De Chileense kanalen

Fin del Mundo

Ushuaia, fin del mundo, is weliswaar de zuidelijkste stad, maar zeker niet het einde van de wereld. Het is een klein plaatsje aan het Beagle kanaal, met op de achtergrond de besneeuwde toppen van de Andes. Het stadje leeft van toerisme. Overal om ons heen horen we Amerikanen, Fransen en veel Duitsers. Het aanbod van goede en goedkope restaurants is enorm. De locale specialiteit is centolla (king crab) en Fugian lam. Je eet je vingers er bij op. Van hieruit vertrekken de schepen naar Antarctica. Charters, cruise-schepen maar ook steeds meer gewone zeiljachten zoals wij. Antarctica, het spookt al een tijdje door mijn hoofd, zouden we dat kunnen? De boot is er geschikt voor. Als ik er met Harry over begin zit ie mij ongelooflijk aan te kijken. "Ik wil hierna alleen nog meer tussen de 30 graden noord en 30 graden zuid varen. Lekker warm, beetje snorkelen. Bovendien hebben we geen kaarten van dat gebied". En daarmee is de kous af. Een van de charterschepen die elk seizoen minimaal 4 keer naar Antarctica gaat is de Tooluka van Eef Willems. Een mooie stoere Noorse spitsgatter, met in het wand de vlag van Enkhuizen. Ze komt bij ons langzij liggen. Naast allerlei handige adresjes en de groeten uit Den Oever, krijgen we een prachtige high aspect fok van haar cadeau. Zomaar, voor niets! Dat is precies wat we nodig hebben om in de kanalen aan de wind te kunnen zeilen. Bovendien is het een prettig idee om een alternatief te hebben voor het geval onze genua helemaal uit elkaar valt. Een zeilmaker is er niet in Ushuaia. Met het grote zeil onder de arm gaan we op zoek naar iemand met een sterke machine. De een heeft wel een machine, maar kan niet zigzaggen. De ander kan wel zigzaggen, maar heeft geen sterke machine. Uiteindelijk vinden we een schoenmakertje die het zeil heel redelijk opkalefaterd. Kerst vieren we met hetzelfde groepje boten waarmee we uit Brazilie zijn vertrokken. Op drie na zijn we compleet. Het wordt een oergezellig feest met veel te veel lekker eten en frans- duitse humor die ons soms volledig ontgaat. De dagen na kerst is het weer hard werken. Water, diesel en alweer een kar vol voorraden versvoer worden aangesleept. Onze koelkast ligt vol met vacuumpakjes bief en lam. Dat wordt haut cuisine in de Chileens kanalen. Nu nog een krabbefuik zien te maken, want een verse crabcocktail als voorafje zien we ook wel zitten.

 

Puerto Williams

Van Ushuaia moeten we 30 mijl terug naar Puerto Williams om in te klaren voor Chili. De heersende winden zijn west, dus dat wordt lekker zeilen, dachten we. Mooi niet dus. Na een half uurtje verdwijnt het laatste zuchtje en zetten we de motor aan. Het is druk in Puerto Williams en we kunnen er nog maar net bij. We hebben onze komst aangekondigd bij de Chileense armada en die staat ons in vol ornaat met vier man sterk op te wachten. Donkerblauwe broek, wit overhemd, koffertje en natuurlijk een pet met gouden biezen. Alle vier dragen ze een donkere zonnebril en gebruiken ze dezelfde goedkope aftershave. Het is net een scene uit een maffia-film. Harry wordt aangesproken met "El Capitan" en pakt voor de gelegenheid maar zijn gouden pen te voorschijn. Alles is in orde en er wordt veel gestempeld. Puerto Wiliams is een echte marine basis. Keurige witte gebouwen, kort geknipte gazons met witte hekjes, kanonnen en veel vlagvertoon.

De paar straatjes zien er een beetje sjofel uit. Het eerste huis dateert uit 1953 maar de recente huizen zien er nog steeds hetzelfde uit: klein, van golfplaten of hout, met een golfplaten dak. Ze zijn allemaal in verschillende pastelkleuren geschilderd en dat vrolijkt de boel een beetje op.

De onverharde straten zijn stoffig. Er zijn een aantal kruidenierswinkeltjes die er van buiten uitzien als een woonhuis. Verse groenten en vlees zijn alleen te krijgen als het bevoorradingsschip is geweest. Hier wordt niets verbouwd, alles moet ingevlogen of verscheept worden vanuit het noorde en is daarom peperduur. De jachten liggen in een kleine kreek, langzij een gezonken stoomschip. De SS Micalvi hebben ze met opzet aan de grond laten lopen om zo een kleine beschutte plek te creeren. Het fungeert nu als clubhuis. Binnen is een gezellige bar en er zijn douches met warm water. Aan de muur hangen fotos en gastenvlaggen van bekende en minder bekende schepen uit de hele wereld. De "Toptekens" vlag uit Den Oever hangt er nog niet. Het is een komen en gaan van charters. Deze jachten zijn van een dusdanig formaat dat wij telkens ons scheepje moeten verhalen. Bij een van deze akties bezorgen wij de gloednieuwe en peperdure Pelagic van Skip Novak, een beroemdheid in dit gebied, een lelijke kras op zijn miljoenen-romp. Deze blijft er echter laconiek onder en bedankt ons voor de spontane medewerking. Oudjaarsavond is er een BBQ op het dek van de Micalvi. Ieder neemt iets lekkers mee. De kartoffel-sallade domineert. Het is bijzonder lekker weer en we kunnen nog tot 21.00 uur buiten zitten. Daarna gaat het feestje verder in de bar. De duitsers zijn erg punktlich en twee keer wordt er afgeteld, getoast en gezoend. Een keer om 24.00 Europese tijd en een keer om middernacht in Chili tijd. Ook moet er een film getoond worden "Dinner for one" want dat doen ze in der Heimat ook. De duitsers liggen dubbel, maar de engelsen kijken beteuterd toe. "I feel they are taking the piss out of us" zegt een medezeiler tegen ons. Wij blijven neutraal. Het Chileense barpersoneel grijpt gelukkig in voordat het helemaal een duits feestje wordt, en deelt kindertoetertjes uit. Dat wordt ons nuchtere hollanders te veel en we vieren ons private feestje verder met Co en Carla aan boord van Lotus.

