Atlantic Islands, Juli '03

Rollebollen en eten van de vloer.

Vrijdag 4 juli vertrekken we uit Lissabon met een stevige noordelijke bries, zonnetje en strakblauwe hemel. Het is ruim 500 mijl naar Porto Santos, een klein eiland 40 mijl ten noorden van Madeira. We profiteren volop van de Portugese Nortada en met gereefd grootzeil en volle fok breken we alle snelheidrecords van de Zwerver: 8.3 knopen! Naarmate we dichter in de buurt van Madeira komen beginnen we de invloed van de Atlantische Noord-Oost passaat te merken. De wind krimpt naar het noord-oosten en neemt iets af. Het lijkt wel of er een patroon in zit: 's ochtends matige wind die in de namiddig toeneemt tot krachtig. Helaas laat ook de zon het een beetje afweten, maar het is niet koud. 's Nachts wel een beetje. Tijdens het wachtlopen zitten of liggen we lekker onder de buiskap op het brugdek met een slaapzak over ons heen. We draaien wachten van ieder 3 uur, beginnend vanaf 23.00, en dat is goed te doen. Over het algemeen kunnen we allebei goed slapen aan boord, maar deze tocht was af een toe een hel. Wat je niet leest in al die mooie zeilboeken is dat je gek wordt van het gerol en gewiebel op een voordewindse koers. Niets blijft op z'n plaats. Het servies en de glazen staan te springen in de kastjes, de boeken slaan telkens met een smak tegen de kastwand. Ik hoor overal water: het klotsen van de golven tegen de romp, het water in de watertank dat heen en weer donderd, en de jerry-cans met mineraalwater en wijn die in de bakkisten liggen te donderen. En in zo'n stalen schip dreunt dat nog eens lekker door. Handdoeken, theedoeken, washandjes, sponsen: alle materiaal wordt gebruikt om alles vast te zetten om het rammelen maar te verminderen. Een ander probleem is dat onze windvaan moeite heeft de boot op koers te houden. Af en toe worden we opgepikt door een grote golf en meer dan 30 graden van koers gezet. De stuurautomaat kon het wel aan maar stond als een dolle te draaien en de batterijen leeg te vreten. Dat werd dus met het handje sturen. Om het uur wisselden we elkaar af. Doodvermoeiend! Vooral 'nachts. Het was pikkedonker en geen ster te zien, zodat we geen enkel richtpunt hadden om ons op te orienteren. Alle zeilvoeringen hebben we uitgeprobeerd, het beste gingen we nog alleen op het grootzeil. Ook het koken aan boord is dan een een inspannende en levensgevaarlijke bezigheid. Koffie-zetten is uit den boze. Ik veeg nu nog de koffie-prut uit alle hoeken en gaten. Er ging een hele pan uien met knoflook en spek door de kajuit en even later viel er een fles zonnebloemolie kapot. Kun je je voorstellen wat een puinzooi en glibberpartij dat geeft? Om verdere ongelukken te voorkomen moest ik water koken om de vloer te dweilen. Erg gezellig allemaal onder helling! Dat kan nog leuk worden als we straks de oversteek gaan maken!

Weerzien met Mermaid in Santos
Toch leek het wel of we langzaam maar zeken eraan gewend raakten (of ons er gewoon bij neer legden). De vierde nacht lopen we tegen 5 uur 'sochtens Porto Santo aan. We hebben goede detailkaarten maar die hadden we amper nodig. De haveningang was goed te vinden. Er was nog een klein plekje vrij aan de kopse kant van de steiger. Het aanleggen was niet eenvoudig (er staan hier valwinden van 25 knopen) maar ging zonder problemen. Ik kijk in het donker naar de boot naast ons en meen de Mermaid te herkennen. Dat zou toch sterk zijn! Uitslapen is er niet bij want 's ochtends vroeg komt de douane al aan boord. Of El Capitain even de papieren wil laten zien. Voor deze keer heb ik er geen bezwaar tegen dat Harry de kapiteinsrol op zich neemt, en draai me nog eens lekker om. "he Harry", roept een bekende stem. En jawel hoor, daar heb je Jos en Gerard weer. Net als wij in Engeland hebben ook zij in Frankrijk de eerste helft van juni zware zuidwesters gehad. Ze vertelden ook dat ze met hun mast de lichtmast hebben geraakt op de Westerschelde. We kunnen ons er niets bij voorstellen. Die dingen zijn loeigroot! Gelukkig was de schade beperkt. Jos en Gerard herkennen ons verhaal over het gewiebel op de voordewindse koersen. Gerard biecht op dat hij in een vlaag van verstandsverbijstering had geroepen de hele zooi te willen verkopen. Wij kunnen er samen onder het genot van een wijntje vreselijk om lachen.

