Rarotonga

In de voetsporen van Capitein Cook

Een groot deel van een wereldzeiler bestaat uit wachten. Soms op geld, vaker op onderdelen maar meestal op goede wind. In onze naiveteit gingen we er van uit dat we in dit deel van de wereld altijd stabiele oostenwinden zouden hebben, maar de passaatwind laat het dit jaar een beetje afweten. Terwijl het zoveelste frontje met buien en westenwinden over Bora Bora, buigen wij ons over de routeplanning. Er zijn diverse alternatieven voor het komende traject naar Tonga, met diverse mogelijke, maar geen ideale stops in de Cook eilanden. De noordelijke route via Suvarov is langer en trekt ons niet zo, de middelroute via Aitutaki en Palmerston heeft geen goede ankerplekken en op de zuidelijke route via Rarotonga kun je in het algemeen hardere winden verwachten. Na veel wikken en wegen en het bestuderen van de weerfaxen kiezen we uiteindelijk voor de zuidelijke route. De haven van Rarotonga is weliswaar een beetje onconfortabel bij westenwinden maar veilig en diep. Bovendien schijnt het een prettig eiland te zijn. En als bonus kunnen we daarna een bezoek brengen aan Niue en daar schijn je fantastisch te kunnen duiken. Dit was ook ongeveer de route die Capitein Cook destijds nam en die had er tenslotte voor geleerd. Het eerste groepje ongeduldige boten is inmiddels vertrokken maar als we via het Coconutnet horen dat ze het flink voor hun kiezen krijgen, nemen we nog maar een rumpunch en wachten tot de passaatwinden echt terug zijn. En dat blijkt weer eens een juiste beslissing. De hele weg, 540 mijl hebben we 25 tot 30 knopen halve tot ruime wind en we gaan als een speer. We lopen zelfs zo hard dat we tegelijk aankomen met een veel lichtere Bavaria die een dag eerder is vertrokken en een vreselijk ongemakkelijke tocht heeft gehad. Helaas heeft onze windpilot weer een beetje speling en stuurt niet echt lekker. Gelukkig worden met deze wind de accuus goed opgeladen zodat de electrische autopilot het met gemak kan overnemen. Tot onze verbazing liggen er al een tiental jachten in het kleine haventje van Rarotonga, allemaal met lange lijnen naar de wal en naar elkaar. We kunnen er niet meer bij maar vinden voor de nacht een plekje langs een ruwe kade die nog in aanbouw is. De volgende dag vertrekken er een aantal jachten en met hulp van onze medezeilers parkeren we Zwerver achterwaarts in een hoek, stevig vastgesjord met lange lijnen aan de kade en een verroest vrachtschip. Zo, voorlopig gaan we nergens heen. En dat was een kleine misrekening. Het is een komen en gaan van zeiljachten en visserschepen en bijna iedere dag zijn we bezig met het verhalen van boten. Tot overmaat van ramp haalt een medezeiler bij zijn vertrek niet alleen zijn eigen maar ook ons anker omhoog, zodat we weer van voor af aan kunnen beginnen. Maar iedereen is erg behulpzaam en er heerst een goede kameraadschappelijke sfeer onder de zeilers. Officieel moeten we het weekend aan boord blijven omdat we nog niet ingeklaard zijn, maar de authoriteiten zijn hier erg gemakkelijk. Customs, quarantaine en health komen aan boord, voor de gezelligheid lijkt het wel. De boot wordt gesprayed maar er worden geen levensmiddelen in beslag genomen. Afval moeten we in speciaal daarvoor bestemde afvalbakken deponeren om te voorkomen dat fruitvliegjes en ander ongedierte of uitheemse zaden zich kunnen verspreiden en zo de inheemse flora en fauna kunnen aantasten. Erg indrukwekkend op papier maar in de praktijk is het een lachertje. De enige plek om afval te storten is een oude verroeste oliedrum zonder deksel!

