copie scheepsapparatuur. "Heeft U ook sandwiches?" vraagt de douane baas, en nootjes en koude tonic? Ik serveer crackers, lauwe tonic, koude jus d'orange en chips terwijl Harry met engelengeduld de vele vragen beantwoordt, gegevens die allemaal op de copieen vermeld staan maar waar nauwelijks naar gekeken wordt. Na twee uur is alles OK en krijgen we onze stempels en inklaringsformulieren. Nu is het wachten op de kustwacht die het schip komt inspecteren op veiligheid en weet ik veel wat voor onzin. Wachten is niet onze sterkste kant en op onze vraag aan Port Blair radio of ze vandaag nog komen, wordt geantwoord met "ze komen zo". Om 16.00 komt er eindelijk een oud grijs schip met een miterailleur voorop langzij en er stappen 3 geuniformeerde mannen aan boord. Het tafereeltje van de copieen, snacks en drankjes herhaalt zich. Junior wil een rondleiding door het schip. "Waar is de SSB? Kunt u ook onderwaterberichten verzenden?" vraagt hij met een onnozel gezicht. Hu? Nou nee, wij varen meestal boven water.... Net als we denken dat het allemaal gesmeerd loopt en we bijna klaar zijn, haalt een overijverig carrieremakertje uit Dehli een streep door de rekening. "Wat is de geldigheid van uw registratie? Het staat niet op de copie". We weten het antwoord op die vraag eigenlijk helemaal niet, niemand heeft er ooit nog naar gevraagd, en ik antwoord "unlimited". "Mag ik dan de originelen even zien?". En wat blijkt? Op de vijfde pagina onderaan, in kleine lettertjes waar geen hond naar kijkt (wij ook niet) staat een geldigheidsdatum van october 2009. "U begrijpt dat ik u geen clearing kan geven?" Wij begrijpen er geen sikkepit van, maar knikken braaf ja. Wie weet wat ze anders met die miteraileur gaan doen..... De mannen verlaten terstond onze boot zonder ons uit te leggen wat nu verder de procedure is. Daar zijn we dan mooi klaar mee. De volgende dag moeten we bij de havenmeester komen die ons reisplan moet goedkeuren. Niks reisplan, waar zijn uw inklaringspapieren, ik hoorde iets over ongeldige registratie? Shit, de tam-tam werkt hier goed. "Kunnen wij misschien een voorlopige clearing van u krijgen zodat wij onze reis gewoon kunnen voortzetten terwijl wij achter de nieuwe papieren aan gaan?" vraagt Harry. "Meneer, het is uw probleem, lost u het ook maar zelf op, wij kunnen niets voor u doen". En daarmee was de kous af en stonden we met 10 minuten weer buiten. Ons geloof in de Nederlandse authoriteiten is er tijdens ons zwerversbestaan ook niet beter op geworden, maar deze keer worden we toch aangenaam verrast door een supersnelle actie van mevrouw Strijk van de scheepsregistratiedienst die op eigen houtje een aantal stappen in het proces oversloeg en ons binnen 24 uur een gescande nieuwe registratie mailde. En wat wil de ironie? Ongelimiteerde geldigheidsdatum! Dat stond er helaas niet op, wat voor de kustwacht weer aanleiding was om het hele proces met 2 dagen te vertragen. Uiteindelijk krijgen we, door tussenkomst van de havenmeester die onze bezoekjes waarschijnlijk ook spuugzat was, toestemming om in de Andaman wateren te mogen zeilen.

Little India in zee

De geschiedens van de Andaman begint officieel pas in de 17e eeuw toen de britten deze eilandengroep van de Maharadjas annexeerden en in gebruik namen als strafkolonie. Eerst voor gewone misdadigers, maar later voor politieke dissidenten, vrijheidsstrijders die vochten voor de de indiase onafhankelijkheid. De Andaman eilanden kregen toen de bijnaam "Black waters". Maar eeuwen daarvoor kwamen de Andaman en Nicobar eilanden al voor in geschriften van zowel de Gieken als de Chinezen. De inheemse bevolking, waarschijnlijk afkomstig uit Afrika en Maleisie, is grotendeels vervangen door indiers (meest moslims) die massaal emigreerden na de Indiase onafhankelijkheid in 1947. Er zijn echter nog een aantal originele stammen over die ver afgezonderd leven in gebieden die voor ons, maar ook voor de indiers, taboe zijn. Volgens de havenmeester zijn het er een tiental duizenden en groeit de populatie. Ze willen volgens hem niets met de buitenwereld te maken hebben, hebben geen communicatiemiddelen, geen medische voorzieningen en leven van de jacht en visvangst. Als wij ons zeilplan indienen bij de havenmeester schrapt deze er dan ook een eiland af. Vorig jaar schijnt daat nog een jacht beschoten te zijn met pijl en boog. Jammer....leek ons wel spannend. We krijgen dus niets van deze traditionele stammen te zien, maar aan de indiase cultuur valt niet te ontkomen. Vrouwen in fel gekleurde saries en iele mannetjes in te grote overhemden die nonchalant over hun terlenka broeken hangen. Tempels met geurige bloemenstalletjes en kitcherige religieuze prullaria en zelfs de heilige koeien ontbreken niet.