Met Sjonnie op de brommert


Santos is een klein, droog, dor vulkanisch eiland, behorend bij de Madeira groep. Het is pas ontdekt in 1477 door Vasco da Gamma, een jaar eerder dan Madeira. Oorspronkelijk was het onbevolkt, maar de Portugezen hebben er slaven naar toe gebracht om op de suikerrietvelden te werken. We huren een scooter en scheuren in een halve dag het hele eiland over. Eigenlijk hadden we beter een off-the-road motor kunnen nemen, want af en toe gaat het er ruig aan toe en balanceren we met de scooter aan de hand over gevaarlijke rotspartijen.Er zit geen snelheidsmeter op dat ding, voor Harry een reden om dan maar gewoon op z'n hardst te gaan.

We komen langs prachtige kliffen en zanderige heuvels vol cactussen. Het bevalt ons goed op het kleine Santos en we besluiten nog een dag te blijven. Gewoon, lekker aanklooien, joggen op het prachtige grote strand vlak naast de haven en lekker zwemmen.

Nog meer Hollanders
's Middags komt er nog een Nederlands jacht binnen varen. Net als ze wil aanleggen steekt er plotseling een windvlaag op en dreigt La Baronne op de rotsen te lopen. Het gaat gelukkig allemaal weer net goed en even later zitten we gezellig aan boord bij Cor en Willy uit Uitdam. Zij zijn al vijf jaar onderweg en hebben al die tijd in het Middellandse zee gebied gezeten. Cor heeft de boot, een 40ft vd Stadt, helemaal zelf gebouwd. Op onze vraag of hij zoiets al eens eerder had gedaan antwoorde hij laconiek: ach, ik heb wel eens een pijporgel gebouwd en dat lukte ook aardig". Tot onze verbazing blijkt Cor al 66 te zijn. Wij schatten hem 55. Beiden zijn ongelooflijk energiek en jong van geest. Willy is de computerdeskundige en helpt me met het krijgen van weerkaartjes op de laptop via de SSB ontvanger. Ze vertelt hoe je de snelkookpan kunt gebruiken voor het inwecken van complete maaltijden. Dat is een handige tip. In Funchal maar eens op jacht dan naar weckflessen.

12 Juli: Voor anker in baya dÁbra
Van Santos naar Madeira is maar een piseindje. Toch doen we nog 6 uur over de maximaal 30 mijl. We gaan voor anker in baya dÁbra, een prachtige baai omgeven door steile rotsen. Je ligt er heerlijk beschut voor de deining, maar er staan toch behoorlijke valwinden. Er ligt nog een ander schip, een grote catamaran. We worden uitgenodigd voor de borrel en vergapen ons aan de luxe en enorme ruimte aan boord. De kajuit lijkt wel een balzaal en de kuip is een groot terras met twee schuifpuien. We blijven 2 nachten, maken een stevige bergwandeling, zwemmen in het cristal heldere maar koude water en relaxen gewoon een beetje. Heerlijke plek, echt vakantie.

