De Atlantische oversteek

Klaar voor vertrek
Het is zondag 21 September. We krijgen last van vertrekkerskriebels. Gisteren hebben we Dominique uitgezwaaid en vanochtend vertrok het Poolse zeiljacht. Allebei richting Brazilie. Waar is het wachten nog op? Het weer is te instabiel om naar het kleine vulkaaneiland Fogo te gaan. Fogo heeft nl geen haven en het lijkt ons niks om gewoon voor de kust in open zee te ankeren. Praya hebben we nu wel gezien en de alsmaar toenemende deining in de haven maakt het steeds oncomfortabeler. Afgelopen nacht zijn we druk in de weer geweest om het schip te verleggen naar de vissershaven. Er was zuiderstorm voorspeld en zelfs de vissers zochten beschutting. Zwaar werk, waarbij we ons groene stuurboordlicht verloren hebben. Ook zit die kleine K-Japanner ons steeds op de nek: "this is our property, you have no right to be here, you have to leave now". Wat een zeiksnor zeg! De beslissing is vrij snel genomen: wij vertrekken vandaag. Diesel en watertanks zijn gevuld en we hebben ongeveer voor 2 maanden eten aan boord. Zwerver heeft voor z'n lengte betrekkelijk kleine tanks, zodat we een aantal reserve jerry-cans meenemen. In totaal hebben we nu 360 liter diesel en 350 liter water bij ons. Het water kunnen we met gemak onderdeks kwijt. De diesel sjorren we stevig vast in de kuip en op het bovendek. Daarnaast hebben we nog ruim 60 liter vruchtensap en frisdrank aan boord. Op de markt kopen we nog even het nodige versvoer, oa sinaasappels tegen de scheurbuik en verder zo veel mogelijk harde groente als kool en wortels.
Als we klaar zijn en nog even rustig genieten van een kopje koffie vlak voor vertrek, horen we een vrouwenstem: "help, help, can you please take the lines, I'm alone". Het is Donna, een Amerikaanse solozeilsters. Ik denk dat ze van mijn leeftijd is. Misschien ietsje ouder. Haar 10m zeiljacht is vannacht van het anker geslagen en op drift geraakt. Zij durfde het niet aan om in haar eentje met deze deining aan de kade aan te leggen. Donna is onderweg van Ierland naar Zuid-Afrika en dit is haar eerste stop! Ze vertelt dat ze 2x windkracht 10 om de oren heeft gehad bij Biskaye en Portugal waarbij oa de motor het begeven heeft. Ook heeft ze geen electriciteit meer waardoor ze de navigatie-instrumenten niet kan gebruiken. Donna's budget voor de hele reis is USD200,- en ze probeert onderweg geld te verdienen door op te treden met haar gitaar. Ze vliegt ons spontaan om de hals: "I'm so glad to talk to somebody". Nadat ze haar verhaal heeft gedaan en bij ons aan boord genoten heeft van de koffie, maar vooral van het verse, koele water, nemen wij al weer afscheid en gooien de trossen los. Jammer, ik had haar nog wel beter willen leren kennen.

 

Een stormachtig begin


De weersvoorspelling voor de komende 3 dagen is goed: NO-3/4. Voor wat dit waard is, want na de Kaap Verden is er eigenlijk geen weersbericht meer te krijgen. Bovendien, wat moet je er mee? Je zit er dan toch midden in. We vertrekken met prachtig weer: zonnig, strak blauwe lucht met een enkel wit schapewolkje, een stevige NO-bries 5 bft. We spuiten er vandoor. De volgende dag is het echter al gauw gebeurd met de pret. De barometer zakt en er verschijnen van die grote dreigende cumulus nimbus aan de horizon. We leggen een 2e rif en rollen de genua verder in. De wolken blijven zich opstapelen en het wordt akelig donker midden op de dag.