Er is zojuist een klein vrachtscheepje aangekomen en koelies sjouwen zware zakken aan land. Een kokosnootventer ligt bovenop een stapel kokosnoten te slapen terwijl een geit zich te goed doen aan de schillen.

We doen ons te goed aan de overheerlijke curries en tandoories en struinen de overvolle markten af voor vers fruit en groenten. Ravi, taxie-annex regelneef voor zeiljachten rijdt ons rond in zijn prachtige klassieke auto. Hij regelt ook drinkwater en diesel en bespaart ons daarmee een hoop gesjouw en kostbare tijd. We hebben slechts een visa gekregen voor drie weken en die willen we maximaal benutten om de archipel te verkennen.

De Andaman en Nicobar groep bestaan uit 572 eilanden waavan slechts 36 bewoond. De Nicobar zijn off-limits maar er blijven er te veel over en we moeten dus een keus maken. We doen 6 eilanden aan, stuk voor stuk juweeltjes met poederwitte stranden omzoomd met dikke groene jungle. Er staat een stevige branding wat ons regelmatig een nat pak oplevert als we aan land gaan. 's Nachts licht het op als een fluoriscerende streep. Er zijn nog een tiental zeiljachten in dit gebied, maar vaak hebben we de ankerplek voor ons zelf. Het toerisme is kleinschalig; een handjevol middelklas indiers uit het moederland en een enkele verwaalde rugzak toerist. Snorkelen is fantasisch. Het water is kristalhelder en het barst van de vis. Commercieel vissen is hier al decennia lang afwezig en vervuilende industrie ontbreekt. We vangen een smakelijke wahoo waar we met gemak drie dagen van kunnen eten. We brengen onze dagen al dagdromend door, los van iedere realiteit, over gemist rijkdom en aanzien, maar ook over verkregen inzichten en wijsheden.

Op een ochtend steek ik mijn hoofd door het voorluik om te zien of we nog op dezelfde plek liggen en zie waarempel een olifant op het strand. Gepensioneerde olifanten uit India mogen hun laatste jaren slijten op een tropisch eiland. Ze hebben het beter dan de doorsnee indier!

De grote oversteek

"Beet, beet, we hebben beet!" En zo te voelen aan de lijn is het een grote ook. Vissen is niet onze sterkste kant. We zijn er denk ik een beetje te laks in. Soms hebben we beet maar is er al een kaper op de kust geweest en er met haak en al vandoor gegaan, misschien hebben we de lijn te kort, misschien de snelheid te hoog, ofjuist weer te laag, weet ik veel, maar wij hebben in ieder geval opvallend weinig succes vergeleken met andere zeilers. De opwinding is dan ook groot als we een prachtig grote wahoo binnen halen van wel bijna 1m lengte. Wat voor lekkers zullen we daar eens van maken? Vissoep met tomaten en een worteltje voor de lunch, visballetjes voor ons non-alcoholische "happy hour", vissteak met gebakken aardappeltjes als avondondeten. De vis denkt er blijkbaar anders over en na 15 minuten voor pampes op het dek te hebben gelegen, krijgt het beest een stuiptrekking en glipt zo onder de reling door terug het water in. Verbouwereerd staren we hem na en gooien het lijntje met de nep-octopus er maar weer in. Binnen een uur hebben we weer beet, een hele dikke rode zeebaars, die zich van de haak weet te ontdoen op het moment dat we hem binnen willen halen. Helaas, pindakaas....

De 1450 mijl van de Andaman naar de Malediven (Gan) leggen we probleemloos in 11 dagen af. Er staat een mooi stabiel passaatwindje van 10-15 knopen. We bomen de genua uit naar stuurboord en aan bakboord hijzen we de halfwinder, het grootzeil wordt gestreken. Er staat zo een lap zeil van maar liefst 100m. Dit is onze favoriete zeilvoering. Lekker rechtop varen zonder gewiebel en mocht de wind plotseling aantrekken dan hebben we de genua snel ingerold en de halfwinder is met z'n tweeen gemakkelijk te hanteren, gemakkelijker dan onze rood-wit-blauwe passaatwinder. Helaas scheuren we bij het opbinden van het grootzeil het achterlijk, wat we meteen repareren met een stuk oud zeildoek en ordinaire contactcement. Onze zeilen gaan al minstens 12 jaar mee en zijn nu langamerhand aan vervanging toe. Na 4 dagen zeilen we over de vouw van de kaart. Tot dan viel er niets dan water te zien en heb je visueel niets om je voortgang aan te meten. Op de andere helft van de kaart is land te zien, maar dat is nog minstens 400 mijl weg.