Funchal
Naar Funchal is slechts 20 mijl. Als we het anker willen lichten valt plotseling de hele bovenkant van de ankerlier in het water. Shit! Dat ding is bijna antiek, zal wel lastig zijn om onderdelen te bestellen. Nu moeten we het anker met de hand ophalen. Niet ideaal, maar het lukt. We kijken in de nieuwe jachthaven van Carnical nog even of de Mermaid er nog ligt, maar die is inmiddels al vertrokken naar de Azoren. Carnical is een moderne, goed geoutilleerde, maar onpersoonlijke jachthaven. We hebben er niets te zoeken en gaan meteen weer verder richting Funchal, de hoofdstad van Madeira. Halverwege draait de wind 180 graden en valt dan helemaal weg. Dan maar motoren. De drukte in de haven van Funchal valt reuze mee, maar het ankeren bevalt ons goed dus gaan we buitengaats liggen. Wel zo rustig en lekker goedkoop. Geen valwinden deze keer maar een behoorlijke deining. Ik doe amper een oog dicht. Het rotsenstrandje lijkt steeds dichterbij te komen, maar ik peil niet goed volgens Harry, die gewoon snurkt als een rund.We krijgen de sleutel van de douches (gratis) en brengen de was naar de wasserette. Funchal is een toeristisch plaatsje (vooral veel duitsers in de penopauze) met gezellige terrasjes en pleintjes. In het internetcafe probeer ik onze website te uploaden, maar het lukt wederom niet. We pakken de bus naar de botanische tuin. Erg mooi. Ze hebben een indrukwekkende verzameling opgezette vogels en vissen en allerlei kruipbeesten op sterk water. Er is ook een vogelpark bij. De papagaaien zeggen hier "ola" in plaats van hallo. Met de bus maken we een uitstapje naar Camara de Lobos, een klein vissersdorpje een eindje verderop. Het lijkt wel of de tijd hier stil gestaan heeft. Het hele dorp ademt rust uit. Op het kerkplein zitten een paar mannetjes te praten, dat is alles. Zelfs in de kleine kleurrijke vissershaven valt geen enkele activiteit te bespeuren. Camara de Lobos was het favoriete vakantie dorp van Churchill. Hij schijnt hier aan de haven vaak gezeten te hebben met z'n schildersezel. Het plaatselijke hotel heet dan ook "Churchill's place, er is een Churchill Restaurant en een Churchill snackbar. De avonden op Madeira zijn prachtig. Funchal ligt tegen een heuvel aangebouwd en 's avonds genieten we van de berg lichtjes. Op de achtergrond horen we Beatle-muziek van het restaurant dat in het voormalige Beatle-jacht gevestigd is en het ruisen van de branding. Langs de boulevard lopen verliefde stelletjes naar ons te kijken. Wij genieten van een wijntje en kijken vol verbazing naar een mega groot cruise-ship dat een lading toeristen uitspuugt. Die mensen betalen een vermogen om in de rij te staan en worden in iedere stad onthaalt door de plaatselijke muziekcapel. Getver..

La Isla Bonita: La Palma
Na anderhalve week Madeira vertrekken we richting Canarische eilanden. Een heerlijke zeiltocht van 240 mijl, twee dagen en twee nachten. We doen als eerste het eiland La Palma aan, het meest origineel gebleven eiland van de Canarische eilanden. De haven van Santa Cruz biedt geen enkele voorziening voor jachten. We proberen eerst aan te leggen in de commerciele haven, maar de kademuren zijn ruw en meer dan 4 meter hoog en de bolders staan minstens 25 meter uit elkaar. We schaven onze handen en de verf van de stootrand ligt er weer af. Dit wordt niets. Dan maar naar de vissershaven. Ook eigenlijk niets, te klein. We leggen aan naast de botenlift en gaan op zoek naar de havenmeester. Maar het is zondag en blijkbaar zit iedereen hier in de kerk. Na drie dagen komt de politie eens een kijkje nemen. Paspoorten en bootpapieren gecontroleerd, no problemos, we worden gedoogd. Verder bemoeit zich niemand met ons, dus blijven we lekker liggen. Het water is glashelder en we beginnen iedere dag met een verfrissende duik. Het is hier weer enkele graden warmer dan op Madeira. De locals komen hier 's middags ook zwemmen, ondanks het loei grote bord: Prohibido banar. Aan de overkant ligt een Engels jacht dat naar z'n onderwaterschip te oordelen, er al een hele tijd ligt. Aan boord loopt een kleine witte pitbull met een zwart oog vrolijk naar iedereen te blaffen. Volgens mij neemt de pitbull de lijnen aan als je het zou wagen langszij te komen liggen! Het is een zielig hondje. Z'n baasjes wonen hier en vertrekken 's ochtends vroeg en komen laat terug. Het hondje komt nooit van boord af.