 

Willem Bever in de pot

Je gelooft het niet, maar terwijl ik dit schrijf zit ik buiten in korte broek en T-shirt. De duitsers zijn vanochtend punktlich vertrokken en het is opeen muisstil. De zon schijnt, de lucht is stralend blauw, het ruikt naar bloemen. Langs de oever graast een stel paarden. Er is een klein veulentje bij. Over het spiegelgladde water scheert een koppel zwart-witte ganzen voorbij. Wij wanen ons in een schilderij. De lucht is zo fris dat je de neiging hebt om telkens diep adem te halen. Het geeft een enorme energie. We trekken onze bergschoenen aan, vullen onze rugzakken met wat te knagen en drinken en trekken erop uit. Dit is een prachtig wandelgebied.We lopen door weilanden vol met kleurige en geurige bloemen. Paarse en rode lupinen, gele boterbloemen en witte margrieten. In het bos groeien schattige kleine witte orchideeen met paarse hartjes.Bij een waterval stoppen we even voor een korte picknick. We zien veel dode bomen. De grond is hier zo drassig dat ze verrotten en tenslotte omvallen. Het is een gebied waar veel bevers zitten. We zien wel een beverdam, maar Willem is niet thuis. Die krijgen we 's avonds op ons bord, lekker gemarineerd met laurier en verse peperkorrels. Ed hebben ze opgezet. Hij heet hier trouwens geen Willem maar Castor.

We beklimmen een heuvel vanwaar we een prachtig uitzicht hebben over het Beagle-kanaal. Links in de verte zien we Ushuaia, onder ons glinsteren de daken van Puerto Williams en rechts zien we het grillige Isla Gable met zijn vele inhammen.

 

 

Bij de Capitano del Puerto dienen we onze zarpa in. Hierop moet je aangeven welke route je neemt, wat je diesel en watercapaciteit is, wie er aan boord zijn en wat je E.T.A. (estimated time of arrival) is. Er zijn nog steeds een aantal verboden kanalen waar ze je om een of andere reden niet willen hebben. Te gevaarlijk heet het officieel, maar ze willen je gewoon in de gaten houden. En dat is ook voor je eigen veiligheid.

 

Geveld door de griep in Vuurland

Het scheppingsverhaal deugt van geen kant. Geen nieuws? Darwin probeerde dat destijds al met zijn evolutie-theorie aan te tonen nadat hij met de HMS Beagle door dit gebied is getrokken, maar de Chilenen kennen nog een andere variant. De zevende dag, toen de wereld eigenlijk al klaar was, had Onze Lieve Heer nog een handjevol eilandjes, bergen, riviertjes en meertjes in zijn broekzak. Toen hij met grote passen terug liep naar de hemel kwam er een gat in zijn broekzak en viel de inhoud naar beneden, over Chili. En zo is Patagonie ontstaan. Je kunt hier je hele leven zeilen en iedere dag een andere ankerplek aandoen. De een nog mooier dan de ander. Een van de eerste ankerplekken die wij aanlopen is Caleta Olla, een kleine inham verscholen tussen hoge bergen aan de noordwest arm van het Beagle kanaal. Hier leefden vroeger de Yamana indianen. Dat was eigenlijk nog niet eens zo heel lang geleden. Joshua Slocum, de eerste mens die solo rond de wereld zeilde, strooide in 1895 kopspijkers op zijn dek om zich te behoeden voor een Indianen-overval. De indiaanse naam voor Caleta Olla was Ania-waia-waia. De Yamana indianen droegen geen kleren en waren op een klein zeehondenvelletje na, zo goed als naakt. Zij hielden zich warm door het eeuwig brandende vuur, vandaar de naam Vuurland. De Yamana waren nomaden en leefden voornamelijk van vis en mosselen. De mannen bouwden de kanos van takken en huiden en hielden het daarna voor gezien. De vrouwen verzorgden niet alleen de kinderen, maar hielden ook het vuur brandende, repareerden de kanos. Omdat ze altijd moesten peddelen, waren de vrouwen forser geschapen dan hun mannen die hooguit met hun speertje voor op de steven stonden. Het verging de Yamana echter als alle indianen. Ze werden uitgeroeid door de geciviliseerde wereld. Deels onbedoeld doordat ze in aanraking kwamen met virussen die de blanken meenamen. Ook gingen ze dood door de griep doordat ze van de zendelingen kleren moesten dragen, die vies en nat werden in dit klimaat. Een een groot aantal is gewoon voor de "lol" over de kling gejaagd, maar daar werd in het museum in Ushuaia uiteraard niet over gerept.

Terwijl buiten de wind als een gek te keer gaat, liggen wij lekker beschut achter een rij bomen. Na een uitstekende nachtrust pakken we onze day-packs en maken we een trektocht naar de Hollanda Gletcher, die uitkomt in een klein meer. Het is een redelijk makkelijke klim maar de grond is erg drassig. Soms zakken we tot onze knieen weg in het zachte mos. Er groeien miniscuul kleine rode en witte bloempjes op het mos. We zien ook hier weer veel dood bos en beverdammen. We hebben geluk met het weer. De nevel trekt op en de zon breekt door.

Vanaf de top van de berg ontvouwt zich een een fantastisch panorama. Rechts de witte gletcher met lichtblauwe ijskolommen en kleine ijsbergen in het meer. Links Zwerver in de kleine ankerbaai met daarachter de besneeuwde pieken van het Beagle-kanaal.

 

Op de terugweg raken we het spoor bijster. We nemen gewoon de kortste weg en die gaat steil naar beneden. Val en glijpartijen dus. We moeten nog een klein stukje met de dingy voor we weer bij de boot zijn. En ja hoor, pruttel, pruttel, pruttel, de buitenboordmotor houd ermee op. Er komt geen koelwater meer uit. Dat wordt peddelen. Het waait echter behoorlijk, de zon verdwijnt en het begint te regenen. Je weet wel, zo'n ijskoude stekende miezerregen die je hele gezicht verdooft. En natuurlijk zit onze regenkleding in de rugzak. Mijn spijkerbroek raakt al snel doorweekt. IJskoud en doornat komen we wij de boot aan.

Opdat het ons niet zal vergaan als de Yamana indianen, trekken we snel droge kleren aan en warmen ons bij de kachel met een glaasje cognac. Het mag echter niet baten. De volgende dag ligt "el Capitan" grieperig in bed.

 

Williwaws en gletchers

Nadat ik zijn cognac vervangen heb door een drankje van hete thee met honing, gaat het opeens een stuk beter met mijn kapitein. Toch blijven we nog wel vijf dagen uitzieken in Caleta Olla. Ook al hadden we gewild, we konden toch niet verder want er staat een harde westenwind, 30 knopen met rachas van 40 knopen, chubascos (dat is het verzamelwoord voor sneeuw-, regen- en hagelbuien) en precipitation (smerige ijzige miezerregen). En dat allemaal recht op de neus. Toch proberen we het na drie dagen, eigenwijs als we zijn, maar moeten na 2 uur ploeteren en slechts 2 mijl afgelegd, weer rechtsomkeer maken. Als we onze ervaring vertellen aan een doorgewinterde medezeiler op het Patagonie-net is zijn nuchtere reactie: "That's the name of the game in Patagonie". Echt lekker zeilen is er hier dus niet bij. 90% van de tijd hebben we de motor bijstaan. Als je zoals wij, van zuid naar noord vaart, heb je per definitie altijd de wind en stroom tegen. Dat geldt met name hier in het Beagle, waar de hoge bergen voor een schoorsteeneffect zorgen en de windrichting beinvloeden. Ook kunnen er onverwachts hevige valwinden, de beruchte Williwaws, vanaf de toppen naar beneden slaan. Binnen 1 seconde neemt de wind dan toe van 20 naar 50 knopen en meer. Het ene moment van bakboord, het andere moment van stuurboord. Wij hebben dan ook altijd standaard 2 riffen in ons grootzeil. Ook op de ankerplekken kan het erg windering zijn. Voordat je je anker uitgooit moet je goed naar de bomen kijken. Onder kale berghellingen en daar waar de takken geen bladeren meer hebben en de kruin 90 graden geheld is, moet je dus niet wezen.

