Bolivia

Armoe troef

Als we lopend de grens over gaan komen we letterlijk in een andere wereld: de derde wereld. Bolivia, op de rand van een burgeroorlog, is het armste land van zuid Amerika en behoort tot de acht armste landen ter wereld. En dat is te zien. De geasfalteerde weg gaat over in een stoffige zandweg. Langs de kant staan lange rijen wachtende mensen met grote zakken en manden. Het grensplaatsje bestaat uit krotwoningen die wij als kippenhok nog zouden afbreken. Vieze gammele bussen met gaten in de vloer, scheef hangend op hun assen door overbelasting, bagage hoog opgeslagen op het dak. Gangpaden vol met moeders met jengelende kinderen met snotneuzen. Een vieze lucht van urine, zure melk en rook vult onze neusgaten. Maar het leeft.

Er heerst een gezellige bedrijvigheid. Vrouwen met meerder lagen kleurige rokken en dikke gebreide kousen verkopen fruit en zelfgemaakte pannekoekjes. Twee lange zwarte vlechten, onderaan bijeengebonden met kraaltjes, komen onder de typische bolhoedjes vandaan.Op hun rug dragen ze een felgekleurde doek. Daarin wordt alles vervoerd: fruit, kippen, dekens en kinderen. We zien oude mannetjes met ponchos die verbaasd om een dode duif staan die spontaan van het dag viel. Zo te horen aan hun gekwebbel moet het een Godswonder zijn. En overal schurfige zwerfhonden. Op het busstation kondigen de maatschappijen luidkeels hun bestemmingen aan: Tupiza, Tupiza, Tupizaaa! Wij gaan ook naar Tupiza. Noodgedwongen omdat we geen geld hebben. De enige bank die hier is, is gesloten. De enige giromaat is al tijden defect.

 

Naar ongekende hoogte

Na een overnachting in een alleraardigst hostel in Tupiza, nemen we een andere gammelbus naar Potosi. De tocht voert door een prachtig pastelkleurig berglandschap. We komen door kleine zandkleurige dorpjes die tot op het laatst onzichtbaar blijven omdat ze volkomen opgaan in hun omgeving. Bomen groeien hier niet. Met enige regelmaat zien we kuddes lamas en vicunas (het tengere kortharige zusje van de lama). Dit is de Altoplano, de boliviaanse hoogvlakte. De ijle lucht is droog en we voelen ons een beetje licht in ons hoofd. Niet zo vreemd, we bevinden ons op 4800m. De bus komt 5 uur 's ochtends in Potosi aan, het is nog donker. De taxi-chauffeur brengt ons voor een paar dubbeltjes naar een backpackers-hotel. Potosi is een hele prettige stad. We slenteren door de oude binnenstad met zijn prachtige historische gebouwen. De architectuur is uniek voor Bolivia. De overhangende gesloten balkons doen een beetje zwitsers aan. We bekijken diverse kerken en musea en drinken versgeperst sinaasappelsap bij een straatventer. Er is een levendige markt met veel fruit en groente. Voornamelijk aardappels. Potosi is gesticht door de Spanjaarden in 1545 nadat ze indiaanse zilvermijnen hadden ontdekt in Cerro Rico (de rijke berg) die de stad domineert. Ook wij brengen een bezoek aan de zilvermijnen en verbazen ons over de primitieve werkomstandigheden. De mijn ligt op 5000m hoogte en is gebouwd door zwarte slaven.

Smalle donkere gangen met ijspegels aan het plafond en water op de grond, leiden naar het binnenste van de berg. Je kunt niet rechtop lopen. Er lopen rails en telkens als er een karretje aan komt moet je een veilige plek zoeken. Alles is handarbeid. Met hamer en beitel wordt het zilver uit de wanden gebikt, in zakken geschept en dan op de karretjes geladen. De karretjes (1500 kg!) worden door vier man geduwd en acht keer per dag, 4km bergopwaarts, naar buiten, gebracht.

