Cabo Verde aug/sept '03

Een rustige overtocht

Donderdag 14 Augustus vertrekken we tegen het middaguur richting de Kaap Verden. Een tocht van ruim 700 mijl, onze langste afstand tot nu toe. Voor de zekerheid geef ik m'n moeder nog even een belletje om te laten weten wanneer ze ongeveer de kustwacht moet inschakelen. Op www.zeilen.nl las ik het bericht van de verdwenen Nederlandse solozeiler Jan van Vlijmen die begin Juni van de Canarische eilanden was vertrokken richting Bermuda. Toen zijn familie na een maand nog niets van hem vernomen hadden, hebben ze de kustwacht ingeschakeld. Een vrachtschip vond het zeiljacht, verlaten. Waarschijnlijk is Jan overboord geslagen. Na dit bericht wordt de discipline aan boord van de Zwerver verder aangescherpt. Reddingsvesten aan op zee en 's nachts aangelijnd. Toch betrappen we ons er regelmatig op dat we deze regel niet zo strikt opvolgen. Stom, want het ergste wat je overkomen kan is een man-overboord-situatie.
De 700 mijl verlopen rustig. Te rustig, er is weinig wind en we hebben zelfs 60 uur moeten motoren omdat de oceaan zo glad als een spiegel was. Elke dag luisteren we naar het uitgebreide weerbericht voor zeevarenden op Radio France International. Helaas is dit in het Frans en het gaat eigenlijk net iets te snel voor ons. Bovendien klinkt Ouest hetzelfde als Est. We kunnen er echter uit opmaken dat er geen stront aan de knikker is. 's Middags haal ik met m'n PC de telex weerberichten van de SSB ontvanger. Ook dit is niet echt ideaal. Soms is de ontvangst slecht en dan schrijft de PC allemaal wartaal. Het is bijzonder rustig op de Oceaan en we komen pas na 6 dagen ons eerste vrachtschip tegen. En geloof het of niet: precies op ramkoers zodat we weer moesten uitwijken. We proberen het schip nog op te roepen voor een radio-check en weerbericht maar er komt geen reactie. Een keer 'snachts hoorde ik gesnuif en gespetter vlak naast de boot. Walvissen, was m'n eerste reactie. Met de schijnwerper proberen we er achter te komen wat dit nu voor beesten zijn. We houden het maar op dolfijnen, maar het waren wel hele grote en heel veel.

Wat doe je zoal onderweg?
Nou, eigenlijk niet zo veel en toch vliegen de dagen voorbij. Omdat je toch niet zo veel slaapt 'snachts, proberen we overdag nog een paar uurtjes slaap te pakken. Voor 10 uur 'sochtends gebeurt er dan ook niet zo veel. Dan gaan we koffie zetten en het ontbijt klaarmaken. Als de zeegang het toelaat bak ik brood of pannekoeken. Anders wordt het crackers en ontbijtkoek. Dan doen we een rondje voordek om alles even te controleren en evt te herstellen. 's Ochtends moeten we eerst de dode vliegende vissen van het dek halen. Ze liggen overal verspreid en in hun doodstrijd besmeuren ze het dek met slijm en schubben. Om 11.40 komt Radio France en om 14.30 Radio Hamburg op de SSB. Verder zijn we aan het experimenteren met de zeilvoering. Eigenlijk zouden we met deze wind de grote rood-wit-blauwe passaatwinder op moeten zetten, maar dat is zo'n gedoe met die twee enorme grote bomen. We zijn bang dat als de wind plotseling toeneemt, we het zeil niet meer binnen krijgen. We hebben echter een heel aardig alternatief gevonden. We zetten eerst de lichtweer-genua op de extra semi-kotterstag en rollen dan genua 1 uit. Er staat dan maar liefst 100m zeil op en het is goed onder controle te houden.

We vangen onze eigen vis. Een keer hadden we maar liefst 3 middelgrote tonijnen tegelijk aan de haak. Wat een overdaad! We hebben er een paar grote biefstukken vanaf gesneden en de rest overbooid gegooid.

We houden geen uitgebreid logboek bij, maar zetten gewoon na iedere wacht de positie en evt bijzonderheden in de kaart.'s Nachts tijdens het wachtlopen zit ik met m'n nieuwe Philips-Nike MP3 spelertje op het brugdek, lekker onder de huik. Daphne en Ron hebben meer dan 100 uur muziek voor ons opgenomen. Heerlijk! Telkens als er een nieuwe song begint kijk ik even naar alle windrichtingen of er misschien ook een schip aan komt. Nog voordag de mini-CD ten einde is, zit m'n wacht er al weer op.

