Reisverslag Denemarken

Zomer 1999, Harry Jansen

De Noordzee

Vrijdag: om 16.30 uur gooiden we de trossen los, de dieseltanks waren vol (we hebben 250 liter aan boord) en we stoomden op naar de sluis. Dit is vanuit de jachthaven slechts 300 meter naar bakboord. Ik keek nog even achterom en zag dat Niels ook de trosen los had gegooid en met zijn 39ft Hallberg Rassy opstoomde naar de sluis. Het schutten ging erg snel. De sluis bij Den Oever is altijd erg rustig en er is altijd plaats, heel anders dan aan de andere zijde van de afsluitdijk bij Koornwerderzand. In de sluis lag Niels langszij. Ik checkte nog even met hem hoeveel knopen zijn windmeer aangaf. 17 knopen, hetzelfde als bij ons.

Het eerste stuk tot Texel ging lekker, dit was een goede start van de vakantie. Niels lag met z'n Halberg Rassy iets achter ons, maar zijn schip zeilde schitterend door de golven, een lust voor het oog om naar te kijken. Net voor Texel draaide de Hallberg Rassy weg naar stuurboord en vervolgde zijn koers naar Oude Schild. Over de marifoon nog even contact gehad, prettige vakantie toegewenst en over en uit. We waren op ons zelf en vervolgden onze koers naar het Mollengat, dit is de vaargeul bij Texel die de Waddenzee verbindt met de Noordzee. Het Mollengat is niet zo heel lang en na ee nuurtje of zo ben je er al weer uit en kun je een ruimere koers gaan varen. Het begon ondertussen al wat schemerig te worden, en het plan was om een zo goed mogelijk bezeilde koers noord te blijven zeilen en dan ergens ter hoogte van Terschelling de shipping lane naar Hamburg over te steken. We zouden tot twaalf uur allebei opblijven, en daarna zou er een van ons gaan slapen. Ik zou de eerste wacht op me nemen tot drie uur en Ellen zou daarna de tweede wacht lopen tot zes uur de volgene ochtend. Afhankelijk van de weersomstandigheden maken we een bed buiten op het brugdek, zodat als er iets is, de tweede persoon onmiddellijk beschikbaar is. Of er wordt geslapen in de kajuit met open luik zodat er ingeval van onvoorziene omstandigeden er makkelijk te communiceren valt.

Het weer bleef rustig en de Zwerver zeilde rustig haar koers noordwaarts.We werden al snel ingehaald door het Nederlandse charterschip de Eendracht. Een prachtige driemaster die het volgende seizoen zou stranden voor de kust van Engeland!. In de verte zagen we de verlichte schepen in de shipping lane. Het werd tijd dat ook wij onze boordverlichting ontstaken.  

Onder deze prachtige sterren hemel werd het tijd voor een goeie Havanna met een goed glas cognac. Dit is het ultieme zeilen! Ik zit dan te mijmeren waarom ik eigenlijk nog werk ipv lekker op m'n bootje te zitten en vreemde landen verkennen en nieuwe vrienden maken. Maar ja, die fles cognac en die door Havanna's moeten wel betaald worden, en daarom moet je werken om al deze leuke dingen te kunnen doen. We zeilen nog een paar uurtjes door en voor we het weten is het twaalf uur en maakt Ellen aanstalten om de kooi in te duiken. Voordat ze verdwenen is doe ik nog snel even een check, alles in orde zo te zien. We zijn in de buurt van de shippinglane en over een uurtje zitten we er in. Ik tuurde de horizon nog eens af, maar het is rustig met het scheepverkeer. Dus Ellen kan met een gerust hart gaan slapen.

Land in zicht

Onze derde dag op zee, en als alles goed gaat lopen we vandaag Thyboron binnen. Maar dan moet de wind wel mee zitten, want s'ochtends om zes uur is de zee zo glad als een spiegel, geen zuchtje wind en geen golfje te bekennen, dus dat wordt motoren. Het was die ochtend wat heiig, dus we konden nog steeds geen kustlijn zien, hoewel we er volgens de GPS niet meer zo heel ver vandaan mochten zitten. Een goed uurtje later passeerden we een vissersboot, een eerste teken dat we in de buurt van land kwamen, staken onze hand op en schreeuwden een groet. Ik legde de verrekijker al vast klaar want als het helder wordt wilde ik de horizon afturen naar land. Kijkend naar de positie op de kaart en de afstand nog te gaan tot Thyboron, met een gemiddelde van 5 knopen, zouden we rond vijf uur s'middags Thyboron kunnen binnen lopen. We zijn dan precies 72 uur op zee geweest.

