Naar het zuiden

Bier in en koffiekop

Net zoals in Amerika, is Uruguay in de ban van de verkiezingen. Alle leegstaande panden zijn omgetoverd in partijbureaus. Het dorp hangt vol posters en vlaggen. Ieder voertuig heeft een partijvlaggetje aan de antenne en vanaf iedere hoek van de straat galmen de verkiezingbeloften door zeer slechte luidspeakers. Het mooiste vinden we nog de dorpsomroeper: een oud mannetje die de hele dag op z'n scootertje met daarop twee levensgrote megafoons zijn boodschap verkondigd. De ene keer wordt hij ingehuurd door een politieke partij, de volgende dag door de plaatselijke groenteboer. De man moet stokdoof zijn. Als we zaterdagavond met z'n allen uitgaan, krijgen we bier en wijn geserveerd in koffiekopjes. Alcohol vlak voor en tijdens de verkiezingen is taboe. Ook in de supermarkten is het drankschap verzegeld. Om het helemaal echt te laten lijken staan er suiker en melkkannetjes op tafel en roeren we ons bier met een theelepeltje. Zondagavond zijn de stemmen geteld en is het groot feest voor de linkse partij, een verzameling van marxisten tot aan arbeiderspartij. De nieuwe president heet Tabare en ziet eruit als een doorsnee corrupte politicus. Waar ze voor staan is ons niet duidelijk, maar ze beloven een "nuevo pays".

Bureacratie in douaneland

We zijn inmiddels al weer ruim een maand terug in Piriapolis en zitten nog steeds met smart te wachten op het display van onze autopilot. Het aantal zomerse dagen met gunstige wind neemt toe en de eerste boten zijn al vertrokken richting zuiden. Het maakt ons nerveus. We zitten hier al te lang en onze klussenlijst is zo goed als weggewerkt. Bovendien zijn we bang het seizoen te missen. We willen weg. Na veelvuldig mailen en bellen werd het ons duidelijk dat repareren niet rendabel was en als beloning voor de slechte service van de leverancier, bestellen we maar een nieuwe. Zodra er iets uit Europa of America moet komen is het iedere keer weer de creditcard trekken. Kassa, weer 1000 Euro armer! Wanneer maken ze scheepselectronica nu eens echt waterdicht? Volgens de leverancier was het de beschadigde kabel. Nou ja zeg, maak dat de kat wijs! Maar ja, we hebben weinig keus. Die lange afstanden met de hand sturen is ook geen optie, vooral niet met die kou in het zuiden. Als we eindelijk van Fedex bericht krijgen dat het stomme ding in Montevideo gearriveerd is, reizen we vol goede moed af naar het vliegveld. We hadden alle noodzakelijke documenten en stempels van te voren al verzameld en dachten dat het een fluitje van een cent zou worden. Viel dat even tegen! De douane en de expeditiekantoren zitten in een gezamenlijke ruimte. Het lijkt er wel een veemarkt. Er lopen allemaal machomannen druk gebarend en hevig rokend in en uit. Soms wordt er gefluisterd en worden zaken buiten om de hoek geregeld. We begrijpen het systeem niet en beheersen de taal onvoldoende en daar wordt natuurlijk handig misbruik van gemaakt. Je kunt hier blijkbaar niet zelf de goederen in ontvangst nemen, maar je moet een agent inhuren. De hele dag worden we van allerlei kastjes naar even zoveel muurtjes gestuurd, zonder resultaat. Iedereen laat ons eindeloos wachten. Tot een uur van te voren het opeens wel allemaal kan, maar dan moeten we wel bereid zijn een corrupte douanebeambte om te kopen. "Quanto quosto?", vraagt Harry. "Special price for you, $300, because it's Friday. Ik vlieg uit m'n vel wijs met m'n vinger naar m'n hoofd en vraag of de agend niet een poco loco is. Tja, en toen was het gedaan met het feest en konden we zonder autopilot weer naar huis gaan. Onze medezeilers herkennen het verhaal en spreken ons troostende woorden toe: "it's just a nice holiday experience". Dat weekend was het prachtig zeilweer, dus kun je wel nagaan hoe de stemming aan boord was. Maandag vertrekt Harry weer vol goede moed naar Montevideo. Ik mag niet meer mee. Via een medezeiler heeft hij het adres gegeven van een hoge piet bij de loodsdiensten en ons beslist kan helpen, zegt ie. De hele dag zit ik in spanning. Zou het lukken? Als Harry om 17.00 uur terugkomt kan ik de stemming van afstand van z'n gezicht lezen. Vanwege de verkiezingen en Allerheiligen zijn alle overheidsinstanties twee dagen gesloten. Grrrrrr!