Nadat wij het anker uitgegooid hebben, brengen we altijd in een sneltempo 2 lijnen uit naar de wal. Hiervoor hebben we twee haspels gemaakt met ieder 100m propyleen van 16mm dikte. Een derde lijn van 100m brengen we uit vanuit een zeilzak. Propyleen is niet alleen sterk en beter bestand tegen schavielen op de rotsen, maar blijft bovendien drijven en is daardoor minder zwaar.

Hoewel het dus af en toe best wel afzien is, is dit een spectaculair zeilgebied, en hadden we dit voor geen goud willen missen. Het is een gebied dat ieder jaar weliswaar door een groeiend aantal jachten wordt bezocht, maar dat zijn er dan nog maar een stuk of 25 en die kom je onderweg niet meer tegen in dit labyrint van duizenden eilanden en baaien. Het gebied wordt minder bezocht dan de Mount Everest. Je bent hier echt op jezelf en dat bevalt ons prima. Onze inspanningen worden beloond met unieke stukken puur natuur. De ruigheid en het pure van dit landschap zijn bijna niet te beschrijven.

 

We staan vandaag om 06.00 uur op en hebben binnen een half uur het anker op- en de lijnen binnnegehaald. We willen vroeg weg omdat het 's ochtends meestal nog "rustig" is. Als we de beschutte baai uitvaren zien we niet alleen witte koppen op het water maar ook ijsbrokken voorbij drijven. Die komen van de gletchers die nu beginnen te smelten. Overal langs de steile bergwanden komen stroompjes en watervallen naar beneden. Onze eerste gletcher zien we al na een half uurtje. Het is de Romanche-gletcher die al behoorlijk aan het afkalven is en ieder jaar een stuk kleiner wordt door het gat in de ozonlaag hier. Het onderste gedeelte is een waterval. Af en toe valt er met veel gerommel een brokstuk naar beneden.

Hoe verder we naar het westen gaan, des te imposanter de bergen. Dit is de Cordillera Darwin. Hoge witte pieken die gedeeltelijk in de wolken verdwijnen met langs de wanden wit/blauwe gletchers die tot aan het water komen. Het meest indrukwekkende is de Pia-gletcher. Het diepe fjord heeft twee armen met aan ieder uiteinde een aantal gletchers die onderaan een geheel vormen. De ingang van het fjord is voor 3/4 deel versperd door grote rotsblokken, deels boven, deels onder water, restanten van een oude morene. Grote brokken gletcherijs zijn er tegenaan gedreven. Op de rotsblokken ligt een colonie zeehonden te stinken en op de landpunt aan de overkant staan tientallen pinguins te kou-kleumen. Af en toe zwemt er eentje nieuwsgierig rond onze boot, maar ze zijn helaas camera-schuw. Op het moment dat we het fjord binnenvaren breekt de zon door waardoor het er allemaal nog mooier uitziet. Er zijn hier wel een paar mooie ankerplekken, maar geen enkele is 100% veilig en het weer is helaas onbestendig. Daarom besluiten we een plekje voor de nacht te zoeken in een baai aan de overkant. We komen terecht in Calete Julia, een piepklein groen baaitje met een klein watervalletje waar je drinkwater kunt tappen. Het is er muisstil. Je hoort alleen het getjilp van vogels. Als we na het eten nog even buiten zijn om de lijnen te controleren, worden we getrakteerd op een dolfijnenshow. Een dag om niet snel te vergeten.

Afzien

Het vergaat ons precies zoals de Misschief en de Spray vele jaren geleden voor ons. Het landschap is nog precies als toen en het weer is er blijkbaar ook niet beter op geworden. Tilman schrijft in 1957: "De aantekeningen in het logboek werden een beetje eentonig, bijna de hele dag regen". Dat noteren wij niet eens meer. We zijn inmiddels kanaal O'Brien gepasseerd en daarmee duidelijk in een ander weergebied terecht gekomen dat beinvloed wordt door de Pacific. In zware regen en hagelbuien motorzeilen we kruisend door de kanalen. Als we geluk hebben leggen we misschien 20 mijl per dag af. Maar vaak lopen we niet harder dan 2 knopen, afgeremd door de tegenstroom. Soms nog minder als we weggezet worden door de golven die uiteenspatten over het dek. De bergen worden kaler en ruiger, de begroeiing wordt lager en stekeliger. Tussen de hoge zwarte granieten bergen hangen donkere dreigende wolken. De toppen zijn altijd in nevelen gehuld. De kleur grijs overheerst. Tilman omschrijft het landschap nogal dichterlijk als "melancholieke grootsheid". Ik vind het gewoon een troosteloze naargeestigheid. Ik doe mijn best, maar kan er niets moois meer in zien. Het vreselijkste is misschien nog wel het nooit aflatende gehuil van de wind die iedere conversatie onmogelijk maakt. Stilzwijgend zitten we in de kuip, ieder verzonken in zijn eigen gedachten (waarom niet gewoon door het Panama-kanaal, waarom niet met een camper). Gisteren was het ultieme dieptepunt. Toen de achtste hagelbui met striemen in ons gezicht sloeg, heb ik geschreeuwd naar de wind dat ie zijn kop moest houden. Tegen 21.00 uur kwamen we nat, koud en moe op onze ankerplek aan. En op dat moment brak de zon door en verscheen er een prachtige regenboog die de wereld weer een beetje kleur gaf. Soms moet je blij zijn met kleine dingen.

 

Inferno

"Eindeloos voortdurend, verdoemd, zwaar en koud. Onveranderlijk. Voor eeuwig opgegaan in allerlei gedaanten, kwamen Grote hagelstenen, verkleurd water en natte sneeuwbuien, In volle vaart door het duistere middernachtelijk uur op ons afstromen".