Een happy Bananenrepubliek

Na Frans Polynesie is Rarotonga een verademing. De mensen zijn hier veel hartelijker en ontspannender en de prijzen een stuk prettiger. We worden gegroet met "kia orana", dat we nog maar lang zullen leven. De New Zeelandse invloed is goed te merken aan het straatbeeld, de restaurants, de supermarkten, maar het lijkt erop dat de Cook eilanders er in geslaagd zijn hun eigen cultuur te behouden. 80% van de inwoners zijn Polynesische Maoris, gerelateerd aan de New Zeelandse maories. De afwezigheid van de Chinezen, die in Frans Polynesie de handel domineerden, is opvallend. Dit is het gevolg van een opzettelijke discriminatie politiek ingevoerd door New Zeeland in 1901. Onder Britse en later New Zeelandse heerschappij werden de rechten van de maoris op hun land beschermd en tot op de dag van vandaag kunnen buitenlanders geen land kopen in de Cooks. Dit is de reden dat je er geen grote buitenlandse resorts of hotelketens vindt, maar slechts kleinschalige locale bedrijven. Dat lijkt allemaal mooi en idyllisch, maar de keerzijde is een "bananen"- economie. De landbouw is te kleinschalig, kleine volumes, onregelmatige kwaliteit, ongeschoolde arbeiders, slechte marketing, inefficiente distributie etc. Het land is erg vruchtbaar, maar overal ligt het tropische fruit te rotten op de grond terwijl het fruit in blik en vruchtensappen uit New Zeeland geimporteerd moet worden. Ingeblikte tonijn uit Japan is stukken goedkoper dan een moot verse vis. Zonder de financiele en technische hulp van New Zeeland zouden de Cooks bankrupt zijn. De Cook eilanden zijn sinds 1965 onafhankelijk en in hun politieke bestuur hebben de eeuwenoude Ariki (stamhoofden) nog steeds een belangrijke invloed op het gebied van normen en waarden en landtoewijzing. Nieuw Zeeland heeft geen enkel veto over locale wetten maar is slechts verantwoordelijk voor buitenlandse politiek en defensie. Deze samenwerking schijnt voor beide partijen naar alle tevredenheid te werken. Het lijkt me dat Frankrijk hiervan kan leren, maar de vraag is of de verwende rijke Polynesiers een stap terug willen doen. Stel je voor, dan moeten ze opeens gaan werken!

Healing for body, mind and soul

We huren een scooter voor 24 uur en gewapend met een toeristenfolder nemen we de kustweg rond het eiland. Binnen twee uur zijn we weer terug op het punt waar we vertrokken zijn. De drie highlights, Pa's Palace en twee marae, hebben we gemist. Of zouden dat die hoop stenen zijn geweest? Nog maar eens een tweede ronde, deze keer door het binnenland. Het is een wonder dat de scooter het overleeft op de slechte onverharde wegen. Het eiland is heuvelachtig en erg groen. Hoewel er maar een hoofdweg, raken we diverse keren het spoor bijster en eindigen we op iemands erf. Op de kaart staan een paar hiking-trails aangegeven, maar daar is het te warm voor. Behalve Avarua, het havenstadje, zijn er geen echte dorpen; de huisjes liggen als een lange slinger verspreid langs de kustweg. Met enige regelmaat zien we beach bungalows die adverteren met traditionele hot-stone massages, meditatie-lessen en yoga-cursussen. Om de 2 kilometer komen we door een buurtschap dat gedomineerd word door een grote kerk. De Cook-eilanders zijn erg religieus en dat is eigenlijk onbegrijpelijk want de godsdienst is hun met harde hand opgedrongen door de missionarissen. Deze missionarissen waren super strenge moralisten en verkondigden dat blanke man's ziekten zoals mazelen, dysentery en pokken, waaraan 2/3 van de bevolking overleed, God's straf was. 70% van de eilandbewoners zijn nog steeds aanhangers van de Cook Islands Christian Church, een locale variant van de Londonse missionarissen, 12% is catholiek en de rest zijn zevende dag adventisten, mormonen en anglicanen. De kerken zijn tevens scholen zodat hun invloed op de bevolking in de toekomst ook nog gewaarborgd blijft. Zondags is alles gesloten (maar de drankhandel is extra lang open op zaterdagavond!) en vanuit de kuip horen we het prachtige meerstemmige kerkgezang. We worden een paar keer uitgenodigd een dienst bij te wonen, en hoewel het vooral de schipper goed zou doen, zien we daar toch maar van af. Het schijnt dat je naar voren wordt gevraagd om de gemeenschap toe te spreken.