Happy Birthday!

Zondag 7 november is een mooie zonnige dag. Na de gebakken eieren met spek versieren we de boot met rood-wit-blauwe en oranje vlaggetjes. Het is mijn laatste verjaardag in de dertiger jaren. We hebben veel bekijks. Als we net terug zijn van de supermarkt hoor ik iemand roepen. Er staat een verdwaalde Belg op de kade en voor we het weten zitten we gezellig met Frank, Alexandra en hun zoontje Indra op een terrasje te genieten van overheerlijke mosselen. Ze zijn net een maand geleden in Uruguay komen wonen en wachten nog op de boot met hun spullen uit Belgie. We weten precies hoe dat is. Aan boord kletsen we nog gezellig door en als ze vertrekken is het al weer vijf uur. Oeps, binnen twee uur staan er veertien boaties op de stoep en ik moet nog koken. Het wordt een gezellige avond. Er wordt gezongen, gezoend en er zijn kadootjes. De drank vloeit rijkelijk en zo ook de sterke verhalen. Kleine Nicolas van 6 jr valt een tand door z'n lip, maar kan de taartjes even later toch niet weerstaan. Drie pannen nassi goreng gaan erin als zoete koek. "Je voelt er niets van als je een jaartje ouder wordt", schreef mijn zwager. Nou, daar was ik het de volgende dag niet zo mee eens.

De kop is eraf

Op 21 November gooien we de trossen los. Na ruim 6 maanden niet gezeild te hebben, is het weer wennen, maar heerlijk om weer op zee te zijn. Er staat een matige noordoostenwind en volgens de weergoeroes blijft dat zo de komende dagen. We halen de lichtweer-Genua uit het vooronder. Niet gedacht die nog nodig te hebben. Met slechts vier knoopjes kabbelen we voort, we vinden het best zo voor de eerste keer. Langzaam verdwijnt Piriapolis achter de horizon. 's Avonds genieten we van de prachtige zonsondergang, maar zetten voor de zekerheid toch maar een rif voor de nacht. Je weet hier maar nooit. De nacht brengt gelukkig geen verrassingen. We zien de toplichten van de andere jachten om ons heen. We weten dat dat een schijnveiligheid is, maar het geeft toch een vertrouwd gevoel. Thalassa II ligt pal achterons. Grappig, twee stoere Hollandse boten op de zuidelijke oceaan. De volgende dag neemt de wind verder af. We worden belaagd door duizenden irritante zwarte vliegjes en juist als we de motor willen starten, zien we voor ons een zwarte dreigende lucht in sneltreinvaart op ons afkomen. We hebben precies op tijd zeil geminderd als het koufront over ons heen trekt. De wind draait 180 graden en trekt aan tot 26 knopen. Jakkes, dat wordt kruizen! Voor de zoveelste keer zijn we blij dat we niet alleen een sterk schip hebben, maar ook eentje die goed zeilt. Hoewel het leven aan boord opeens een stuk minder aangenaam is, maken we heerlijke snelheid en weten we goed koers te houden. De andere boten verliezen we snel uit het oog. De zuidwester blijft de hele nacht en ook de volgende dag aanhouden. Na 48 uur lopen alle vier jachten tegelijk de haven van Mar del Plata binnen. Ziezo, de kop is eraf!