Na 1000 mijl zijn de zeilen en het stuurwiel nog steeds onaangeraakt. We hoeven alleen af en toe de windvaan een beetje te stellen als de wind een beetje noordelijker of oostelijker gaat waaien. We komen nu bij Srilanka waar we een fantastische megaande stroom van 1.5 knoop op pikken. Hier steken we de shipping-lane over, een onzichtbare snelwel voor grote vrachtschepen en supertankers die van het verre oosten naar het Suezkanaal gaan en vice versa. De tijd die verstrijkt tussen het moment dat je zo'n schip aan de horizon ziet en dat hij je voorbij gaat is slechts 10 minuten. Goed uitkijken dus! We zijn blij dat we dit stukje bij daglicht doen.

Dichter bij de evenaar begint het weer instabiel te worden. 's Avonds verschijnen er van die typisch grote bloemkoolwolken aan de hemel en 's nachts zijn we omringd door weerlicht waarvan de richting maar moeilijk te achterhalen valt. We vervangen de halfwinder voor een gereefd grootzeil en dat was een slimme zet. Tot drie keer toe krijgen we een stortbui over ons heen met hevige windstoten, een keer tot 40 knopen, recht op de neus. Dat duurt ongeveer 3 uur waarna de wind weer terugdraait naar noord-oost, maar het water blijft dan nog weel een tijdje erg ruw. Het is na een van deze buien dat ik een kop gloeiend hete thee over me heen krijg. Blussen met emmers zeewater konden een lelijke open brandwond op mijn heup niet voorkomen. Donderdagochtend om 7 uur varen we het meest zuidelijke atol van de Malediven binnen en gooien ons anker uit naast nog 2 nederlandse jachten. De langste afstand voor dit seizoen zit er daarmee al weer op.

Bericht uit Den Helder: sailing yacht Zwerver overdue?

We zitten in de kuip rustig een glaasje wijn te drinken als er op de kade een man druk naar ons zit te zwaaien. We zwaaien vrolijk terug, maar de man blijft maar druk met z'n armen gebaren en wijst op zijn telefoon. Wij roepen terug dat we geen telefoon hebben maar de man laat zich niet afschepen. Harry vaart in de bijboot naar hem toe om te vragen wat hij van ons wil en tot z'n grote verbazing vertelt de man dat er telefoon voor ons is uit Nederland. We schrikken ons het apelazerus, dat is vast slecht nieuws. De volgende dag mogen we gebruik maken van het internet van een klein supermarktje. Een tiental berichten waarvan een paar van m'n ongeruste moeder: of we wel veilig aangekomen zijn, ze had nl sinds onze laatste email vanaf zee een paar dagen geleden nog niets van ons gehoord...... op internet gekeken en een scheepsagent in Gan gevonden.....contact opgenomen.... nee, Zwerver was er nog niet ...... en toen maar de kustwacht uit Den Helder ingeschakeld. Die ons prompt gebied onmiddellijk contact met de locale authoriteiten op te nemen. Vijf jaar hebben we gezeild zonder email aan boord en dus maakt niemand zich ongerust als er een tijdje geen contact is. Sinds een jaar hebben we tot grote opluchting van het thuisfront een pactor modem, en nu breekt er paniek uit als we drie dagen na geplande aankomst nog niets van ons hebben laten horen. Zelfs op een wereldreis ontkom je niet aan verplichtingen....