Santa Cruz de La Palma is een heel aardig stadje met prachtige oude gebouwen met druk bewerkte balkons. Af en toe zie je een verdwaalde toerist op een terrasje, maar verder is het erg rustig.

Het bevalt ons hier goed. We nemen de bus naar La Cumbrecita, een natuurreservaat in het binnenland op 1290 meter hoogte. Hier hebben we een prachtige bergwandeling gemaakt. Fantastische vergezichten en heerlijk ruikende pijnbomen. Verder liftend naar Los Lanos, met een schilderachtig centrum. Karakteristieke, fel gekleurde huisjes, pleintjes en kerkjes. Ijsje eten, colaatje drinken, beetje slenteren. Het is te warm om echt iets te ondernemen.


Na een week zien we opeens een mooie klassieke houten tweemaster liggen in de commerciele haven. We besluiten een praatje te maken en te kijken of zij weerkaarten kunnen ontvangen. We komen precies op het juiste moment. 's-Nachts was er een lijn doorgeschavield en het scheepje lag ongemakkelijk te bonken op de zware deining. We helpen het schip te verleggen. Een hele operatie! De eigenaar is een Fransman uit Lotharingen (zijn vaste ligplaats is de Cammarque, 800 km verder!) met een Franse matroos als opstapper. Ze zijn zojuist uit Dakar gekomen, een tocht van ruim 22 dagen tegen de wind in boksend. Zeilen aan gorten en iets met de motor niet in orde. Pierre, de matroos, komt ons helpen met de SSB zender en geeft ons allerlei tips en contacten voor de Kaap Verden. Hij heeft er een jaar gewoond. Onze kennis van de franse taal is "horrible", maar we kunnen ons verstaanbaar maken. Na de enthousiaste verhalen van Pierre denken we er serieus over een stop te maken in Dakar. Van de Kaap Verden is het slechts 300 mijl. Nu we toch besloten hebben pas volgend jaar naar Patagonie te gaan, hebben we immers de tijd.