De wind is vlagerig en draait naar het SW en valt geleidelijk aan helemaal weg. De zee wordt spiegelglad. Dan breekt met veel geweld de hemel open. Onweer, bliksem, bakken water en 40 knopen wind. De zee wordt ruw. Witte schuimkoppen beginnen te breken en vervliegen in de wind. Alles is grauw en grijs, er is geen verschil tussen lucht en water. Af en toe komt er een grote witte watermuur als een akelig eng beest op ons af. Op zón moment worden we opgetild en met een smak een paar meters verder weggegooid, waarna wit schuim onder de boot door gaat. Klabam, sshhss, klabam, sshhss en Zwerver richt zich weer op en zeilt gewoon verder. Wat een schip! Gelukkig krijgen we geen brekers in de kuip. De GPS geeft een alarm-piepje. Shit, wat is dat nu weer? Low battery! De zonnepanelen kunnen met dit weer duidelijk het stroomverbruik niet bijbenen. Met uitzondering van de GPS gaan alle navigatie-instrumenten uit. Hopelijk schijnt morgen de zon weer. We sturen met de hand, maar het lijkt wel of we geen grip op het roer hebben. Harry kruipt onder de luiken om naar de stuurinrichting te kijken. De kabels hangen er slap bij, waardoor het stuurwiel een enorme vertraging krijgt. Zodra de compasnaald ook maar weer begint op te lopen, moet je al weer tegenroer geven om niet helemaal door te schieten. We monteren de nood-helmstok. De grip op het roer wordt wel iets beter, maar er zit nog steeds vertraging in. Bovendien zit je nu met de rug naar de instrumenten. Dat is ook niets. We zetten het roer midscheeps vast, trimmen de zeilen iets bij en stellen de windvaan. Zwerver blijft perfect op koers. Het wordt een lange inspannende nacht. We blijven de hele nacht met z'n tweeen op. Ik aan het roer en Harry onderdeks, klussend aan de stuurinrichting. De windvaan blijft trouw z'n werk doen en al hakkend ploeteren wij voort.

Tafelberg of Titanic?
Tegen de ochtend maakt Harry me wakker: "kom eens gauw kijken, ik zie iets heel geks. Lijkt wel een klif of zo". Ik kom kijken en schrik me het apelazerus. Het lijkt wel of de Titanic in z'n volle glorie recht op ons af komt. Snel zetten we de motor aan en gooien we het roer om. De Tafelberg cq Titanic blijft echter pal naast ons. Dan zien we het pas goed. Het zijn de eerste zonnestralen die zich een weg proberen te dringen door het dikke wolkendek. We ontspannen en genieten van het prachtige natuurgeweld. Wat vermoeidheid niet met je kan doen. Het stormachtige weer houdt ongeveer 3 dagen aan. De windvaan houdt ons al die tijd op koers. Op de vierde dag passeren we de tiende breedtegraad en hebben onze eerste mooie zeildag.