Malediven: gewoon een handige tussenstop

Wat wisten we eigenlijk van de Malediven? Nou eigenlijk bar weinig. Voor de meeste mensen is dit de ultieme vakantiebestemming waar ze veel geld voor neertellen om te mogen duiken of snorkelen. Voor ons is het slechts een tussenstop om te bevoorraden voor de komende 2 maanden die we op Chagos gaan doorbrengen. Van andere zeilers krijgen we te horen dat je de Malediven maar het beste links (eigenlijk rechts) kunt laten liggen. Het is vreselijk toeristisch, duur, bovendien zitten ze daar niet te wachten op zeilers en dus wordt je er een poot uitgetrokken. Om te mogen zeilen van het ene atol naar het andere, schijn je een hele dure vergunning te moeten hebben en om te kunnen inklaren moet je verplicht een dure agent nemen. En een tijdje geleden stonden de Malediven negatief in het nieuws omdat de nieuwe moslimregering alle niet moslims het land ging uitzetten. Onze verwachtingen waren dus niet hoog gespannen en daarom viel het allemaal reuze mee. Nadat we de authoriteiten via de marifoon op de hoogte hadden gesteld van onze aankomst, werden we naar een klein havenkommetje gedirigeerd. Binnen een uur waren we klaar met het inklaren. Rond de boot wemelt het van de vissen. We zien een grote rog en een schildpad voorbij zwemmen. Op de kant staan een paar hengelaars. In het slaperige stadje heerst een hele relaxte sfeer. De verlaten straten zijn bedekt met een witte laag schelpen en koraal. Alles is keurig aangeharkt, geen spoortje van zwerfvuil. De goed onderhouden huizen zijn ommuurd. Op de binnenplaats staat een schommelbank, een oude man in witte jurk doet een middagdutje. 's Avonds komt het hele dorp bijeen aan de waterkant. Vrouwen en kinderen zitten op de kademuur bij de haven. De wat oudere dames zijn gekleed in een een wijde bloemenjurk tot op de grond, net zoals in Maleisie. De jongere meisjes dragen moderne jeans, strakke truitjes en make-up. Wel dragen de meesten een hoofddoek. Ze lachen naar ons en groepen ons vriendelijk. De mannen, sommigen in witte jalalabas, zitten onder de bomen aan tafeltjes een potje schaak te spelen of gezamenlijk TV te kijken voor een groot scherm dat er door de gemeente is neergezet. Degenen die het zich kunnen veroorloven, en dat zijn er best nogal wat, zitten net als wij in het moderne cafe te genieten van een kop goede expresso. In eerste instantie lijkt de bevoorrading een probleem te worden. Het lijkt alsof er niet veel te krijgen is. Maar zoals zo vaak is er altijd wel weer een enthousiaste middenstander die precies weet wat jachties nodig hebben. "U schrijft gewoon op wat u wilt hebben en wij bezorgen het aan de kade". Ik leg uit dat wij graag "very green" fruit en groente willen hebben dat niet uit de koeling komt. De man zegt begrijpend: "Ja, natuurlijk, U gaat naar Chagos en wilt het zo lang mogelijk bewaren". Hij levert al jaren aan jachten en heeft een reputatie hoog te houden. Hij regelt niet alleen de boodschappen maar zorgt er ook voor dat er een tankwagentje met drinkwater langs komt. Met zoveel efficientie zijn we binnen een paar dagen klaar. We vertrekken meteen met het laatste restje noordoostenwind richting Chagos. We hebben niet eens gesnorkeld......

 

Chagos: verloren (zeilers) paradijs?

Op 1 April neemt het Britse parlement het omstreden voorstel van Labour aan om van Chagos een beschermd natuurgebied te maken. Hiermee gaat een van 's werelds laatste zeilparadijzen een onzekere toekomst tegemoet. Welke status het krijgt is nog niet bekend maar het voorstel scoort goed bij de milieubewegingen en het britse electoraat waarvan de meerderheid waarschijnlijk geen flauw benul heeft waar Chagos ligt. Het zou het grootste marinepark van de wereld worden. De mening van de verdreven bevolking heeft er nog nooit toe gedaan, laat staan die van een handjevol zeilers. Wie kan het nu wat schelen dat het voor de wereldzeiler nog lastiger wordt om de Indische oceaan over te steken?

Wat de BBC er niet bij vertelde

Chagos, ook wel de oil-islands genoemd vanwege de kokosolie productie, is een tropische archipel midden in de Indische oceaan. Het ligt ongeveer 350 mijl ten zuiden van de evenaar, 1500 mijl van Thailand en 1300 mijl van Mauritius. De geschiedenis van Chagos begint eigenlijk pas in 1750 toen de Fransen zich er vestigden en er een kokospalmenplantage begonnen met slaven uit Mauritius. In 1810 kwamen de inmiddels lucratieve eilanden in Britse handen die nog meer arbeiders aanvoerden uit andere Britse kolonien die er zich permanent vestigden. Er ontstonden nederzettingen waarvan de restanten nu nog te vinden zijn. Op het Salomon atol vind je ruines van een kerk waar de goddelijke stralen door een bladerdak gefilterd worden. Er naast de afgebrokkelde muren van een school en een gevangenis. Als je goed kijkt zie je tussen de boomwortels nog oude spoorrails die van de copraplantages naar een kleine pier liepen. Toen de gouden tijden van de coprahandel voorbij waren verlieten de britten de archipel en werden de plantages, incl arbeiders, aan hun lot overgelaten. De jongeren, op zoek naar een betere toekomst, verlieten het eiland spontaan. Maar de rest van de "ilois" zoals de "oorspronkelijke" bevolking genoemd werd, werd in 1968 door de britten verdreven en leven sindsdien in ballingschap op Mauritius en de Sechellen.