 

We hadden niet gedacht dat het zo zwaar zou zijn. Behalve dat het koud en nat is, is het weer erg onvoorspelbaar en wordt het aantal bulletproof ankerplekken schaarser. We verkeren vandaag in gezelschap van het zeiljacht Madalena, dat we sinds de Kaap Verden regelmatig tegenkomen. 's Avonds bij de borrel delen we elkaars ervaringen. Gedeelde smart is halve smart. Als we 's ochtends wegvaren is het windstil, het water is spiegelglad en het zonnetje komt er zelfs door. Dan zie je opeens dat een kale granieten bergwand vol met gekleurde mossen zit. Er komt een beetje wind en we kunnen voor de eerste keer zeilen. Vol goede moed rollen we onze genua uit. Maar dat was blijkbaar de goden verzoeken want plotseling uit het niets komt er een enorme windvlaag die de boot gevaarlijk doet overhellen. Genua weer in, stormfok aangeslagen. De wind neemt gestaag toe en binnen een uur stampen we weer tegen 30 knopen wind in. Dapper gaan we door, slagen makend, mijltje voor mijltje wegtikkend. Magdalena is een lichtere boot en heeft het zwaarder dan wij. Ze verliezen steeds meer hoogte. Als we 5 mijl van onze ankerplek zijn, trekt de lucht opeens dicht en wordt het onheilspellend donker. De wind neemt toe tot 45 knopen en in vlagen zelfs 50. De brekende golftoppen vervliegen in de wind en de regen slaat met striemen in ons gezicht. Het zicht is slechts enkele meters. Magdalena komt in de problemen, haalt al zijn zeil eraf en zoekt beschutting in een inham die weliswaar op de kaart staat, maar zonder gepeilde diepten. Magdalena heeft een optrekbare kiel en ze zijn met drie sterke mannen aan boord. Wij durven dat niet aan en besluiten door te varen naar de ankerplek. Dit is pas echt afzien en we beginnen te twijfelen aan ons zelf. Dit is gekkenwerk! We zijn nat, moe en hongerig. Na vier uur ploeteren komt gelukkig de ankerplek in zicht. Maar dan zien we de smalle doorgang en de schrik slaat ons om het hart. Aan weerszijden spat het water metershoog tegen de rotsen en in het midden is het een grote kolkende pot met stoom. Wat nu? We maken het ankergerei klaar en laten de dingy te water. Er komt een windvlaag en .... beng, het kleine bootje wordt 2 meter de lucht in geworpen over onze zeereling! We blijven buiten wachten en als het tussen de buien door iets rustiger wordt wagen we het erop. Ja, nu! Pff, we zijn erin, maar nu nog ankeren en landvasten naar de wal uitbrengen. Binnen in de beschutte kom is het water weliswaar vlak, maar er komen williwaws van 70 knopen van de steile bergwanden af, onvoorspelbaar van beide kanten, met het geluid van een aanvallende tijger: kssss, kssss. We proberen drie keer te ankeren, maar telkens als we ketting willen laten vieren, rukt zo'n williwaw ons weer los. De laatste keer loopt bijna op een drama uit. Aanvankelijk leek het te lukken. Het anker hield. Harry springt in de dingy en probeert naar de kant te peddelen. Dan komt er weer een williwaw en Harry wordt 50 meter de baai uit geblazen. Ik haal hem aan de lijn snel weer binnen. Het anker houdt nog steeds. Nog een keer peddelt Harry naar de kant. Als hij er bijna is komt er weer zo'n rottige williwaw en deze keer houdt het anker niet. De boot wordt met enorme kracht weggeblazen en ik moet de motor voluit zetten om niet tegen de rotsen te worden gegooid. Ik koers de baai weer uit. Dan hoor ik Harry heel hard schreeuwen: help, help, ik sla om. Het kleine bootje maakt water en de voorpunt verdwijnt met Harry en al in de golven en dreigt om te slaan. Het lukt me om te draaien en Harry weer aan boord te krijgen. Shit, shit, shit, dit is bloedlink. Buiten is het nog steeds een hel. We overwegen onze alternatieven. Teruggaan is geen optie, dat betekent aankomen in het donker op een onveilige ankerplek. Het vooruitzicht om de hele nacht buiten op het kanaal te blijven rondjes draaien is ook niet aantrekkelijk. Vooral niet met het slechte zicht en de sterke stroming en al die rotsen in de buurt. We moeten verdomme die kom weer in en snel tussen de vlagen door die lijnen aan de kant krijgen. Als de zoveelste bui over is getrokken proberen we het opnieuw. Weer wordt het een zwaar gevecht dat vooral voor Harry erg inspannend is. Onze zenuwen zijn tot het uiterste gespannen, adrenaline giert door de keel. Er mag gewoon niets mis gaan. We vloeken en schelden als een idioot, en dat helpt. Na vier uur kei en kei hard werken liggen we als een spin in het web tussen vier lijnen. Precies op tijd want het is inmiddels stikkedonker. Er is opluchting, maar de spanning verdwijnt niet. De krachten op de lijnen zijn enorm. Alles kraakt, zelfs de stalen kikkers waaraan ze bevestigd zijn. Ook maken we ons zorgen dat de boompjes uit de grond gerukt worden. We trekken droge kleren aan en komen na een kop hete chocolademelk weer een beetje op verhaal. Met zijn tweeen blijven we de hele nacht standby. De volgende ochtend neemt de wind iets af en vallen we uitgeput in slaap. Patagonie: eens maar nooit weer!

Zwerver op drift

Het begint een beetje op een spannend jongensboek te lijken, maar onze reis door Patagonie kan zo opgenomen worden in de volgende editie van "Bad Trips", een verzameling reisverhalen vol narigheid die een troost moeten bieden voor thuisblijvers. Na de zoveelste grauwe grijze dag met veel wind en regen, arriveren we moe en koud in caleta Galant (Straat van Magellan). Als we goed en wel voor anker liggen, meldt Papillon door de radio dat de warme chocomelk klaar staat. Lars komt ons halen met z'n supersnelle dingy en even later is alle narigheid al snel vergeten. Vanuit hun luxe pilothouse met grote ramen hebben we een goed zicht op Zwerver, die behoorlijk ligt te stampen en alle kanten op slingert met dit vreselijke weer. Maar het anker lijkt goed te houden. Neuroot als ik ben, blijf ik toch steeds peilen en opeens weet ik het zeker: het anker houdt niet! We schieten meteen in onze zeilpakken maar als Lars de dingy wil pakken is deze spoorloos verdwenen. In de verte zien we nog een klein stipje, het bootje dreigt Magellan op te gaan. Ondertussen is Zwerver echt aan de haal gegaan en gaat in volle vaart op de oever af. Dit is echt een vreselijk gezicht. We kijken elkaar aan en voor het eerst zie ik ook angst in Harry's ogen. Mijn maag draait om. Lars en Lune dralen geen moment en handelen instinctief. De motor gaat aan en het anker wordt in razendtempo gelicht. Het zijn maar minuten, maar het lijken wel uren. Papillon is een omgebouwd motorjacht en die motorpower komt nu goed van pas. Met volle vaart gaan we op Zwerver af. Harry en ik zitten allebei voorop de boegspriet en als we dicht genoeg bij zijn maken we een gevaarlijke sprong. Ik start onmiddellijk de motor en Harry begint het anker op te halen. Gered!! We hadden geen 5 minuten later moeten komen. Papillon gaat in volle vaart verder. De dingy is gestrand op een zandplaat. Met de pikhaak kunnen ze het net grijpen, zonder zelf aan de grond te lopen. Zowel Papillon als Zwerver liggen daarna achter tandem-anker. Toch slapen we slecht die nacht.