Averij in La Gomera
Zondag 27 Juli vertrekken we richting La Comera , op Hierro na het kleinste eiland van de Canarische archipel, zo'n 60 mijl ten zuiden van La Palma. Wederom een heerlijke zeiltocht. Een frisse NO backstag bries van 16 knopen met af en toe uitschieters naar 20 knopen. De wind schijnt hier tussen de eilanden opeens te kunnen aantrekken tot stormkracht. Dit is het zogenaamde Ventura effect, een soort schoorsteeneffect wat je ook wel eens hebt in nauwe steegjes. We varen voor de zekerheid maar met gereefd grootzeil. Als we halverwege La Comera en Tenerife varen, begint de wind opeens te draaien. We strijken het grootzeil om voor de wind op de fok de laatste 10 mijl lekker verder te tuffen. Het zeil was nog maar amper opgebonden of het begint opeens vanuit niets te blazen. De wind loopt op tot 30 knopen. We surfen over de golven en het log geeft af en toe 9 knopen aan! Binnen een uurtje zijn we in San Sebastian. De havenmeester staat ons al op te wachten en wijst ons een kleine box aan, dwars op de wind. We protesteren, maar dat heeft geen zin. No problemos, hij zou helpen. Nou, dat hebben we gemerkt! Wat een konijn! Deze havenmeester zit blijkbaar graag achter z'n bureau, maar heeft absoluut geen idee wat een boot is. Ik gooi een landvast over en spring zelf snel op het veel te korte steigertje om een spring te leggen, zodat Harry de boot in z'n vooruit kan zetten om het achterschip aan de kant te krijgen. Haalt die oen van de havenmeester de spring weer weg! Ondertussen begint het steeds harder te waaien. De wind krijgt grip op het achterschip en voor we het weten ligt Zwerver over dwars in de box. De havenmeester denkt dat hij die 12 ton wel eventjes met een lijntje naar zich toetrekt. Nou, dan moet je veel spinazie hebben gegeten! Ondertussen proberen wij de achterkant vrij te houden van de wal, omdat we bang zijn dat de windvaaninrichting beschadigt. De havenmeester raakt zowat in een shocktoestand en is bang dat wij de hele steiger meenemen. "Senor, no, no, no, out, out, out"! Ja, dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het lukt ons uiteindelijk de box weer uit te komen, maar aan het gevloek van Harry te horen, niet zonder schade. Harry staat in het Nederlands/Duits/Spaans tegen de havenmeester te schelden: "Senor, senor, look, look, peddel, helemaal kaput"! Het lijkt wel een klucht. Het hulproer van de windstuurinrichting is afgebroken en Harry denkt in eerste instantie dat de peddel op de bodem ligt. Gelukkig was dat niet het geval, omdat we er een noodlijntje aan vast hadden zitten. En jawel hoor, we hebben maar liefst 3 reserve onderdelen bij ons voor het grote roer, maar niets voor het kleine hulproer. Wat een geeikel. Een tweede aanlegpoging in een grotere box gaat zonder problemen. Maar liefst 6 hulpvaardige medezeilers staan ons op te wachten en nemen vakkundig de lijnen van ons over. "sicher ein Langkieler" zegt er Duitser. Heerlijk zo'n begripvolle zeiler. Poeh, nu eerst een Bavaria! Later maken we het weer goed met de havenmeester. Het is een zeer vriendelijke en behulpzame kerel.

Het is hier fantastisch!!
La Gomera is een bijzonder mooi eiland. Mooier nog dan La Palma. Erg groen en het binnenland is nationaal park en staat op de Unesco world heritage lijst. We nemen de bus naar Valle Gran Rey, aan de andere kant van het eiland. Het is een spectaculaire tocht, deels door parque nacional Garajonay, met griezelige haarspeldbochten en fantastische vergezichten. Het centrale hoogland op het midden van het eiland is bijna continue gehuld in een dikke dreigende grijze mist. De flora van het eiland is mede daardoor uniek en erg groen. Deze zgn laurisilva is een "relict forest" die je nu uitsluitend op de Macaronesische archipel (Azoren, Madeira en Canarische eilanden) vindt maar waar enkele miljoenen jaren geleden de hele Mediterranee mee begroeid was. Het lijken wel een soort bloeiende coniferen afgewisseld met palmbomen en enorme grote aloe vera met grote gele bloemen.Af en toe komen we langs een kleine nederzetting, witte huisjes met rode daken, een klein wit kerkje op de top van een berg. Je vraagt je altijd af waar de mensen hier van leven. De valeien zijn volledig gecultiveerd. Het is een typisch terrassenlandschap om het water vast te houden.