De britten hebben inmiddels een nieuwe lucratieve bestemming voor de archipel gevonden waarbij ze eventuele pottekijkers niet kunnen gebruiken. In 1970 werd het hoofdeiland Diego Garcia geleased aan de Amerikanen die er een grote militaire basis gevestigd hebben. De basis is ingericht voor de grootste marineschepen en nucleaire onderzeers en heeft een landingsbaan van maar liefst 5 mijl voor de grootste en modernste transport- en gevechtsvliegtuigen. Er zijn ongeveer permanent 4000 militairen gestationeerd. Deze zgn "forward preserve" wordt aangehouden om snel te reageren op situaties die niet in het belang zijn van de USA. Zo speelde Diego Garcia een uiterst strategische rol tijdens de Golfoorlog. De verdreven "ilois" hebben meerdere rechtszaken tegen de britten aangespannen. Met succes. Nou, ja... In november 2000 besliste het hoge gerechtshof dat de britse regering onrechtmatig heeft opgetreden. De voormalige eilandbewoners eisen nu al jaren hun woon- en waarschijnlijk belangrijker dan dat, hun visrechten op. Tevergeefs, de britse regering, onder invloed van de amerikanen ligt alleen maar dwars. En nu de Chagos archipel onder luid applaus van de rest van de wereld een gesloten natuurgebied wordt, lijken de kansen van de "Ilois" tot nul gereduceerd. Dat heet nu politiek.

 

Een geliefde en noodzakelijke stop

Voor wereldzeilers is Chagos al jarenlang zowel een geliefde en noodzakelijke stop. Als je de indische oceaan van noord naar zuid overzeilt, moet je niet alleen een lange afstand van een paar duizend mijl overbruggen waarbij een onderbreking op een tropisch eiland meer dan welkom is, maar je krijgt ook te maken met een overgang van de seizoenen die helaas niet naadloos op elkaar aansluiten waardoor een stop noodzakelijk is. Rond de evenaar ligt de ITCZ (Inter Tropical Conversion Zone) ook wel de Doldrums genoemd. Dit is een band waarbinnen zich allerlei complexe metereologische processen afspelen die zeer onstabiel weer veroorzaken zoals windstiltes afgewisseld door spectaculaire onweersbuien met krachtige windstoten. Om het nog complexer te maken ligt deze band niet altijd op dezelfde afstand tot de evenaar en kan de band varieren van 50 tot maar liefst 300 mijl in breedte. In de zomer van het zuidelijk halfrond (oct - mrt), ligt de ITCZ ten zuiden van Chagos. De transitieperiode is in april wanneer de ITCZ over Chagos heen naar het noorden trekt en zo de weg vrij maakt voor de zuid-oost passaat, die in de Indische oceaan Moesson wordt genoemd. Tegen die tijd loopt dan ook het orkaanseizoen in de zuidelijke oceaan ten einde en kunnen de jachten hun weg vervolgen naar het zuiden. Maar je zit dus minimaal 2 maanden "gevangen" op een onbewoond eiland met alleen maar cocusnoten en duizenden heremietkreeften. Niet dat dat een straf is, maar je moet je er wel op instellen.

De Chagos archipel beslaat een gebied van 177 mijl lang en 118M breed waarbinnen negen atollen en nog een handjevol losse eilandjes en koraalriffen liggen. Op slechts 2 atollen (Salomon en Peros Banhos) zijn zeiljachten toegestaan. De eilanden zijn natuurgebied, alle flora en fauna zijn beschermd. Ankeren mag slechts op zeer beperkte aangewezen gebieden die niet altijd even veilig zijn gelegen. Wij kiezen voor het Salomon Atol en komen keurig 's ochtends om tien uur bij de pas aan. Hoewel de doorgang diep genoeg is, is het toch altijd weer spannend. De zeebodem rijst opeens van 1000 meter diepte naar 20 meter en in de pas is het slechts 5 meter diep. Dat geeft altijd vreemde stromingen en kleine brekertjes. Maar het is rustig weer, we hebben de zon in de rug en de ondiepten zijn uitstekend te zien. Van bevriende zeilers hebben we waypoints gekregen die de koraalkoppen vermijden en ons door het diepste gedeelte loodsen. Eenmaal binnen betekent echter nog niet veilig. Het is nog drie mijl naar de ankerplek en het atol ligt bezaaid met "bommies".