Wat zijn dat voor mastjes?
Na zes dagen en nachten op zee naderen we donderdag 19 Augustus 'snachts de haven van Palmeira op het eiland Sal. "Wat is dat voor bult daar voor ons?", vraag ik aan Harry als ik de wacht overneem? "Oh, niks, gewoon een laaghangende wolk" is het antwoord. Ik houd het op een berg en verleg toch maar voor de zekerheid de koers. Later blijkt het een vulkaan te zijn. Het is aardedonker en we kunnen de zee niet van de lucht of land onderscheiden. Er zijn geen geleidingslichten en maar heel weinig andere orientatiepunten. De havenlichten op de kop van de pier doen het niet. In de pilot staat dat deze soms uitgezet worden om energie te sparen. Ik sta voor op de punt met de schijnwerper en geef Harry aanwijzingen. We varen uiterst langzaam. Er ligt een karig verlicht vrachtschip voor anker en plotseling zien we een paar grote onverlichte betonnen moorrings voor vrachtschepen. Dan moet de pier hier ook ergens zijn. We zien een aantal mastjes, maar omdat we hier nauwelijks andere jachten verwachten houden we het maar op een antenne-park of zoiets. Plotseling zien we de pier voor ons opduiken. Shit, we zitten aan de verkeerde kant en het is hier ondiep! Snel draaien we bij. De antennes beginnen nu toch wel degelijk op masten te lijken. "liggen ze op de kant of in het water"vraagt Harry. Nou, ze deinen heen en weer, dus ik denk dat ze gewoon voor anker liggen. De kleine baai ligt tot onze grote verbazing barstens vol jachten en het wordt lastig een plekje te vinden. Als we een mooie plek denken te zien duiken er plotseling twee masten op uit het water. Wel verdorie, er ligt hier een wrak midden in de haven! Uiteindelijk vinden we een geschikt plekje en met een plons gaat het anker overboord in 7m diep water en liggen we stil. Voor de zekerheid nog maar even 20m extra ketting steken. Nog even blijven we kijken of we goed liggen en dan maar eerst eens lekker pitten. Morgen bij daglicht maar weer eens kijken. De volgende ochtend is de wind gedraaid en liggen we op 2 meter naast een ander jacht. Een "jacht-boy" komt al snel met een grote fender aanroeien. "to near, to near" roept hij. Hij kijkt opgelucht als we een andere plek zoeken.

Klein Afrika in zee


We zijn in een totaal andere wereld gekomen. Het land is droog en dor met af en toe van die typische kleine savanne-boompjes. Je verwacht hier ieder moment een giraffe te zien. Aan de kade heerst een gezellige drukte. Er ligt een oud vrachtschip te lossen en kleine vissersboten brengen hun vangst aan wal. De vis wordt terplekke aan de kant schoongemaakt en het afval blijft gewoon liggen. Het ligt er barstensvol vissenkoppen en graten en het wemelt van de vliegen.

Ook ander afval wordt gewoon in het water gegooid. Het riool zal er ook wel op uitkomen dan. Grote zwarte Afrikaanse vrouwen lopen sloom en heupwiegend met een emmer op hun hoofd en een vis in de hand. Kindertjes en honden pissen, poepen en spartelen er vrolijk op los. Op de wal staat een klein polyester jachtje op vier oliedrums. In de kuip zitten zo'n tien mannen gezellig te kaarten. De kiel bezwijkt bijna onder het gewicht. "Kijk", zegt Harry, "daar komt een boot vol vluchtelingen aan". Er komt een roestig oud vrachtschip aanvaren, volgeladen met bananen en ananassen. Op het dak staat een rode auto. Niet vastgesjord natuurlijk. De boot hangt helemaal scheef in het water. Verkeerd geladen. De bananenboot wil lossen, maar er is geen plaats aan de kleine kade, en moet daarom buiten de haven aan de moorring wachten. Dat bevalt een van de passagiers niet en plotseling breekt er een enorme scheldpartij los. Een schelle vrouwenstem raast zeker een half uur lang als een gek tegen de bemanning. Het is allemaal erg vermakelijk. We pakken onze bootpapieren en paspoorten en gaan aan wal. We moeten ons melden bij de Delegation Maritime, maar eerst is het tijd voor een heerlijk koud colaatje. Dat smaakt! We maken een praatje met een jonge man, Wilson, die ons een kleine rondleiding geeft door het gehuchtje.De kleine bouwvallige huisjes zijn pastelkleurig maar moeten nodig een verfbeurt hebben. Er is een klein kruideniertje waar je allerlei gedroogd en ingeblikt eten kunt kopen. Ik zie geen verse groenten of fruit. Er is wel een bakker. Op de kop van de haven staat een klein kerkje. Op slot. Ik neem me voor om daar zondag eens een kijkje te gaan nemen. Ook is er een waar restaurant. Het goedkoopste menu kost E9,-. Wie kan dat nu betalen in dit arme land? Op het dorpspleintje in de schaduw van de bomen zitten mannen bij elkaar en spelen een soort mahjong met steentjes. In alle aspecten doet dit ons aan Afrika denken. De sfeer is goed, we voelen ons hier direct thuis. Nadat we bij de Delegation Maritima zijn geweest moeten we ons melden bij de immigratiedienst. Die zit op het vliegveld van Espargos, ongeveer 10 minuten rijden hiervandaan. Het gaat er allemaal vrij relaxed aan toe. Vijf geuniformeerde douane beambten hangen maar een beetje rond in het kale kantoortje. Een broekie zit achter een computer en voert onze gegevens in. Knikt naar mij en vraagt aan Harry: "is that Elisabeth? Yes, nice name he? Yes, yes, my girlfriend also Elisabeth. Is she nice? Yeees, very nice!" De andere douane mannen lachen en beginnen hem te jennen. "Are you the captain?" vraagt het broekie? Yes, zegt Harry trots. Het broekie vertrouwd het blijkbaar niet, zo'n rare vent met een hoed op, en vraagt voor de zekerheid maar naar de namen van Harry's ouders. Na 45 minuten zijn we klaar en na E2,- te hebben betaald krijgen we een stempel in ons paspoort en kunnen we weer gaan. Op het vliegveld is ook een bank en we wisselen maar meteen wat euro's in. Een euro is 110 Cruzeros. Ik heb m'n telefoontje bij me en verwacht ieder moment een belletje van Simone. Die zou hier nog zijn tot de 21e, nog 2 dagen dus.
Op de terugweg gaan we in Espargos boodschappen doen. Vers fruit en groente is schaars en verrekte duur! Voor een zakje B-keus winterpenen van boer Bronkhorst en een Hollandse kas-komkommer betalen we E4,-. Eieren kosten E0.20 per stuk. Alles wordt hier geimporteerd, en veel komt uit Holland. Het land is dor en droog, er groeit helemaal niets. Hoe ze aan de naam Cabo Verde komen is ons een raadsel. De taxi en coca-cola zijn daarentegen weer goedkoop. Diesel halen we rechtstreeks bij het Shell-depot in de haven. Het eiland heeft geen natuurlijke waterbronnen. Er staat een grote ontziltingsfabriek in La Palmeira en bij de Fontenado, een soort centrale tapplaats aan de rand van het dorp, kunnen we water halen. Er staat een lange rij mensen met emmers, bakken en zelf roestige blikken. We zetten onze gloednieuwe jerry-cans er ook maar tussen. Wel een vreselijk gesleep zeg met al die jerry-cans in het kleine bijbootje.
In een klein restaurantje op de kop van de haven drinken we iedere dag een lekker koud colaatje. Vaak zijn we de enige gasten. Het valt ons tegen hoe weinig contact we maar hebben met andere zeilers. De meeste jachten in de haven zijn charterboten onder locale vlag. Verder liggen er Fransen, Belgen en een Engels jacht. Sommige boten liggen hier al een hele tijd, de Belgische Okeanos, ligt er al 8 jaar!