Southward bound

In Mar del Plata besteden we onze tijd goed met de laatste voorbereidingen voor Patagonie. Harry maakt twee rollen met ieder 100m drijflijn van 16mm, kijkt voor de laatste keer de motor na en zorgt dat de tanks gevuld zijn. We nemen voor de zekerheid drie extra jerrycans diesel en twee jerrycans water mee. Ik besteed mijn tijd voor het grootste gedeelte in de supermarkt, gewapend met lange lijsten en een potlood. De cassiere kijkt vol ongeloof als ik het zoveelste wagentje met een berg erop voor de kassa neerzet en driftig zit te strepen op mijn lijstje. Ze helpen met drie man inpakken. We slaan voor drie maanden voorraden in. Het wordt met een vrachtwagen tot aan de boot gebracht, de ene krat na de andere wordt uitgeladen. Kopen is een ding, maar waar laten we het allemaal in godsnaam?! Alle ruimte wordt zo economisch mogelijk benut. Zware dingen midscheeps, zo laag mogelijk, versvoer in netten. Alles goed vastgesjord met netten, zelfs in de kastjes en de kuipbanken worden extra vergrendeld. Het risico van plat- of over de kop gaan zit erin en je moet toch niet denken aan de ravage die dan ontstaat. Alles wordt geregistreerd om het later weer terug te vinden. Als we na een dag hard werken alles weggestouwd hebben ligt de waterlijn minstens 10cm dieper! En dan is het tijd om de omgeving een beetje te verkennen.

Op twee aftandse fietsjes zonder remmen crossen we naar de zuidpier die beroemd is om z'n zeeleeuwenkolonie. De mannetjes liggen met z'n allen bij elkaar op een klein strandje. Het zijn dikke stinkende lobbessen met prachtige manen. Af en toe halen ze grommend naar elkaar uit. De vrouwtjes met hun jongen zijn verbannen naar de creche, tussen een tiental halfvergane wrakken. Het is een bizar gezicht. 's Avonds organiseren we met een aantal jachten een BBQ. De laatste weersberichten worden gedeeld en dan breekt de dag van vertrek aan.

"The route between Rio de la Plata and Cabo San Diego, the SE extremity of the continent, is considered, without exaggeration, one of the toughest a yacht is likely to meet. A long record of wrecks, accidents and misfortunes, amplified by time, could not but strengthen the discomfort sailors feel, leaving Mar del Plata".

Met een knoop in de maag vertrekken we 30 November richting zuiden, samen met twee andere jachten. Elke avond hebben we radiocontact en wisselen we posities, koers en weersinformatie uit. Onze strategie is om dicht langs de kust te varen, maximaal 30 mijl. We doen dat om twee redenen: enerzijds om de tegengestelde Falklandcurrent te ontwijken, maar ook omdat de golven dichtbij de kust minder hoog zijn omdat de heersende winden uit het westen komen. De eerste paar dagen gaan zeer voorspoedig. Met een heerlijke bakstagwind tikken we mijl na mijl weg. We kijken rijkhalzend uit naar walvissen, maar de kans dat we die te zien krijgen is klein want het is al laat in het seizoen. Toen we hier 12 jaar geleden waren zagen we tientallen moeders met jongen op nog geen 5 meter van de boot. Walvissen zien we niet, maar wel albatrossen en dolfijnen. Die laten 's nachts een fluoriserend spoor achter in het koude plancton-rijke water. Dan komt er een koufront, gelukkig niet zo erg diep, 997 Hpa. 12 Uur lang ploeteren we voort met 35 knopen wind op de neus, twee riffen in het grootzeil en de Genua een kwart ingerold. Dan is het weer voorbij en hebben we weer noordelijke, meegaande winden. Zo zwak zelfs dat we af en toe de motor moeten bijzetten bij tegenlopend tij. We hadden niet verwacht dat het zulk mild weer zou zijn op deze zuidelijke breedten. De zon schijnt volop en overdag is het zelfs zo warm dat we in korte broek en T-shirt buiten zitten. 's Nachts koelt het wel behoorlijk af, maar we hebben onze zeiljacks nog niet aangehad. Er is weinig scheepverkeer, een paar vissers en 1 vrachtschip in de verte. Dan meldt een van de andere jachten dat ze motorpech hebben. Defecte oliepomp. Ze draaien om en lopen de dichtsbijzijnde haven binnen. Later horen we dat ze gevolgd worden door een helicopter van de kustwacht die ons gesprek heeft opgevangen en meteen paraat stond. Prettig idee, maar wel flink balen natuurlijk als je zo moet beginnen. Met ons blijft het voorspoedig gaan. We besluiten om Puerto Deseado binnen te lopen, de laatst mogelijke aanlegplaats voor Street Le Maire. Dat geeft ons de mogelijkheid om weer vers fruit en groenten in te slaan en onze tanks weer te vullen. Onze waterpomp blijft geregeld weigeren en er komt viezigheid uit de kraan. Voor de zekerheid gaan we maar over op de reserve voorraad uit de jerry-cans. Wat een voorzienigheid! Puerto Deseado ligt aan de monding van een getijde rivier. Het is belangrijk om exact twee uur na LW binnen te lopen om de 5 knopen stroom mee te hebben. Alles gaat volgens het boekje. We zijn blij dat we overdag met goed zicht en laagwater binnenlopen want er liggen hier en daar verrradelijke rotspartijen die met HW niet zichtbaar zijn.