Harry staat op boeg en geeft richting aan, maar in z'n enthousiasme wijst hij ook spontaan op een stuk koraal: "kijk eens wat mooi, je kunt de vissen van hieruit zien!" Ik kan het gelukkig ook zien en nog net ontwijken. We hebben geluk. Als we op de ankerplek aankomen kunnen we een achtergelaten moorring oppikken. Harry duikt met fles naar beneden om voor de zekerheid toch ook maar onze eigen ketting rond de koraalbolder te bevestigen. Wij gaan voorlopig geen kant meer op.

Vanaf de boot hebben we uitzicht op een suiker wit strand met honderden palmbomen waar zgn "tropical birds", witte parkieten met weelderige pluimstaarten, af en aan vliegen. Het eiland wordt geflankeerd door een massaal rif waar de golven met het geluid van een onweersbui uiteen breken. Midden in dat rif ligt nog een klein eilandje met een kluitje palmbomen. Het water is een schakering van azuur blauw tot licht groen.

 

De onderwaterwereld is grandioos, maar je hoeft niet eens te gaan snorkelen want er zwemmen tientallen gekleurde vissen en schildpadden rond de boot. Een kleine school inktvisjes zoekt de schaduw van onze bijboot op. Er zijn ook haaien, kleine black-tip rifhaaitjes van 1.5m lang. Ze zwemmen rustig voorbij zonder ons een blik waardige te keuren. De vissen kennen geen angst voor mensen en komen nieuwsgierig dichtbij zodra je ook maar een voet op de zwemtrap zet.Een loodsvisje zag Harry voor een haai aan en probeerde zich vast te zuigen op zijn schouder. Op het strand krioelt het van de heremietkreeften die de meest bizarre schelpen op hun rug meedragen. Je moet moeite doen om er niet op te trappen. Een klein heremietkreeftje "verstopt" zich snel in een bloem als hij ons hoort naderen. We maken leuke wandeltochten dwars over het eiland. Ook hier hoor je overal weer geritsel. Hier geen heremietkreeftjes maar z'n grotere broer de kokuskreeft met scharen zo dik als je pols. Lekker, maar... beschermd. Afblijven dus. Wel plukken we een paar citroenen van een oude ciroenboom uit wat ooit iemands achtertuin is geweest.

 

Back to basics

Het dagelijkse leven op Chagos wordt niet gedirigeerd door klok of agenda maar staat in het teken van de eerste levensbehoefte. De taakverdeling is behoorlijk traditioneel. Terwijl de vrouwlijke yachties druk zijn met het bereiden van brooddeeg, raspen van kokosnoten en cultiveren van yoghurt, gaan de mannen erop uit om te vissen. Twee uurtjes vissen buiten het rif levert een vangst op van maar liefst 70kg! Harry ving een zeebaars van 13 kg. Gezamenlijk wordt de wahoo, tonijn, zeebaars en snapper vakkundig gefileerd onder noodzakelijke aanwijzingen van de "eigenheimers" die er na al die jaren uiterst bedreven in geworden zijn. Een enkele kop wordt bewaard voor de vissoep, maar de rest wordt gevoerd aan de haaien die al ongeduldig met z'n twintigen bij de steiger liggen te wachten. Wat een spektakel! Ze komen tot een halve meter bij de kant, een enkeling schuift zelfs even de kant op. Nu even niet pootje baden! De vis wordt verdeeld onder de 10 jachten en wie zin heeft gaat barbequen. Terwijl de vrouwen de vis marineren en de salades klaarmaken, gaan de mannen hout sprokkelen, hakken en het vuur aanmaken. Na de maaltijd wordt het brooddeeg op het vuur gezet zodat we onze beperkte gasvoorraad kunnen uitsparen.

Een plek op het strand is ingericht tot een heus kamp. Er is een schuurtje vol aangespoelde zeeschatten en een roestig karrewiel doet dienst als picknick-tafel en is het verzamelpunt voor talloze happy hours, een paasbrunch en "swap-meetings". Er staat een apparaat waarmee je gemakkelijk kokosnoten kunt openen en een rasp om het vruchtvlees eruit te halen. Bij de waterpunt zijn lijnen gespannen en staan handige waskorven. Het afval wordt gescheiden verzameld en eens per maand door de BIOT-boot opgehaald. Er is zelfs een volleybalveld aangelegd door de zeilers.