Zwaar weer opkomst?
We blijven 10 dagen in Palmeira en vertrekken dan op de genua richting Moideira, een mooie ankerbaai 4 mijl verderop. Op een Duits jachtje na, is de baai verlaten. Het is er mooi snorkelen, maar niet ideaal ankeren op het koraal. Bovendien staat er een behoorlijke deining. We vertrouwen het dan ook niet en houden 's nachts ankerwacht. Na een heerlijke ochtendsnorkeling en hollandse pannekoeken met stroop, lichten we het anker en vertrekken richting Santa Maria, een touristisch plaatsje aan de zuidkust van het eiland. We worden welkom geheten met een gratis biertje, door Jaou, de eigenaar van de Baracuda-bar. Zijn 30ft Janneau ligt naast de Zwerver en hij had ons al bespied vanaf de kant met z'n verrekijker. Shit, en wij maar vrolijk poedelen in ons nakie! Santa Maria is de eerste serieuze poging van de Kaap Verden om een touristenindustrie op te zetten. Op het mooie grote witte strand staan strandpaviljoens, restaurants en hotels. En er is zelfs een ultra-modern watersportcentrum met aanbiedingen om te zeilen, game-fishing, snorkelen, kite-surfing en duiken. De prijzen zijn er ook naar. Een colaatje kost opeen E1,50, drie keer zo duur als in Palmeira. Ook worden we op straat belaagd door louche Afrikanen die ons allerlei rommel willen aansmeren. Iedereen probeert zo een graantje mee te pikken van de nieuwe welvaart. Het bevalt ons er helemaal niet. De baai ligt helemaal open en we doen geen oog dicht vanwege de deining. Jaou vertelt ons dat er zwaar weer op komst is. Ieder jaar worden de Kaap Verden in Augustus/September 1 a 2 keer getroffen door een Southern Gale met allesverwoestende golven van 5 meter hoogte. Vorig jaar, op 9 September, is de pier van Santa Maria verwoest en zijn er enkele schepen op de kant gegooid. Een grote tweemaster ligt half op het strand en is nu een gewild opject voor duikers. Dit jaar is er nog geen enkele storm geweest, dus de booteigenaren zijn behoorlijk nerveus. Ze liggen met 2 of zelfs drie dikke kettingen aan grote betonblokken op de bodem. Op de Kaap Verden zijn, op Mindelo na, alle havens open naar het zuiden, zodat er eigenlijk geen enkele veilige plek is. Wij bekijken eerst het weerbericht op Jaou's computer en besluiten de volgende dag naar Sal Rei op Boavista te gaan. Volgens ons lig je daar nog redelijk beschut achter een klein eilandje en is er een goede opening naar het noorden om eventueel de baai uit te vluchten. Wederom met de passaatwind in de rug, wordt het een mooi tochtje van 5 uurtjes. De windvaan is gerepareerd en werkt weer naar alle tevredenheid. Dat is toch wel een hele opluchting.