Taarten bakken in de Straat van Magellan

We zijn nu bijna een maand onderweg. Gisteren hebben we het laatste stukje van de beruchte Straat van Magellan afgelegd en daarmee Vuurland verlaten. De westzijde van Magellan is berucht om zijn harde winden. Hier rollen de golven van de Pacific naar binnen en komen alle depressies, natuurlijk met de nodige regen- of hagelbuiten, vol tot ontlading. Het was dus wederom een zwaar traject, maar daar beginnen we ondertussen gewend aan te raken. Al met al gaat het zo slecht nog niet. Alles is nog heel en we maken goede voortgang. Joshua Slocum had het heel wat zwaarder te verduren zonder motor. En wat dacht je van Magellan met zijn lompe dwars getuigde wastobbes die voor geen meter zeilden. We overnachten in prachtige historische baaitjes waar hij ook met zijn schepen voor anker heeft gelegen en verbazen ons erover hoe hij dat allemaal voor elkaar heeft gekregen. Dat moet pas echt een martelgang geweest zijn. Open winderige kooien, geen zeiljacks, geen kachel, slecht eten.

"on November 28th, 1520 we left the strait and sailed into the Pacific sea, and we continued for 3 months and 20 days without fresh food, just surviving on dry bicuits full of worms and smelling of mice excrements.."

Magellan verloor meer dan de helft van zijn 265 koppige bemanning aan schipbreuk, scheurbuik en muiterij (het proviandschip ging er vandoor). Ik heb weliswaar 10 pakken lamsvlees en biefstuk overboord moeten gooien, maar we eten nog iedere dag verse groenten en vers geperst sinaasappelsap.

We zeilen op dit moment gezamenlijk op met het deense zeiljacht Papillon en we maken er een gewoonte van om om de beurten een lekkere cake of taart te bakken. Ja, dit lees je goed, mijn kook- en bakkunsten komen hier helemaal tot ontwikkeling. Chocolade-cake met rum en rozijnen, sinaasappelcake met amandelen, ik draai mijn hand er niet meer voor om. Bovendien hebben we 180 eieren ingeslagen die op moeten. Hoe zou het met onze cholesterol gehaltes zijn?

Het is erg stimulerend om met een andere boot op te varen. Lars en Lune zijn prettig gezelschap. We overleggen veel en plannen gezamenlijk de te volgen route. Ook kunnen we 60 liter diesel van ze overnemen zodat we geen omweg van 120 mijl naar Puerto Natales hoeven te maken.

 

Overweldigende natuur

En zo ploeteren we dapper voort. De ene dag gaat het beter dan de andere. We beginnen het ritme al aardig te pakken te krijgen. 's Ochtends om 6 of 7 uur anker-op en zorgen dat je tegen 14.00 uur veilig in een caleta ligt, want dan neemt doorgaans de wind toe. We nemen de dagen zoals ze komen. Soms gaan we door tot een uur of zes, maar we blijven ook wel eens een dagje liggen. Omdat het te slecht weer is, of gewoon om een dagje te rusten en de omgeving te verkennen. het lijkt erop dat we geluk hebben met het weer of gewoon in een gematigder zone komen. Waar de pilot waarschuwt voor ruwe gebieden met gevaarlijke stromingen en akelige golfslag, hebben wij redelijk rustig vaarwater. De caletas zijn stuk voor stuk bijzonder mooi. Het is ongelooflijk. Het ene moment zit je nog tegen de wind en golven op te boksen, maar zodra je een caleta binnenvaart is het water opeens spiegelglad. De natuur is hier overweldigend. Gisteren zagen we opeens fontijntjes omhoog spuiten. Walvissen! Helaas waren ze nog wel ruim een mijl weg zodat we ze door de verrekijker moesten bewonderen. Maar dan is er eentje bij die een beetje nieuwsgierig is. Hij zwemt op z'n gemak voor onze boot langs, zwaait nog een keer met z'n staart en duikt dan weer onder, een gordijn van regendruppels achterlatend. We zijn zo onder de indruk dat we vergeten fotos te maken. Ook zijn er natuurlijk de Magellan-pinguins en dolfijnen. Het is een aparte soort, typisch voor dit gebied. Niet zo groot, donker grijs met een witte streep. Het leukste zijn de zeehondjes. Die zie je hier bij bosjes, meestal in de buurt van een caleta. Vroeger waren ze een gemakkelijke prooi voor de pelsjagers. Ze zijn altijd blij ons te zien en springen vrolijk voor de boot uit. In hun sprong klappen ze met hun flippers tegen elkaar: applausje voor Zwerver, lijken ze dan te zeggen.

In de caletas zelf zien we altijd grote scholen konings-aalschovers. Deze zijn zwart-wit en hebben fel-blauwe ogen. Helaas erg camera-schuw. Met de dingy proberen we geruisloos dichterbij te komen, maar meestal vliegen ze weg.

Dat kan niet gezegd worden van de race-eend. Ik geloof dat de officiele naam Steam-boat duck is. Dit is een soort die niet kan vliegen. Zodra ze ons in de smiezen krijgen, raken ze in paniek en peddelen met hun vleugels als een gek over het water. Dat is erg grappig om te zien. Verder zijn er allerlei ganzen en eendensoorten, albatrossen, stormvogels en hele kleine zwart-witte vogeltjs die heel elegant over het water lijken te lopen.

 

Het landschap is bizar en doet een beetje science-fictionachtig aan. Hoge bergen die deels in de mist verdwijnen. Overal komen watervallen loodrecht van de bergen gestort.

In de caletas zien we allerlei soorten bloemen. Grote witte, met rabarberachtige bladeren en stengels. En hele kleine roze kelkjes die heel fragiel aan de rotswanden hangen. Wandelen wordt steeds lastiger. Vaak moeten we ons al klimmend een weg banen over en onder dode boomstronken die bedekt zijn met een dikke laag mos. Regelmatig vallen we in een gat of blijven onze laarsen in een modderpoel steken. Dit zijn echte oerbossen, waarschijnlijk nooit eerder door mensen betreden. Alleen al het idee is bijzonder.