Motorpech in de doldrums en de schrik van ons leven
We maken bar weinig voortgang. Het blijft zwakke zuidenwind, 4 a 5 kn, in een bui toenemend naar 9 a 10 kn. De zeegang is echter nog ruw en telkens wanneer er een grote golf de boeg raakt liggen we zo goed als stil. Zo komen we er nooit. We besluiten de motor bij te zetten om toch nog een beetje vaart en hoogte te houden. De bedoeling is om de eerste 900 mijl zo ver mogelijk naar het zuiden af te zakken om de evenaar te passeren rond de 27e lengtegraad. Dit doen we omdat we de doldrums op z'n smalste stuk willen doorkruizen, maar ook om eventuele late orkanen te ontwijken. Orkanen bouwen zich op even ten zuid-westen van de Kaap Verden en draaien dan af richting het noorden om in sterkte toe te nemen en in Florida en de Caribe tot ontlading te komen. Heel af en toe komt het echter wel eens voor dat zón orkaan van richting veranderd. Enkele jaren geleden is het Kaap Verdische eiland Brava door zón misbaksel geraakt. Vanaf de 27e lengtegraad is het de bedoeling dat we de Zuid-Oost passaat op pikken voor de laatste 700 mijl naar Recife. Na ongeveer 5 uur motorzeilen begint de motor opeens onregelmatig te lopen en na 10 minuten houdt hij het voor gezien. We checken diesel, olie, filters, losse slangen, maar kunnen niets vinden. Operating manuel erbij. Lijkt erop dat we lucht in het systeem hebben. Schroefje losdraaien en pompen. Nou we pompen ons een ongeluk maar er komt geen diesel naar boven. Zouden we ergens een lek hebben en de tanks leeggelopen zijn? Nee, dat kan niet. Dat hadden we al veel eerder moeten merken. Toch gooien we voor de zekerheid nog maar twee jerry-cans diesel erbij. Zonder succes en met evenveel diesel over m'n lichaam als in de tank . Hoe, dan ook, we krijgen de motor niet meer aan de praat. En dat is diep shit, want we zitten midden in de doldrums en onze accu's zijn zo goed als leeg. Ook moet ik even niet denken aan de aanloop straks in Brazilie. Voor de hele kust ligt een groot gevaarlijk koraalrif. De weergoden zijn ons nog steeds niet gunstig gezind. Het kleine beetje wind dat we hadden is nu helemaal verdwenen en we dobberen in ons kleine notedopje stuurloos op de grote oceaan. Het enige voordeel hiervan is dat je rustig kunt koken, eten en slapen, maar verder knaagt het geklapper van de zeilen behoorlijk aan je zenuwen. Dan zien we 's nachts in de verte een lichtje dat snel dichterbij komt. We zitten midden op twee grote scheepvaartroutes en er is elke nacht wel scheepverkeer. Wij roepen altijd ieder schip op voor een klein praatje en een weersbericht. Dit is een joekel en hij komt in sneltreinvaart recht op ons af. Shit, we kunnen niets doen. Zou hij ons wel gezien hebben? Toplicht is aan. We roepen hem op: "big ship, big ship position …. Here small sailing ship, do you see us?" Gelukkig, hij antwoordt meteen. "Do you have a problem?" Nou, zolang je ons maar ziet hebben wij geen probleem. We leggen hem uit dat we geen snelheid hebben en dus stuurloos zijn. Het schip doet echter geen enkele poging om z'n koers bij te leggen. Hij komt nu toch wel akelig dicht bij. Wij roepen hem nog een keer op, maar deze keer antwoordt hij niet. We pakken onze schijnwerper en richten dit op ons grootzeil. Hij moet ons zien! Het moet gewoon! Toe nou, ga weg! Op ongeveer 100m afstand richt het containerschip opeens een enorme schijnwerper op ons. We zijn totaal verblind en ik schijt drie kleuren stront. En dan opeens draait het schip bij en verdwijnt weer even snel als het gekomen is. M'n knieen trillen en m'n hartslag gaat twee keer zo snel als anders. Pfff, ik ben blij dat ik het navertellen kan.

Duizend mijl met het handje
En zo ploeteren we voort. Iedere dag ongeveer 60 mijltjes, elke dag een breedtegraad lager. Het roer wordt er niet beter op. Het maakt af en toe vreselijke geluiden en er komt steeds meer speling in. Harry gaat, aangelijnd, het water in, maar kan niets vinden. Waarschijnlijk hebben we op de Kaap Verden met ons roer de rotsen geraakt en is de hele stuurinrichting iets omhoog gekomen. Je kunt het roer voelen en horen onder de boot. Dat zit niet goed. We zullen in Brasilie uit het water moeten. Hopelijk houdt ie het nog even vol. De windvaan kan er ook niet meer mee omgaan, dus dat wordt 1000 mijl sturen met het handje! We wisselen elkaar om het uur ('s nachts om de 2 uur) af. Ik mag niet zeuren van de schipper. Vroeger hadden ze ook geen windvaan. Dan begint de wind aan te trekken naar 6 bft en spuiten we er vandoor. We maken opeens daggemiddelden van 150 mijl of meer. Maar niks geen zuid-oost passaat. Nog steeds zuidenwind. We concluderen dat Recife niet haalbaar is en veranderen onze bestemming. Het wordt Fortaleza, aan de noordkust van Brazilie. We hebben echter geen goede kaarten van dat gedeelte van de Braziliaanse kust en zullen het moeten doen met C-maps (electronisch) en de beschrijving in de pilot die eigenlijk voor de beroepsvaart is.