Het is er vreselijk stoffig en ademhalen gaat zwaar. 's Winters is het koud in de mijn, maar 's zomers kan de temperatuur oplopen tot wel 45 graden. De mineros kunnen dan ook maar een beperkt aantal jaren in de mijn werken en dan zitten ze voor de rest van hun leven werkeloos thuis met stoflongen. Een ziektewet of iets dergelijks kennen ze niet. Toch komen er veel gastarbeiders uit Peru en Brasilie. We nemen geschenken mee voor de "mineros": dynamiet, jus d'orange en een paar zakken coca-bladeren. Er werken ongeveer 10.000 mensen in de mijn. Alleen mannen; vrouwen brengen ongeluk. Ze werken voor verschillende syndicaten. Ze krijgen geen vast salaris. Loon is afhankelijk van prestatie en opbrengst. Vroeger was dit een rijke mijn, maar tegenwoordig is het zilver en andere mineralen van een lage kwaliteit. Gelukkig zijn de prijzen op de Europese beurzen de laatste twee jaar weer wat gestegen. Het loon van een minero ligt nu tussen de US$60 en US$ 1000 per maand. Daar moet een gezin met 4 kinderen van leven!

Elke vrijdag brengen de mineros een offer aan hun God, een duivel met een enorme erectie. Volgens de bijbel woont de duivel onder de grond. Ze vragen hem hun te behoeden tegen ongevallen en om gunstige prijzen van de mineralen op de wereldmarkt. De duivel krijgt coca-bladeren, sigaretten en drank.

Het zilver uit de mijnen werd naar Casa de Moneda (het geldhuis) gebracht, in het centrum van Potosi. Daar zien we hoe het gesmolten werd en met grote persen plat geslagen. Die persen waren zo zwaar dat een ezel er na 2 maanden dood bij neer viel en voortaan werd het dus maar door mensen gedaan. De munten werden in vroegere tijden met de hand gemaakt en in zware kisten met wel twintig sloten, vervoerd naar Spanje. Kun je je voorstellen hoe die lui gebaald hebben van onze Piet Hein? Alle werk voor niets!

 

Sucre, world heritage site

Van Potosi gaan we naar Sucre. Deze keer niet met een gammelbus, maar met een speed-taxi. Kost maar 50 cent meer. "het gaat toch wel een beetje rapido he?" vraagt Harry aan onze jonge chauffeur. Schumacher zet z'n pet achterste voren, trekt zijn race-handschoenen en zegt met een brede grijns: "Muy rapido". Er zit geen profiel meer op de banden maar de Toyota heeft wel een coole spoiler, boerenbonte bekleding en.... 4 speakers die keihard aan gaan. Op het ritme van onvervalste Boliviaanse house-music, scheuren we over de enkelbaanse, maar verharde weg. Het is levensgevaarlijk want de weg gaat dwars door kleine dorpjes en wordt gedeeld met straathonden, overstekende lamas en fietsende boeren. Maar Schumacher is goed en na 2 uur komen we heelhuids op onze plaats van bestemming aan. Sucre is door de Spanjaarden opgericht in 1559 en door z'n geisoleerde ligging heeft de stad zijn originele charme weten te behouden. In 1992 is Sucre door Unesco tot world heritage site uitgeroepen. Alle coloniale gebouwen in de stad zijn in zeer goede staat en in traditioneel wit geschilderd. We bezoeken de cathedraal, een klooster een aantal kerken en een museum. Vanaf het dak van het Philippe Neri klooster hebben we een prachtig uitzicht over de stad. Per toeval ontdekken we een hollands bruin cafe. Harry doet zich te goed aan een Bosche Bol en ik vergrijp me aan de kroketten. Heerlijk! Na drie dagen hebben we het wel gezien en vertrekken we per luxe touringcar naar La Paz.