Niue

De behouden cocosnootboom

We lazen voor het eerst iets over Niue in een duikmagazine dat Saskia in april had achtergelaten. Daarvoor hadden we er nog nooit van gehoord. Ook de Lonely Planet schrijft er positief over: friendly welcoming people, great diving and perhaps the most unspoiled island in the Pacific. Maar wel een kleine waarschuwing in de zeilgids: er is geen haven en je ligt dus gewoon voor anker, of als je geluk hebt aan een van de mooringboei, op open zee. Als de wind naar het westen draait kan dat erg ongemakkelijk en zelfs gevaarlijk zijn. Goh, leuk, ligt op de route, laten we het maar proberen. Als het weer het niet toelaat zeilen we gewoon door naar Tonga. We hebben weer eens strontmazzel: fantastische passaatwind en er is nog exact 1 mooringboei vrij. Als klapper op de vuurpijl worden we tijdens ons ontbijt getracteerd op een heuze walvisshow! Met een oppervlakte van 260 vierkante meter is Niue (spreek uit als "Noewie") een van de kleinste zelfstandige staatjes maar tegelijkertijd een van de grootste koraaleilanden ter wereld. Er wonen ongeveer 1200 mensen, een aantal dat ieder jaar verder afneemt door emigratie. Er schijnen tien keer zoveel Nuieanen in Nieuw Zeeland te wonen en die leveren een belangrijke financiele bijdrage aan de tanende economie van Niue. Het eiland ziet eruit als een bruidstaart met twee lagen. De eerste laag rijst steil uit de zee, met kliffen van 20 meter waar de hoge oceaangolven met donderend geweld tegenaan beuken. De tweede laag is een centraal plateau van 60 meter hoog, begroeid met hibiscus, orchideen, heerlijk ruikend frangipani en rhodondendron. Het stikt er van de vlinders en we zien veel tropical birds en parkieten. Door zuidenden jaren heen is het eiland langzaam maar zeker steeds verder gerezen en tijdens dit proces zijn er vele grotten, kloven en ravijnen ontstaan. Het zoetwater dat door de plafonds zijpelt heeft prachtige stalagtiten en stalagmiten gevormd. In sommige grotten en ravijnen zijn zoetwaterpoelen waar je heerlijk kunt zwemmen en snorkelen. En doordat het water zo op een natuurlijke manier gefilterd wordt is het bijzonder goed drinkwater. Bovendien is het zeewater daardoor cristal helder. Helaas is Niue in 2001 vreselijk getroffen door een orkaan en zijn de koraaltuinen toen grotendeels verwoest. Maar snorkelen en duiken is hier nog steeds zeer bijzonder. Je kunt ongelooflijk ver kijken onder water. Vlak onder onze boot loopt een heel diepe canyon. Er zwemmen haaien, giftige zeeslangen, schildpadden en enorme scholen gekleurde vissen. Voor het eerst gaan we grotduiken. Wel een beetje spannend en erg donker. We zien hele grote roodgespikkelde langoustes, maar die worden gelukkig met rust gelaten. Op de terugweg worden we begroet door een grote school dolfijnen, spinners, die met gemak de speedboot van de duikschool bijhouden. Met 1 hand aan de boot vasthoudend, duiken we weer het water in om met ze te zwemmen. Ze zijn erg nieuwsgierig en er is een heel kleintje bij. Prachtig hoe die beesten zich met grote snelheid en gratie voortbewegen. We blijven 10 dagen in Niue en vervelen ons geen moment. Op de motor verkennen we op ons gemak het hele eiland. Iedere dag gaan we zelf gemaakt schepijs eten bij een hele aardige mevrouw die haar eigen omheining aan het vlechten is. Met nog een paar andere zeilers wonen we een "Umi" bij. Dit is een traditionele BBQ waarbij het vlees, kip, vis, schelpen, zoete aardappelen, maniok, al dan niet gemarineerd in limoen en cocusmelk, ingepakt in bladeren onder de grond wordt verhit door hete stenen en houtskool. Dit kookproces duurt een aantal uren. Wij zijn er niet zo heel erg van gecharmeerd. In het algemeen is het eten in de Pacific erg vet en een beetje smakeloos. De avond werd opgevrolijkt door een locale dansgroep: kinderen in de leeftijd van 3 tot 16 jaar. Vergeleken met de professionele dansers in Tahiti en Bora Bora was het natuurlijk allemaal heel erg amateuristisch, maar ze hadden er duidelijk heel veel plezier in, en wij ook.

Terug naar logbook