Op de klippen
De aanloop van Sal Rei is een beetje lastig. De schaal van de kaart is een beetje te klein en de pilot heeft alleen informatie van 5 jaar oud. Verder hebben we nog een beschrijving van Philippe die hier vorig jaar is geweest. We weten dat er ondieptes zijn vlak voor de haven. Als we de haven in zicht krijgen blijkt er inmiddels een pier gebouwd te zijn en de ondiepte is gelukkig goed aangegeven met een grote oliedrum. Toch vertrouwen we het niet. Ik sta voor op de punt om de diepte te peilen. Het water is glashelder en het is doodeng. Net als we de ankerplaats willen indraaien lopen we plotseling toch nog op de rotsen. Bonk, bonk en opeen een hele harde bonk. Vast! Potverdorie, toch de bocht te kort genomen! Terug, terug, roep ik onnodig naar Harry, die de motor al vol gas in z'n achteruit heeft staan. Ik roep op kanaal 16 de haven op, misschien kan een visser ons lostrekken. Vergeefs, er is op de Kaap Verden maar een centraal punt van waaruit alle reddingsactiviteiten gecoordineerd worden en dat zit op Sao Vicente, tig mijlen verder. De man verteld me dat ze geen vertegenwoordiging hebben op Boavista. Dat wordt dan gewoon zwaaien naar de kant. Na ongeveer 3 erg hachelijke minuten, die voor ons gevoel wel drie kwartier leken, en vreselijke bonken komen we op eigen kracht los. Er komt een vissersbootje in volle vaart op ons af en wijst ons een veilige ankerplek. Een blonde man, Christian, heeft het gebeuren vanaf de kant gadegeslagen en biedt ons zijn duikequipment aan om de boel te inspecteren. Met onze snorkels duiken we onder water. De hele romp, kiel en roer wordt aan een nauwkeurige inspectie onderworpen. Er zit een deuk in de voetzool van de kiel, maar daar zat er al een. Verder is de antifouling langs de kiel her een der een beetje afgeschaafd. Binnen tillen we alle vloerluiken eruit, maar ook daar is niets te zien. Pff, wat ben ik blij dat we zo'n sterk schip hebben! We gaan aan wal voor een koud pilsje. Even weer bijkomen van de schrik. Als we op de kant staan is de aanloop opeens zo simpel als wat. Wat stom, stom, stom!

Boavista: a piece of the Sahara drifting in the ocean
Zo klinkt de omschrijving in de pilot en het klopt aardig. Ook dit eiland is vulkanisch van aard en zo droog en dor als het maar kan. Het heeft prachtige witte zandstranden met hoge zandduinen en dadelpalmen. We gaan een dag mee met Christian die aan de andere kant van het eiland een geschikte locatie zoekt om een kamp op te zetten om op kreeft te duiken. De eerste tien minuten van de tocht gaan nog over een redelijke klinkerweg maar al gauw wordt het een avontuurlijke safari-tocht. We komen zelfs een keer vast te zitten en de 4 WD komt er nog maar met moeite doorheen. Het binnenland ligt bezaaid met lava gesteente. Het heeft vanacht een beetje geregend en meteen komen er vanuit het niets allerlei kleine grassprietjes de grond uit, zodat er een licht groene waas over de heuvels ligt. Er grazen wilde geiten (ik doe bijna een moord voor een broodje shoarma!)

Af en toe komen we langs complete nederzettingen die gewoon verlaten zijn omdat er niets meer van te leven was. En je gelooft het niet, maar dan komt er opeens zo'n gestoorde Fransman en die koopt zo'n ruine en gaat er, totaal afgezonderd van de rest van de wereld, in z'n eentje wonen.