 

Zeiljacht in nood

Elke ochtend hebben we radio-contact met het Patagonie-net op USB 8164 kHz, geven onze positie en planning door en wisselen wetenswaardigheden met de andere zeiljachten uit. Meestal is het een gezellig uurtje sociaal geouwehoer. Een drie-tal jachten van het net zijn we inmiddels tegengekomen. Zij varen van noord naar zuid, een stuk aangenamer. Jaloers kijken we ze na hoe ze met bolle genuas voorbij glijden terwijl wij zitten te stampen met motor aan. Vanochtend, 5 februari, meldde het zeiljacht Sula dat ze op 300 mijl van Kaap Hoorn omgeslagen was en de mast had verloren. Stagen, vallen, de hele mikmak lag overboord en lijnen waren in de schroef geraakt, zodat de motor ook nog onbruikbaar was. Ook het life-raft was onklaar geraakt en heeft hij moeten lossnijden, bakken water binnen, maar gelukkig geen beschadiging aan de romp. Wij hadden op de weerkaart al gezien dat er in dat gebied een depressie van 964 Hpc voorbij trok. Schepen in de buurt van Pto Williams meldden gisteren al windsnelheden van 65knopen. Op de zuidelijke Pacific, berucht om zijn monstergolven, moet het dan helemaal vreselijk zijn. Onmiddellijk neemt een van de zeiljachten de leiding en begint via het net een reddingsactie te coordineren. De Chileense marine wordt op de hoogte gebracht en staat standby. Drie keer per dag is er radio-contact om de voortgang van Sula te volgen, maar ook om hem moed in te praten. Ze geven hem de laatste weersberichten en de coordinaten van mogelijke doorgangen naar het beschutte Beagle-kanaal. Het zeiljacht Islander is niet al te ver uit de buurt en vaart spontaan richting kust om assistentie te verlenen. Gespannen volgen we de verrichtingen van het getroffen jacht. Het is een solo-zeiler. Wat zal die zich moe, koud en ellendig voelen! Hij klinkt vrij rustig op de radio. De volgende dag horen we dat hij de motor weer aan de praat heeft en een voortgang heeft van 5 knopen. Inmiddels is er een tweede depressie onderweg. Sula zit precies in zijn baan. Geen gunstige omstandigheden om met een wiebelend mastloos zeiljacht een gevaarlijke kust aan te lopen. Het is akelig stil op het net. Geen enkele boot meldt zich verder.

En daar doen we het nou allemaal voor

Is dit mooi of niet? Dit is de Pio XI gletcher, 50m hoog en 4 km lang. 's Werelds grootste gletcher die uitkomt op zee, genoemd naar Paus Pio die een vervent bergbeklimmer schijnt te zijn geweest. Dit is een slechts een klein stukje van de Patagonische IJskap (Hielo Continental) dat een gebied beslaat van meer dan 700 kilometer en beroemde bergbeklimmers aantrekt. Dit was ook het doel van de Tillman-expeditie die hier in 1955 met de Misschief aan de grond liep. De Pio-gletcher ligt niet echt op onze route. We moeten er een omweg voor maken van 60 mijl en het is nog maar de vraag of de ijsgang en het weer een bezoek toelaten. Vorige week nog moest een ander jacht wegens weersomstandigheden omkeren. Het ziet er naar uit dat wij deze keer mazzel hebben. Het is praktisch windstil en af en toe verschijnt er een beetje blauwe lucht en breekt de zon door. Als we 's ochtends onze ankerplek verlaten zien we de eerste ijsbrokken al in het water liggen. Canal Icy doet zijn naam eer aan. De gletcher is al vanaf 20 mijl te zien, maar het duurt erg lang voordat we in de buurt komen We hebben stroom tegen en we moeten voorzichtig navigeren om de toenemende hoeveelheid ijsbergen te ontwijken. Van een afstand leken het kleine brokjes, maar dichtbij zijn ze zo groot als slagschepen. Sommigen zijn diepblauw, anderen lijken van glas. De groten zijn het probleem niet, het zijn de glazige "kleintjes" waar we voor moeten uitkijken. Dan horen we grrrr, grrrrr. Oeps, een kleintje over het hoofd gezien. We zijn blij dat we een stalen boot hebben. Er is hooguit wat antifouling af. Toch kan zo'n kleintje (vierkante meter) je propeller lelijk beschadigen, dus Harry gaat op de voorpunt op uitkijk staan. Een groep van 6 dolfijnen speelt rond de boot. Men beweert dat dolfijnen waarschuwen voor gevaar. Ze zwemmen inderdaad telkens tussen ons en een ijsberg in. Zou het waar zijn? Als we bij de gletcher aankomen breekt de zon helemaal door. De gletcher heeft grote diepe spleten en de kleuren zijn onvoorstelbaar. Het ijs kraakt. Af en toe klinkt er een dof gerommel als een onweersbui en er vallen grote brokken naar beneden. We blijven op veilige afstand, ongeveer een halve mijl er vandaan. Er komt een beetje wind en we hijzen de zeilen. Dat levert droomplaatjes op. 's Avonds is het nagenieten aan boord van Papillon onder het genot van Irish coffee en warme peren met room. De dolfijnen zijn er nog steeds. Een onvergetelijke dag!

De Tuin van Eden

We worden gewekt door het kraaien van een haan en moeten ons even orienteren. Dit is Puerto Eden, een klein gehucht met 173 inwoners. Er zijn geen straten en geen autos, maar houten steigers die de schamele huisjes met elkaar verbinden.Er scharrelen kleine kipjes rond en de meeste huisjes hebben een kleine kas waar ze hun eigen groenten verbouwen. Er liggen een paar gele vissersbootjes op het droge. De inwoners zijn afstammelingen van de laatste Alacuf indianen. Ze leven van de visvangst, mosselen, zeekomkommers en king-crab maar dit is niet het seizoen en we zien dan ook geen enkele vissersboot uitvaren. Aan het aantal lege bierflesjes in de bosjes te oordelen, is de alcoholconsumptie hier erg hoog. Het plaatsje is zo goed als geisoleerd van de buitenwereld. Twee keer per week komt de ferry en brengt nieuwe voorraden en tot onze verbazing, een redelijk aantal toeristen.