We worden verwelkomd door een school grappige zwart-witte dolfijntjes, Commerson Dolfins, die vrolijk rond de boot spartelen en tientallen Magellan pinguins. Er komt een dingy op ons af. Het zijn bekenden uit Piriapolis die een paar weken eerder zijn vertrokken. Er liggen nog twee andere bekende jachten. Dat is allemaal reuze gezellig, maar de haven is niet berekend op jachten, zodat wij dus geen plaats meer hebben. We voelen er niets voor om te ankeren op deze getijde rivier waar bovendien de golven zo binnenrollen en besluiten langzij te gaan liggen bij een vissersboot. Dat klinkt gemakkelijker gezegd dan gedaan en komt uiteindelijk neer op een entering. Die schuiten zijn behoorlijk groot en hun romp is ruim een meter hoger dan ons dek. Harry stuurt en ik heb alle landvasten en stootkussens klaar. Er is blijkbaar niemand aan boord om een lijntje aan te nemen. Als we langzij liggen neem ik een gevaarlijke sprong en beland met een smak in een hoop vieze stinkende netten. "Que pasa?", vraagt de geschrokken schipper. "Goedemiddag, we komen langzij. OK?" De beste man is te verbouwereerd om te antwoorden, maar maakt zonder probleem de lijn vast die ik hem in z'n handen heb geduwd. Hij vindt het fantastisch en Harry krijgt een pakje sigaretten van hem. Een week op zee, 800 mijl verder. Niet slecht! Een koud biertje hebben we wel verdiend.

Een stukje geschiedenis

Puerto Deseado is een typisch onaantrekkelijke Patagonische vissersplaats: kaal en winderig. Er ligt een behoorlijk grote vissersvloot, die we nooit uit zien varen, er is een visverwerkingsfabriek en een scheepswerf. Beroemde ontdekkingsreizigers zijn ons voorgegaan. Fernando Magallanes was hier al in 1520 voor reparatie en noemde de plaats Bahia de los Trabajos (repair Bay). Vervolgens kwam Francis Drake hier vijftig jaar later en doopte de plaats om in Bahia de las Focas en nog geen tien jaar daarna kwam Thomas Cavendish die het vervolgens de naam Puerto Desire gaf. IJdele mannen die ontdekkingsreizigers. Ook wij Nederlanders hebben hier onze voetsporen achtergelaten. In 1616 is hier de "Hoorn" in brand gevlogen tijdens een teerbehandeling en vervolgens gezonken. De "Hoorn" was een van de twee schepen waarmee ontdekkingsreiziger Willem Cornelisz Schouten als eerste het zuidelijkste punt van het Amerikaanse continent rondde en daarmee een route ontdekte (Street Le Maire) die veel gunstiger voor zeilschepen was dan de Magallan street. Het andere schip was de Eendracht. In de kroeg krijgt Harry een zak hout van 400 jaar oud. Zouden het resten zijn van de "Hoorn"?. Omdat we niet creatief genoeg zijn om er iets van te maken en al genoeg troep aan boord hebben, gaat het versteende hout overboord.