La Paz

De bus komt 's nachts aan en het uitzicht op wereld's hoogste hoofdstad is ronduit spectaculair. De metropool ligt in een canyon. De hoge flatgebouwen staan dicht op elkaar in het centrum terwijl de rest van de stad tegen de hellingen omhoog kruipt. De met sneeuw bedekte mount Llimani (6402m) op de achtergrond maakt het plaatje compleet. Eenmaal in de stad zelf gaat de magie er een beetje af. De meeste coloniale gebouwen hebben plaats gemaakt voor oerlelijke fantasieloze betonnen dozen of verkeren in erbarmelijke staat. Geld om ze te restoreren is er niet. Gammele taxies en bussen wurmen zich drie rijen dik, luid toeterend door de veel te smalle straten, een vieze stinkende walm achterlatend. Er hangt continue een dikke laag smog boven de stad. Volgens de Bolivianen is dit industriele vervuiling dat komt aangewaaid uit buurlanden Brazilie en Argentinie. Wij hebben zo onze twijfels bij dat verhaal. Wel leuk is de bedrijvigheid op straat. Iedereen probeert iets te verkopen. La Paz is een grote markt. Jammer genoeg is de koopwaar, van plastic servies en bestek tot glimmende onderbroeken en BH's, allemaal made in China. In het oude centrum lopen we over de "hekserij"-markt waar oude vrouwtjes gedroogde lama-foetussen, kikkers en allerlei kruiden aan bieden. Dit wordt gebruikt om offers te brengen aan Patchamamma, moeder aarde. Hoewel officieel 85% van de bolivianen catholiek is, houdt men nog steeds steevast aan eeuwenoude tradities. Bergen en meren worden gezien als goden. Doden worden begraven met het gezicht naar een berg of meer. In de maand augustus (eind van de winter) vinden er door het hele land festiviteiten plaats waarbij royaal offers gebracht worden aan de goden. La Paz claimt met alles het hoogste te zijn. Toch is dat maar relatief. Zo hebben ze het hoogste voetbalveld ter wereld, maar tellen ze op internationaal sportgebied niet mee. Het hoogste vliegveld ter wereld wordt slechts sporadisch gebruikt, er staan 2 prehistorische vrachtvliegtuigen continue aan de grond. En zelfs de claim hoogste hoofdstad ter wereld is niet terecht: in La Paz zetelt de regering, maar de hoofdstad van Bolivia is Sucre.

Tiwanaku

Ooit gehoord van de Tiahuanaco's? Wij ook niet. Wel van de Inca's zeker? Het gekke is dat de heerschappij van de Tiahunaco's veel langer heeft geduurd en hun rijk over een veel grote gebied uitgespreid was dan dat van de Inca's. 25 km ten noorden van La Paz heeft men in de jaren vijftig een grote piramide van 5 verdiepingen ontdekt. Verdere opgravingen legden een complete stad uit de pre-inca periode bloot. Het hele archeologische complex meet ongeveer 1km x 1km en is slechts 5% van wat er nog meer in deze omgeving ligt. De site is weliswaar niet zo indrukwekkend om te zien als Machu Pichu in Peru, maar het belang van deze ontdekking voor de wetenschap is enorm groot. Studies hebben uitgewezen dat de Tiahunaco's geleefd hebben vanaf 10.000 voor Christus tot ongeveer 1000 na Christus. Het waren voornamelijk landbouwers die destijds al een ingenieus stelsel van irrigatie-kanalen hadden aangelegd. Hun bouwerken vertonen duidelijke overeenkomsten met die van hun nakomelingen. Grote blokken stenen werden met de hand bewerkt en heel precies als grote puzzelstukken op elkaar gelegd. Je kunt nog geen vingernagel tussen de naden steken. Oersterk, aardbeving-bestendig. Ook is er veel aardewerk gevonden met daarop afbeeldingen uit het dagelijkse leven. Het frappante is dat er afbeeldingen bij waren van Chinezen en Polynesiers, en hun taal kent dezelfde woorden als de oude Egyptenaren. Ook hanteerden ze dezelfde mummificatie-technieken als de Egyptenaren. Men vermoedt nu dat de Tiahuanaco's grote zeevaarders zijn geweest (of, wat wij denken, bezoek hebben gehad van oude zeevarende naties). Niet ondenkbaar. Dit gebied stond heel vroeger in verbinding met de zee. Overal kun je maritieme fossielen vinden en iets verder naar het zuiden zijn enorme zoutmeren.

 

Going down's never been better

De omgeving rond La Paz leent zich uitstekend voor actieve buitensporten. Je kunt er bergbeklimmen, white water raften en mountain-biken. Wij kiezen voor het laatste, afgaande op de enthousiaste verhalen van andere backpackers. Vanaf La Paz gaat er een smalle weg over het Yunga-gebergte naar het subtropische plaatsje Coroico. 65km bergafwaarts, door sneeuwlandschap, scherpe haarspeldbochten langs diepe ravijnen, onder waterfallen, door rivieren. Het is grandioos, beslist een hoogtepunt van onze reis. Het eerste stuk, ongeveer 20 km, is geasfalteerd en met een snelheid van 50km per uur razen we als een gek naar beneden. Harry merkt dat zijn achterwiel begint te slingeren en ziet tot zijn schrik dat hij een lekke band heeft. Gelukkig gaat alles goed. Er gaat een volgbusje met reserve materiaal mee. Ieder half uur worden de fietsen nagekeken en de remmen bijgesteld.