Christian (Fransoos) en z'n vrouw Felicitas (Italiaanse) wonen hier al ruim 15 jaar. Ook hun twee kinderen zijn hier in de regio blijven hangen en charteren oa met toeristen. Felicitas werkt voor United Nations, nu in Albanie, maar 15 jaar geleden op de Kaap Verden. Ze vertelt dat er toen helemaal niets was. De winkels waren helemaal leeg en de communistische regering deed er ook niet veel aan om daar verandering in te brengen. De Kaap Verden waren voor 100% afhankelijk van giften uit het buitenland. Dat is overigens nog steeds grotendeels het geval. Het schijnt dat er meer Kaapverdianen in het buitenland wonen dan hier op de archipel. Met geld en kennis uit Nederland is er oa een succesvol agrarisch project opgezet. Nu wordt in Santiago vrijwel alles zelfd verbouwd, inclusief het telen van de zaaigoederen, zodat niet alles meer geimporteerd hoeft te worden. Het grootste probleem op de Kaap Verden is water, maar ook het groeiende drugsprobleem is een grote zorg.
Christian is oorspronkelijk architect. Hij heeft hier een leuk huis gebouwd. Het is een enorm energieke man. Hij verdient hier de kost deels door te vissen met toeristen en deels met de kreeftenvangst. In tegenstelling tot de locale vissers, maakt hij gebruik van geavanceerde duikuitrustingen en technisch gas (Nitrox, Helium) waardoor ze langer en dieper kunnen duiken en op de exclusieve grote rode kreeft duiken. Als hij 1000kg gevangen heeft, gaan ze op de boot naar Sal en vandaar per vliegtuig naar Europa zodat ze binnen 24 uur in Brussel op de grote markt liggen. Verder heeft hij ook nog een huis (en zeilboot) op Fogo dat hij aan het opknappen is. We vragen hem wat de kans is op een Southern Gale en of we veilig liggen in Sal Rei. De barometer is een tiental punten gezakt en er verschijnen grote wolkenpartijen aan de hemel. Hij kijkt ons verbaasd aan en zegt: "Cétait une exception". Ook de locale vissers schijnen zich niet druk te maken, want hun boten liggen gewoon langs de pier. Voor de zekerheid maken we Zwerver ook nog maar eens vast aan een moorring die al een paar dagen niet gebruikt wordt. Het leven in Sal Rei bevalt ons prima. "s Ochtends halen we verse broodjes en een pak hollandse yogi-drink in het dorp, gaan we een beetje snorkelen en 's middags drinken we een koud colaatje op het terras bij de oude pier en kopen van de visvrouwen voor E1.50 een heerlijke verse garupa of een moot tonijn. Er is een overdekte markt waar zeer beperkt tegen belachelijke prijzen, groente verkrijgbaar is. Voor twee kilo aardappelen, twee schamele paprikaatjes en een mini-kooltje met wormen betalen we E7,-. Toch is het leven niet duur. Door de bank genomen maken we E10,- per dag op. Havengeld, de grootste uitgave post in Europa, kennen ze hier niet. Diesel verbruiken we bijna niet en is bovendien spotgoedkoop. De kinderen zijn hier absoluut niet bang en poseren vrijwillig voor de camera. Als ze later het resultaat zien op het schermpje van de digitale camera, liggen ze in een deuk en roepen: "mi, mi!" Kleine meisjes met kleurige kralenvlechtjes lopen met nog kleinere broertjes, zusjes, neefjes, nichtjes, en hondjes op de arm. "Caramello"? vragen ze hoopvol. En elke dag moet ik ze weer teleurstellen. Het favorite spel is om elkaar van de pier af te duwen. Ook honden en hele kleine peuters moeten eraan geloven.

Ook onze bijboot is mooi speelgoed. De ene keer kunnen we niet weg omdat er een hond aan vast gemaakt is. De andere keer springen er spontaan een stuk of 10 van die kleine apen in, Harry smekend om "un vuelo".

Zondag komt er een vissersboot binnen met een oranje reddingsvlot op sleeptouw. Bij de pier zien we 6 mannen in reddingsvesten nerveus heen en weer lopen. De havenmeester vertelt ons dat er een Portugese visserskotter met touristen op het rif is gestrand. Als we later uitvaren zien we het onfortuinlijke schip op z'n zij liggen. Ze is niet meer te redden en zal er over 10 jaar nog wel zo bijliggen. Ongemerkt gaat er zo een week voorbij zonder dat we het door hebben. Het wordt langzaam tijd om naar het volgend eiland te gaan en om ons voor te bereiden voor de oversteek naar Brazilie.

Bijliggen
10 September lichten we het anker. De ankerlier is inmiddels professorisch gemaakt met een klein verroest conservenblikje. Het ziet er niet uit, maar het werkt voorlopig weer. De bestemming is Tarafal op het eiland Santiago, volgens de pilot een van de mooiste baaien op de Kaap Verden. Het is een afstand van 70 mijl en omdat we niet in de nacht willen aankomen vertrekken we om 15.00 's middags. Het gaat echter veel te voorspoedig, er staat een stevige NO bries, 6 bft, en Zwerver scheurt met een recordtempo van 7 knopen over de oceaan. Met deze snelheid zouden we om 02.00 uur 's nachts al aankomen. We minderen zeil, maar alleen op dubbel gereefd grootzeil lopen we nog steeds een kleine 5 knots. De dolfijnen vinden het prachtig. Het zijn er weer veel deze keer, ik schat zeker zo'n vijftig stuks. Met hoge snelheid komen ze links en rechts van ons net onder het wateroppervlak aanzwemmen. We zien alleen de donkere vinnen af en toe boven water komen. En dan opeens, hoppa, springen ze soms met z'n vieren tegelijk rakelings voor de boeg langs. De maneschijn weerkaatst op hun gladde lichamen en het spatwater geeft fluoriscerend licht af. Het is een adembenemend schouwspel. Een jonge dolle-fijn lijkt wel door het dolle heen. Hij springt telkens 2 meter uit het water en laat zich dan met een geweldige klap dramatisch in het water vallen. Wat een macho! Harderwijk valt hierbij in het niet. Ongeveer 10 mijl van Tarafal besluiten we om te gaan bijliggen. Dit is een stormtechniek waarbij je een zwaar gereefd grootzeil strak zet aan lijzijde en een puntje fok bak trekt. Het is dan de bedoeling dat het schip met de neus in de wind, redelijk stil komt te liggen. Dat lukte bij ons maar gedeeltelijk, de nieuwe kotterstag zat in de weg waardoor we niet goed overstag konden gaan. Naar mijn smaak lagen we nog iets te veel dwars op de golven. Dat was nu geen enkel probleem, maar in een zware storm met grote golven is dat gevaarlijk. Nog maar eens oefenen dus. We lagen in ieder geval zo goed als stil. Wind en stroom staan aflandig en zetten ons ongeveer 1 knoop opzij. We zetten alle navigatie-lichten aan en gaan lekker pitten.