Stomme Capriolen

We hebben inmiddels de vissersschuit verlaten en liggen nu aan een moorring. Tegen het einde van de dag gaan we op borrelvisite bij een Zwitsers jacht dat in een baai om de hoek ligt. Gezelligheid kent geen tijd en als we terug varen met onze dingy is het inmiddels donker en ijzig koud. We zijn nog niet halverwege of we varen door een groot veld kelp. De taaie stengels verstrengelen zich om de propeller en het motortje houdt het al gauw voor gezien. "Peddelen", roept Harry, die verwoed pogingen doet om het ding weer aan de praat te krijgen. Ik peddel me een ongeluk maar we hebben wind en stroom tegen. We krijgen ijskoud water over ons heen. Tjezus, wat stom van ons, geen reddingsvest, geen marifoon en geen regenkleding. Geen hond die ons hoort en kan helpen. Maar na een paar minuten prutsen reutelt het kleine 2 pk'tje gelukkig weer en komen we koud tot op het bot bij de boot aan. Dat was een goede les voor de volgende keer.

De volgende dag loopt er een bekend jacht binnen. Met onze toestemming komt het langzij liggen. De moorring is sterk genoeg en het is rustig weer. We binden de jachten stevig vast en zorgen ervoor dat de spreaders elkaar niet kunnen raken. Maar dan steekt 's avonds onverwachts de wind op en beginnen beide schepen hevig te rukken aan de lijnen. De bewegingen van schepen worden steeds wilder en ik kan niet slapen van het gekraak. Om vijf uur ga ik eruit om nogmaals te checken of alles goed is. Onze buurman staat inmiddels ook aan dek. En dan opeens: pang!! De krachten zijn zo groot dat onze fairlead (de geleider voor de landvast voordat die aan de kikker wordt gezet) afbreekt. Ik roep snel Harry erbij en we gooien de trossen van onze buurman los. Althans, dat proberen we, maar ik heb ze niet goed vastgemaakt zodat ze nu knel zijn gaan zitten en met geen mogelijkheid los kunnen. Snel gooien we een drietal trossen van ons bij hem aan boord en laten zijn trossen aan onze boot zitten. Ik spring bij Mike aan boord om hem te helpen een andere plek te vinden. Mike is solozeiler, maar in zo'n situatie is een extra paar handen zeer welkom. De enige plek die we kunnen vinden is niet ideaal. De kopse kant van het roestig ponton is eigenlijk een beetje te kort en aan weerszijden liggen rotsen. Er is absoluut geen ruimte om te draaien als het misgaat. Mike manoevreert de motor en ik moet lasso werpen naar een grote bolder. "You only get one chance, so better do it right baby". Dat is duidelijk. Het lassowerpen gaat in een keer goed, maar we worden weggezet door de stroom en het jacht dreigt met z'n kont tegen een groot vrachtschip te worden gedrukt. Met alle macht proberen we het af te duwen. Dat lukt uiteindelijk wel, maar niet geheel zonder schade: zijn VHF-antenne breekt af en z'n hekwerk is verbogen. Gelukkig blijven de zonnepanelen gespaard. Na ruim twee uur keihard werken met z'n tweeen ligt het jacht redelijk vast en kan ik 2 km terug lopen naar onze eigen boot. Maar het water is te ruw voor Harry om met de dingy aan land te gaan. De patrouille-boot van de prefectura (waterpolitie) heeft me echter gezien en geeft me een lift. Dat doen we dus ook nooit weer.