Het gebied is recentelijk tot National Park verklaard en wij vermoeden dat het dorp flink gesubsidieerd wordt. We hebben onze komst officieel aangekondigd per marifoon en de Armada staat ons al met drie man op te wachten. We worden hartelijk verwelkomd en na het gebruikelijke gestempel is er koffie en gebak. We zijn het vierde jacht dit jaar en het eerste dat in noordelijke richting vaart. We mogen langzij de politieboot liggen en gratis gebruik maken van water en electriciteit. Ook douchen doen wij bij (niet met) de carabineros, die zich hier waarschijnlijk te pletter vervelen en ons als een aangename afleiding zien. Het is prachtig weer en we maken van die unieke gelegenheid gebruik om alles eens goed te luchten. Na zes weken nattigheid begint het toch wel behoorlijk te stinken. Watertanks worden gevuld, motor nagekeken, zeilen gerepareerd (met het handje uiteraard want een zeilmaker is even niet binnen handbereik). We kunnen hier ook diesel krijgen, maar die is van zeer slechte kwaliteit en 2x zo duur dan normaal. Papillon biedt ons nog eens 120 liter van hun voorraad aan en daarmee kunnen we het redden tot we in de bewoonde wereld zijn. Puerto Eden ligt halverwege Pto Williams en Pto Montt. We hebben er ruim 650 mijl op zitten en denken dat we het zwaarste achter de rug hebben. Om dit te vieren trakteren we onszelf op een etentje bij Jose en Nelda in de keuken. Verse king-krab, warme broodjes, eigen gemaakte mayonaise, gemarineerde zeekomkommers, gebakken vis, aardappelen, rijst, sla, tomaten en bosbessentaart toe. Wat een verwennerij!

 

Chonos, het duizend-eilandenrijk

Chileens Patagonie kan ruwweg opgedeeld worden in drie stukken, elk met zijn eigen onderscheidende geografie en klimaat. Het eerst stuk, Tierra del Fuego (Vuurland), het zuidpuntje van Zuid Amerika staat bekend om zijn ruwe schoonheid. Gletchers, hoge pieken van de Cordillera Darwin, het gebied van de rachas en williwaws, koud en winderig. Op een eenzame vuurtorenwachter na, ben je hier ver weg van de bewoonde wereld. Daarna, noord van Magellan tot aan Golfo de Penas kom je in het eigenlijke kanalen-gebied. Een wirwar van eilanden, groen, nat, veel watervallen. Er valt hier gemiddeld maar liefst 4000 mm regen per jaar. Dit is het gebied waar de depressies uit de Stille Zuidzee vol tot ontlading komen. Hier komen we een enkele vissersboot of een vrachtschip tegen. Het derde stuk is de Archipellagos de Chonos en Chiloe, een glooiend eilandenrijk, ook erg nat, waar je langzamerhand weer in de bewoonde wereld komt. Om daar te komen moeten we de beschutting van de kanalen verlaten en ruim 100 mijl over de Zuidelijke Pacific. Dit is de Golf de Penas, vrij vertaald, de golf van pijn en moeite, een stukje water waar iedere schipper respect voor heeft. Hier loopt de bodem van de Pacific opeens terug van 3000 meter naar 100m en beukt de lange zware deining uit Nieuw Zeeland met veel geweld op de ruige Chileense kust. Een soort mini golf van Biskaye dus, waar je met slecht weer niet moet wezen. We liggen twee dagen verwaaid in een mooie rustige caleta. De vuurtorenwachter van het San Pedro lighthouse voorziet ons twee keer per dag van de laatste weerberichten en zodra hij een rustige zuidenwind aankondigt, lichten we ons anker en wagen het erop.

Het beloofd een prachtige tocht te worden. Met twee genuas vol uitgeboomd lopen we ruim 7 knopen. Maar de pret duurt niet lang. Na een halve dag verdwijnt de wind en motoren we over een spiegelgladde zee. Door de trage deining rollen we behoorlijk, maar alles is beter dan storm. Bovendien is het droog en schijnt de zon.

Na 24 uur arriveren we in Bahia Anna Pink, een mooie brede baai, bezaaid met rotsen en kleine eilandjes. We hebben goed zicht, dus dat levert geen problemen op. Ook hebben we de mazzel dat we de vloedstroom mee hebben. En dan zien we opeens overal fonteinen om ons heen. We bevinden ons in een grote school walvissen! Wel zeker een stuk of twintig bultruggen. Traag zwemmen ze ons voorbij. Af en toe zien we een rugvin boven water komen, maar verder keuren ze ons geen blik waardig. Het stikt hier van de vis, dat kun je gewoon ruiken. Volgens Harry kan ik met mijn neus een goede baan krijgen op een vissersboot. Er drijft een grote zwerm albatrossen op het water. Het zijn net grote dikke eenden met hun veren slordig opgevouwen. Ze hoeven alleen maar te happen, de vis springt hier spontaan het water uit! Wij maken het ons ook gemakkelijk en geven een passerende visser een pak wijn en chocola in ruil voor een joekel van een vis. 's Avonds maken we een kampvuur op het strand en de vis gaat op de BBQ. Een andere keer krijgen we op de ankerplek bezoek van een man in een roeiboot, die voor ons een verse king crab uit zijn fuik haalt. De volgende dag vereren we Carlos met een tegenbezoekje. Hij leeft in een simpel houten hutje, een klein keukentje, een bed, een tafel en een stoel. Trots laat hij ons zijn verzameling foto's van passerende jachten zien. Het zijn er maar liefst vijf. Zwerver pronkt nu ook aan de muur. We varen nu door een prachtig heuvellandschap. Niet meer zo stijl en ruim bebost. Op de achtergrond zien we de met sneeuwbedekte vulkanen van het Andesgebergte. Er komen ons steeds meer kleine vissersbootjes tegemoet en af en toe varen we langs een viskwekerij. Het weer is nog steeds prachtig. Er ligt een stabiel hoog in de Pacific en dat betekent een zachte wind en volop zon. Handschoenen en mutsen dragen we al een week niet meer en vandaag gaat voor het eerst ook de wollen trui uit. We worden direkt bestookt door een zwerm van kleine steekvliegjes.

Langzaam maar zeker komen we weer in beetje in de bewoonde wereld. We stoppen in kleine vissersdorpjes waar we voor het eerst weer vers fruit en groente kunnen kopen en zowaar karbonaadjes en kippepoten, zei het uit het vriesvak. In Puerto Aguirre zijn we een heuze bezienswaardigheid. Het halve dorp loopt uit en staat op de pier de twee buitenlandse jachten te bewonderen. We vallen wel een beetje uit de toon met onze luxe jachten in het sobere dorpje.

De huisjes zijn simpel, hout en golfplaten, en zijn in vrolijke kleuren geschilderd, hoewel de meesten best een likje verf kunnen gebruiken. Geraniums en fuchias groeien hier uitbundig in het wild.

Toch is er geen echte armoede. De mensen gaan goed gekleed en veel huizen hebben een schotelantenne op hun dak staan. Als we stiekem naar binnen gluren zien we tot onze grote verbazing een grote Philips flatscreen TV in de kamer staan. Het schijnt dat de vissers goed verdienen. De houten bootjes zijn klein, maar wel allemaal uitgerust met een gloednieuwe 50pk buitenboord motor en een compressortje. Met lange tuinslangen duiken ze naar beneden om de schelpen van de bodem te steken. Zonder wetsuit, terwijl het water in de zomer niet meer dan 10 graden is! Op de kade staat een visverwerkingsfabriek. De schelpen worden onder stoom geopend en dan word het schelpdier diepgevroren, verpakt en geexporteerd naar Zuid Korea.