Er groeien vooral veel bananen. De haven van San Sebastiaan is modern en van alle gemakken voorzien. Naast ons licht een schip uit Basel met aan boord een erg jong ogende man en een dame op leeftijd. We noemen hem Uli und seine Muttie. Hij blijkt echter Beat te heten en bijzonder enthusiast en hulpvaardig te zijn. We brengen samen een aantal avonden door achter mijn PC en krijgen Sea-maps eindelijk werkende. Dat is in ieder geval al weer wat. Ook lukt het ons via onze SSB op zijn PC weerkaarten te ontvangen. Op mijn PC lukt het nog niet. Misschien iets met de soundkaart?
Opeens staat er een hondje te keffen en wil aan boord springen. Er hoort een Nederlandse man bij: Theo. Theo en Annelies waren ook onderweg naar Brasilie maar zijn op La Gomera blijven hangen, waar ze ondertussen alweer twee jaar op hun boot wonen. Ik kan me er wel iets bij voorstellen. Elke dag mooi weer, altijd kun je zeilen en het leven is hier goedkoop en gemoedelijk. Theo laat ons z'n hobby zien: hij is een replica aan het bouwen van de Victory, de boot van Lord Nelson, schaal 1:94. Daar moet je toch ook maar geduld voor hebben! Omdat ze toch geen plannen hebben om hun wereldreis voort te zetten, kunnen wij van de kaarten van de Kaap Verden voor een prikkie overnemen. Zondag huren we een klein autootje om op ons gemak het eiland eens te verkennen. Af en toe stappen we uit om een wandeltocht te maken of om een terrasje te pikken. Soms nemen we een verkeerde afslag en raken dan verzeild in een labyrint van kleine stijle straatjes die af en toe op een boerenerf eindigen. We bezoeken het Centro de Visitantes van Garajonay en horen hier hoe dit park aan z'n naam komt. Er was eens een prins, Jonay, die met z'n schip aankwam van verre en verliefd werd op de plaatselijke prinses, Gara. De locals vonden dit maar niets en gingen met hun speren achter Jonay aan. Het verliefde stelletje ging op de vlucht en toen er geen uitweg meer bestond spiesten zij zich samen aan een scherpe tak van een boom. Wat een tragisch einde!

Indiana Jones op Tenerife
Voordat we de volgende 850 mijl naar de Kaap Verden en vervolgens de oversteek naar Brazilie maken, moeten we nog een en ander inslaan. In San Sebastiaan zit een uitstekende supermarkt waar we met ons huurautootje uitgebreid gaan shoppen: 80 liter water in handige kleine yerrycans, 20 liter frisdrank, 15 liter vruchtensap, 10 liter wijn, veel pasta's en allerlei soorten salamies. Verder ligt de boot nog barstens vol met soepen en blikvoer uit Nederland, Ook moeten we nog spullen voor de boot hebben, oa een epirb, vuurpijlen, pilot, verf, plamuur etc. Hiervoor moeten we naar Tenerife. Helaas is de wind naar Santa Cruz de Tenerife ongunstig en kun je in de haven van Los Christianos alleen maar ankeren op slechte grond, als je al toegelaten wordt. Met zoveel onzekerheden besluiten we de ferry te nemen. Santa Cruz is een hele aardige stad, maar wel erg toeristisch. Vlak bij het centrum is een grote jachthaven waar ook een aantal buitenlandse jachten liggen. Allemaal verlaten om over een maand of 2 terug te komen om de oversteek naar de Caribe te maken. We kijken nog of de Velvet uit Den Oever er misschien ook tussen ligt. Niets te zien. We zoeken een goedkoop pensionnetje of "zimmerfrei"maar kunnen niets vinden. Uiteindelijk belanden we in een chique drie sterren hotel. Met onze niet helemaal zuivere korte broek, T-shirt en rood verbrande koppen vallen we enigszins uit de toon tussen de parelkettinkjes en stropdassen. De receptionist kijkt verschrikt op als hij Harry ziet roept hij enthousiast: Ah, Indiana Jones! Heerlijk! Een ligbad, douche en supergroot bed waar je niet heen en weer geslingerd wordt. We halen de post op en met een uurtje zijn we klaar met shoppen. Er is namelijk maar een behoorlijke shipshop en daar is niet eens alles te krijgen. Bovendien is alles loeiduur. Achteraf gezien hadden we dus gewoon alles in Nederland moeten kopen. Ach, wat doet het er ook toe. In plaats van een paar dagen op Tenerife besluiten we om maar de eerste de beste ferry terug te nemen naar La Gomera.