The screaming fifties

We blijven niet lang in Puerto Deseado. Als de tanks weer gevuld zijn, versvoer ingeslagen is en het weer er redelijk uitziet, vertrekken we weer. Tot aan de ingang van Street le Maire is het ruim 450 mijl. Daar moet je precies 1 uur na HW zijn om de stroom mee te hebben. Die varieert van 3 tot 5 knopen maar kan oplopen tot wel 8 knopen. Bij stroom en wind in tegengestelde richting kan dit tot zeer geweldadige zeeen leiden met staande golven van 10 meter hoog die een groot schip met gemak kunnen omgooien. We besluiten om een korte stop te maken op Staateneiland om daar het juiste tij en wind af te wachten. Het wordt een vervelende tocht met allerlei variabele winden, behalve goede. De noordelijke winden zijn te zwak maar er staat wel golfslag zodat de zeilen vervelend klapperen en ons bootje ziekelijk heen en weer rolt. We krijgen echter ook een flinke portie zuidelijke winden. Een paar keer 35 knopen pal op de neus en een golfslag die snel oploopt tot 4m en meer. We proberen het eerst met slagen maken. Twee riffen en half ingerolde genua. Het schiet voor geen meter op. We worden weggezet door de stroom en kunnen nog niet eens 80 graden werkelijke koers aan de wind varen. De genua is te bol. Eigenlijk zouden we een high aspect fok moeten hebben die lekker strak gezet kan worden op de extra voorstag. We hebben de wens nog niet uitgesproken of flapperde flapperde flap, daar gaat de genua aan gorten. Het hele achterlijk hangt er in vodden bij. Dat is shit, want nu hebben we alleen nog maar onze stormfok en die is te klein om behoorlijke snelheid te maken. Maar goed, we hebben even geen andere keus. Bij het zetten van de stormfok schiet er een schoot los. Met z'n tweeen werken we met man en macht op het voordek, terwijl het ijskoude water over ons heen slaat en de wind door het want giert. We weten nu waar de naam screaming fifties vandaan komt! We hebben dure Henry Loyds zeilpakken, dezelfde als die oceanracers ook gebruiken. Nog niet eens zo vaak gebruikt, maar allebei zijn we uit ons kruis gescheurd. En ik kan je verzekeren dat een nat kruis op de zuidelijke oceaan geen pretje is. Het is dus gewoon afzien. We hakken en stampen voort. Af en toe worden we door een grote golf opgepakt en een eind weggesmeten. Klabam, swoesh, klabam, swoesh. We zitten beide binnen onder een slaapzak, de stuurautomaat doet het werk. Het lijkt wel of we in een wasmachine zitten. Dan valllen we met een klap van een golfdal. Beng!! Dat lijkt ons niet goed voor de boot noch voor onszelf. We gaan bijliggen. Fok bak, roer naar lei. Heerlijk wat een rust. Eerst maar eens slapen en een beetje warm worden. Die zuidelijke winden duren over het algemeen niet zo lang, max 6 uur, maar wij hebben de pech dat het twee dagen aanhoudt. Gelukkig neemt de hevigheid af naar een knoop of 25 zodat we weer kunnen zeilen. Het weer wordt bar en boos en alsmaar bozer. Als we na vier dagen Staateneiland in zicht krijgen striemt de hagel in onze gezichten. Er staat een hele rare stroom en verwarrende kruiszeeen en de stuurautomaat kan er niet mee omgaan. De laatste 12 mijl sturen we daarom met het handje. De smalle doorgang is pas op het allerlaatste moment te zien. En als we het eindelijk goed in zicht hebben, verdwijnt het weer in nevelen. Zenuwslopend is dit. We krijgen het duidelijk niet cadeau. Maar met radar en GPS weten we de doorgang goed te vinden. Op de rotsen aan weerszijden staan een vijftigtal pinguins te blauwbekken en een nieuwsgierig zeehondje zwemt achter ons aan. We komen eerst in een buitenkom en volgen dan de zuidkust om de nauwe doorgang te vinden naar een binnenbasin. Harry staat voorop en geeft aanwijzingen. Ik sta verkleumd achter het roer en krijg een rolberoerte als ik de smalle doorgang door de rotsen zie. Geen fouten maken nu. Het gaat goed, vertel ik mezelf, gewoon doen wat de captain zegt. Op het moment dat we erdoor gaan wordt het nog even spannend. Er staat een akelige stroomversnelling en ik laat de motor op volle kracht brullen. Erdoor!! Yes!! En dan opent zicht voor ons een sprookjesachtig mooie baai. De bomen weerspiegelen in het spiegelgladde water. Daarboven kale rotsen, hier en daar met sneeuw bedekt. We horen het geklater van een waterval en getjilp van vogels. Acher een piepklein eilandje laten we ons anker vallen en omdat er geen swingruimte is, brengt Harry met de dingy twee lijnen uit naar de wal. Ik maak hotdogs en zet een pot thee. Niet te beschrijven hoe heerlijk dit smaakt.