 

Passanten versus Eigenheimers

De saamhorigheid onder de zeilers lijkt groter dan in de bewoonde wereld. Toch bestaat ook hier op een onbewoond eiland een vorm van stilzwijgende sociale conventie die af en toe zorgt voor lichte spanning onder de zeilersgemeenschap. Behalve de groep passanten waarvan wij deel uit maken, ontmoeten we nog een andere groep zeilers die niet (meer) noodzakelijkerwijs de wereld rond zeilt maar die de Indische oceaan als "thuis" water heeft gekozen. De meesten hebben hun vaste ligplaats in Maleisie en komen ieder jaar voor een zestal maanden naar Chagos voor het Robinson Crusoe-gevoel. Sommigen al meer dan 20 jaar! De "eigenheimers" brengen ieder jaar spullen uit de bewoonde wereld mee die hun leven hier in het paradijs nog aangenamer moeten maken. In het kleine strandhutje staan tuinstoelen, gaslampen, grote koekepannen, gril roosters, visgerei en iemand heeft zelfs een kettingzaag meegenomen. Zij zijn het die het kamp als het ware hebben ingericht. Het voelt een beetje alsof het eiland van hen is en wij komen slechts op bezoek. Iedereen heeft zijn eigen stapeltje kokosnoten en aanmaakhoutjes en als je dat niet weet kan dat tot vervelende situaties leiden. Zo kreeg Harry een aanvaring met een mevrouw omdat hij zonder te vragen haar tuinstoel gebruikte. Gelukkig is niet iedereen zo kinderachtig. Met een duitse "eigenheimer" sluiten we een deal: als tegemoetkoming voor het benzineverbruik voor het vissen krijgen ze van ons een fles gin, bakolie, uien, zout. En Harry zorgt voor de aanmaakhoutjes.

De dagen in het paradijs gaan ongemerkt snel voorbij. Meestal is het mooi weer maar af en toe krijgen we een stevige bui met hevige windstoten tot 40 knopen over ons heen. We haden ons niet druk hoeven te maken over drinkwater. Een regenbuitje levert al snel 80 liter water op bovendien is er een waterput op het eiland. Ook de kalender verschuift. Als de wind steeds vaker naar het zuid-oosten gaat draaien beginnen we weer vertrekkerskriebels te krijgen. Met onze medezeilers bespreken we opgewonden de weerfaxen en gribfiles. De eerste week van mei lijkt een goed window en de eerste boten, waaronder wij, vertrekken richting Mauritius, Rodrigues en Madagascar. De "eigenheimers" blijven nog twee maandjes genieten van de wedergekeerde rust en hun eigen tuinstoeltjes. Voor hen en voor de passanten die na ons komen, hopen we oprecht dat nieuwe status van Chagos geen veranderingen brengt. Zulke unieke plekjes zijn er niet veel meer op deze wereld.

Praktische informatie

Voor Chagos heb je een permit nodig. Die kun je per email of fax aanvragen bij de BIOT administrateur. Fax: +44-20-7008-1589, email: BIOTadmin@fco.gov.uk. Ze hebben de gebruikelijke gegevens nodig zoals bootname, callsign, registratie nr, paspoort nrs en naam & geboortedatum opvarenden. Ook willen ze weten of je verzekerd bent. Je moet een verklaring ondertekenen dat je zelf opdraait voor de kosten van evt evacuatie.

Kosten zijn GBP100 per maand, over te maken op de BIOT Revenue Account, acc nr 00717735, sort code 16-00-38. IBAN GB43RBOS160038717735, SFIFT code RBOSGB2L, tav RBOS PLC London Drummond branch, 49 Charing Cross, London, SW1A2DX, ovv je bootnaam.

Kaarten: BA4702 Chagos to Madagascar, BA725 Plans in Chagos Archipelago. C-maps 2006 geeft correcte informatie in het atol maar geen diepte in de pas. C-maps 2004 is alleen correct in de pas. Pilot: Indian Ocean cruising guide, Rod Heikell, Imray Laurie Norie & Wilson.

Chagos net: 4483kHz iedere zondag en woensdag om 07.00 locale tijd. Chagos tijd is UTC+5.

 

De Mascarene Archipel

Vloog daar een zeil voorbij?