Gebroken ankerketting
Tegen het krieken van de dag zetten we, lekker uitgerust, de tocht weer voort richting Bahia de Tarafal. Kleine vissersbootjes komen ons zwaaiend tegemoet en kijken verbaasd dat er al zo vroeg in de ochtend een schip arriveert. Op twee kleine motorbootjes na, is de mooie groene baai verlaten. We zoeken een geschikte plek. Harry gooit het anker uit, ik zet de motor zachtjes in z'n achteruit. Alles gaat volgens het boekje en dan opeens: krak, plons, ligt niet alleen ons spik-splinter nieuwe Delta anker, maar ook 20meter ketting op de bodem. Hoe is het mogelijk? 10mm ketting gewoon gebroken! Harry duikt snel in het vooronder om het oude CQR-anker te pakken. Ook hebben we nog 20m ketting en nog zeker 3x20m zwaar ankertouw. Maar het duurt allemaal veel te lang voordat je dit weer allemaal klaar hebt. Harpje zoeken, tangetje pakken, gevloek en gesteun in het vooronder, je kent dat wel. Ik zie een mooring liggen en binnen 5 minuten liggen we voorlopig in ieder geval vast. Eerst maar eens even de tijd nemen om na te denken wat we nu gaan doen. Potje koffie zetten en verse broodjes halen. Na het ontbijt laten we de bijboot te water en varen we naar de plek des onheils. Gelukkig waren we nog wel zo snugger om een trip-line met ankerballetje aan het anker te bevestigen. Ik trek aan het touw en voel het anker bewegen. Laten we het maar proberen, we kunnen altijd nog de hulp inroepen van de vissers. Na even zwoegen, lukt het ons het zware anker en de 20m ketting in het kleine bijbootje te hijsen. Een pak van ons hart. We herhalen de hele ankermaneuvre, nu zonder problemen. Bovendien maken we ons ook nog aan de moorring vast. Je kunt nooit weten. Ogenschijnlijk lijkt onze ankerketting nog goed, alleen een beetje verroest. Bij een nadere inspectie zien we echter dat de schakels een beetje uitgesleten zijn waardoor ze niet meer zo soepel bewegen en er af en toe een dwars gaat staan. Deze schakel was gebroken op de lasnaad. Het vervelende van dit geheel is, dat er nu weer een zwakste schakel is. Dat draagt niet bij tot je gemoedsrust. We moeten nog minimaal 3 keer ankeren voor we in Brazilie zijn waar we nieuwe ketting kunnen kopen.