Stateneiland

Op de route hier naar toe vroeg Harry zich vaak af waarom wij niet "gewoon" door het Panama-kanaal naar de Pacific zijn gegaan. Ik antwoorde dan dat reizen met een camper vast ook erg leuk is. Maar als je dan op zo'n wereldplek op Stateneiland ligt, met al het natuurschoon helemaal voor ons alleen, is alle ellende weer heel snel vergeten. Bovendien kan het nog veel erger en was het natuurlijk niet alleen maar afzien. Ik heb vergeten te vertellen hoezeer we genoten hebben van de mooie zwart-witte (Black browned) Albatrossen die heel sierlijk rond onze boot zweven en met hun vleugels net de golftoppen niet raken. Het landen van die grote beesten is minder gratieus en lijkt meer op een Donald Duck strip. Stateneiland is in 1616 door Schouten genoemd naar de Staten Generaal van de 7 provincien der Nederlanden. Nederland heeft nooit iets met het ruige eiland gedaan. Later hebben de Argentijnen er korte tijd een strafkolonie gehad. Dat was in de mode in die tijd. De Engelsen hadden toen net een strafkolonie in Australie opgezet.. Het idee hierachter was om op die manier het land te bevolken en te claimen. Maar om humanitaire redenen is die gevangenis al gauw verplaatst naar Tierra del Fuego, alsof dat zo'n verbetering was. Op een klein weerstation na, is het eiland nu onbewoond. Er komen alleen een handjevol zeiljachten. Het voelt als lopen op verse sneeuw, heiligschennis bijna, als er een takje breekt onder onze voeten. Het eiland is 35 mijl lang en varieert in breedte van 9 mijl tot slechts een paar meter. Het heeft hoge sneeuwbedekte pieken van 1000 meter. Glaciers hebben diepe spleten, stijle kliffen en meren gevormd. Er valt veel regen en het eiland is dan ook bedekt met een hele dikke laag sompig mos met daarop miniscuul kleine rode en witte bloempjes. Ik heb mijn zeillaarsen op de groei gekocht en die blijven nu dus geregeld vastzitten. Met de dingy gaan we op verkenningstocht. Af en toe moeten we het bootje dragen en waden we door snel stromende stroompjes. We zien allerlei watervogels, waaronder een groep zwart-witte konings commoranen met blauwe ogen. We beklimmen een van de hoogste pieken vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op onze ankerplek. Het blijft hier tot zeker 23.00 uur licht, maar het koelt wel erg af als de zon weg is. Binnen brandt de kachel, totdat er een racha met giga-snelheid van de bergwand blaast. Opeens zitten we in de rook en wordt het kil. Harry vindt het wel knusjes, eten in een slaapzak. Ik zet een H-pijp, wollen sokken en pantoffels op ons lijstje.