Welke archipel? Nooit van gehoord? Wij ook niet en het stond ook nooit op onze routeplanning. Het is ons aangepraat door een stel franse medezeilers en het vooruitzicht op brie, camembert en goede wijn gaf al heel snel de doorslag. Tot de Mascarenen behoren Mauritius, Reunion en nog een handjevol eilandjes en atollen. Ah, dat klinkt bekend. Het ligt min of meer op de route naar Madagascar en breekt een lastige passage met een paar plezierige stops. We vertrekken 1 mei uit Chagos. Een beetje aan de vroege kant en theoretisch gezien bestaat er een kans van 1 in de 5 jaar op een tropische depressie. Toch nemen we dat risico omdat hoe langer we wachten, des te sterker de zuid-oost passaat wordt, en des te ongemakkelijker de route naar het zuiden. De passaatwinden lijken dit jaar al vroeg gestabiliseerd te zijn. De wind blaast continu met een kracht tussen de 15 en 20 knopen uit het zuid-oosten en neemt in kracht toe tot 25 a 30 knopen als er een hoog voorbij trekt, en dat is ongeveer eens in de 5 dagen. Het wordt een onstuimig tochtje. Onze snelheid is fantstisch maar het leven aan boord is verre van comfortabel. We varen halve wind en de 4 meter hoge golven knallen midscheeps met veel kabaal tegen de romp waardoor we telkens een opzwieper krijgen. Een enkele golf breekt tegen de romp en spat in de kuip uit elkaar. Gewone dagelijkse dingen kosten veel moeite en eten koken wordt opeens een levensgevaarlijke bezigheid. Een medezeiler krijgt kokend water over z'n hand en moet in Mauritius in het ziekenhuis opgenomen worden voor een huidtransplantatie. Alles plakt van het zout, we krijgen rode bultjes en onze ogen prikken. Tijdens het openen van een keukenkastje valt er een aangebroken pak macaroni uit. De droge schelpjes doen pijn aan je voeten en natte schelpjes geven een ontzettende kliederboel. Tijdens een flinke windvlaag knalt onze genoa uit elkaar. 's Nachts ..... uiteraard. We hoorden het niet eens, maar er kwam opeens een stuk zeil langs onze oren vliegen! We hadden dit al twee jaar eerder verwacht en een nieuwe genoa lag keurig in het vooronder, klaar om aangehaakt te worden. Maar de oude flarden hadden zich lekker strak in de war gedraaid en het zeil was met geen mogelijkheid uit de rolreefinstallatie te krijgen. En dan komt een tweede voorstag toch wel handig te pas. We haken de zwaar-weer genoa aan en lopen geen knoop minder. Na 1300 mijl en slechts 8 dagen meren we Zwerver vermoeid maar voldaan af voor het immigratiekantoor in Port Louis. Tijd voor een koud pilsje!

You ate our dodo

De Caudan waterfront marina met z'n luxe boetieks en restaurants lijkt wel een soort mini Singapore. Met ons gehavende zeil en uitstalling van nat goed vallen we beslist uit de toon. Aan belangstelling geen gebrek dus. Misschien hebben we er zelfs wel hongerig uitgezien want een locale zeiler tracteerde ons spontaan op een heerlijke lunch.

"Where are you from? Holland? Oh, then you ate our dodo". Tja, daar zit een kern van waarheid in. We proberen uit te zoeken wie de schuldige is. In ons VOC-boek lezen we dat Jacob van Heemskerck in 1599, slechts 2 jaar nadat hij terug was uit het pakijs in de noordelijke ijszee, op Mauritius sinaasappel- en citroenbomen plantte. Maar in het plaatselijke "2 Penny Museum" is het vice admiraal v. Warwyck die hier in 1598 met een indrukwekkende vloot de heerschappij van de portugezen overnam. Er schijnen hier voor de kust nogal wat nederlandse VOC schepen vol kostbare lading gezonken zijn, waar onder de "Delft". De nederlandse logboeken bevatten oa pentekeningen van "eenen grooten vogel" die niet kon vliegen. Ook schijnen ze "eenen zeer schoonen annanas" te hebben gegeten. Een prima strategische stop dus op de "Kaap de Goede Hoop route".

Afrasie

Technisch gezien behoort Mauritius noch tot Azie, noch tot Afrika. Het ligt op een vulkanische uitbarsting van wat ooit de landbrug was tussen de beide continenten. Dat gevoel tussen twee continenten te zitten krijg je ook als je de bevolking ziet, een kleurrijke mix van Indiers, Chinezen, Afrikanen en Europeanen, waarvan ieders herkomst direct terug te leiden valt aan een bepaalde periode in koloniale geschiedenis. De Mauretanier is van alles dus een beetje. De Indiase invloed komt het meest tot uiting in de vele curry-restaurantjes, de Chinezen hebben de business in handen en de taal is Creools, Frans vermengd met engelse woorden. We genieten van het vrolijke straatleven en ieder ochtend eten we een verse baguette met camembert. We gaan een dag op excursie om het binnenland te verkennen, maken schoonschip en zeilen nog een dagje naar een andere baai. Anno 2010 is Mauritius nog steeds een prima strategische stop dus.

terug naar logbook