 

Chiloe, "water from land and sky"

We glijden door een fantastisch pastoraal landschap. Het doet ons denken aan zuid-Engeland of Denemarken. Glooiende groene heuvels met af en toe een houten huis of kerkje. Er grazen schapen en koeien en langs de oevers zwemmen Black-neck zwanen, witte zwanen met een zwarte hals.Met steeds grotere regelmaat varen we langs grote zalmkwekerijen. Soms blokkeren ze hinderlijk de doorgang in de smalle kanalen. We kunnen de vissen zien springen en de arbeiders zwaaien naar ons.

 

De zalmkwekerijen zijn het resultaat van een denktank, een initiatief van generaal Pinochet. Zalm komt van oorsprong niet voor in Chili, maar is geimporteerd uit Noorwegen, Schotland en Canada. Het bleek een gouden greep die de economie een enorme stimulans heeft gegeven. De afgelopen twee dagen hebben we urenlange wandelingen gemaakt. De onverharde wegen gingen over in karresporen en waar die ophielden gingen we verder over akkers en weilanden, klimmend over hekken met keffende honden achter ons aan. De Chiloten (letterlijke betekenis is "ongeletterde boeren") zijn gastvrij en vriendelijk. We maken kennis met de onverstaanbare Hector, die ons trots het blauwe kerkje in zijn pueblo laat zien en voor ons een grote zak appels plukt die Lone verwerkt in een overheerlijke taart. Als we de weg vragen worden we door Marco meegetroond naar zijn huis voor een kop koffie en een glaasje grappa. "You have to stay for dinner" zegt de halve Italiaan. 's Avonds laat komen we terug na een overheerlijke maaltijd en een doe-het-zelf-cursus flies maken. Marco en zijn gasten uit Italie zijn enthousiaste fly-fishers. De dingy wordt volgeladen met aardappelen en een vers gebakken cake. Hier in Chiloe kennen ze maar liefst 150 verschillende soorten aardappelen. Ze hebben allerlei vormen en kleuren: rood, geel, oranje en blauw.

 

Terug in de bewoonde wereld

Zachtjes ronken we over het spiegelgladde water. Zwerver baant zich een weg door de plastic cola-flessen, resten piepschuim en andere rommel. We naderen de geciviliseerde wereld, geen twijfel over mogelijk. Als we de bocht om gaan zien we Castro liggen. We roepen de Armada op, gaan vlotjes door het papier en stempelwerk en we mogen gebruik maken van hun moorring. We liggen naast een paar grijze gun-boats waar de Chileense marine druk bezig is met een blusoefening. De slang is op ons gericht maar de pomp doet het niet. Da's nou jammer. Als we het militaire terrein oversteken bevinden we ons midden in een oorlogscene. Overal kruipen zwaar bewapende soldaten door het gras en her en der liggen gewonden met een grote hoeveelheid ketchup te kermen. Hospiks rennen af en aan met brancards. We voelen ons een beetje "out-of-place" met onze knalgele laarsen en rode zeiljacks. Castro is onze eerste echte stad sinds drie maanden en doet een beetje onwerkelijk aan. We zijn al die drukte niet meer gewend en vergeten uit te kijken bij het oversteken. En wat doen mensen die drie maanden op het water hebben gezeten? Ja hoor, met een ijsje op een bankje zitten aan de waterkant naar de bootjes kijken. Het is een weelde om weer van alles te kunnen kopen. Er is een overvloed van goedkope heerlijke groente en fruit. Ik schaf een compleet nieuw servies aan, want van het oude is niet veel meer overgebleven sinds het zuiden. We blijven er een paar dagen hangen en maken een uitstapje met de bus naar het binnenland. Van Castro is het nog ongeveer 75 mijl naar Puerto Montt, onze voorlopige eindbestemming. We nemen echter ruim de tijd om het einde van onze Patagonie-reis nog even uit te stellen. We hebben het erg getroffen met het weer. In dit gebied, waar het het doorgaans 3 van de 5 dagen regent, hebben wij volop zon met af en toe een buitje wat de moeite van het vermelden niet waard is. Maar nog steeds staat de wind op de neus, gelukkig niet meer zo sterk als in het zuiden. Vaak leggen we niet meer dan 15 mijl per dag af om de rest van de dag te wandelen of op expeditie te gaan met de dinghy. Het is heerlijk relaxed. De kleine vissersdorpjes zijn stuk voor stuk schilderachtig. Er is hier een getijde-verschil van 6 meter en de huizen zijn dan ook op hoge palen gebouwd. Karakteristiek voor dit gebied zijn de fel gekleurde houten kerkjes, met een kerhof vol kleurige plastic bloemen zodat het bijna vrolijk aan doet.

Van passerende vissersboten krijgen we de meest bizarre schelpdieren. Vaak hebben we geen idee hoe we het moeten bereiden. Het mag dan niet altijd haut-cuisine zijn, een verrassing is het wel! Dit is een sea urchin en die eet je rauw.

Het zit erop.

21 Maart, de eerste herfstdag op het zuidelijk halfrond, en onze eerste zeildag zonder motor!, komen we aan in Puerto Montt. Precies een week voordat ons visum verloopt. Patagonie zit erop. En, hoe was het? In een woord: Magnifiek!! Zeilen in een van de meest spectaculaire zeilgebieden ter wereld is een onvergetelijke ervaring. Een brok ongerept natuur. Indrukwekkende bergtoppen, diepblauwe gletchers, imposante watervallen, schilderachtige baaitjes, spontane mensen. Walvissen, pinguins, dolfijnen, zeehonden, aalschovers en albatrossen zijn een dagelijks gezicht. We hebben ruim 1350 mijl afgelegd door de Chileense kanalen, waarvan zeker 1250 onder "Amerikaanse vlag" of te wel "full Perkins". En niet een keer heeft de motor ons in de steek gelaten! Bij tijd en wijlen was het vreselijk afzien, maar dat schijnt goed te zijn voor de karaktervorming. Bovendien zijn de minder leuke momenten snel vergeten bij al het moois wat er te zien is. Wij vinden dat we, gezien de reputatie van dit gebied, geluk gehad hebben met het weer. Voorbij de Straat van Magellan waren de omstandigheden te vergelijken met het IJsselmeer in het voor- of najaar. En als het slecht weer was bleven lekker in een van de vele beschutte baaitjes liggen. In dit gebied moet je gewoon veel tijd en geduld hebben. Zwerver, die zich uitstekend heeft gehouden, krijgt nu een verdiende rustperiode en wordt weer voorbereid op de volgende grote etappe: de Pacific. De bemanning buigt zich de komende maand over de route-planning, die hoogstwaarschijnlijk een verandering ondergaat............ Wordt vervolgd.