Toch nog een Southern Gale?
's Nachts doen we geen oog dicht. We voelen het schip niet bewegen alleen bonkt af en toe de moorring bal zachtjes tegen de romp. De ketting hangt zo slap als een vaatdoek. Stilte voor de storm? We hebben het gevoel dat we verlijeren, de rotsen lijken op ons af te komen. Toch liggen we blijkbaar nog op de dezelfde positie ten opzichte van de twee kleine motorbootjes. Dit is zenuwslopend. We vertrouwen het niet en houden ankerwacht. De wind is naar het zuiden gedraaid, de barometer is meer dan 10 punten gedaald, de lucht ziet er onheilspellend zwart uit en opeens begint het vreselijk te waaien en breekt er een vreselijke onweersbui los. Het lijkt wel of de bliksem pal boven ons hoofd blijft hangen. We hebben weliswaar een stalen schip, maar zetten toch voor de zekerheid de hoofdschakelaars uit. Het gedonder weerkaatst tegen de hoge bergwanden. Op het land valt opeens al het licht uit. Blikseminslag? Het is nu echt aardedonker, de wind raast als een gek en het geluid van de brekende golven op de rotsen is angstaanjagend. Er staat een vreselijke deining en Zwerver staat als een dolle te dansen alsof ze de 100m horden moet lopen. Wat ligt er onder de moorring, een stevig betonblok of een lullig keitje? Houdt onze ketting het? Ik ben voor het eerst een beetje bang. We bespreken een eventuele vlucht uit de baai om de storm op zee uit te zingen en maken alles aan boord stormvast. We zitten nu met z'n tweeen als verzopen katten de hele nacht in de kuip.Te turen naar het stomme ankerballetje en de afstand tot de andere scheepjes in te schatten. Toch wordt het niet erger en als het licht begint te worden ziet het er niet meer zo heel erg vreselijk uit. We liggen nog op dezelfde plek en het anker (of liever de ketting) heeft het gehouden. Hebben we dan toch spoken gezien? We nemen buiten een douche in de regen en wassen onze haren met zoet water. Voor de zekerheid blijven we de hele dag aan boord en ook de vissers varen niet uit. In de namiddag gaan we even aan land om een visje te kopen en een koud colaatje te drinken. De vissers hebben allemaal lijnen uitgezet op het strand en keien tegen hun boten gelegd.We proberen met ze te communiceren, maar begrijpen niets van het Creoolse gebrabbel. Met gebarentaal maken we echter duidelijk dat ze nu niet de zee op gaan omdat het dan kotsen word. In het beachresort vragen we of we op internet mogen kijken voor het weerbericht. De eigenaar vertelt ons dat er vannacht een Duits jacht vergaan is in Praia, een havenstad een eind verderop, onze volgende bestemming waar we eigenlijk al hadden willen zijn.. Shit! Dat komt hard aan. Het wordt niets met het weerbericht. De verbinding valt steeds weg. De man is erg behulpzaam en belt de meteodienst. Deze beloven een fax te sturen, maar die komt ook nooit aan. De Kaap Verden hebben duidelijk nog een lange weg te gaan. Een andere man vertelt ons dat het ergste nu voorbij is en dat wij niet veiliger hadden kunnen liggen dan waar we nu zijn. We moeten er maar op vertrouwen, maar gaan wederom niet gerust slapen. Er staat nog steeds een enorme deining. Het landen met de dinghy is moeilijk en we houden onze kleren niet droog. Als Harry anderdaags broodjes gaat halen komt hij druipnat met een paar kleffe zoute broodjes terug. Omgeslagen in de branding. Het motortje loopt nog wel maar sputtert behoorlijk. Ook hebben we eindelijk ons weerbericht. De komende drie dagen ziet er goed uit: NO 4-5. Mooi windje om weer verder te gaan richting….Praya. Harry denkt dat het Duitse jacht misschien nog wel ankerketting in de aanbieding heeft, de aasgier!