Dan wordt de weg slechter. Grote gaten en keien dwingen je goed geconcentreerd te blijven. De belasting op je onderarmen is enorm, en op het zadel zitten is er niet meer bij. Deze weg wordt "worlds most dangerous road" genoemd door de bikers, maar de locals noemen het de "Death-road" vanwege het grote aantal dodelijke ongelukken.

Niet met bikers maar vooral met vrachtwagens en bussen. Langs de weg staan tientallen kruizen. Er is ook een monument. In de jaren veertig, tijdens een van de vele militaire regimes, zijn hier een honderdtal politieke tegenstanders gefusilleerd en naar beneden gegooid. Er is een klein stukje met lichte helling, maar doordat we op zo'n hoogte zitten is het enorm afzien. Je krijgt gewoon geen lucht meer. Het lijkt of er een ijzeren band om je longen gekneld zit. Wij zijn de oudste deelnemers, maar kunnen de kopgroep goed bijhouden en doen beslist niet onder voor onze 20 jaar jongere mede bikers. Hoe lager we komen, hoe warmer en stoffiger het wordt. Laagje voor laagje gaan er steeds meer kleren uit. Het laatste stuk is verschrikkelijk lastig. De weg is enorm slecht en door het stof kunnen we geen hand voor de ogen zien. De vermoeid slaat toe. Het koude glas bier aan het einde van het traject smaakt als een godendrank. Er is een hotel waar we kunnen douchen en eten. En dan gaat het met de bus 4 uur bergopwaarts. Absoluut een aanrader!

Salar de Uyuni

In het zuidwesten van Bolivia ligt een enorme zoutvlakte, Salar de Uyuni, met een oppervlakte van 12000 vierkante meter. Wij boeken een tour en met 5 andere rugzaktoeristen trekken we er drie dagen met een jeep op uit.

De zoutvlakte is bijzonder indrukwekkend. Zo ver als het oog reikt is de wereld oogverblindend wit met daarboven een strakblauwe hemel. Het is kraakhelder vriesweer. Zo stel ik me Antarctica voor. In het midden van de zoutvlakte ligt een eiland, vanwege z'n vorm Isla de Pescado (vis-eiland) genoemd. Het eiland is vulkanisch van aard en staat vol met grote cactussen. Het contrast met de grote witte wereld is enorm. We blijven maar foto's maken.

 

De eerst nacht brengen we door in een heus zouthotel. Alles is van zout: de muren, tafels, stoelen en zelfs de bedden. Het is er stervenskoud zodat we tijdens de avondmaaltijd (lama-biefstuk) onze ski-jacks en mutsen aanhouden. De volgende dag gaat de tocht verder door een spectaculair berglandschap. De wind heeft hier vrij spel en door de erosie zijn de meest fantastische rotsformaties ontstaan. Ieder halfuur verandert de omgeving drastisch. We lunchen bij een grote lagune vol met pelikanen en andere beesten. Het water is spiegelglad en weerspiegelt niet alleen de bergtoppen, maar zelfs de vogels. Het landschap doet gewoon buitenaards aan. Er volgen nog een aantal lagunes. Laguna Verde is groen vanwege het koper in de bodem. Het schijnt dat dit gebied overeenkomsten vertoont met de planeet Mars en volgens onze gids doet NASA hier onderzoek naar mogelijke levensvormen. Laguna Colorada is rood met blauw gevlekt vanwege allerlei micro organismen. In het ondiepe gedeelte grazen lamas naar waterplanten. Er is een jonge lama bij die zachtjes begint te knorren als je te dichtbij komt. De moeder van het jong is minder subtiel en begint gewoon te spugen. De laatste dag moeten we erg vroeg op. Het is buiten minus 20 graden en we nemen onze slaapzakken mee in de jeep. Opeens zien we in de verte allemaal rookwolken. Als we dichterbij komen blijkt het om geisers te gaan. Hete stoom met een temperatuur van 95 graden spuit de grond uit. In de grond zitten allemaal grote gaten met daarin hete borrelende blubber. Het stinkt naar rotte eieren. Ik heb een gat in mijn schoenzool en houd m'n voet boven een stoomgat. Binnen enkele seconden voel ik weer leven in m'n bevroren tenen.

Een eindje verder zijn thermale baden. In afwachting van ons ontbijt gaan we even pootje-baden. Bizar, een warm bad, midden in een sneeuwlandschap. Tegen het middaguur worden we op ons verzoek bij de Chileense grens afgezet en pakken we de bus naar Antofagasta (Chili) waar Zwerver op ons ligt te wachten.