Street Le Maire

We blijven twee nachten op Stateneiland om gunstig weer af te wachten om door de beruchte Street Le Maire te gaan. De weerfax ziet er goed uit. Via de kortegolf hebben we contact met andere zeilers van het Patagonia-net. De Banister, een Nederlandse boot in Puerto Mont (Chili) heeft voor ons de laatste gripfiles en Buoyweather info van het internet geplukt. Er is 15 knopen wind uit het NW voorspeld. Voor de zekerheid roepen we ook nog even het weerstation op het eiland op. Tot onze verrassing reageert er een Argentijns jacht dat ergens in een andere baai ligt en graag met ons "en concerto" door Street Le Maire wil gaan. Wij denken: "dat zijn locals, die zullen het wel weten". Zij denken: "Die Nederlanders varen de hele oceaan over, zij zullen het wel weten". Als we uitvaren zien we als snel het kleine witte scheepjes achter ons. Precies op doodtij gaan we gezamenlijk door het midden van Street Le Maire. Het is mooi weer. De zon schijnt en het waait inderdaad NW 15 knopen. Maar dat verandert snel. Binnen 10 minuten neemt de wind toe tot 36 knopen en varen we met twee riffen in het grootzeil en stormfok. De zee is ruw en we krijgen behoorlijk wat water over ons heen. Maar we varen halve wind en hebben stroom mee. Met een gemiddelde snelheid van 6 knopen zijn we in vier uurtjes door de Straat. Als je wilt kun je hier stoppen in Bahia Buen Successo, maar dat is nog behoorlijk onbeschut. Wind en water worden hier door geen enkel land gestopt en kunnen enorm opbouwen. We besluiten daarom de nacht door te varen tot het Beagle-kanaal, waar je nog enigzinds beschermd vaart achter het eiland Lennox. Dat is nog 30 mijl verder. De weergoden zijn ons gunstig gezind. De wind neemt af tot windkracht 5/6 en we kunnen weer gewoon lekker zeilen. En omdat het niet echt donker wordt, zijn de wachten een stuk aangenamer.

Beagle Channel

De verhalen over het legendarische Beagle channel zijn niet gelogen. Het is absoluut wonderschoon. De wind is inmiddels helemaal gaan liggen en we tuffen zachtjes door het spiegelgladde water. Het water is slechts een paar mijl breed en aan weerszijden omgeven door groene heuvels met daarachter de sneeuwbedekte pieken van de Andes. Rechts is Argentinie, links is Chili. Het ochtend zonnetje breekt bleek door de nevel. De natuur is hier overweldigend. Het water ruikt naar vis, overal zien we grote zwermen vogels, er zwemmen tientallen pinguins rond de boot en albatrossen zweven boven ons hoofd. Af en toe passeren we een huisje of een wachtpost van de Argentijnse marine. "Veleiro navagando north-este, por indentifacation por favor". Voor de zoveelste keer spellen we onze bootnaam en geven we ETA (estimated time of arrival) en nog een paar onnozele dingen door. Je wordt hier goed in de gaten gehouden! We overnachten in Puerto Harberton, een mooie idyllische baai op 30 mijl afstand van Ushuaia. Hier werd in 1886 de eerste estancia van Tierra del Fuego (Vuurland) gebouwd door Thomas Bridges. Deze kreeg het land cadeau als dank voor zijn inzet bij reddingsactiviteiten en werk als missionaris bij de indianen. De estancia is 20.000 hectare groot en wordt nog steeds beheerd door nazaten van de Bridges familie, zij het nu als centrum voor mileu-educatie. Er is een bezoekerscentrum en er worden rondleidingen verzorgd. Wij gaan linea recta naar de kleine bar, waar we ons te goed doen aan een groot stuk zelfgebakken cake en cola. Een luxe na een week water en crackers. De volgende dag motorzeilen we op ons gemak verder richting Ushuia. De gekleurde huizen zie je al van verre liggen tegen de witte achtergrond van de bergen. We moeten op ons oog navigeren. Volgens de GPS zouden we nu op het land moeten zitten. De kaarten zijn slecht, stammen misschien nog wel uit de tijd van Schouten en Le Maire of zo. Het is echter helder weer, dus dat is geen probleem. Tegen 16.00 uur lopen we Ushuaia binnen en leggen langzij het Argentijnse jacht. En daarmee is hoofdstuk een van onze wereldreis afgesloten. Er valt een enorme spanning van ons af. Dit was toch wel het stuk waar we het meeste tegenop hebben gezien. Het is ons enorm meegevallen, maar dat zeg je achteraf natuurlijk altijd. De grote truck is geduldig wachten tot het juiste weergaatje. Kerst in Ushuaia, een belangrijke mijlpaal bereikt!

Terug naar logbook