Praya
Zaterdag 13 September vertrekken we in alle vroegte richting Praya. De afstand is ongeveer 35 mijl. Het wordt een mooie tocht langs de hoge groene hellingen van Santiago. De tegenstelling met de kale sandduinen van Boavista is ongelooflijk. Het eerste stuk hebben we de wind mee, maar plotseling komen we in de luwte van het eiland en valt de wind helemaal weg. Na twee uurtjes motoren draaien we de hoek om en daar is de wind weer. Echter nu bijna pal op de neus. Het is een lange tijd geleden dat we zo onder helling aan de wind hebben gezeild. Toch ook wel weer lekker, al gaat het een stuk minder hard dan het lijkt. Tegen 18.00 uur, net voor zonsondergang lopen we de haven van Praya binnen. We zien geen andere jachten voor anker maar wel twee masten achter een pier die niet in de pilot staat. Niet te geloven, Japanners hebben hier een prachtige kade gebouwd met om de 4 meter een groot rubber stootblok. Er is ruim plaats voor 5 grote jachten en er kunnen nog wel 4 of 5 langszij liggen als het echt moet. Het lasso-werpen gaat in een keer goed en met 5 minuten liggen we veilig vast, beschermd tegen alle windrichtingen en geen greintje deining. Is dat even een meevaller! We hebben de zeilen nog niet opgebonden of daar komen al een paar nieuwsgierige Kaapverdianen een kijkje nemen, waaronder de havenpolitie en twee vissers (een zonder arm). Het wordt gezellig en de hollandse cerveca wordt goed ontvangen. We moeten hier vrienden maken want in de pilot staat dat de criminaliteit hoog is. De mannen vertellen in geuren en kleuren hoe het Duitse jacht (een mooi visserskottertje met de hollandse naam "witte bank") op de keien geworpen werd. De ankerketting brak en toen ze de motor wilden starten weigerde deze. Met de bijboot hebben ze nog geprobeerd een ander anker uit te gooien, maar de golven waren 3 meter hoog en braken over de boot. Er is zelfs een dode bij gevallen tijdens het overstappen van de grote boot in de kleine boot. De Fransman achter ons vertelt dat hij achter de Duitser lag en nog maar net z'n eigen boot in veiligheid kon brengen. En dat allemaal om 3.00 uur 's nachts. Een lokaal zeiljacht kon de Duitser niet meer ontwijken en is z'n hele zeereling kwijtgeraakt. Het lijkt erop dat dit dan toch de jaarlijkse Southern Gale was en dat wij de dans zijn ontsprongen. De amulet van Ali werkt blijkbaar.
De volgend ochtend krijgen we geen kans om uit te slapen. Arbeiders staan al om 7.30 bij onze boot en Tonaga, de "watchman" van het jacht achter ons, nodigt zich zelf maar uit voor de koffie bij ons aan boord. Ik heb nog niet eens kleren aan! Er komt een opzichter aan die ons verteld dat wij hier weg moeten omdat ze aan de pier gaan werken. Bovendien verwachten ze een bezoek van de minister van economische zaken. Alsof we een bedreiging voor de nationale veiligheid zijn. We gaan ons eerst even melden bij de immigratie-dienst en als we het haventerrein weer op willen lopen, komt een Japanner met opgeheven arm ons al tegemoet. "stop, you cannot trespass here". Ja, maar onze boot ligt hier. "you have no right to stay here with your boat, you have to leave immediately". Harry lacht hem uit en zegt "thank you for the information". Wat een oetlul! We gooien de trossen los en gaan aan de overkant van de baai voor anker. De twee andere Franse jachten liggen er ook. Beide jachten vertrekken eveneens deze week naar Brazilie.We worden bij Dominique aan boord uitgenodigd voor een lekker koud glas rose. Dominique zeilt solo de wereld rond en volgt zo ongeveer hetzelfde programma als wij. We hebben zijn 10m stalen jacht met knalgele huik inderdaad al een paar keer eerder gezien. Patrick en Philippe hebben er al een rondje wereld op zitten, en willen deze keer ook naar Patagonie. Ze hebben echter een groot probleem. Hun 12mm achterstag is gebroken. Ze zijn hele dagen in de weer om het onderdeel te laten overkomen uit Frankrijk. Alle drie Fransozen komen overigens uit de beroepsvaart. Als we 'smiddags een beetje aan boord zitten te luieren zegt Harry: "vindt jij ook niet dat de afstand tussen ons en die Franse boot groter is geworden?" Nee, he, niet weer. Als we nog eens goed peilen blijkt echter dat niet wij, maar zij zijn verschoven. We zien het schip langzaam maar zeker naar achter gaan, richting de rotsen en een half vergaand wrak. We hebben ze de hele dag nog niet gezien en zien ook de bijboot niet liggen. Shit, ze zijn niet aan boord! Wat moeten we nu doen? Harry stapt in de bijboot en vaart razendsnel naar het schip toe. Misschien kunnen we iets doen met ons tweede anker, of zo. Ze blijken echter wel aan boord te zijn. "vous avez une probleme avec votre anker. En eh, votre bateau is zeker 50 meter verschoven", zegt Harry. Oh, merci, is het koele antwoord. Zijn wij nou zulke neuroten of hoe zit dat? Even later zien we dat ze het anker lichten en een eindje verderop gaan liggen. Nog geen twee uur later gebeurd precies hetzelfde, maar nu zijn ze niet aan boord. De andere fransman, Dominique heeft het ook gezien. Er is echter geen direct gevaar dus we houden het gewoon in de gaten tot ze terug zijn. En zo zijn we weer lekker druk die dag.

Zwak, ziek en misselijk en een nat pak
Praya is een grote hete en stoffige stad. De regering van de Kaap Verden zetelt er en er wonen ruim 85.000 mensen. De bevolking groeit jaarlijks met meer dan 5.5% en water, sanitiaire voorzieningen, werkeloosheid en housing zijn een groot probleem. We worden ook meerdere keren gewaarschuwd voor criminaliteit. Veel buitenlandse hulp wordt besteed aan basisbehoeften als drinkwater en meel. Brood is dan ook spotgoedkoop. Er zijn een paar aardige pleinen, er is een grote kleurrijke versmarkt en een grote luxe supermercado. In tegenstelling tot de vorige eilanden is hier weer van alles te koop en de prijzen zijn heel acceptabel, vergelijkbaar met Nederland. We maken een proviandlijst en beginnen met het inslaan. Er is ook een internet-cafe. Na 6 weken eindelijk weer eens contact met het thuisfront.We lezen dat het goed gaat met de kleine Lucas en dat de hittegolf die heel Europa teisterde, nu eindelijk voorbij is. Als we de volgende ochtend opstaan voelen we ons allebei niet zo lekker. Zwerver lijkt de Henri Dunant wel. De een ligt bij een buitentemperatuur van zeker 35 graden in het vooronder te rillen onder het vier-seizoenen-dekbed en de ander hangt zittend op de puts-emmer over de reling de vissen te voeren. We zijn erg zielig. Zeker iets verkeerds gegeten. Het is hier wel uitkijken met de hygiene. Na 48 uur voelen we ons fit genoeg om aan wal te gaan. Als we 5 meter van het strand verwijderd zijn komt er opeens zo'n akelige breker en gooit het bijbootje onderste boven. We graaien naar onze rugzak en schoenen en komen als twee verzopen katten aan land. Het motortje lijkt het begeven te hebben. Meteen komen een paar hulpvaardige kaapverdianen ons tegemoet. In de buurt is een kleine autowerkplaats waar we de buitenboordmotor uitelkaar halen en schoonmaken. Vooral Harry heeft het helemaal gehad die dag. We gaan terug en kruipen weer lekker ons bed in. De boodschappen kunnen nog wel even wachten.

terug naar logboek