Harde winden op El Hierro
Vrijdag 8 Augustus vertrekken we 's nachts om 4 uur richting El Hierro. We vertrekken vroeg omdat we niet in het donker willen aankomen. Nou, daar hadden we ons niet druk over hoeven te maken. Nadat we uit de luwte van het eiland zijn, begint de wind aan te trekken tot 25 knopen en met gereefd grootzeil spuiten we er als een gek vandoor. Het eerste stuk is helaas scherp aan de wind en er staat een akelige knobbelige zee waar we tegenop moeten boksen. Harry hangt al snel over de reling de vissen te voeren. Dat is ook vragen om problemen: om 4 uur had hij al 3 koppen zwarte koffie en twee dikke sigaren op! Op de noordkant bij El Hierro krijgen we we pas echt goed met de Ventura te maken. De wind neemt toe naar 36 knopen! Shit, dat wordt lastig met het aanleggen want er is weinig ruimte en alleen maar een hoge kade-muur. We roepen de havenmeester van Puerto de la Estaca op en vragen om assistentie op de wal. De havenmeester wil ons eerst niet binnenlaten want er wordt gewerkt in de haven en dat is niet goed voor de veiligheid van buitenlandse gasten. We voelen er echter niets voor om nog verder te gaan en gaan toch naar binnen. De havenmeester staat ons al op te wachten en helpt vakkundig met het aanleggen. Geen enkel probleem. We leggen slangen om alle lijnen en een dikke plank tegen de stootkussens om het schavielen op de ruwe kade tegen te gaan. Eigenlijk moeten we stukken ketting kopen. Er is geen bal te beleven in de kleine vissershaven, maar het heeft wel iets rustieks. We gaan lekker zwemmen en ik maak een heerlijke ovenschotel. De volgende dag gaan we liftend naar Valverde, de hoofdstad van El Hierro. Volgens de pilot is er sinds de komst van Columbus niets veranderd in het stadje. We doen onze boodschappen en liften weer terug naar de haven. Na een ontbijt van droog brood met smeerkaas en vieze Spaanse koffie gooien we de trossen los en zeilen op ingerolde genua naar La Restinga op de zuidpunt van het eiland. Een kort maar aardige zeiltochtje van 10 mijl langs de hoge kliffen van El Hierro. Als we willen aanleggen merken we dat we een grote tros landvast kwijt zijn. Die lag buiten onder de sprayhood en moet in El Hierro gestolen zijn. Niet te geloven! In La Restinga valt iets meer te beleven. Er zijn een paar duikscholen, restaurantjes en een klein strandje. Er is ook ene klein jachtwerfje met een bootlift. De "Roang" van Collin en Singrid ligt op de kant voor groot onderhoud. Dit is hier spotgoedkoop: E100,- voor de lift en E0.60 per meter per dag. Verder zijn we het enige zeiljacht. Het seizoen is nog niet begonnen. Dat zal over een maand of twee wel anders zijn als alle jachten zich klaar maken voor de oversteek naar de Caribe. We hebben veel bekijks en regelmatig komt er iemand een praatje maken. Helaas is onze ligplaats niet zo geweldig. De kleine havenkom ligt vol met vissers zodat we niet kunnen ankeren en verplicht zijn aan de hoge ruwe kademuur te liggen. De eerste nacht zijn we de hele nacht in de weer geweest met lijnen en stootwillen. Eindresultaat: twee landvasten doorgeschavield en twee stootwillen lek. Van een visser lenen we een paar hele dikke trossen en bij een garage bietsen we een paar autobanden. Niet zo mooi voor het lakwerk, maar ja, je moet toch wat. Toch blijft het onrustig 'snachts en durven we overdag de boot niet lang alleen te laten. We besluiten dan ook na 3 dagen te vertrekken. Jammer, want hier hadden we graag iets langer willen blijven. De avond voor ons vertrek zakken we nog even lekker door in de plaatselijke kroeg met Collin en Singrid.


Terug naar logbook