De laatste 6 dagen zijn heerlijke zeildagen. Zwerver gaat als een speer door het water. We gaan weer eens te snel en dreigen in de nacht aan te komen. Dat kunnen we niet hebben, dus bijliggen maar weer. Dat bevalt ons prima. De boot ligt dan rustig op de golven en we kunnen dan nog even een paar uurtjes slaap pikken. De volgende ochtend zien we gekleurde zeiltjes op het water: vissers.

Het water veranderd van diep ocean blauw in licht azuur groen. Ik zet regelmatig de diepte meter aan, maar de diepte komt exact overeen met C-maps. Er zijn hier behoorlijk wat banken en gevaarlijke riffen. Het gaat allemaal voorspoedig en de sky-line van Fortaleza komt al snel in zicht.

Gered door een buikschuiver
Al turend met de verrekijker ontdekken we de ingang van de jachthaven. Vlak ernaast ligt een groot wrak met een paar kleinere wrakken erachter. Ai, ingang op zuid, dat is niet bezeild. Wat nu? We besluiten om slagen te maken net zo lang tot we tussen de pieren liggen en dan snel zeilen laten zakken en het anker uit. Er ligt nog een ander zeiljacht. Moet lukken. We halen al onze zeilkunsten uit de kast. En al zeg ik het zelf, we verdienen alle lof, zo mooi als we telkens over stag gaan, zonder al te veel hoogte te verliezen. Twee dolfijnen begeleiden ons, maar daar hebben we even geen oog voor. Dan zien we een groot blauw motor jacht de haven uitkomen en roepen het op. Als die ons nu een lijntje kan geven zijn we uit de penarie. Absoluut geen reactie. We zwaaien met handdoeken om z'n aandacht te trekken. Hij moet ons zien. Wat een eikel! Nou, dan maar door volgens plan. Dit wordt spannend. Onze laatste slag. We bouwen snelheid op, tot we tussen de pierhoofden liggen en gooien dan het roer om. Ik haal snel de zeilen binnen en Harry laat het anker vallen. De volgende seconden zijn erg spannend. Houdt het anker het? Ja!! Maar de rotsblokken liggen wel erg dicht bij en er wordt flink gerukt aan de ketting. Als de ketting breekt zijn we de sigaar. We roepen de Marina op voor hulp. Een man antwoord dat hij voor 100 Reales een locale boot zal regelen. Kan me niet schelen, je krijgt er nog een fles Berenburger bij als je maar opschiet. Even later komt er een motorjachtje naar ons toe. Ik zal vanaf nu nooit meer oneerbiedig praten over buikschuivertjes, want deze buikschuiver leverde een knap staaltje werk Er stond een behoorlijke wind en eigenlijk was de motorcapaciteit van het motorbootje te klein om ons zware schip te trekken, maar na een uur ploeteren lagen we dan veilig in de haven. Het is woensdag 8 October en inmiddels 16.00 uur en we hebben nog geen ontbijt gehad. Nog geen uur later hebben we gezwommen, gedouched en zitten we achter een heerlijke steak met frietjes, verse sla en een koud colaatje. Wat is het leven weer goed!


Terug naar logbook