Om een uur of tien die ochtend begon de heiigheid inderdaad op te trekken en zagen we aan de horizon Denemarken verschijnen. We stuurden wat dichter op de kust aan, totdat we er uiteindelijk maar 1 a 2 mijl meer vandaan waren. De wind liet het voor het eerst die dag afweten. Ik dook de kajuit weer in om de pilot van de deense noordzee kust op te duiken en ging op mijn gemak de aanloop van Thyboron en de plattegrond van de haven bestuderen; zag er allemaal niet zo moeilijk uit. In de verte zagen we reeds de schoorstenen van de chemiefabriek en om een uur of drie kwamen ons een paar zeiljachten tegemoet die vanuit Thyboron waren vertrokken en langs de deense kust richting duitsland afzakten. Als je vlak onder de kust blijft varen, kun je ook veilig het Horns Rif passeren; er loopt daar namelijk een bevaarbare en betonde vaargeul. Weet alleen niet of ik dat 's nachts zou willen doen, maar daar hebben deze jachten ook geen last van, want het duurt nog wel even voor ze daar zijn, en dan is de nacht allang weer voorbij.

De kust is hier hoog en rotsachtig en je ziet af en toe dorpje liggen of een vuurtoren hoog op een klif staan. Ik probeer die dan op de kaart op te zoeken. Om een uur of vijf lopen we uiteindelijk de haven van Thyboron binnen. Ellen duikt de kajuit in om de landvasten en stootwillen te voorschijn te halen.

Thyboron heeft twee jachthavens die helemaal achterin de industrie/vissershaven liggen. Wij kiezen voor de eerste. Er is helaas geen plaats meer aan de kade, dus gaan we langszij ligeen bij een duits charterjacht. Het eerste deel is zeer goed verlopen, en nu eerst een biertje want dat hebben we wel verdiend.

Het Limfjord

Thyboron ligt aan de ingang van het Limfjord en is volgens mij de derde haven van Denemarken aan de Noordzee kust (Esbjerg is de grootste). Het is voor zeilers een belangrijke haven als je van de Noordzee komt, en is vrijwel altijd aan te lopen. Eigenlijk stelt het qua grootte niets voor. Je moet denken aan een soort haven als Oudeschild op Texel. De jachthaven heeft goede faciliteiten en je kunt er van alles krijgen. Thyboron is een dorp in de duinen, het is helemaal niet zo groot (ik denk een paar duizend mensen) en het doet wel leuk aan met die barakken huizen. De mensen leven hier van de visvangst en misschien de laatste jaren ook wat van het toerisme, maar dit is nog niet echt op gang gekomen, dus het is nog vrij rustig. Ook in de jachthaven is het erg rustig. Er liggen her en der verspreid enkele jachten, maar dat valt in de ruime jachthaven niet echt op. Thyboron ligt aan de ingang van het Limfjord.Dit is een verbinding tussen de Noordzee en de Oostzee (Grote Belt). Deze doorgang is er niet altijd geweest. In het verleden was het een groot merengebied dat achter de duinen lag. Maar in de zware vliegende storm van 1825 zijn de duinen weggeslagen en ontstond er een open verbinding met zee. Deze doorgang was al snel 400 meter breed maar door de geringe diepgang bleef het voor de commerciele vaart beperkt. Toch ontstond er een levendig handelsverkeer en er was rond 1850 zelfs een vaste lijndienst op Engeland! In 1917 is men begonnen met de bouw van wat nu de huidige haven is. In de tijd van de vikingen was het Limfjord aan de Noordzeekant echter ook al open, en zij gebruikten het Limfjord ook als veelzijdig op hun rooftochten naar het zuiden. Zij konden die gemakkelijk doen omdat de diepgang van hun schepen erg gering was. In de middeleeuwen was het Limfjord echter alweer van de Noordzee afgesloten door zandduinen. Om de ingang van het Limfjord open te houden moet er constant gebaggerd worden want de Noordzee brengt per jaar ongeveer 750.000 cubieke meter zand aan!

Livo

Livo is een klein eiland er wonen slechts 10 mensen. In het zuiden ligt een lang gerekte punt van ongeveer 1 sm, dat nu een beschermd gebied is voor zeehonden. Bij het aanlopen van het eiland moet je daar goed rekening mee houden want deze lang gerekte punt is moeilijk te zien, maar de vaarweg is goed betond.

Naar het zuiden is het eiland vlak, maar naar het noorden toe heb je zelfs hoge kliffen, van waaraf je een schitterend uitzicht hebt op het Limfjord. Livo is reeds lange tijd beschermd natuurgebied en er komt veel wild voor op dit kleine eiland (damherten, reeen, vossen, marters en zelfs hermelijn en natuurlijk massa's fazanten).
Door het milde klimaat is er een overdaad aan flora en fauna, het noorden van het eiland is dicht bebost en er zijn daar wat wandelpaden aangelegd, dus je kunt er schitterend wandelen. Het landschap is zeer gevarieerd en je loopt afwisselend door bossen met vennen, dan weer heidevelden en gouden korenvelde

Terug naar logboek